Operation Manual

35
NL
Geavanceerde bedieningshandelingen
Een afbeelding
verwijderen
1 Druk op MENU wanneer een
afbeelding op het scherm wordt
getoond.
Het menu wordt weergegeven.
2 Druk op B/b en selecteer het
tabblad (Bewerken).
Getoond wordt het scherm dat wordt
gebruikt voor het bewerken.
3 Druk op v/V, selecteer [Verwijderen]
en druk daarna op .
4 Druk op v/V, selecteer [Deze afb.
wissen], [Gesel. afb.] of [Alle afb.
wissen] en druk daarna op .
Als u [Deze afb. wissen] selecteert, wordt
de afbeelding die op dat moment wordt
weergegeven, verwijderd. Ga naar stap 6.
(Dit item kunt u niet te selecteren tijdens
de weergave van de diavoorstelling.)
Als u [Gesel. afb.] selecteert, kunt u de
afbeelding selecteren die u uit de lijst van
afbeeldingen wilt verwijderen. Ga naar
stap 5.
Als u [Alle afb. wissen] selecteert, wordt
de lijst van afbeeldingen weergegeven.
Het selectievakje van alle afbeeldingen is
aangevinkt. Ga naar stap 6.
5 Geef de afbeelding op die u uit de
lijst van afbeeldingen wilt
verwijderen.
Over het zoeken naar afbeeldingen
in de afbeeldingenlijst (alleen DPF-
D72)
Tijdens het zoeken: Toont alle
afbeeldingen waarvoor de criteria gelden
die zijn gebruikt voor het zoeken.
Niet tijdens het zoeken: Toont alle
afbeeldingen op het apparaat dat op het
scherm worden getoond.
Raadpleeg "Een afbeelding zoeken
(Filteren) (Alleen DPF-D72)" (pagina 38).
1Druk op B/b/v/V, selecteer de
afbeelding die u wilt verwijderen, druk
daarna op . Het selectievakje van
elke geselecteerde afbeelding zal zijn
aangevinkt.
Herhaal deze bedieningshandeling als u
meerdere afbeeldingen tegelijk wilt
verwijderen.
U kunt de selectie van afbeeldingen
ongedaan maken door ze te selecteren
en vervolgens het vinkje te verwijderen
door op te drukken.
2Druk op MENU.
Het bevestigingsscherm voor het
verwijderen wordt weergegeven.
6 Druk op v/V, selecteer [Ja] en druk
daarna op .
De afbeelding wordt verwijderd.
7 Druk op als het
bevestigingsscherm wordt getoond.
Het interne geheugen
formatteren
1 Druk op MENU.
Het menu wordt weergegeven.
2 Druk op B/b en selecteer het tabblad
(Instellingen).
Het instellingenscherm wordt weergegeven.
3 Druk op v/V, selecteer [Initialiseren] en
druk daarna op .
4 Druk op v/V, selecteer [Intern geh.
formatt.] en druk daarna op .
Getoond wordt het bevestigingsscherm dat
wordt gebruikt voor het initialiseren van het
interne geheugen.
5 Druk op v/V, selecteer [Ja] en druk daarna
op .
Vervolg