Operation Manual

Gebruik/bediening
17
Afhankelijk van de DIP-schakelaar is het gedrag van de gloeilamp
verschillend:
DIP-schakelaar 4 ON,
gloeilamp (2) brandt na de besturingsreset
DIP-schakelaar 4 OFF,
gloeilamp (2) knippert na de besturingsreset.
AANWIJZING!
Na een besturingsreset moet de aandrijving opnieuw
geprogrammeerd worden.
Tussenstop
Bij een tussenstop door het indrukken van een knop of handzender stopt
de aandrijving onmiddellijk. Bij het volgende bevel loopt de aandrijving
in tegenovergestelde richting, zie hoofdstuk „Gebruik/bediening –
impulsvolgorde van de poortbeweging”.
Veiligheidsstop 1
(krachtuitschakeling)
Bij een krachtuitschakeling stopt de aandrijving of keert ze om. Bij het
volgende bevel loopt de aandrijving in tegenovergestelde richting, zie
hoofdstuk „Gebruik/bediening – impulsvolgorde van de poortbeweging”.
Veiligheidsstop bij het sluiten van de poort – poort keert om
Veiligheidsstop bij het openen van de poort – poort keert om
Veiligheidsstop 2
(veiligheidsingang)
Bij het activeren van de veiligheidsingang (bijv. iemand loopt door de
fotocel), stopt of opent de aandrijving of keert ze om, afhankelijk van
de instelling van de DIP-schakelaars.
De beschrijvingen bij en instelmogelijkheden met de DIP-schakelaars zijn in
het hoofdstuk „Functies en aansluitingen” – „Hindernisherkenning” vermeld.
Fabrieksinstellingen DIP-schakelaar 1 en 3 OFF:
Wordt de veiligheidsingang bij het sluiten van de poort geactiveerd,
keert de poort om.
Wordt de veiligheidsingang bij het openen van de poort geactiveert,
volgt er geen reactie (poort opent opnieuw).
Overbelastingsbeveiliging
Wordt de aandrijving bij het openen of sluiten overbelast, herkent
de besturing dat en de aandrijving wordt gestopt. Na ca. 20 seconden
of een besturingsreset geeft de besturing de overbelastingsbeveiliging
opnieuw vrij.
De aandrijving kan nu opnieuw functioneren.
Gebruik na stroomuitval
Bij een stroomuitval blijven de geprogrammeerde krachtwaarden
opgeslagen. De eerste beweging van de aandrijving na een stroomuitval
is altijd poort OPEN.
Radio-ontvanger
COMPATIBEL MET HOMELINK!
Is uw voertuig met een homelinksysteem (versie 7) uitgerust,
dan is onze aandrijving/radio-ontvanger met 868,6 MHz
hiermee compatibel. Bij oudere homelinksystemen moet een
andere radiofrequentie (40,685 of 434,42 MHz) gebruikt worden.
Informatie vindt u op: http://www.eurohomelink.com.
Veiligheidsvoorschriften
Voor het veilige gebruik moeten de plaatselijk voor deze installatie
geldende veiligheidsbepalingen in acht genomen worden! Informatie
krijgt u bij elektriciteitscentrales, VDE en ongevallenverzekeringen.
De exploitant geniet geen enkele bescherming tegen storingen door
andere radiozendinstallaties of toestellen (bijv. draadloze installaties
die reglementair in hetzelfde frequentiebereik gebruikt worden).
Bij ontvangstproblemen eventueel de batterij van de handzender
vervangen.
Indicatie- en toetsenverklaring
5
2
6
3.1
3.2
1
7
7
8
4
5
6
5
2
6
4
3.1
3.2
1
1
Programmeertoets – brengt de radio-ontvanger in verschillende
modi:
• Programmeermodus
• Wismodus
• Normaal bedrijf
2
Interne antenne
3
LED's – geven aan welk kanaal gekozen is.
3.1 LED kanaal 1
3,2 LED kanaal 2
4
Aansluiting voor externe antenne
Als de reikwijdte met de interne antenne niet voldoende is, kan een
externe antenne (6) ingezet worden.
5
Handzendertoets
6
Externe antenne
7
Geheugenmodule voor radiocodes (448), insteekbaar.