GEBRUIKSAANWIJZING VAATWASSER
Inhoudsopgave 1. Aanwijzingen voor veiligheid en gebruik _____________________ 92 2. Installatie en inbedrijfstelling ______________________________ 94 2.1 Aansluiting op de waterleiding_________________________________________________ 94 2.2 Elektrische aansluiting_______________________________________________________ 95 3. Beschrijving van het bedieningspaneel______________________ 96 3.1 Het bedieningspaneel _______________________________________________________ 96 3.
Aanwijzingen 1. Aanwijzingen voor veiligheid en gebruik DEZE HANDLEIDING IS EEN WEZENLIJK ONDERDEEL VAN HET APPARAAT: HIJ DIENT ALTIJD IN ZIJN GEHEEL SAMEN BIJ HET APPARAAT TE WORDEN BEWAARD. VÓÓR DE INGEBRUIKNEMING BEVELEN WIJ AAN OM DE IN DEZE HANDLEIDING OPGENOMEN AANWIJZINGEN AANDACHTIG DOOR TE LEZEN. DE INSTALLATIE MOET DOOR BEVOEGD PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD MET INACHTNEMING VAN DE GELDENDE NORMEN.
Aanwijzingen GEBRUIK GEEN TIJDENS HET TRANSPORT BESCHADIGDE APPARATEN! RAADPLEEG, BIJ TWIJFEL, UW WEDERVERKOPER. HET APPARAAT MOET WORDEN GEÏNSTALLEERD EN AANGESLOTEN OVEREENKOMSTIG DE DOOR DE FABRIKANT VERSTREKTE INSTRUCTIES OF DOOR BEVOEGD PERSONEEL.. HET APPARAAT MOET DOOR VOLWASSENEN WORDEN GEBRUIKT. ZORG ERVOOR DAT KINDEREN UIT DE BUURT BLIJVEN EN ER NIET MEE SPELEN. HOUD KINDEREN UIT DE BUURT VAN AFWASMIDDELEN EN DE GEOPENDE VAATWASSERDEUR.
Instructies Voor de Installateur 2. Installatie en inbedrijfstelling Verwijder de polystyrol korfblokkeringen. Plaats het apparaat op de daarvoor bestemde. De vaatwasser kan met de zijkanten of de achterkant tegen meubels of wanden worden geplaatst. Als de vaatwasser naast een warmtebron wordt geplaatst moet een warmteïsolerende wand worden geplaatst om oververhitting en een slechte werking te voorkomen.
Instructies Voor de Installateur AANSLUITING OP DE AFVOER Plaats de afvoerslang in een afvoerpijp met een minimumdiameter van 4 cm; de slang kan ook in de gootsteen worden gehangen met behulp van de bijgesloten slanghouder, waarbij er echter voor moet worden opgelet dat hij niet wordt geknikt of afgeklemd. Het is belangrijk dat de slang niet kan losraken en vallen. Om deze reden heeft de slanghouder een gat waarmee hij met behulp van een touwtje aan de pijp of kraan kan worden bevestigd.
Instructies Voor de Gebruiker 3. Beschrijving van het bedieningspaneel 3.1 Het bedieningspaneel Alle bedieningsorganen en controle-instrumenten van de vaatwasser zijn samengebracht op het bedieningspaneel aan de voorzijde. 1 DRUKKNOP ON/OFF 2 DRUKKNOP PROGRAMMAKEUZE (P1...
