2-599-949-61 (1) Voordat u begint Digital Photo Printer Voorbereidingen Standaardafdrukken maken Afdrukken met het LCDscherm van de printer Verschillende afdrukken maken Afdrukken vanaf een PictBridge-camera DPP-FP50 Afdrukken vanaf een computer Problemen oplossen Aanvullende informatie Gebruiksaanwijzing Voordat u deze printer gaat gebruiken, moet u deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u deze later als referentiemateriaal nodig hebt.
WAARSCHUWING Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht. Dit kan brand of elektrische schokken tot gevolg hebben. Open de behuizing niet. Dit kan elektrische schokken tot gevolg hebben. Laat het apparaat alleen nakijken door bevoegde servicetechnici. LET OP Er kan vervorming van beeld en/of geluid optreden als u dit product te dicht bij apparaten plaatst die elektromagnetische straling produceren.
Het kopiëren, bewerken of afdrukken van CD’s, televisieprogramma’s, auteursrechtelijk beschermde materialen, zoals beelden en publicaties, en alle andere materialen met uitzondering van eigen opnamen en creaties is beperkt tot huishoudelijk of privé-gebruik.
Kennisgeving voor gebruikers Programma © 2005 Sony Corporation Documentatie © 2005 Sony Corporation Alle rechten voorbehouden. Deze handleiding en de software die hierin wordt beschreven, geheel of gedeeltelijk, mogen niet worden gereproduceerd, vertaald of omgezet in een machineleesbare vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Sony Corporation. Inhoudsopgave Voordat u begint Mogelijkheden van deze printer ............. 6 Onderdelen .............................................
Afdrukken met het LCD-scherm van de printer (LCD-stand) Geselecteerde beelden afdrukken ........ 27 AUTO afdrukken (INDEX/DPOF/ALL) ..... 29 De afdrukinstellingen wijzigen ............. 30 Verschillende afdrukken maken (MONITOR OUT-stand) Afdrukken vanaf een PictBridge-camera (PictBridgestand) Beelden afdrukken vanaf de digitale camera ............................................ 57 Afdrukken vanaf een computer (PC-stand) De software installeren ......................... 58 Beelden bewerken ............
Voordat u begint Mogelijkheden van deze printer U kunt afdrukken vanaf een geheugenkaart of een extern apparaat .pagina 18 tot en met 20 Digitale camera of ander extern apparaat U kunt afdrukken met een televisiescherm U kunt een beeld selecteren en afdrukken .pagina 22 "Memory Stick", CompactFlashkaart of SD-kaart U kunt afdrukken met het LCD-scherm van de printer U kunt verschillende afdrukken maken .pagina 31 tot en met 47 .
Verschillende afdrukmogelijkheden Automatisch afdrukken (INDEX/ DPOF/ALL) (.pagina 25, 29) Afdrukken met een vrije indeling (.pagina 40) Kalenders afdrukken (.pagina 44) Functies voor uitstekende beeldkwaliteit waarmee u afdrukken van fotokwaliteit kunt maken x Met dit professionele en zeer goede afdruksysteem wordt voorkomen dat kleuren verslechteren als gevolg van een hete printkop en kunt u afdrukken van fotokwaliteit maken.
Printer Onderdelen Zie de pagina's tussen haakjes voor meer informatie.
wf Ventilatieopeningen wg USB-aansluiting (pagina 60) wh DC IN-aansluiting (pagina 17) wj VIDEO OUT (uitgang) aansluiting (pagina 18) Voordat u begint Papierlade 1 Adapter voor de papierlade (pagina 13) Gebruik deze adapter alleen als u papier van het formaat 3,5 x 5 inch (9 x 13 cm) in de papierlade plaatst. Opmerking In bepaalde landen/regio's wordt geen papier van het formaat 9 x 13 cm verkocht en wordt de adapter voor de papierlade niet bijgeleverd.
Voorbereidingen 1 De inhoud van de verpakking controleren Controleer of de volgende accessoires in de verpakking van de printer aanwezig zijn. Papierlade (1) Afstandsbediening (1) Er is al een lithiumknoopcel in de afstandsbediening geplaatst.
Ga naar de volgende website als u een printset wilt bestellen: www.sony.com/printers 2 De printset gereedmaken Formaten voor printpapier U kunt printpapier met de volgende twee formaten selecteren: • Post Card (10 x 15 cm) (101,6 x 152,4 mm) • 9 x 13 cm (89 x 127 mm)* (*het maximumformaat voor afdrukken zonder rand) • Gebruik de printcartridge en het printpapier uit dezelfde verpakking altijd samen. Als u cartridges en papier van verschillende typen combineert, is afdrukken wellicht niet mogelijk.
3 De printcartridge plaatsen 1 Trek de klep van de cartridgehouder open. De printcartridge verwijderen Als de printcartridge leeg is, verschijnt de aanduiding voor een cartridgefout ( ) op het LCD-scherm. Open de klep van de cartridgehouder, duw de uitwerphendel omhoog en verwijder de gebruikte printcartridge. Uitwerphendel 2 Plaats de printcartridge in de richting van de pijl in de printer tot deze vastklikt. Pijl Aanduiding voor cartridgefout ( ) Opmerkingen 3 Sluit de klep van de cartridgehouder.
• Steek uw hand niet in de cartridgehouder. De thermische kop wordt erg heet, vooral na herhaaldelijk afdrukken. 1 Open de papieruitvoerlade. 2 Schuif de klep van de papierlade in de tegenovergestelde richting van de papierinvoerrichting (1) en zet de klep omhoog (2). 3 Stel de adapter voor de papierlade in op het printpapierformaat dat u wilt gebruiken. Voorbereidingen • Spoel het inktlint niet terug en gebruik geen teruggespoelde printcartridge voor het afdrukken.
x Printpapier van het formaat Post Card (10 x 15 cm) gebruiken Druk op de lade en op de achterkant van de adapter voor de lade om de vergrendeling van de adapter (1) te ontgrendelen en til de adapter voor de lade uit de vergrendelingsgaten (2). 4 Plaats het printpapier in de lade. Waaier het printpapier los. Plaats het printpapier met de afdrukzijde (de onbedrukte zijde) naar boven. • Plaats printpapier van het formaat Post Card (10 x 15 cm) met het stempel in de papierinvoerrichting.
