Inhoudsopgave 1. WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK .................................................................................. 108 2. AANWIJZINGEN VOOR DE RECYCLING - ONS MILIEUBELEID ................................................... 109 3. WAARSCHUWING VOOR DE VEILIGHEID ..................................................................................... 110 4. VOORDAT U HET TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT ........................................................................ 113 5.
Waarschuwingen voor het gebruik 1. WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK ELEKTRISCHE AANSLUITING: RAADPLEEG DE AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE VOOR DE VEILIGHEIDSNORMEN VOOR ELEKTRISCHE TOESTELLEN EN VOOR DE VENTILATIEVOORZIENINGEN. IN HET BELANG VAN UW VEILIGHEID WERD BIJ WET BEPAALD DAT DE INSTALLATIE EN DE ASSISTENTIE VAN ALLE ELEKTRISCHE TOESTELLEN MOET UITGEVOERD WORDEN DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL, EN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN TE RESPECTEREN.
Het milieu - Waarschuwingen voor de afvalverwerking 2. AANWIJZINGEN VOOR DE RECYCLING - ONS MILIEUBELEID Voor de verpakking van onze huishoudelijke toestellen gebruiken we niet-vervuilende, en dus milieuvriendelijke en recycleerbare materialen. We verzoeken om hieraan mee te werken, en om te zorgen voor een correcte verwerking van de verpakking. Vraag bij uw verkoper of bij de bevoegde diensten naar de adressen van inzamel-, afvalverwerkings- en recyclagecentra.
Waarschuwingen voor de veiligheid 3. WAARSCHUWING VOOR DE VEILIGHEID RAADPLEEG DE AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE VOOR DE VEILIGHEIDSNORMEN VOOR ELEKTRISCHE TOESTELLEN EN VOOR DE VENTILATIEFUNCTIES. IN UW BELANG EN VOOR UW VEILIGHEID IS WETTELIJK BEPAALD DAT DE INSTALLATIE EN DE ASSISTENTIE VAN ALLE ELEKTRISCHE TOESTELLEN MOET WORDEN UITGEVOERD DOOR BEVOEGD PERSONEEL, IN OVEREENSTEMMING MET DE VAN KRACHT ZIJNDE NORMEN. ONZE ERKENDE INSTALLATEURS GARANDEREN HET BESTE RESULTAAT.
Waarschuwingen voor de veiligheid Belangrijk! Let goed voor kinderen, omdat ze moeilijk het brandende controlelampje voor de restwarmte kunnen zien. De kookzones blijven na gebruik zeer warm voor een bepaalde periode, ookal zijn ze uitgeschakeld. Hou kinderen dus uit de buurt, zodat ze hun handen niet verbranden.
Waarschuwingen voor de veiligheid CONTROLEER OF DE TOETSEN MET SENSOR STEEDS REIN ZIJN, OMDAT HET TOESTEL DE VUILE VLEKKEN ALS EEN CONTACT VAN UW VINGERS ZOU KUNNEN BESCHOUWEN. PLAATS GEEN ENKEL TYPE VAN VOORWERPEN (PANNEN, HANDDOEKEN, ENZ.) OP DE SENSOREN! ALS OVERGEKOOKT VOEDSEL DE TOETSEN MET SENSOR ZOU BEREIKEN, WORDT AANGERADEN HET TOESTEL UIT TE SCHAKELEN. DE PANNEN EN DE POTTEN MOGEN DE TOETSEN MET SENSOREN NIET BEDEKKEN OMDAT HET TOESTEL AUTOMATISCH GEDESACTIVEERD ZOU WORDEN.
Aanwijzingen voor de gebruiker 4. VOORDAT U HET TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT Laat de resten van het verpakkingsmateriaal niet onbeheerd achter in de huishoudelijke omgeving. Scheidt de verschillende afvalmaterialen van de verpakking, en breng ze naar het dichtstbijzijnde centrum voor afvalinzameling. Verwijder alle VERWIJDERBARE etiketten of alle beschermende folie van het toestel. Voor de inschakeling van de kookplaat moet u de aanwijzingen van paragraaf "Gebruik van de kookplaat" volgen.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6. BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL EN DE BEDIENINGEN VAN HET FRONTPANEEL 6.1 De kookplaat De kookplaat heef een inductieveld. Een inductiespoel, die zich onder het kookvlak in glaskeramiek bevindt, produceert een alternatief elektromagnetisch veld dat het glaskeramiek doordringt en een warmtestroom veroorzaakt op de basis van de pan.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.3 Beperking van de werkingsduur De kookplaat is voorzien van een automatisch mechanisme dat de werkingsduur beperkt. De werkingsduur van elke kookzone hangt af van het geselecteerd niveau van het vermogen (raadpleeg de tabel). Er wordt verondersteld dat de instellingen van de kookzone tijdens de werking niet gewijzigd wordt.
