WASAUTOMAAT GEBRUIKSAANWIJZING NL 1
NL Inhoudsopgave 1. Het nieuwe wassysteem 2. Aanwijzingen voor de veiligheid en het gebruik 3. Aanwijzingen voor de installatie 4. Beschrijving van de bediening 5. Gebruik van de machine om te wassen 6. Schoonmaak en onderhoud 7. Aanwijzingen bij storingen 8. Bedieningspaneel symbolen 3 4 7 10 15 21 24 26 Dit apparaat is voorzien van een merkteken in de zin van de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).
NL 1. HET NIEUWE WASSYSTEEM Deze nieuwe wasautomaat is het resultaat van een jarenlang research. Hoge kwaliteitsvereisten, zowel bij het ontwerp, als bij de productie garanderen een lange levensduur ervan. Het ontwerp voldoet aan alle actuele en toekomstige vereisten van een moderne behandeling van de was. Het gematigde gebruik van water, energie en wasmiddel werkt mee aan de bescherming van het milieu en verzekert een maximale zuinigheid tijdens de werking van de wasautomaat.
NL 2. AANWIJZINGEN VOOR DE VEILIGHEID EN HET GEBRUIK Waarschuwing! Deze aanwijzingen worden verschaft om veiligheidsredenen. Deze dienen voorafgaande aan de installatie en het gebruik aandachtig te worden doorgelezen. Deze gebruiksaanwijzing maakt integrerend deel uit van het apparaat: deze dient altijd onbeschadigd samen met het apparaat bewaard te worden. Vooraleer het apparaat te gebruiken, raden we aan alle aanwijzingen in deze handleiding aandachtig te lezen.
NL Verzeker u ervan dat de afvoerslang, die op de wasbak aangesloten is, stevig vastzit en zich niet kan bewegen. Als deze niet geblokkeerd is, kan de afstotende kracht van het water deze van de wasbak verplaatsen met gevaar voor overstroming. Controleer bij het bevestigen van de slang op een wasbak bovendien dat het water snel wegstroomt, om het gevaar dat de wasbak overloopt te voorkomen. Overbelast de machine niet.
NL Controleer daarom voor gebruik altijd eerst de binnenkant van de trommel en voorkom dat kinderen met het apparaat spelen. De materialen waar de verpakking uit bestaat (plastic zakken, piepschuim, metalen profielen, enz.) dienen buiten het bereik van kinderen gehouden te worden. Houd kinderen uit de buurt van de machine met open wasmachinedeurtje, of met open waspoederbakje.
NL 3. AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE Belangrijk! Het apparaat dient volgens de geldende voorschriften door een erkende monteur te worden geïnstalleerd. De wasautomaat is behoorlijk zwaar. Kijk uit bij het optillen. 3.1 UITPAKKEN De binnenkant van de machine bestaat uit een oscillerende groep, die voor het transport geblokkeerd wordt door de schroeven (A) aan de achterkant van de wasautomaat. 1. Deblokkeer de groep door bovengenoemde schroeven met een sleutel van 13 mm los te draaien. 2.
NL 3.3 AANSLUITING OP DE WATERTOEVOER 1. Controleer dat de toevoerdruk zich binnen de volgende waarden bevindt: 50-900kPa. Installeer een drukregelaar bij een hogere druk. 2. Sluit de koudwaterslang (blauwe ring) aan op de koudwaterkraan met ¾ gas opening met schroefdraad. Let er hierbij op deze stevig vast te draaien om lekken te voorkomen. De watertoevoerslang mag niet dubbelgevouwen of platgedrukt worden en mag niet verwisseld of kapotgesneden worden. 3.
NL Let op • De stekker dient na de installatie toegankelijk te zijn. • Het is absoluut noodzakelijk het apparaat te aarden. Doe de stekker in een stopcontact voorzien van een goed werkende aarding. Onze firma wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor eventuele schade aan personen of voorwerpen veroorzaakt door het niet aansluiten of gebrekkig aansluiten op de aardinstallatie. Een correcte elektrische aansluiting garandeert een maximale veiligheid.
NL 4. BESCHRIJVING VAN DE BEDIENING 4.1 BEDIENINGSPANEEL Alle bedieningen en controles van het apparaat bevinden zich op het voorpaneel.
NL Door op de knop te drukken, gaat het wasmachinedeurtje De gebruiksen werkwijzen van het wasmachinedeurtje openen open. wasmachinedeurtje worden beschreven in hoofdstuk 5 – Het gebruik van de machine. A Drukknop B ON-OFF draaiknop en wasprogrammaselectie Met de draaiknop kan men: • de machine starten en stoppen, door deze vanaf stand OFF of Uit (verticale stand van de aanduiding op de knop) beide kanten op te draaien.
NL G H Drukknop voor snelheidkeuze of stoppen bij volle spoelruimte Optiedrukknoppen Door meerdere keren op de drukknop te drukken, wordt de centrifugesnelheid geselecteerd. De te kiezen snelheden zijn: • 0000: uitsluiting centrifuge en stoppen met volle spoelruimte. Door deze waarde in te stellen, wordt geen eindcentrifuge verricht en stopt het wasprogramma met water in de spoelruimte. Zie de uitleg in paragraaf 5.14 om het water weg te pompen.