6 Sluit de klep van de papierlade (1) en schuif deze in de papierinvoerrichting (2). Houd de papieruitvoerlade vrij. 8 Trek de klep van de papierladehouder van de printer naar buiten om de klep te openen. Plaats de papierlade in de printer. Duw de papierlade stevig aan tot deze vastklikt. Opmerkingen • Verwijder de papierlade niet tijdens het afdrukken.
5 De afstandsbediening gereedmaken 1 Verwijder het afsluitvel uit de afstandsbediening. Als het afsluitvel van de lithiumbatterij is verwijderd, is de afstandsbediening klaar voor gebruik. Batterijen vervangen Als de printer niet meer reageert op de afstandsbediening, is de batterij wellicht leeg. 1 Druk op het nokje (1) en schuif de batterijhouder naar buiten (2).
6De stroombron aansluiten Sluit de stekker van het bijgeleverde netsnoer aan op de bijgeleverde netspanningsadapter. 2 Sluit de andere stekker van het netsnoer aan op het stopcontact. 3 Sluit de stekker van de netspanningsadapter aan op de DC IN-aansluiting van de printer. De ON/STANDBY-aanduiding gaat rood branden. 4 Druk op ON/STANDBY. De ON/STANDBY-aanduiding gaat groen branden. Voorbereidingen 1 • Gebruik de netspanningsadapter die bij de printer wordt geleverd.
Het apparaat aansluiten op een televisiescherm Als u de af te drukken beelden op het televisiescherm wilt bekijken, sluit u de VIDEO OUT (uitgang) aansluiting van de printer aan op de video-ingang van het televisiescherm. Een geheugenkaart plaatsen Als u een beeld op een "Memory Stick", CompactFlash-kaart of SD-kaart wilt afdrukken, plaatst u de kaart in de bijbehorende sleuf tot deze vastklikt. Zie pagina 92 tot en met 94 voor de verschillende geheugenkaarten die u met de printer kunt gebruiken.
Een "Memory Stick" plaatsen Plaats een "Memory Stick" of "Memory Stick Duo" in de sleuf voor de "Memory Stick"/"Memory Stick Duo" tot deze vastklikt. Een CompactFlash-kaart verwijderen Druk op de uitwerptoets. Verwijder de kaart voorzichtig zodra deze wordt uitgeworpen. Opmerking Als de uitwerptoets uitsteekt, kunt u de klep van de papierladehouder niet goed sluiten. Zorg dat de uitwerptoets niet uitsteekt en sluit de klep. Plaats een SD-kaart in de sleuf voor de SDkaart tot deze vastklikt.
Een camera of ander extern apparaat aansluiten Als u een beeld vanaf een camera of ander extern apparaat wilt afdrukken, sluit u de camera of een ander extern apparaat aan op de printer. U kunt een extern apparaat aansluiten dat systemen voor massaopslag ondersteunt. Zie pagina 57 voor meer informatie over het aansluiten van de PictBridge-compatibele digitale camera. 1 Stel de digitale camera of een ander extern apparaat in voor afdrukken met een printer die geschikt is voor massaopslag.
Standaardafdrukken maken (MONITOR OUT-stand) Als "LCD display mode is selected" op het televisiescherm wordt weergegeven Druk op MONITOR OUT om de beelden op het televisiescherm weer te geven (MONITOR OUT-stand). De beelden op een televisiescherm weergeven In dit gedeelte wordt beschreven hoe u beelden op een geheugenkaart of extern apparaat kunt weergeven op een televisiescherm.
Beeldenlijst Geselecteerd medium (geheugenkaart of extern apparaat) Geel kader (cursor) Totaalaantal Aantal geselecteerde beelden op het beelden medium Geselecteerde beelden afdrukken Een beeld afdrukken In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een beeld kunt selecteren en op volledige grootte afdrukken.
2 Druk op PRINT. Het beeld dat u met de cursor hebt geselecteerd, wordt afgedrukt. Tijdens het afdrukken wordt het afdrukproces op het televisiescherm weergegeven. Als het afdrukken is voltooid en het papier automatisch wordt uitgevoerd, verwijdert u het afgedrukte papier uit de papierlade. U kunt een beeld op volledig scherm weergeven en controleren voordat u begint met afdrukken. Verplaats het gele kader naar het gewenste beeld en druk op PICTURE.
Het voorbeeld van een ander beeld weergeven Druk op g/G/f/F om het beeld links, rechts, boven of onder het geselecteerde beeld in de beeldenlijst weer te geven. Het voorbeeld afdrukken Druk op PRINT. Het voorbeeld wordt afgedrukt. Meerdere beelden afdrukken In dit gedeelte wordt beschreven hoe u meerdere beelden kunt afdrukken, het aantal exemplaren voor elk beeld kunt opgeven en de beelden één voor één kunt afdrukken.
2 AUTO afdrukken (INDEX/ U kunt maximaal 20 exemplaren voor één beeld opgeven. DPOF/ALL) • Als u het aantal exemplaren met één wilt verhogen, drukt u op ENTER. • Wilt u het aantal exemplaren met één verlagen, dan drukt u op CANCEL. • Als u de selectie wilt annuleren, houdt u CANCEL ten minste twee seconden ingedrukt. (U kunt deze bewerking niet uitvoeren met de afstandsbediening.
De selectie annuleren (alleen INDEX/ALL) Druk op g/G/f/F om het gele kader te verplaatsen naar het beeld waarvan u de selectie in de beeldenlijst wilt annuleren en druk op CANCEL. Het oranje kader verdwijnt en de selectie wordt geannuleerd. Opmerkingen • Raadpleeg de handleiding bij de digitale camera voor meer informatie over het vooraf instellen van beelden voor afdrukken.
Afdrukken met het LCD-scherm van de printer (LCD-stand) Geselecteerde beelden afdrukken U kunt met het LCD-scherm van de printer het beeldnummer opgeven en het beeld afdrukken. Beeldnummers opgeven Maak een index-afdruk om de beeldnummers te zoeken. U kunt de beeldenlijst ook op een televisiescherm weergeven of de beeldnummers met een digitale camera controleren. 1 Druk op ON/STANDBY om de printer in te schakelen (pagina 17).
