Operation Manual
Instructies voor de installateur
79
2.1 Elektrische aansluiting
Controleer of de spanning van de stroomvoorziening overeenstemt met de karakteristieken
vermeld op het typeplaatje in het opbergvak.
Dit plaatje mag nooit worden verwijderd.
Bij gebruik van een permanente aansluiting op het elektriciteitsnet moet u op een gemakkelijk
bereikbare plaats in de nabijheid van het apparaat op de voedingslijn ervan een meerpolige
scheidingsinrichting aanbrengen met een minimale contactopening van 3 mm.
Werking op 380-415V3N~: gebruik een vijfpolige kabel
van het type H05RR-F / H05RN-F / H05V2V2-F (kabel
van 5 x 2,5 mm
2
).
Werking op 380-415V2N~: gebruik een vierpolige kabel
van het type H05RR-F / H05RN-F / H05V2V2-F (kabel
van 4 x 2,5 mm
2
).
Werking op 220-240V~: gebruik een driepolige kabel van
het type H05RR-F / H05RN-F / H05V2V2-F (kabel van 3 x
4 mm
2
).
De aardleiding (geel-groen) aan het uiteinde dat op het
apparaat moet worden aangesloten moet tenminste 20
mm langer zijn dan de andere leidingen.
Let op: de kabel voor de aansluiting op de stroomvoorziening mag niet langer zijn dan 120 cm.
De voedingskabel moet op het eind een geschikte vijfpolige stekker hebben (zie typeplaatje) of, bij
gebruik met een spanning 220-240V∼, een driepolige stekker. Verzeker u ervan dat de stekker en
het stopcontact in de wand van hetzelfde type zijn in overeenstemming met de geldende normen.
Verzeker u ervan dat het apparaat naar behoren is geaard. Vóór de aansluiting moet u controleren of
de stroomvoorziening goed is geaard. Vermijd het gebruik van adapters of afleidingen.
De fabrikant onthoudt zich van iedere aansprakelijkheid voor schade aan personen of zaken als
gevolg van het niet inachtnemen van de bovenstaande voorschriften of als gevolg van wijzigingen
aangebracht aan ook slechts één enkel onderdeel van het apparaat.










