Samenvatting 1. AANWIJZINGEN VOOR DE VEILIGHEID EN HET GEBRUIK______ 38 2. PLAATSING VAN DE BOVENPLAAT ________________________ 40 3. AANPASSING OP VERSCHILLENDE SOORTEN GAS __________ 47 4. LAATSTE HANDELINGEN_________________________________ 49 5. GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT ___________________________ 50 6.
Presentatie 1. AANWIJZINGEN VOOR DE VEILIGHEID EN HET GEBRUIK DEZE HANDLEIDING MAAKT WEZENLIJK DEEL UIT VAN HET APPARAAT. DEZE MOET IN ZIJN GEHEEL EN BINNEN HANDBEREIK BEWAARD WORDEN GEDURENDE DE GEHELE LEVENSDUUR VAN DE KOOKPLAAT. WIJ ADVISEREN U DEZE HANDLEIDING EN ALLE HIERIN GENOEMDE ADVIEZEN AANDACHTIG TE LEZEN, VOORDAT U DE KOOKPLAAT IN GEBRUIK NEEMT. BEWAAR OOK DE SET BIJGELEVERDE SPROEIERS.
Presentatie HET IDENTIFICATIEPLAATJE, MET DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET REGISTRATIENUMMER EN HET MERK BEVINDT ZICH GOED ZICHTBAAR ONDER HET CARTER. HET PLAATJE OP HET CARTER MAG NOOIT VERWIJDERD WORDEN. NOOIT PANNEN MET EEN RUWE EN ONREGELMATIGE BODEM OP DE ROOSTERS VAN DE KOOKPLAAT PLAATSEN. GEEN PANNEN GEBRUIKEN DIE GROTER ZIJN DAN DE BUITENKANTEN VAN DE PLAAT. HET APPARAAT IS BEDOELD VOOR GEBRUIK DOOR VOLWASSENEN. KINDEREN NIET IN DE BUURT VAN HET APPARAAT LATEN KOMEN OF ER SPEELGOED VAN LATEN MAKEN.
Instructies voor de installateur 2. PLAATSING VAN DE BOVENPLAAT De volgende ingreep vereist metsel- en/of timmerwerk en dient derhalve door een deskundige vakman te worden verricht. De installatie kan verricht worden op verschillende soorten materialen, zoals metselwerk, metaal, massief hout en gelamineerd hout, mits dit hittebestendig (T 90°C) is. 2.1 Montage aan de dragende constructie traditioneel inbouw-model (fig.
Instructies voor de installateur 3) 2) 4) 2.2 Bevestiging aan de dragende constructie van een vlak inbouwmodel In de bovenplaat van het meubel een opening maken volgens de in de figuur afgebeelde afmetingen, met behoud van een minimale afstand van 50 mm van de achterste rand. Het onderste deel van het carter moet volledig toegankelijk zijn nadat het apparaat geïnstalleerd is.
Instructies voor de installateur 2) 3) Deze freesdoorsnede wordt aanbevolen voor staalplaatbladen met een dikte van minder dan 3 mm. 4) Over het freeswerk een laagje anti-lekkage “primer” aanbrengen Belangrijk: Andere installatiewijzen zijn mogelijk onder de supervisie van de fabrikant. Buitenafmetingen: positie aansluitingen gas en elektriciteit (afmetingen in mm).
Instructies voor de installateur Waarschuwing: de temperatuur van de onderkant van de plaat kan hoger worden dan 125° C. Om gevaar te voorkomen moet de toegang tot het gedeelte onder de plaat worden beperkt. Houdt u zich aan de installatie-instructies Om het apparaat beter vlak te kunnen zetten (indien dit noodzakelijk mocht blijken), wordt het product geleverd met 4 extra beugeltjes (detail B in fig. 5). In de onderstaande figuren ziet u hoe deze beugeltjes moeten worden gebruikt.