• Als u de selectie wilt annuleren, houdt u CANCEL ten minste twee seconden ingedrukt. (U kunt deze bewerking niet uitvoeren met de afstandsbediening.) U kunt maximaal 20 exemplaren voor één beeld opgeven. 2 Druk op f/F om "Selected Image" te selecteren en druk op g. Het hoofdmenu wordt opnieuw weergegeven. 3 CANCEL Druk op PRINT. 5 Herhaal stap 4 om het aantal exemplaren van de af te drukken beelden in te stellen. 6 Druk op PRINT.
AUTO afdrukken (INDEX/ 2 Het afdrukken wordt gestart. Tijdens het afdrukken wordt "PRINT" weergegeven op het LCD-scherm. DPOF/ALL) Met AUTO (automatisch) afdrukken kunt u tegelijkertijd meerdere beelden op een geheugenkaart of een extern apparaat afdrukken. De printer biedt de volgende drie afdrukmethoden voor AUTO. Zie pagina 25 voor meer informatie. 1 Het afdrukken stoppen Druk op CANCEL. Als u meerdere exemplaren afdrukt, wordt het afdrukken geannuleerd vanaf de volgende afdruk.
De afdrukinstellingen wijzigen U kunt een gedeelte van de menu's SET UP en OPTION op het LCD-scherm weergeven en de afdrukinstellingen wijzigen. 1 2 5 Herhaal stap 3 en 4 om de overige items in te stellen. Terugkeren naar het hoofdmenu Druk op g. Auto Fine Print 3 U kunt voor het afdrukken de functie voor het automatisch aanpassen van beelden selecteren of uitschakelen.
Verschillende afdrukken maken (MONITOR OUT-stand) De menustand uitschakelen Druk nogmaals op MENU. Het vorige venster wordt weergegeven. Beelden bewerken Het menu Edit weergeven 3 U kunt het menu Edit op het televisiescherm weergeven en beelden bewerken of effecten aan beelden toevoegen. Druk op g/G om (Edit) te selecteren en druk vervolgens ENTER. Het menu Edit wordt weergegeven.
Beelden vergroten of verkleinen 1 Geef het menu Edit weer (pagina 31). 2 Druk op g/G/f/F om te selecteren om een beeld te vergroten of om te selecteren om een beeld te verkleinen en druk op ENTER. 4 De positie van het beeld wordt vastgelegd. Wanneer u op ENTER drukt, wordt het beeld groter of kleiner: : maximaal 200% : maximaal 60% Druk op ENTER. Beelden draaien 1 Geef het menu Edit weer (pagina 31). 2 Druk op g/G/f/F om (draaien) te selecteren en druk op ENTER.
• Sharpness: druk op f om de contouren van het beeld scherper te maken of op F om de contouren te herstellen. Beelden aanpassen 1 2 Geef het menu Edit weer (pagina 31). Druk op g/G/f/F om (aanpassen) te selecteren en druk op ENTER. Het menu Adjust wordt weergegeven. Menu Adjust Hulpmiddel voor aanpassen 5 Druk op ENTER. De aanpassingen worden geactiveerd. De aanpassingen ongedaan maken Druk op g/G/f/F om “Reset” te selecteren en druk op ENTER. De aanpassingen van het beeld worden ongedaan gemaakt.
4 Het aanpassingskader verplaatsen 1 Druk op g/G/f/F om (positie) te selecteren en druk op ENTER. 2 Verplaats het kader met g/G/f/ F. Het kader wordt in de geselecteerde richting verplaatst. Druk op ENTER. Het filter wordt geactiveerd. Rode ogen beperken Als u een foto hebt genomen met de flitser, kunt u rode ogen beperken. Opmerking 3 Druk op ENTER. De huidige positie van het kader wordt vastgelegd.
De tekens worden ingevoerd met de kleur die wordt weergegeven naast de toets “COLOR”. Als u een andere kleur wilt selecteren, voert u de volgende procedure uit: Tekens toevoegen U kunt maximaal 5 regels met tekens aan een beeld toevoegen. 1 2 Geef het menu Edit weer (pagina 31). 1 Druk op g/G/f/F om “COLOR” te selecteren en druk op ENTER. Het selectievenster voor kleuren wordt weergegeven. Druk op g/G/f/F om (tekst) te selecteren en druk op ENTER. Het toetsenbord wordt weergegeven.
Tekens in het invoervak corrigeren Items • Tekens vóór de cursor ( | ) in het invoervak verwijderen Functies Re-input Het toetsenbord wordt weergegeven. Voer de tekens opnieuw in. Druk op g/G/f/F om “BS” (Back Space) te selecteren en druk op ENTER. Wanneer u op ENTER drukt, wordt het teken vóór de cursor verwijderd. Wanneer u op ENTER drukt, worden de tekens groter. Wanneer u op ENTER drukt, worden de tekens kleiner.
Veelgebruikte tekens vastleggen als bericht U kunt veelgebruikte tekens vastleggen als bericht en deze later in het tekstinvoervak laden. U kunt maximaal drie berichten opslaan waarbij elk bericht maximaal 80 tekens mag bevatten. 1 Voer stap 1-5 in het gedeelte “Tekens toevoegen” (pagina 35 en 36) uit om tekens in te voeren die u wilt vastleggen als bericht in het tekstinvoervak. 2 Druk op g/G/f/F om “LOAD/ SAVE” te selecteren en druk op ENTER.
Het beeld wordt opgeslagen. Het dialoogvenster met het nieuwe bestandsnummer wordt weergegeven. Beelden opslaan en afdrukken Beelden opslaan Als u klaar bent met de bewerkingen of het maken van creatieve afdrukken of als u "Save" in het venster selecteert, wordt het dialoogvenster weergegeven waarin u het medium kunt selecteren waarop u het beeld wilt opslaan. U kunt het beeld met een nieuw bestandsnummer opslaan. Tip Het geselecteerde beeld wordt niet overschreven.
De menustand uitschakelen Druk op MENU. Het vorige venster wordt weergegeven. Verschillende afdrukken maken 2 (Creative Print) Druk op g/G om (Creative Print) te selecteren en druk vervolgens ENTER. Het menu Creative Print wordt weergegeven. Het menu Creative Print weergeven U kunt het menu Creative Print weergeven op het televisiescherm en kaarten, kalenders en deelbeelden maken met de beelden op een geheugenkaart of een extern apparaat.