30 BIJZONDER VUILE PANNEN EN COUVERTS WEINIG VUILE COU VERTS ZWAAR DELICAAT + + + 30 30 VUILE PANNEN EN COUVERTS MET OPGEDROOGDE RESTEN BIJZONDER VUILE PANNEN EN COUVERTS MET OPGEDROOGDE RESTEN 30 VUILE PANNEN EN COUVERTS MET OPGEDROOGDE RESTEN 45°C KOUD KOUD KOUD _ _ _ _ KOUD VOORWASSEN 70°C 65°C 55°C 45°C 70°C 65°C 55°C 38°C _ WASSEN 2 1 68°C 68°C 68°C 68°C 1 1 68°C 68°C 68°C 58°C _ WARM SPOELEN 2 1 1 1 _ KOUD SPOELEN AFWIKKELING PROGRAMMA JA JA JA
Instructies Voor de Gebruiker STARTEN VAN HET PROGRAMMA Op dit punt kunt u de machine starten met de START/PAUZE (6) druktoets. Gedurende enkele seconden, tot de tekst “Time to end“ begint te knipperen en u een biep ter bevestiging hoort. Vanaf dat moment zal de duur van de cyclus op de DISPLAY (9) afnemen.
Instructies Voor de Gebruiker 3.3 Wasprogramma’s De vaatwasser is uitgerust met een bedieningspaneel en een INFORMATIEDISPLAY (9) waarmee alla handelingen noodzakelijk voor het inschakelen, uitschakelen en de programmering kunnen worden uitgevoerd.
Instructies Voor de Gebruiker Wanneer u eenmaal het uitstel heeft gekozen, gaat u over tot het starten van het programma druk de toets START/PAUZE (6) enkele seconden lang in tot het symbool van de klok begint te knipperen. De machine zal een voorwasprogramma uitvoeren waarna het eerder ingestelde “uitstel van het programma“ wordt ingeschakeld.
Instructies Voor de Gebruiker EXTRA FUNCTIES (Aanpassing van de parameters aan de gebruiker) Het elektronische controlesysteem maakt een aanpassing aan de persoonlijke voorkeur mogelijk dankzij een niet-rechtstreeks toegankelijke programmeringsprocedure die het mogelijk maakt om: Het hardheidsniveau van het water te regelen.
Instructies Voor de Gebruiker 4. Gebruiksinstructies Na de vaatwasser op correcte wijze te hebben geïnstalleerd zijn de volgende handelingen noodzakelijk om hem te kunnen gebruiken: Regeling van de ontharder; • Vullen met het regeneratiezout; • Vullen met glansspoelmiddel en afwasmiddel. • 4.1 Gebruik van de waterontharder De hoeveelheid kalk in het water (hardheidsgraad van het water) is verantwoordelijk voor de witte vlekken op de opgedroogde vaat, die, na verloop van tijd mat zullen worden.
Instructies Voor de Gebruiker 4.2 Gebruik van de doseerbakjes voor het glansspoelmiddel en het afwasmiddel De doseerbakjes voor het afwasmiddel en het glansspoelmiddel bevinden zich aan de binnenkant van de deur: links dat van het afwasmiddel en rechts dat van het glansspoelmiddel. Uitgezonderd het WEEK programma, moet het afwasmiddelbakje vóór iedere wasbeurt met een geschikte dosis afwasmiddel worden gevuld. Het glansspoelmiddel hoeft alleen maar worden bijgevuld indien nodig.
Instructies Voor de Gebruiker VULLEN MET AFWASMIDDEL Om het deksel van het bakje te openen moet u drukknop P een weinig indrukken. Voeg het afwasmiddel toe en sluit het deksel zorgvuldig af. Tijdens het wassen zal het bakje automatisch worden geopend. • • • • • • • • Als het SUPER programma wordt geselecteerd, moet naast de gewone dosis afwasmiddel een extra hoeveelheid in de bakjes G of H worden gedaan. Gebruik uitsluitend specifieke afwasmiddelen voor vaatwassers.
Instructies Voor de Gebruiker 4.3 Waarschuwingen en algemene aanbevelingen Vóór de eerste ingebruikneming van de vaatwasser verdient het aanbeveling om eerst de onderstaande aanbevelingen met betrekking tot de aard van de te wassen vaat en de plaatsing ervan te lezen. Over het algemeen bestaan er geen beperkingen voor het wassen van de huishoudelijke vaat, maar in sommige gevallen moet met hun eigenschappen rekening worden gehouden.
