User Guide

20
Andere functies
U kunt het toestel (en los verkrijgbare CD/MD-
apparatuur) ook bedienen met een
bedieningssatelliet (los verkrijgbaar).
Gebruik van de
bedieningssatelliet
Bevestig eerst het juiste label afhankelijk van de
manier waarop u de bedieningssatelliet wilt
monteren.
De bedieningssatelliet werkt met knoppen en/of
draairegelaars.
Knoppen indrukken
Aan de regelaar draaien
Draaien en loslaten om:
– Tracks over te slaan
– Automatisch af te stemmen op een zender.
Draaien, vasthouden en loslaten om:
– Snel vooruit/achteruit naar een track te
gaan.
– Handmatig een zender te zoeken.
Regelaar indrukken en verdraaien
Draai aan de regelaar en druk hem
tegelijkertijd in om:
– Voorinstelzenders te ontvangen.
– Discs te verwisselen tijdens CD (MD)
weergave*
1
.
*1 Alleen indien de juiste los verkrijgbare apparatuur
is aangesloten.
*2 Indien het contactslot van uw wagen geen ACC
(accessory) positie heeft, hou dan (OFF)
2 seconden lang ingedrukt om de klokindicatie uit
te schakelen nadat u het contact hebt afgezet.
Druk op Om
(SOURCE) Van bron te veranderen
(radio/CD/MD*
1
)/AAN
(MODE) Van bediening te veranderen
(radioband/CD-apparatuur/
MD*
1
apparatuur)
(ATT) Het geluid te dempen
(OFF)*
2
De weergave of radio-
ontvangst te stoppen/het
toestel uit te zetten
(SOUND) Het geluidsmenu in te
stellen
(DSPL) Het weergave-item te
wijzigen
SOUND
DSPL
MODE
SOUND
DSPL
MODE
OFF
Draai aan de VOL regelaar om
het volume te regelen.
(SOURCE)
(SOUND)
(ATT)
(DSPL)
(OFF)
(MODE)
SEEK/AMS
regelaar
PRESET/DISC
regelaar