Als u geen achtergrondafbeelding voor het beeld wilt gebruiken, selecteert u “No Wallpaper”. Het voorbeeldvenster met de geselecteerde achtergrondafbeelding wordt weergegeven. Afdrukken met een vrije indeling maken U kunt beelden, achtergrondafbeeldingen, berichten, tekens, kalenders of stempels toevoegen om een originele afdruk met een vrije indeling te maken. Geselecteerde achtergrondafbeelding 1 Geef het menu Creative Print weer (pagina 39).
9 Druk op g/G/f/F om “Execute” te selecteren en druk op ENTER. Het venster voor het aanpassen van het omkaderde beeldformaat en de positie wordt weergegeven. 10 Pas het formaat en de positie van het omkaderde beeld aan. 7 Druk op g/G/f/F om het gewenste beeld te selecteren en druk op ENTER. Het venster voor het aanpassen van het beeldformaat en de beeldpositie wordt weergegeven. Hulpmiddelen voor aanpassen Zie stap 8 voor meer informatie over aanpassingen.
Uw favoriete effecten toevoegen aan de afdruk x Berichten toevoegen 1 x Stempels toevoegen Druk op g/G/f/F om (bericht) te selecteren en druk op ENTER. 1 Het selectievenster voor berichten wordt weergegeven. Druk op g/G/f/F om (stempel) te selecteren en druk op ENTER. Het selectievenster voor stempels wordt weergegeven. 2 2 Druk op g/G/f/F om de gewenste stempel te selecteren en druk op ENTER. Het venster voor het aanpassen van het stempelformaat en de stempelpositie wordt weergegeven.
x Kalenders toevoegen 1 Item Druk op g/G/f/F om (kalender) te selecteren en druk op ENTER. Functies Start Month Stel de beginmaand en het beginjaar voor de kalender in. Druk op g/G om de maand of het jaar te selecteren en druk op f/F om het nummer te selecteren. Druk op ENTER. Het venster voor het selecteren van een kalendertype wordt weergegeven. Start Day Stel de eerste dag van de week in (wordt uiterst links op de kalender gezet). Druk op g/G om “Sunday” of “Monday” te selecteren. Druk op ENTER.
1 Druk op g/G/f/F om een beeldgebied te selecteren en druk op ENTER. De beeldenlijst wordt weergegeven (pagina 41). 2 Druk op g/G/f/F om het gewenste beeld te selecteren en druk op ENTER. Het venster voor het aanpassen van het beeldformaat en de beeldpositie wordt weergegeven. 3 Pas het formaat en de positie van het beeld aan. Zie stap 8 op pagina 41 voor meer informatie over aanpassingen. 4 Druk op g/G/f/F om “Execute” te selecteren en druk op ENTER.
Beeldgebied Kaarten maken Berichtgebied U kunt een wens of een bericht aan de beelden toevoegen en een originele kaart maken, zoals de kaart die hierna wordt weergegeven. 1 Geef het menu Creative Print weer (pagina 39). 2 Druk op g/G/f/F om “Card” te selecteren en druk op ENTER. Tekstinvoergebied Tip Het selectievenster voor het afdrukformaat wordt weergegeven (pagina 40). 3 5 De kaartsjablonen worden weergegeven.
2 Druk op g/G/f/F om het gewenste bericht te selecteren en druk op ENTER. Het selectievenster voor de kleuren van het bericht wordt weergegeven. 3 Druk op g/G/f/F om de gewenste kleur te selecteren en druk op ENTER. Het geselecteerde bericht wordt in het berichtgebied geplaatst. 7 Voer de tekens in. Druk op g/G/f/F om het tekengebied te selecteren en druk op ENTER. Het toetsenbord wordt weergegeven. Zie “Tekens toevoegen” op pagina 3536 voor meer informatie over het invoeren van tekens.
4 Druk op g/G/f/F om de gewenste sjabloon te selecteren en druk op ENTER. 8 Druk op g/G/f/F om “Execute” te selecteren en druk op ENTER. Het voorbeeld wordt weergegeven. Het voorbeeld van de gewenste sjabloon wordt weergegeven. Beeldgebied 9 Controleer het voorbeeld, sla het Creative Print-beeld op en druk dit af. Zie pagina 38 voor meer informatie. Tip 5 Verschillende afdrukken maken (MONITOR OUT-stand) U kunt elk gebied in een willekeurige volgorde selecteren en instellen.
De afdrukinstellingen wijzigen (Set Up) 2 Druk op g/G om (Set Up) te selecteren en druk op ENTER. Het menu Set Up wordt weergegeven. Cursor Menu SET UP Met het menu Set Up kunt u de afdrukinstellingen wijzigen die op pagina 49 en 50 worden vermeld. Toetsen die in dit gedeelte worden gebruikt MENU g/G/f/F/ENTER CANCEL Opmerking De instellingen die u niet kunt wijzigen, worden grijs weergegeven en kunnen niet worden geselecteerd.
Item Instellingen Auto Fine Print 3 Inhoud Photographical*/ •Photographical: beelden worden automatisch Vivid aangepast zodat de beelden mooi en natuurlijk worden afgedrukt. •Vivid: beelden worden automatisch aangepast zodat de beelden scherper en levendiger worden afgedrukt dan met de modus Photographical. Opmerkingen • De beeldgegevens worden niet aangepast. • Als u afdrukt in de PC-stand, worden de instellingen voor deze stand overschreven door de Auto Fine Print 3instelling van de printerdriver.
Item Date Print Instellingen Inhoud On Beelden worden afgedrukt met de datum waarop deze zijn gemaakt als het beeld is opgenomen met de DCF-indeling (Design rule for Camera File system). Als u een afdruk wilt maken met de datum waarop het beeld is gemaakt, moet u beelden in de DCF-bestandsindeling opnemen. Als het beeld wordt opgeslagen met de printer, wordt de datum waarop het beeld wordt opgeslagen, ook afgedrukt. OFF* Beelden worden zonder de datum afgedrukt.