Aanwijzingen voor de gebruiker Hoe kan u weten of u een juiste pan gebruikt Voer de test van de magneet uit die vervolgens wordt beschreven, of controleer of het recipiënt de merking heeft die certificeert dat ze geschikt is voor bereidingen met inductiestroom. Test van de magneet: Plaats de magneet tegen de bodem van uw recipiënt. Als de magneet wordt aangetrokken, kan u het recipiënt gebruiken op de inductiekookplaat.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.9 Indicator van de restwarmte De kookplaat heeft een indicator voor de restwarmte, met het symbool . De weergave van na de uitschakeling betekent dat de restwarmte kan benut worden om voedsel warm te houden of te smelten. Ook na de uitschakeling van de weergave van kan de kookzone nog warm zijn. Aandacht, gevaar op verbranding! De vlakken in glaskeramiek wordt niet rechtstreeks verhit, maar worden onrechtstreeks verwarmd langs de basis van de pannen. 6.
Aanwijzingen voor de gebruiker 7. HET GEBRUIK VAN DE SENSOREN Het gebruik van de kookplaat in glaskeramiek gebeurt door middel van sensortoetsen Touch-Control. Werking van de sensortoetsen: raak het symbool op het oppervlak van het glaskeramiek lichtjes aan. Elke aanraking wordt bevestigd door een geluidssignaal. Verder in deze handleiding noemen we de sensortoetsen Touch-Control enkel «toets». Toets inschakeling / uitschakeling Gebruik deze om de kookplaat in en uit te schakelen.
Aanwijzingen voor de gebruiker 8. HET GEBRUIK VAN DE PLAAT 8.1 Waarschuwingen en algemeen advies Bij kookplaten die gebruik maken van dit type van technologie worden de functies ingeschakeld door zachtjes te drukken op de symbolen op het oppervlak van de kookplaat. Het indrukken van ieder symbool wordt elke keer bevestigd met een controle-biep.
Aanwijzingen voor de gebruiker 8.3 Inschakeling van de plaat en de kookzone Om de bediening in te schakelen die hier wordt beschreven, moet nadat op een keuzetoets werd gedrukt daarna op een andere gedrukt worden. De tweede toets moet binnen 10 seconden ingedrukt worden, omdat anders de gewenste selectie gedesactiveerd wordt. 1 Druk op de toets voor de inschakeling/uitschakeling tot de indicatoren van het vermogensniveau «0» weergeven. De controlelampen van de werking knipperen.
Aanwijzingen voor de gebruiker 8.7 De kinderbeveiliging Dit beveiligingsmechanisme dient om te vermijden dat kinderen een onbedoelde of ongepaste inschakeling van de inductiekookplaat uitvoeren. Het mechanisme blokkeert de bedieningen. Activering van de kinderbeveiliging 1. Duk op de toets voor de inschakeling/uitschakeling om de kookplaat in te schakelen. 2. Druk daarna gelijktijdig op de toets en de toets . 3. Druk daarna enkel op de toets om de kinderbeveiliging te activeren.
Aanwijzingen voor de gebruiker Aanduidingen • Om de afgelopen tijdsduur te controleren (automatische uitschakeling), moet meerdere keren op de keuzetoets van de timer gedrukt worden tot de controlelamp van de timer voor de gewenste kookzone begint te knipperen. De aangeduide waarde kan gewijzigd worden. • Vervroegde onderbreking van de automatische uitschakeling. Selecteer de relatieve kookzone (de controlelamp van de timer knippert) en druk tegelijkertijd op de toetsen en . 8.
Aanwijzingen voor de gebruiker Aanduidingen • Tijdens de snelle start kan het vermogen voor de voortzetting van de bereiding verhoogd worden door op de toets te drukken. Wanneer op de toets wordt gedrukt, wordt de functie van de bereiding met snelle start gedesactiveerd.
Aanwijzingen voor de gebruiker INGESTELD NIVEAU 1 2-3 4-5 6 TYPE VAN VOEDSEL Om boter, chocolade en dergelijke te smelten. Om voedsel te verwarmen, kleine hoeveelheden water aan de kook te houden, om sauzen met eidooiers of boter te kloppen. Om vaste en vloeibare voedingsmiddelen te verwarmen, water aan de kook te houden, diepvriesproducten te ontdooien, voor omeletten van 2-3 eieren, om fruiten groentegerechten te bereiden, verschillende bereidingen.
