Operation Manual
103
Operazioni di
riproduzione
avanzate / Uitgebreide weergavefuncties
Riproduzione di un
nastro con effetti
digitali
Durante la riproduzione, è possibile elaborare
scene tramite le funzioni di effetto digitale:
STILL, FLASH, LUMI. e TRAIL.
(1)Nei modi di riproduzione/pausa di
riproduzione, premere DIGITAL EFFECT e
girare la manopola SEL/PUSH EXEC
finché l’indicatore dell’effetto digitale
desiderato (STILL, FLASH, LUMI. o
TRAIL) non lampeggia.
(2)Premere la manopola SEL/PUSH EXEC.
L’indicatore dell’effetto digitale si accende e
appaiono le barre. Nei modi STILL o
LUMI., l’immagine viene catturata e
memorizzata come fermo immagine se si
preme la manopola SEL/PUSH EXEC.
(3)Girare la manopola SEL/PUSH EXEC per
regolare l’effetto.
Per ulteriori informazioni su ciascuna
funzione di effetto digitale, vedere a pagina
58.
Per disattivare la funzione di
effetto digitale
Premere DIGITAL EFFECT in modo che
l’indicatore scompaia.
STILL
2
3
1
STILL
DIGITAL
EFFECT
Videoweergave met
digitale
beeldeffecten
Tijdens het afspelen kunt u de weergegeven
videobeelden verwerken met de volgende
digitale beeldeffectfuncties: STILL, FLASH,
LUMI. en TRAIL.
(1)Druk tijdens weergave of in de
weergavepauzestand op de DIGITAL
EFFECT toets en draai aan de SEL/PUSH
EXEC regelknop tot de gewenste digitaal
effect-aanduiding (STILL, FLASH, LUMI. of
TRAIL) gaat knipperen.
(2)Druk de SEL/PUSH EXEC regelknop in.
De digitaal effect-aanduiding blijft nu
branden en er verschijnen enkele
instelbalkjes in beeld. Bij de STILL en
LUMI. functies wordt het beeld waarbij u
de SEL/PUSH EXEC regelknop indrukt als
stilstaand beeld in het geheugen
vastgelegd.
(3)Draai aan de SEL/PUSH EXEC regelknop
om het digitale effect naar wens bij te
regelen.
Zie voor een beschrijving van de digitale
beeldeffectfuncties blz. 58.
Uitschakelen van de digitale
beeldeffecten
Druk op DIGITAL EFFECT zodat de
aanduiding verdwijnt.