Cursor Menu SLIDESHOW Een diavoorstelling weergeven U kunt een diavoorstelling van de beelden op een “Memory Stick” of CompactFlashkaart weergeven. U kunt ook handmatig een beeld afdrukken dat wordt weergegeven. Toetsen die in dit gedeelte worden gebruikt Druk op f/F om “Switch” te selecteren en druk op g/G om “Automatic” te selecteren om automatisch tussen beelden te schakelen of om “Manual” te selecteren om handmatig tussen beelden te schakelen. Druk op ENTER.
Beelden verwijderen Menubalk Pictogram voor menu DELETE/FORMAT U kunt de geselecteerde beelden verwijderen of de "Memory Stick" formatteren. Toetsen die in dit gedeelte worden gebruikt MENU De menustand uitschakelen Druk op MENU. Het vorige venster wordt weergegeven. g/G/f/F/ENTER CANCEL 2 Druk op g/G om (DELETE/ FORMAT) te selecteren en druk op ENTER. Het menu DELETE/FORMAT wordt weergegeven.
4 5 6 Druk op g/G/f/F om het pictogram van de prullenbak te verplaatsen naar het beeld dat u wilt verwijderen en druk op ENTER. Druk op ENTER. Het bevestigingsvenster wordt weergegeven. Druk op g/G om “OK” te selecteren en druk op ENTER. Beelden zoeken U kunt beelden op een geheugenkaart of extern apparaat zoeken op bestandsnummer of datum. Toetsen die in dit gedeelte worden gebruikt MENU Het geselecteerde beeld wordt verwijderd. Als u andere beelden wilt verwijderen, herhaalt u stap 4 tot en met 6.
2 • Als u “By Date” selecteert: Geef de begin- en einddatums op voor de bestanden waarnaar u wilt zoeken: Druk op g/G om (IMAGE SEARCH) te selecteren en druk op ENTER. Het menu IMAGE SEARCH wordt weergegeven. Begindatum Einddatum Cursor Menu IMAGE SEARCH Tip 3 Als u beelden van een specifieke dag wilt zoeken, voert u in beide vakken dezelfde datum in. Druk op f/F om de zoekmethode te selecteren en druk op ENTER. • Als u “By Folder No.
De printervoorkeuren wijzigen (Option) 2 Druk op g/G om (Option) te selecteren en druk op ENTER. Het menu Option wordt weergegeven. Cursor Met het menu Option kunt u de voorkeuren wijzigen die op pagina 56 worden weergegeven. Menu Option Toetsen die in dit gedeelte worden gebruikt MENU g/G/f/F/ENTER CANCEL 3 MENU Opmerking Items die u niet kunt wijzigen, worden grijs weergegeven en kunnen niet worden geselecteerd. g/G/f/F/ENTER CANCEL 1 Druk op MENU. De menubalk wordt weergegeven.
Item Instellingen Listing Order Image Without Thumbnail Image data display Language Inhoud Ascending* In het venster met de beeldenlijst worden de beelden in de volgorde van de beeldnummers weergegeven waarbij het laagste nummer eerst wordt weergegeven. Descending In het venster met de beeldenlijst worden de beelden in de volgorde van de beeldnummers weergegeven waarbij het hoogste nummer eerst wordt weergegeven.
Afdrukken vanaf een PictBridge-camera (PictBridge-stand) Beelden afdrukken vanaf de digitale camera U kunt een PictBridge-compatibele digitale camera aansluiten op de printer en beelden rechtstreeks vanaf de digitale camera afdrukken. 1 Stel de digitale camera in voor afdrukken met een PictBridgecompatibele printer. De instellingen en bewerkingen die zijn vereist vóór de aansluiting, verschillen afhankelijk van de digitale camera.
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand) Als u wilt afdrukken vanaf een computer die is aangesloten op de printer, moet u de bijgeleverde software installeren op de computer. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de bijgeleverde software op de computer kunt installeren en hoe u het bijgeleverde PictureGear Studio-software kunt gebruiken om beelden af te drukken. Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de computer voor meer informatie.
• Sony kan geen correcte werking met alle computers garanderen, zelfs niet als deze voldoen aan de systeemvereisten. De printerdriver installeren 1 De kabelklem bevestigen Als de USB-kabel niet is voorzien van ferrietkernen bij de stekker die op de printer wordt aangesloten (B-TYPE), moet u de bijgeleverde kabelklem bevestigen om storing te voorkomen voordat u het apparaat gebruikt. Bevestig de kabelklem zoals in de volgende afbeelding wordt weergegeven.
Opmerking Als het installatievenster niet automatisch wordt weergegeven, dubbelklikt u op “Setup.exe” van de CD-ROM. 4 Klik op “Installing Printer Driver”. 8 Sluit de printer aan op de stroombron (pagina 17). 9 Druk op ON/STANDBY om de printer in te schakelen (pagina 17). De ON/STANDBY-aanduiding gaat groen branden. 10 Klik op “Next”. Het dialoogvenster “Sony DPP-FP50 InstallShield Wizard” verschijnt. 5 Klik op “Next”. Het venster met de gebruiksrechtovereenkomst wordt weergegeven.
12 Klik op “Finish”. De installatie van de printerdriver is voltooid. Start de computer opnieuw op als dit wordt gevraagd. 13• U kunt de installatie voltooien door op “Complete” te klikken en de CD-ROM uit de computer te verwijderen en deze te bewaren voor later gebruik. • Als u de PictureGear Studiosoftware ook wilt installeren, klikt u op “Installing the PictureGear Studio” en voert u de procedure op pagina 62 uit.
7 Opmerkingen Schakel het selectievakje “Yes, I want to restart my computer now” in en klik op “OK”. • Sluit alle geopende programma’s voordat u de software installeert. • De dialoogvensters in dit gedeelte zijn afkomstig uit Windows XP Professional, tenzij anders aangegeven. Afhankelijk van het besturingssysteem kunnen de weergegeven installatieprocedures en dialoogvensters verschillen. 2 De installatie wordt automatisch gestart en het installatievenster wordt weergegeven.
2 Klik in de taakbalk met de rechtermuisknop op het pictogram voor PictureGear Studio Media Watcher en kies “Settings” in het snelmenu. 3 Schakel het selectievakje “Start the Media Watcher when you log on Windows” in of uit. Schakel het selectievakje alleen in als u de toepassing wilt registreren. Het dialoogvenster “PictureGear Studio Media Watcher” wordt weergegeven.
