Operation Manual
Instructies voor de gebruiker
83
4 GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT
4.1 Kookzones
Het apparaat heeft 4 kookzones met verschillende diameters
en vermogens. Hun positie wordt duidelijk door cirkels
aangegeven terwijl het vrijgegeven warmtevermogen op het
glaskeramische oppervlak staat aangegeven. De 4 kookzones
zijn van het INDUCTIEVE type en gaan een paar seconden
nadat ze zijn geactiveerd branden. De verwarmingsintensiteit
van iedere kookzone kan met de knoppen op het
bedieningspaneel aan de voorkant geregeld worden vanaf het
minimum tot aan het maximum.
Onder iedere kookzone bevindt zich een spoel, inducto
r
genoemd, gevoed door een elektronisch systeem dat een
variabel magnetisch veld opwekt. Wanneer een pan binnen
zo'n magnetisch veld wordt geplaatst zullen de
hoogfrequentiestromen zich rechtstreeks op de bodem van de
pan concentreren en wordt de voor het koken van het voedsel
noodzakelijke warmte opgewekt.
De 4 controlelampjes tussen de kookzones gaan branden wanneer één of meer
kookzones warmer worden dan 60°C. De controlelampjes gaan uit wanneer de
temperatuur is gedaald tot onder de 60°C circa.
4.1.1 Werkingsvermogens
Onderstaand volgt een tabel met het verbruik van de gebruikte kookzones.
Zone
nummer:
Diameter zone Opgenomen vermogen
Normale werking: 1400 W
1 145 mm
Met Power functie op zone 2: 900 W
Normale werking: 1800 W
2 180 mm
Met Power functie 2300 W
Normale werking: 2200 W
3 210 mm
Met Power functie 3000 W
Normale werking: 1400 W
4 145 mm
Met Power functie op zone 3: 600 W
Totaal opgenomen vermogen 6800 W
Bij de eerste ingebruikneming van de kookplaat verdient het aanbeveling om hem net zolan
g
op de maximumtemperatuur te verhitten tot de eventuele olieachtige resten van he
t
fabricageproces, die kwalijke luchten op het voedsel zouden kunnen overbrengen, zullen zij
n
verbrand.
4.1.2 Soorten pannen
Apparaten van dit type hebben speciale pannen nodig om te kunnen functioneren.
De bodem van de pan moet namelijk van ijzer of staal/ijzer zijn om het voor de verwarming
noodzakelijke magnetische veld te kunnen opwekken.
Niet geschikt zijn recipiënten van:
1. glas;
2. keramiek;
3. terracotta;
4. staal, aluminium of koper zonder magnetische bodem.
Om er zeker van te zijn dat de pan geschikt is, volstaat het om een magneet bij de bodem te
houden: wanneer die door de pan wordt aangetrokken, is de pan geschikt voor het inductiekoken.
Indien u geen magneet heeft kunt u het recipiënt met een kleine hoeveelheid water vullen, op een
kookzone zetten en die activeren. Wanneer op de display, in plaats van het vermogen, het symbool
verschijnt, betekent dit dat de pan niet geschikt is.
De voor het koken gebruikte pannen moeten minimale diameters hebben om een correcte werking
te kunnen garanderen.
Onderstaand vindt u een tabel met de minimumdiameters van de pannen afhankelijk van de
kookzone.










