Operation Manual

22
NL
Als (Brightness) wordt geselecteerd
Druk op g/Gals u een afbeelding wilt
aanpassen terwijl u bijvoorbeeld het
niveau controleert.
Brightness: Druk op Gals u het beeld
helderder wilt maken of gals u het
donkerder wilt maken.
Tint: Druk op Gals u het beeld een
groene tint wilt geven of gals u het een
rode tint wilt geven.
Saturation: Druk op Gals u de
kleuren dieper wilt maken gals u de
kleuren lichter wilt maken.
Sharpness: Druk op Gals u de
contouren scherper wilt maken of gals
u de contouren zachter wilt maken.
3 Druk op ENTER.
De aanpassing wordt uitgevoerd en u kunt
andere opties voor aanpassingen
selecteren.
4 Druk op g/G om (Exit) te
selecteren en druk vervolgens op
ENTER.
Het aanpassingmenu wordt gesloten.
5 Druk op PRINT.
1 Druk op g/G om (Afdrukken) te
selecteren en druk vervolgens op
ENTER. Of druk op PRINT.
Het afdrukvenster wordt nu weergegeven.
De afdrukhoeveelheid wordt nu
weergegeven.
2 Stel de afdrukhoeveelheid in.
U kunt de afdrukhoeveelheid steeds met
één laten toenemen door herhaaldelijk
op f te drukken.
U kunt de afdrukhoeveelheid steeds met
één laten afnemen door herhaaldelijk
kort op F te drukken.
3 Druk op ENTER.
1 Druk op g/G om (Opnieuw
instellen) te selecteren en druk
vervolgens op ENTER.
Het bevestigingsvenster wordt nu
weergegeven.
2 Druk op f/F, om "OK" te selecteren
en druk op ENTER.
De instellingen in het menu Bewerken en
de rode-ogencorrectie zijn uitgeschakeld
en de afbeelding is teruggezet in de staat
zoals het voor bewerking was.
Het scherm Bewerken of Aanpassen wordt
opnieuw weergegeven. Als u op CANCEL
drukt of "CANCEL" selecteert en op
ENTER drukt, wordt het vorige scherm
weergegeven.
Schuifbalk
Een bewerkte afbeelding
afdrukken
Bewerkingen ongedaan maken