Als u de bovenstaande beperkingen wilt verwijderen en de software wilt bijwerken naar de versie die bij VAIO-computers of CLIÉ-handhelds wordt geleverd, moet u “Setup.exe” in de map “pgs.add” uitvoeren. Foto’s afdrukken vanuit PictureGear Studio 1 Koppel de USB-kabel los van de printer en de computer. Met PictureGear Studio kunt u verschillende procedures uitvoeren voor het vastleggen, beheren, verwerken en uitvoeren van stilstaande beelden.
4 Klik op “Print”. • DPP-F serie 4 x 6" (10 x 15 cm) (formaat Post Card) SVM-F40P/80P • DPP-F serie 3,5 x 5" (9 x 13 cm) SVM-F40L Het afdrukdialoogvenster wordt weergegeven. 5 Selecteer de foto’s die u wilt afdrukken, stel per foto het aantal exemplaren in en klik op “Apply”. Opmerking Stel het aantal exemplaren in dit dialoogvenster in.
Items Als u op “Properties” klikt, wordt het dialoogvenster voor de documenteigenschappen van het geselecteerde printpapier weergegeven. Functies Print All Alle foto’s die u heb geselecteerd in het dialoogvenster “Select Photo”, worden afgedrukt. Print the selected page only Het beeld dat wordt weergegeven in het dialoogvenster “Print Preview”, wordt afgedrukt. 8 Geef het papierformaat op het tabblad “Paper/Output” op. Printer Selecteer “Sony DPP-FP50”.
Items Functies Print preview Schakel deze optie in om voor het afdrukken een voorbeeld van het beeld weer te geven. Opmerking Afhankelijk van de gebruikte toepassing wordt de afdrukstand wellicht niet gewijzigd, zelfs niet als u de staande of liggende afdrukstand wijzigt. Copies Het aantal exemplaren opgeven. 9 Stel de kleurweergave en de beeldkwaliteit op het tabblad “Graphics” in.
Items Functies Items •ICM (system): selecteer een van de volgende correctiemethoden in de keuzelijst “Settings”: – Graphics: als er afbeeldingen of levendige kleuren worden gebruikt. – Match: als u gelijke kleuren wilt gebruiken. – Pictures: als er foto’s of tekeningen worden afgedrukt. Opmerking De ICM-instelling is alleen geldig als u een ICMcompatibele toepassing gebruikt.
10 Klik op “OK”. Opmerkingen Het afdrukdialoogvenster wordt weergegeven. 11 Klik op “Print All” of “Print the selected page only”. • Verplaats de printer niet en schakel deze niet uit tijdens het afdrukken. Doet u dit wel, dan kan de printcartridge of het printpapier vastlopen. Als dit gebeurt, schakelt u de printer uit en weer in en begint u opnieuw met afdrukken. • Het printpapier wordt wellicht een aantal keer uitgevoerd tijdens het afdrukken.
Afdrukken vanuit een andere toepassing U kunt een in de handel verkrijgbare toepassing gebruiken om een beeld af te drukken vanaf de DPP-FP50. Selecteer “DPP-FP50” in het afdrukdialoogvenster en selecteer het papierformaat in het dialoogvenster voor de pagina-instellingen. Zie stap 8 en 9 op pagina 66 tot en met 68 voor meer informatie over de afdrukinstellingen.
Problemen oplossen Als er problemen optreden Als er problemen optreden bij het gebruik van de printer, kunt u de volgende richtlijnen gebruiken om het probleem op te lossen. Als het probleem blijft optreden, neemt u contact op met de Sony-handelaar. Stroom Probleem Controle Oorzaak/oplossingen • Is het netsnoer goed De ON/ aangesloten? STANDBY toets kan niet worden ingeschakeld. c Sluit het netsnoer goed aan op een stopcontact. (.
Probleem Controle Oorzaak/oplossingen Bepaalde beelden in de beeldenlijst worden niet weergegeven, of niet afgedrukt als deze wel worden weergegeven. • Worden er miniaturen weergegeven in de beeldenlijst? c Als het beeld wordt weergegeven maar niet kan worden afgedrukt, is het beeldbestand beschadigd. c Als er geen beelden zijn opgeslagen op de geheugenkaart of het externe apparaat, wordt het bericht "No image file" weergegeven.
Probleem Bepaalde beelden in de beeldenlijst worden niet weergegeven, of niet afgedrukt als deze wel worden weergegeven. Oorzaak/oplossingen • Zijn er meer dan 9.999 beelden opgeslagen op de geheugenkaart of het externe apparaat? c De printer kan maximaal 9.999 beeldbestanden weergeven, opslaan, verwijderen of verwerken. Als er meer dan 9.
Probleem Controle • Is het voorbeeld In het menu Edit verticaal of wordt het voorbeeld horizontaal extreem met randen aan de boven- en onderkant uitgerekt? weergegeven. Oorzaak/oplossingen c Als een beeld verticaal of horizontaal extreem wordt uitgerekt, worden er wellicht randen weergegeven in het menu Edit. c De standaard breedte/hoogte-verhouding van een beeld dat is opgenomen met een digitale camera, is 3:4.
Probleem Controle Oorzaak/oplossingen Papier wordt niet ingevoerd. • Is het printpapier vastgelopen? c Als de printer het printpapier niet kan invoeren, knipperen de aanduidingen / (papier-/cartridgefout) en wordt een foutbericht weergegeven in de MONITOR OUT-stand. Verwijder de papierlade en controleer of er papier is vastgelopen. (.pagina 89) Het printpapier wordt gedeeltelijk uitgevoerd tijdens het afdrukken.
Probleem Controle Oorzaak/oplossingen De afgedrukte • Is er stof in de printcartridge beelden terechtgekomen? hebben geen goede • Bevat de kwaliteit. afdrukzijde stof of vingerafdrukken? c Veeg het plastic gedeelte van de printcartridge schoon en verwijder het stof. c Raak de afdrukzijde niet aan (de onbedrukte glanzende zijde). De afdrukkwaliteit kan verminderen door vingerafdrukken op de afdrukzijde. • Hebt u gebruikt printpapier gebruikt? c Druk niet af op gebruikt printpapier.
