Operation Manual

Instructies Voor de Installateur
7
2. Installatie en inbedrijfstelling
Verwijder de polystyrol korfblokkeringen.
Plaats het apparaat op de daarvoor bestemde. De vaatwasser kan met
de zijkanten of de achterkant tegen meubels of wanden worden
geplaatst. Als de vaatwasser naast een warmtebron wordt geplaatst
moet een warmteïsolerende wand worden geplaatst om oververhitting
en een slechte werking te voorkomen. Voor de stabilteit moeten de
inbouwapparaten voor onderbouw of integratie uitsluitend onder
ononderbroken werkbladen worden geplaatst en aan de ernaast
geplaatste meubels worden vastgeschroefd. Om de inbouw te
vergemakkelijken kunnen de toevoer- en afvoerslangen in alle richtingen
worden gedraaid; zorg ervoor dat ze niet worden geknikt of afgeklemd
en dat ze niet te strak gespannen komen te staan. Voor de passage van
de buizen en de voedingskabel is een gat nodig van minimaal Ø 8 cm.
Zet het apparaat waterpas op de grond met behulp van de regelbare
voetjes. Dit is vereist voor de correcte werking van de vaatwasser.
Aleen voor de vrijstaande modellen: wanneer het apparaat niet in een
nis is geplaatst en dus vanaf een zijkant toegankelijk is, moet u, om
veiligheidsredenen, de kant van het deurscharnier bekleden (gevaar
voor verwondingen).
De bekledingen zijn beschikbaar als accessoire bij de gespecialiseerde
wederverkopers of de Technische Servicedienst.
Sommige modellen hebben een centrale regelbare voet achter die met
behulp van een schroef onderaan de voorkant van het apparaat kan
worden afgesteld.
2.1 Aansluiting op de waterleiding
Voorkom het risico van verstoppingen of beschadigingen: als de
waterleiding nieuw is of langdurig ongebruikt gebleven, moet u, voordat
u de aansluiting op de waterleiding uitvoert, controleren of het water
helder is en zonder vervuiling om schade aan het apparaat te
voorkomen.
Gebruik voor de aansluiting van de vaatwasser op de waterleiding,
uitsluitend nieuwe slangen; gebruik nooit oude of reeds gebruikte
slangen.