Operation Manual

41
Weergave
Aanpassen van de geluidskarakteristiek
1 Druk tijdens het weergeven op
OPTIONS.
Het optiemenu wordt afgebeeld.
2 Selecteer "AV-instellingen" met M/m, en
druk op ENTER.
3 Selecteer "Audio-instellingen" met M/m,
en druk op ENTER.
Het "Audio-instellingen"-scherm wordt
afgebeeld.
4 Selecteer een onderdeel met M/m, en
druk op ENTER.
De standaardinstellingen zijn
onderstreept.
5 Selecteer of pas de instelling aan met </
M/m/,, en druk op ENTER.
Om een ander onderdeel aan te passen,
herhaalt u stap 4 en 5.
b
De functie "Audiofilter" is niet van toepassing op
uitgaande digitale audiosignalen van de HDMI
OUT/DIGITAL OUT (OPTICAL/COAXIAL)-
aansluitingen.
Afhankelijk van de disc of de geluidsomgeving is
het mogelijk dat verandering van de
"Audiofilter"-instelling weinig effect zal
sorteren.
Onderdelen Details
AV-SYNC
(kort) 0 ~ 20
~
120 ms (lang)
Corrigeert het verschil
tussen beeld en geluid,
door het uitgaande
audiosignaal ten
opzichte van het
uitgaande videosignaal
te vertragen (0 tot
120 milliseconden).
Audiofilter
(alleen voor
analoge
signalen)
Scherp
: Levert een
breed
frequentiebereik en
een ruimtelijk gevoel
op. Dit is gewoonlijk
uw keuze.
Lngz.: Levert een
strak en warm
geluidsbeeld op.