Operation Manual

Ingebruikneming
14
Eindstanden poort OPEN + DICHT
instellen
AANWIJZING!
De poort met de hand openen of sluiten tijdens de instellings-
werkzaamheden, niet met de vergrendelde aandrijving.
De loopweg van de aandrijving kan met behulp van de schakelschuif (V + H)
verlengd of verkort worden.
Controleer of de poort volledig opent en sluit. Is dit niet het geval, dan moet
de loopweg of moeten de eindstanden ingesteld worden.
BA
CK
HI
NTE
N
FR
O
N
T
V
O
RNE
H
N
1
1
N
V
Eindstand poort DICHT
1. Loopwagen ontgrendelen. Een keer aan noodontgrendelingskabel (N)
trekken. De loopwagen moet zich met de hand heen en weer laten
schuiven.
2. Poort met de hand sluiten.
3. Schakelschuif (V) lossen en zover tegen de loopwagen schuiven
tot het klikt.
Eindschakelaar schakelt
4. Schakelschuif (V) vastschroeven.
Eindstand poort OPEN
1. Poort met de hand openen.
2. Schakelschuif (H) lossen en zover tegen de loopwagen schuiven
tot het klikt.
Eindschakelaar schakelt
3. Schakelschuif (H) vastschroeven.
4. Poort met de hand sluiten.
Loopwagen (1) vergrendelen:
1. Een keer aan noodontgrendelingskabel (N) trekken.
2. Loopwagen met de hand een stukje verschuiven tot het kettingwiel
hoorbaar vastklikt.
Kettingwiel klikt luid bij het vastklikken.
Aandrijving programmeren
De besturing heeft een automatische krachtinstelling. Bij de
poortbewegingen „OPEN” en „DICHT” leest de besturing de nodige kracht
automatisch in en slaat deze bij het bereiken van de eindstanden op.
ATTENTIE!
Voor het insteken van de netstekker controleren of de
spanning van de stroombron met de op het typeplaatje
opgegeven spanning van de aandrijving overeenkomt.
1. Netstekker insteken.
Lamp (2) knippert
1
2
AANWIJZING!
De eerste beweging van de aandrijving na het tot stand
brengen van de netspanning moet altijd poort OPEN zijn.
Is dat niet het geval, dan moeten de kabels aan
de klemmen 3 + 4 verwisseld worden.
2. Drukknop (1) indrukken.
Poort opent tot eindstand poort OPEN of poort is geopend.
3. Drukknop (1) indrukken.
Poort sluit tot eindstand poort DICHT.
4. Besturingsreset uitvoeren. Besturingsreset afhankelijk van het type
aandrijving: zie hoofdstuk „Gebruik/bediening – besturingsreset”
De volgende procedure 2 x uitvoeren:
1. Drukknop (1) 1 x indrukken.
Poort opent tot schakelschuif (H, poort OPEN)
Lamp (2) knippert
2. Drukknop (1) 1 x indrukken.
Poort sluit tot schakelschuif (V, poort DICHT)
Lamp (2) knippert
3. Indien lamp (2) knippert, zijn de krachtwaarden ingelezen en
opgeslagen.
Aandrijving met succes geprogrammeerd!
Eindstanden poort OPEN + DICHT controleren
De loopweg van de aandrijving kan met behulp van de schakelschuif
verlengd of verkort worden.
Controleer of de poort volledig opent en sluit. Is dat niet het geval, dan
moet de loopweg ingesteld worden.
1
2
1. Bevelgever (bijv.: drukknop, handzender, enz.) 1 x indrukken.
Poort opent tot eindstand poort OPEN of poort is geopend.
2. Controleer of de poort de gewenste eindstanden bereikt.
Eventueel de eindstanden bijstellen. Zie hoofdstuk
„Ingebruikneming – eindstanden poort dicht + open instellen”.