Instructies Voor de Gebruiker 4.4 Gebruik van de korven De vaatwasser heeft een capaciteit van 14 couverts inclusief het opdienservies. DE ONDERSTE KORF De onderste korf ontvangt de maximale intensiteit van de werking van de onderste sproeiarm en is daarom bestemd voor de "moeilijkste" en vuilste vaat.
Instructies Voor de Gebruiker BESTEKCONTAINER Het bestek moet gelijkmatig over de container worden verdeeld, met het handvat naar beneden gericht waarbij u goed moet opletten dat u zich niet bezeert aan de lemmetten van de messen. De container is bestemd voor alle soorten bestek, uitgezonderd bestek waarvan de lengte de bovenste sproeiarm hindert.
Instructies Voor de Gebruiker BELADING VAN DE BOVENSTE KORF Plaats de vaat met de bovenkant naar voren gericht; kopjes en holle recipiënten moeten altijd met de opening naar beneden gericht worden geplaatst. Aan de linkerzijde van de korf kunnen op twee niveaus kopjes en glazen worden geplaatst. In het midden kunnen borden en schoteltjes verticaal in de speciale houders worden gezet.
Instructies Voor de Gebruiker 5. Schoonmak en onderhoud Vóór iedere ingreep moet u de elektrische voeding van het apparaat loskoppelen. 5.1 Waarschuwingen en algemene aanbevelingen Vermijd het gebruik van schurende of bijtende schoonmaakmiddelen. De buitenoppervlakken en de contradeur van de vaatwasser moeten met regelmatige tussenpozen met een zachte met een normaal schoonmaakmiddel voor geverfde oppervlakken bevochtigde doek worden schoongemaakt.
Instructies Voor de Gebruiker SCHOONMAKEN VAN DE FILTERGROEP Het verdient aanbeveling om regelmatig de centrale filter C te controleren en, indien • noodzakelijk schoon te maken.
Instructies Voor de Gebruiker KLEINE STORINGEN OPLOSSEN In sommige gevallen is het mogelijk om zelf eventuele kleine storingen met behulp van de onderstaande instructies te verhelpen.
Instructies Voor de Gebruiker 6. Oplossingen voor storingen in de werking De vaatwasser is uitgerust met een auto-diagnose systeem dat een vooraf geprogrammeerde reeks van mogelijke storingen van de vaatwasser kan opsporen en signaleren. TABEL VAN DOOR HET AUTO DIAGNOSE SYSTEEM GECONSTATEERDE STORINGEN STORING E1 E2 - E9 E3 E4 E5 E6 E7 E8 BESCHRIJVING De overstromingsbeveiliging (indien aanwezig) is in werking getreden. Het systeem dat het waterniveau in de vaatwasser beperkt heeft ingegrepen.
Solosualcunimodelli Certainmodelsonly Seulementsurcertainsmodèles nurbeieinigeModellen Sóloenalgunosmodelos alleenindienvantoepassing
SUPERFICIEINTERNA SURFACEINTERNE INNERSURFACE INNENFLACHE LATOSUPERIORE BORDSUPERIEURE UPPEREDGE OBERKANTE
Solosualcunimodelli-Certainmodelsonly Seulementsurcertainsmodèles-nurbeieinigeModellen Sóloenalgunosmodelos-alleenindienvantoepassing Regolazionevitetensionemolle(12)-Coperturafotocontappoindotazione(13) DoorspringAdjustementdevice(12)-Coveringofholeusingcapprovided(13) Réglagedesressortsdelaporte(12)-Couverturedutrouaveclebouchonfourni(13) VorrichtungfürdieEinstellungderSpannungderTürfedem(12)AbdeckendesLochsmitdemmitgeliefertenStopfen(13) 10 1 8 9 11 13