Probleem Controle Oorzaak/oplossingen c Het beeld op het scherm is geen exacte weergave maar een indicatie, omdat per televisietoestel de fosformethode en profielen kunnen verschillen. Wilt u de beeldkwaliteit aanpassen, dan voert u een van de volgende handelingen uit: De kwaliteit en de kleuren van het beeld dat u op het scherm bekijkt, zijn niet dezelfde als van de beelden die worden afgedrukt. – Menu - Set Up - Color Setting (.pagina 50) – Menu-Edit-Adjust (.
Probleem Controle Oorzaak/oplossingen Het beeld kan niet volledig in het afdrukbereik worden afgedrukt. • Hebt u “Borders” in het menu Set Up ingesteld op “Yes”? c Stel “Borders” in op “No” door Menu - Set Up - Borders te selecteren. (.pagina 49) • Is de breedte/hoogteverhouding van het beeld correct? c De breedte/hoogte-verhouding van het opgenomen beeld kan verschillen, afhankelijk van het type digitale camera dat u gebruikt. Het beeld wordt wellicht niet op het gehele afdrukgebied afgedrukt.
Probleem Controle Oorzaak/oplossingen Het beeld is te helder, donker, rood, geel of groen. c Pas een beeld aan door Menu - EDIT Adjust te selecteren. (.pagina 33) De ogen van het onderwerp zijn rood. c U kunt de functie voor het beperken van rode ogen aanpassen door Menu EDIT - Red-eye reduction te selecteren. (.pagina 34) De functie voor beperking van rode ogen werkt niet. c Stel het aanpassingskader twee tot zeven keer zo groot in als het oog. (.
Een beeld opslaan of verwijderen Probleem Controle U kunt geen beeld opslaan. • Is de geheugenkaart of het c Schakel de beveiliging uit en probeer opnieuw op te slaan. externe apparaat beveiligd? U kunt geen beeld verwijderen. • Is het wispreventienokje van de geheugenkaart op de LOCK-positie gezet? c Schuif het wispreventienokje naar de schrijfstand. (.pagina 93) • Is de geheugenkaart vol? c Verwijder onnodige beelden (.
Overige problemen Probleem Controle Oorzaak/oplossingen De printcartridge kan niet correct worden geplaatst. c Als de printcartridge niet goed vastklikt, verwijdert u deze en plaatst u deze weer terug. Als het inktlint te slap is om dit goed te plaatsen, spoelt u het inktlint in de richting van de pijl om het inktlint weer strak te zetten. (.pagina 13) De printcartridge kan niet worden verwijderd.
Aansluiten op een digitale camera Probleem Controle Oorzaak/oplossingen Het PictBridgepictogram wordt niet weergegeven op het LCD-scherm van de digitale camera. • Is de digitale camera correct aangesloten? c Sluit de kabel juist aan. • Is de ON/STANDBY toets c Activeer de ON/STANDBY toets. geactiveerd? • Wordt de firmware van de c Raadpleeg de webpagina voor de digitale camera digitale camera die u gebruikt.
Aansluiten op een computer Probleem Oorzaak/oplossingen Controle De beelden op de geplaatste geheugenkaart of het aangesloten externe apparaat worden niet op de computer weergegeven. c De printer beschikt niet over een functie om beelden op de geheugenkaart of het externe apparaat te bekijken vanaf de printer. Ik ben de bijgeleverde CD-ROM kwijt en ik wil graag een nieuwe. c Download de printerdriver van de webpagina voor klantenondersteuning (.pagina 96).
Probleem Controle Oorzaak/oplossingen De printerdriver kan niet worden geïnstalleerd. • Wordt er een antivirusprogramma of een ander programma uitgevoerd op het systeem? c Als u een antivirusprogramma of een ander programma hebt geopend, sluit u het betreffende programma en installeert u de driver opnieuw. • Hebt u zich als beheerder aangemeld bij Windows XP/2000 Professional? c Als u de driver in Windows XP/2000 Professional wilt installeren, meldt u zich als beheerder aan bij Windows.
Probleem Controle De kleuren worden niet correct weergegeven. • Is “Exif Print” c De instelling Exif Print in het gedeelte ingeschakeld op het “Color reproduction/Picture quality” tabblad “Graphics” biedt alleen ondersteuning voor van het dialoogvenster PictureGear Studio. Schakel “Exif Print” “Sony DPP-FP50 uit als u wilt afdrukken vanaf een andere Properties”? toepassing.
Als er een foutbericht wordt weergegeven Als er een fout optreedt, kunnen de volgende foutberichten worden weergegeven op het televisiescherm of het LCD-scherm. Volg de instructies die hier worden gegeven om het probleem op te lossen. Printer Betekenis/oplossingen Foutberichten Errors occurs with Printer. Turn off c Er is een fout opgetreden met de printer. Koppel het netsnoer los van de printer, sluit het weer aan and on then retry. en probeer de bewerking nogmaals uit te voeren.
Foutberichten Betekenis/oplossingen Cannot delete a DPOF file. c Verwijder de afdrukmarkering (DPOF) op de camera als u een beeld dat vooraf ingesteld is met DPOF wilt verwijderen. Protected. Release the protect and retry deleting. c De "Memory Stick" is tegen schrijven beveiligd. Schakel de schrijfbeveiliging uit. (.pagina 93) Protected. Release the protect and retry formatting. Protected. Cancel protect then try again. The Memory Stick/CompactFlash card/SD card is full.
Foutberichten Betekenis/oplossingen Print cartridge runs out. c Vervang deze door een nieuwe printcartridge. Print cartridge runs out. To resume printing, set a new print cartridge for the ### Size and press [PRINT]. Wrong print cartridge. To resume printing, set the print cartridge for the ### Size and press [PRINT]. Als “for ### size” (###: Postcard of 3.5x5 inch) verschijnt, plaatst u een printcartridge voor het formaat dat wordt weergegeven. (.
Als het papier vastloopt De binnenkant van de printer reinigen Als het printpapier vastloopt, knipperen de aanduidingen / (papier-/ cartridgefout) en wordt het afdrukken beëindigd. Koppel het netsnoer los van de printer en verwijder het vastgelopen papier uit de papieruitvoer of haal de papierlade uit de printer om het vastgelopen papier te verwijderen.