Aanwijzingen voor de gebruiker 9. REINIGING EN ONDERHOUD Vóór elke handeling moet de stroomtoevoer van het toestel uitgeschakeld worden. 9.1 Reiniging van de glaskeramische plaat De glaskeramische plaat moet regelmatig gereinigd worden, het liefst na elk gebruik, nadat de controlelampen van de restwarmte uit zijn. Eventuele lichtgekleurde strepen, veroorzaakt door pannen met een aluminium bodem, kunnen verwijderd worden met een in azijn vochtig gemaakte doek.
Aanwijzingen voor de gebruiker 10.WAT ALS IETS NIET WERKT? PROBLEEM - - De kookplaat werkt niet. - - - De resultaten van de bereiding zijn niet bevredigend. - MOGELIJKE OORZAKEN De kookplaat is niet aangesloten of de hoofdschakelaar is uitgeschakeld. Er is een onderbreking van de stroomtoevoer. Ingreep van de zekering of de magnetothermische schakelaar van de huiselijke installatie. De sensortoetsen zijn geblokkeerd (kinderbeveiliging), en er wordt een weergegeven.
Aanwijzingen voor de gebruiker Het symbool blijft weergegeven ondanks een pan op de kookzone werd geplaatst. De gebruikte pannen maken veel lawaai. - De koelventilator blijft ook na de uitschakeling van de kookplaat in werking. U hoort geknars of geklik. De pan is niet geschikt voor bereidingen met de inductieplaat, of heeft een te kleine bodem. Lawaai als gevolg van technische redenen. Er bestaat geen gevaar voor de kookplaat of de pan. Dit is normaal, want de elektronica moet afkoelen.
Aanwijzingen voor de installateur 11. INSTALLATIE 11.1 Aanwijzingen keukenmeubels • • • • • • • betreffende de veiligheid voor de montage van Fineerbewerkingen, kleefstoffen of plastic bekledingen van nabije meubels moeten warmtebestendig zijn (>75°C). In het omgekeerde geval zouden ze mettertijd kunnen vervormen. Als het toestel gemonteerd is, moet een bescherming aanwezig zijn tegen toevallig contact met de stroomkabels.
Aanwijzingen voor de installateur 11.4 Pakking van de kookplaat • • • • Controleer voordat de montage wordt uitgevoerd of de pakking van de kookplaat correct geplaatst is. Er moeten infiltraties van vloeistoffen vermeden worden tussen de omlijsting van de kookplaat en het werkblad, of tussen de kookplaat en de wand, omdat deze vloeistoffen op de onderstaande huishoudtoestellen zouden kunnen druppelen.
Aanwijzingen voor de installateur 11.6 Plaatsing van de bevestigingsklemmen • Plaats de bevestigingsklemmen in elke plek die aangeduid wordt door de pijlen. De klemmen garanderen een optimale bevestiging en centrering. • Om de klemmen op de plaat te bevestigen, moeten ze horizontaal geplaatst worden en moet lichtjes op de daarvoor bestemde insnijding gedrukt worden. • Draai ze vervolgens naar boven zodat ze definitief geklemd worden. 11.
Aanwijzingen voor de installateur 11.8 Technische informatie • • • • Model van de plaat Elektrische aansluitingen KLASSE VAN DE PLAAT Maximum vermogen Raadpleeg de plaat met technische gegevens 220-240V~ 50/60Hz / 380-415V 2N~ 50/60Hz I Raadpleeg de plaat met technische gegevens 11.9 Plaat met technische gegevens Controleer of het voltage en de afmetingen van de stroomtoevoerlijn overeenstemmen met de kenmerken die aangeduid worden op de plaat die zich onder de bescherming van het toestel bevindt.
Aanwijzingen voor de installateur WANNEER EEN VASTE AANSLUITING WORDT GEBRUIKT, MOET OP DE STROOMTOEVOERLIJN VAN HET TOESTEL EEN OMNIPOLAIR ONDERBREKINGSMECHANISME VOORZIEN WORDEN WAARVAN DE OPENINGSAFSTAND VAN DE CONTACTEN MINSTENS 3 MM BEDRAAGT, EN DAT ZICH OP EEN MAKKELIJK BEREIKBARE PLAATS NABIJ HET TOESTEL BEVINDT.