Operation Manual

Instructies voor de gebruiker
82
Power functie
Met de power functie kunt u het vermogen van de zone 2 en/of 3 voor een
periode van 10 minuten verhogen. Met deze functie kunt u bijvoorbeeld snel
een grote hoeveelheid water aan de kook brengen of vlees dichtroosteren.
Draai de knop rechtsom en stel de intensiteit van de verwarming in op de stand 9,
selecteer met de knop de stand “P” en laat hem vervolgens weer los. Op de
display van de plaat van de bijbehorende zone verschijnt “P”.
Na verloop van 10 minuten zal het vermogen automatisch afnemen, weer terugkeren naar de stand
9 en zal de “P” verdwijnen.
U kunt de power functie onderbreken door op ieder gewenst moment de intensiteit van de
verwarming te verminderen.
De werking op het maximumvermogen van de kookzones achter kan plaatsvinden dankzij het
verminderen van het vermogen naar de kookzones vóór. Wanneer de "power" functie namelijk actief
is zullen de vermogensstanden van de kookzones maximaal 8 kunnen zijn voor de kookzone
linksvoor en 7 voor de zone rechtsvoor, ook al zijn hogere vermogens ingesteld.
Deze configuratie is herkenbaar aan de gelijktijdig knipperende "9" en "8" (voor de kookzone
linksvoor) of de "7" (voor de kookzone rechtsvoor) zolang de power functie actief blijft.
Om dezelfde reden geniet de power functie prioriteit ten opzichte van de versneller van de
verwarming.
Indien tijdens de ontsteking van de power functie een recipiënt van de kookzone wordt verwijderd, zal
de functie stoppen.
THERMOSTAATKNOP ELEKTRISCHE OVEN
U kunt de kooktemperatuur instellen door de knop rechtsom te draaien op de
gewenste stand, tussen de 50° en 260°C.
Indien het apparaat is uitgerust met een elektrische oven zal tijdens het
opwarmen ervan een controlelampje gaan branden. Het controlelampje gaat uit
zodra de ingestelde temperatuur bereikt is. Het regelmatig knipperen wijst erop
dat de temperatuur in de oven continu op het ingestelde niveau wordt
gehouden.
BEDIENINGSKNOP ELEKTRISCHE OVEN
Alle onderstaand genoemde functies (uitgezonderd die van de ovenlamp en de
kleine grill) kunnen alleen worden gebruikt door op de thermostaat de juiste
temperatuur in te stellen, zoals bovenstaand beschreven.
OVENVERLICHTING
GRILL-ELEMENT + VENTILATIE
BOVENSTE EN ONDERSTE
VERWARMINGSELEMENT
ONDERSTE VERWARMINGSELEMENT
+ VENTILATIE
GRILL-ELEMENT
GEVENTILEERD
VERWARMINGSELEMENT +
VENTILATIE
CONTROLELAMPJE THERMOSTAAT
Het branden van het controlelampje wijst erop dat de oven wordt opgewarmd.
Wanneer het lampje uitgaat is de vooraf ingestelde temperatuur bereikt.
Het knipperen van het lampje wijst erop dat de temperatuur in de oven continu
op het ingestelde niveau wordt gehouden.
L