Operation Manual
16
Veiligheidsvoorschriften
Kinderen, gehandicapte personen of dieren uit de buurt van de poort
houden.
Nooit in een lopende poort of bewegende delen grijpen.
Pas door de poort rijden als deze volledig geopend is.
Aan de mechaniek of de sluitkanten van de poort kan er gevaar
bestaand gekneld te raken of te blijven haperen.
Poort openen
1
1. Drukknop (1) of handzenderknop 1 x indrukken om de poort te openen.
2. Bij poortbeweging „OPEN” nogmaals op de drukknop (1) drukken.
De poort blijft staan (afhankelijk van de DIP-schakelaar 7).
3. Bij een gestopte poort nogmaals op de drukknop (1) drukken.
De poort sluit (afhankelijk van de DIP-schakelaar 7).
Poort sluiten
1. Drukknop (1) of handzenderknop 1 x indrukken om de poort te sluiten.
2. Bij poortbeweging „DICHT” nogmaals op de drukknop (1) drukken.
De poort blijft staan (afhankelijk van de DIP-schakelaar 7).
3. Bij een gestopte poort nogmaals op de drukknop (1) drukken.
De poort opent (afhankelijk van de DIP-schakelaar 7).
Impulsvolgorde van de
poortbeweging
Impulsvolgorde met DIP-schakelaar 7 instellen.
1x
1x
1x
1x
STOP STOP
2
1
O
N
D
IP
3
4
5
6
8
7
T
1
DIP 7 OFF, standaardinstelling bij alle aandrijvingen
(zie afbeelding):
• open - stop - dicht - stop - open - ...
DIP 7 ON:
• Drukknop 1: open - stop - open - stop - …
• Drukknop 2: dicht - stop - dicht - stop - …
Noodontgrendeling
ATTENTIE!
De noodontgrendeling is uitsluitend geschikt om bij een
noodgeval de poort te openen of te sluiten, bijv.: stroomuitval
of defect van de aandrijving. Ze is niet geschikt om de poort
vaker te openen of te sluiten. Dit kan de aandrijving of de
poort beschadigen.
VALGEVAAR!
Bij het noodontgrendelen kan de poort door een veerbreuk
of een verkeerde instelling van de gewichtscompensatie
vanzelf openen of sluiten. De aandrijving kan beschadigd
of vernietigd worden.
AANWIJZING
Ver- en ontgrendelen kan in elke stand van de poort gebeuren.
FR
O
N
T
V
O
R
N
E
N
1. Een keer aan noodontgrendelingskabel (N) trekken.
De aandrijving loopt vrij, de poort kan met de hand bewogen
worden.
2. Nog eens aan noodontgrendelingskabel (N) trekken.
De aandrijving klikt vast, de poort kan alleen motorisch bewogen
worden.
AANWIJZING!
Is er in de poort een klinketdeur, maar geen klinketdeur-
beveiliging voorhanden, dan dient een klinketdeurbeveiliging
ingebouwd te worden (zie toebehorenhandleiding).
Is er in de poort geen klinketdeur en in de garage geen
tweede ingang voorhanden, dan dient een ontgrendelingsslot
of bowdenkabel voor de ontgrendeling van buiten ingebouwd
te worden (zie toebehorenhandleiding).
Besturingsreset
T1
24V/1.0A
supply
safety
+
2
1
7
89
10
1. Knop (1) indrukken tot de gloeilamp (2) uitgaat.
Gloeilamp (2) uit – krachtwaarden gewist
2. Knop (1) loslaten.
Gloeilamp (2) knippert en de besturingsreset werd met succes
uitgevoerd.
Gebruik/bediening