Instructies voor de installateur 2.3 Elektrische aansluiting Controleren of het voltage en de spanning van de aanvoerleiding overeenkomen met de kenmerken die op het plaatje staan dat bevestigd is onder het carter van het apparaat. Dit plaatje mag nooit verwijderd worden. De stekker aan het uiteinde van de voedingskabel en het stopcontact moeten van hetzelfde type zijn en in overeenstemming met de heersende voorschriften met betrekking tot elektrische installaties.
Instructies voor de installateur 2.4 Ventilatie van de ruimtes Het apparaat mag alleen worden geïnstalleerd in ruimten met ermanente ventilatie, zoals voorzien door de normen. In de ruimte waar het apparaat geïnstalleerd wordt dient zoveel lucht binnen te stromen als vereist is voor de normale gasverbranding en voor de normale luchtverversing in de ruimte zelf.
Instructies voor de installateur geleverde pakking C. Aansluiting met flexibele buis: gebruik uitsluitend flexibele buisen volgens de geldende voorschriften (op de buis moet het opschrift AGREE AGB/BGV leesbaar zijn) en zet altijd tussen het verbindingsstuk A en de flexibele buis D een geschikte adaptor C.
Instructies voor de installateur 3. AANPASSING OP VERSCHILLENDE SOORTEN GAS Voordat u de volgende handelingen gaat verrichten, het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet. Het apparaat is geschikt voor aardgas G20 (2H) met een druk van 20 mbar. In het geval van gebruik van andere soorten gas, dienen de sproeiers van de branders vervangen te worden en dient de minimale vlam van de gaskranen opnieuw geregeld te worden.
Instructies voor de installateur 3.2 Tabellen kenmerken branders en sproeiers Brander Hulpbrander (1) Halfsnelle (2) Snel (3) Ultrasnel (4) Nominaal warmtevermogen (kW) Vloeibaar gas – G30/G31 28/37 mbar Diameter mondstuk 1/100 mm 50 65 75 94 1.05 1.75 2.3 3.5 By-pass mm 1/100 30(*) 28 (**) 33(*) 32 (**) 45(*) 42 (**) 65(*) 63 (**) Beperkt debiet (W) 350 450 800 1.
Instructies voor de installateur 4. LAATSTE HANDELINGEN Na bovenstaande instellingen te hebben uitgevoerd, het apparaat weer in elkaar zetten door de instructies uit paragraaf “3.1 Vervanging van de kookplaat ” in omgekeerde volgorde uit te voeren. Na de instelling met een andere soort gas dan bij de keuring dient het etiket in de opwarmruimte voor het voedsel te worden vervangen door het etiket dat correspondeert met de nieuwe gassoort.
Instructies voor de gebruiker 5. GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT 5.1 Het aansteken van de branders van de kookplaat Voor het aansteken van de branders van de kookplaat controleren of de vlamkronen op hun eigen plaats zitten met hun bijbehorende branderdeksels, opletten dat de gaatjes A van de kronen samenvallen met de pinnetjes en de thermokoppels. Het rooster B kan indien gewenst gebruikt worden voor een “wok” (Chinese pan).
Instructies voor de gebruiker 5.2 Praktische wenken voor het gebruik van de branders Voor een beter rendement van de branders en een minimaal gasverbruik dient u gebruik te maken van pannen met platte, regelmatige bodem met deksel en passend bij de maat van de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten van de pannen lekt (zie paragraaf “5.3 Diameter van de pannen”). Op het moment van het kookpunt de vlam zo laag draaien dat de vloeistof niet kan overkoken.
Instructies voor de gebruiker 6. REINIGING EN ONDERHOUD Voordat u enige handeling verricht, het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet. 6.1 Reiniging van roestvrij staal Voor het behoud van roestvrij staal, dient dit regelmatig na elk gebruik schoongemaakt te worden, nadat u het eerst heeft laten afkoelen. 6.1.
Instructies voor de gebruiker Monteer, bij de modellen die ermee zijn uitgerust, de in de figuur afgebeelde roosters, waarbij u ervoor moet opletten dat u de juiste profielen aanhoudt. Gebruik de uitvergrote details in de onderstaande figuur als leidraad.
914772757/ C