Als het reinigen is voltooid Opmerking U kunt het beste het beschermvel van het formaat Post Card gebruiken voor het reinigen. 5 Plaats het beschermvel in de papierlade. Plaats het beschermvel met de onbedrukte zijde naar boven. onbedrukte zijde 6 Plaats de printcartridge en het printpapier in de printer. Opmerkingen • Reinig de printer alleen als er witte strepen of punten op de afdruk verschijnen.
Aanvullende informatie Voorzorgsmaatregelen Veiligheid • U moet op het netsnoer geen zware voorwerpen plaatsen of laten vallen, of het netsnoer op enige andere manier beschadigen. Gebruik deze printer niet als het netsnoer beschadigd is. • Als een voorwerp of vloeistof in de behuizing terechtkomt, moet u de printer loskoppelen en laten nakijken door bevoegde servicetechnici voordat u het apparaat verder gebruikt. • Demonteer de printer niet.
Informatie over de “Memory Stick” “Memory Stick” De “Memory Stick” is een klein, lichtgewicht, geavanceerd ICopslagmedium met een grotere opslagcapaciteit dan een diskette. U kunt de “Memory Stick” gebruiken om gegevens uit te wisselen tussen apparaten die geschikt zijn voor “Memory Stick”. Bovendien kunt u de “Memory Stick” gebruiken als uitneembaar extern opslagmedium om uw gegevens te bewaren. Typen “Memory Stick” De volgende typen “Memory Stick” zijn beschikbaar voor uiteenlopende doelen.
Typen “Memory Stick” die geschikt zijn voor de printer Met de printer kunt u de volgende handelingen uitvoeren voor de verschillende typen “Memory Stick”: Lezen “Memory Stick”/ “Memory Stick” (with memory select function)/“Memory Stick Duo”*2 “Memory Stick” (MagicGate/High-Speed Transfer Compatible)/ /“Memory Stick Duo” (MagicGate/High-Speed Transfer Compatible) “MagicGate Memory Stick”/“MagicGate Memory Stick Duo”*2 Schrijven/ Verwijderen/ Formatteren OK OK OK*1*2 OK*1*2 OK*1 OK*1 OK*1*2 “Memory S
• Bevestig het label op de aangegeven plaats. Zorg dat het label niet overlapt. • Als u de “Memory Stick” wilt opbergen of meenemen, gebruikt u hiervoor de originele verpakking om belangrijke gegevens te beschermen. • Raak de aansluiting van de “Memory Stick” niet aan en breng deze niet in contact met een metalen voorwerp. • Laat de “Memory Stick” niet vallen, buig deze niet en stel deze niet bloot aan externe schokken. • Probeer de “Memory Stick” niet te demonteren of aan te passen.
• • • • Technische gegevens x Printer Afdruksysteem Dye-sublimation afdruksysteem (geel/magenta/cyaan; 3 beurten) Resolutie 300 (H) x 300 (V) dpi Beeldverwerking per punt 256 niveaus (8 bits voor geel/ magenta/cyaan), ongeveer 16.770.
Compatibele indelingen voor beeldbestanden*1 JPEG: compatibel met DCF*2 2.0, compatibel met Exif*3 2.21, JFIF (baseline JPEG met de indeling 4:4:4, 4:2:2 of 4:2:0) TIFF: compatibel met Exif 2.21 (TIFFRGB, niet gecomprimeerd) BMP: 24-bits Windows-indeling Maximumaantal pixels dat kan worden verwerkt 6.400 (H) x 4.800 (V) punten (met uitzondering van Index afdrukken en bepaalde creatieve afdrukken) Maximumaantal bestanden dat kan worden verwerkt 9.
Afdrukbereik Post Card (10 x 15 cm) 152,4 mm (1 800 punten) 101,6 mm (1 200 punten) 95,5 mm (1 128 punten) 146,3 mm (1 728 punten) Formaat 3,5 x 5 inch (9 x 13 cm) 127 mm (1 500 punten) 89 mm (1 050 punten) 83,9 mm (992 punten) 122 mm (1 450 punten) Afdrukbereik zonder randen Perforatieranden In de bovenstaande afbeeldingen vindt u voorbeelden van een beeld dat wordt afgedrukt met een hoogte/breedte-verhouding van 2:3. Het afdrukbereik verschilt voor afdrukken met of zonder rand.
wanneer u de foto neemt. De printer gebruikt de Exif Print-gegevens die in elk beeldbestand zijn opgeslagen om te zorgen dat de afdruk zo veel mogelijk overeenkomt met de oorspronkelijke foto*1. Woordenlijst Auto Fine Print 3 Met deze functie wordt de beeldkwaliteit gecorrigeerd zodat beelden levendiger, duidelijker en mooier worden afgedrukt. Deze functie is vooral effectief bij donkere beelden met een laag contrast.
Opgegeven beeldnummers 27 Vanaf de computer 64 Vanaf een PictBridgecompatibele camera 57 Afdrukken met of zonder rand 49, 66 Afdrukken stoppen 69 Afdrukkwaliteit 25 Afdrukstand 66 Afdrukzijde 14, 76 Afstandsbediening 9, 16 ALL 25, 29 Auto Fine Print 3 49, 98 AUTO PRINT 26, 29 Index Symbolen 9 x 13 cm (formaat) 11 A B Batterijen vervangen 16 Beelden aanpassen 33 Beelden draaien 32 Beelden opslaan 38 Beelden selecteren 41 Beelden verplaatsen 32 Beelden verwijderen 52 Beelden zoeken 53 Beeldenlijst 22 Beeld
Index (Wordt vervolgd) K P Kaart 45 Kader 40 Kalender 43, 44 Kenmerken 7 Klep van de cartridgehouder 12 Klep van papierlade 15 Papierformaat 11 Papierformaat selecteren 65, 66 Papierlade 13 Papierstoringen 89 PC-stand 58 PictBridge 98 PictBridge-stand 57 PICTBRIDGE/CAMERA 20 PICTURE 23 Post Card (10 x 15 cm, formaat) 11 Printcartridge 11, 12 Plaatsen/verwijderen 12 Printervoorkeuren (Option) 55 Printpapier Formaten 11 Plaatsen/verwijderen 13 Printpapier selecteren 40 Printset 11 Problemen oplossen 71 L