Operation Manual
Instructies voor de gebruiker
85
4.1.6 Thermische beveiliging van de elektronische kaart
Het apparaat heeft een inrichting die constant de temperatuur van de elektronische kaart meet.
Wanneer de temperatuur bepaalde waarden overschrijdt, zal de inrichting bepaalde functies
activeren om de temperatuur te verlagen en de glaskeramische plaat in staat te stellen op correcte
wijze te blijven werken.
Onderstaand vindt u een tabel met de functies die automatisch geactiveerd worden en de
bijbehorende starttemperatuur:
Beschrijving Interventie-
temperatuur
Inschakeling ventilator met lage snelheid 50° C
Inschakeling ventilator met hoge snelheid 60° C
Retour van de ventilator met lage snelheid 55° C
Uitschakeling van de ventilator 45° C
Vermindering werkingsvermogen van Power naar 9 76° C
Vermindering van het vermogen met één punt voor iedere
kookzone
85° C
Uitschakeling van alle kookzones 90° C
Herontsteking van de kookzones op verminderd vermogen 85° C
Herstel van de normale werking van alle kookzones 80° C
Iedere interventie van dit type zal op de kookplaat worden aangegeven door een knippering van de
vermogensdisplays.
4.1.7 Thermische beveiliging van de glaskeramische plaat
Iedere kookzone is uitgerust met een inrichting die er constant de temperatuur van meet.
Wanneer de temperatuur bepaalde waarden overschrijdt, zal de inrichting bepaalde functies
activeren om de temperatuur te verlagen en de glaskeramische plaat in staat te stellen op correcte
wijze te blijven werken.
Onderstaand vindt u een tabel met de functies die automatisch geactiveerd worden en de
bijbehorende starttemperatuur:
Beschrijving Interventietemp
eratuur
Vermindering werkingsvermogen van Power naar 9 250° C
Vermindering van het vermogen met één punt 280° C
Uitschakeling van de kookzone 300° C
Terugkeer van het vermogen naar de ingestelde waarde 250° C
Iedere interventie van dit type zal op de kookplaat worden aangegeven door een knippering van de
vermogensdisplays.
Let ervoor op dat u geen suiker of suikerhoudende substanties op de
warme kookplaat morst. Leg geen materialen of substanties die zouden
kunnen smelten op de kookplaat (plastic of aluminiumfolie). Mocht dit
toch gebeuren, dan moet u de kookplaat onmiddellijk uitschakelen en
zolang hij nog lauwwarm is, het gesmolten materiaal met de bijgevoegde
schraper verwijderen om beschadigingen van het oppervlak ervan te
voorkomen. Indien de glaskeramische plaat niet onmiddellijk wordt
schoongemaakt bestaat het risico van aankoekingen die na het
afkoelen van de plaat onmogelijk zullen kunnen worden verwijderd.
Belangrijk.
Let op met kinderen omdat de controlelampjes voor de restwarmte door hen niet gezien kunnen
worden. Na het gebruik blijft de kookplaat nog een tijdlang bijzonder warm, ook al zijn de kookzones
uitgeschakeld.
Verzeker u ervan dat de kinderen de kookplaat nooit aanraken.