NL Drukknop voor fijne was Door op de drukknop te drukken worden de bewegingen van de trommel verminderd en dus ook die van de was. Dit is geschikt voor bijzonder fijne was (hemden, zijde, gordijnen, enz.) Drukknop halfvolle trommel Indien de machine gebruikt wordt voor minder was dan de volle lading die in de “Programmatabel” aangeduid wordt, wordt door op deze knop te drukken minder water, wasmiddel en elektriciteit gebruikt.
NL 4.2 WASMIDDELLADE Deze bevindt zich links van het bedieningspaneel en men verkrijgt de toegang ertoe door het naar buiten te trekken. Het bakje binnenin bestaat uit 4 delen, die gemerkt zijn met de nummers: “1”: wasmiddel voor de voorwas “2”: wasmiddel voor de was symbool “ ” of “3”: voor de wasverzachter, appret, enz. (producten voor de behandeling). Onderdeel “4” is bestemd voor bleekmiddel.
NL 5. GEBRUIK VAN DE MACHINE OM TE WASSEN 5.1 VOORBEREIDING VAN HET WASGOED 1. 2. Sorteer het wasgoed afhankelijk van het type weefsel en de kleurvastheid. Was witgoed en bont wasgoed gescheiden van elkaar. Aangeraden wordt nieuw, bont wasgoed de eerste keer afzonderlijk te wassen. Over het algemeen is wasgoed voorzien van een wasetiket, dat nuttige aanwijzingen verschaft over hoe het betreffende kledingstuk behandeld moet worden. We beschrijven de symbolen van deze etiketten hier even kort.
NL 5.3 DE WASMACHINE VULLEN Voor zover mogelijk, is het om elektriciteit te besparen voordeliger een machine volledig te laden. Doe het wasgoed er goed losjes in en wissel hierbij grote stukken af met kleine. De eerste keren is het raadzaam het wasgoed te wegen. Vervolgens volstaat de opgedane ervaring. We geven hier het gemiddelde gewicht van de meest voorkomende stukken globaal aan: 5.4 HET WASGOED AANBRENGEN 1. 2. 3. 4. Open het wasmachinedeurtje en doe het wasgoed er gelijkmatig verdeeld in.
NL 5.6 WASPOEDERDOSERING Gewoon vuil wasgoed 1. Kies een programma zonder voorwas. 2. Doe de totale hoeveelheid wasmiddel die op de verpakking weergegeven wordt in bakje “2” van de wasmiddellade. Bijzonder vuil wasgoed 1. Kies een programma met voorwas. 2. Doe ¼ van de aangeraden hoeveelheid wasmiddel in bakje “1” van de wasmiddellade en ¾ van het wasmiddel in bakje “2”.
NL Wat op het display gevisualiseerd wordt Bij het inschakelen van de machine toont het display de tijdsduur (uren/minuten) en de maximum centrifugesnelheid voor het programma. De visualisatie van de twee parameters gebeurt afwisselend, met bijbehorend branden van de controlelampjes, die elk 3 seconden blijven branden, tot het gekozen programma start.
NL 5.11 HET WASPROGRAMMA STARTEN 1. Alvorens het gekozen programma te starten, dient men het wasmachinedeurtje goed te sluiten, de kraan open te draaien en het wasmiddel en het additief in de machine te doen. 2. Druk op de “start-pauze ” toets. Het controlelampje boven de start-pauze drukknop blijft gedurende de hele duur van de cyclus branden. Na de start toont het display de tijd die het nog duurt, voordat het ingestelde programma voltooid is.
NL Indien in de beginfase om de centrifugesnelheid in te stellen, de uitsluiting van de centrifuge gekozen was met stop met volle spoelruimte (centrifugesnelheid gelijk aan 0), wordt aan het eind van het wasprogramma het opschrift STOP op het display getoond, afgewisseld met het opschrift 0000 (centrifugesnelheid gelijk aan 0) en gaat het controlelampje visualisatie centrifuge branden. Druk twee keer op de centrifugeknop om het water af te voeren en om te centrifugeren.
NL 6. SCHOONMAAK EN ONDERHOUD Belangrijk – Alvorens schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden te verrichten, dient men de stekker uit het stopcontact te halen. 6.1 HET SCHOONMAKEN VAN DE BUITENKANT • • • • • Door het apparaat regelmatig schoon te maken blijft het aanzien van uw apparaat onveranderd. Het meubel dient alleen met water en zeep te worden schoongemaakt. Droog het vervolgens met een zachte doek zorgvuldig af. De kunststof gedeeltes dienen alleen met een vochtige doek te worden schoongemaakt.
NL 2. Handel, afhankelijk van het model, als volgt: MODEL A – Draai de kunststof schroeven, die de sokkel aan het voordeurtje van de wasmachine bevestigen, met een muntje naar links. MODEL B – Steek een kleine schroevendraaier in de openingen in het voordeurtje van de sokkel. Wip de schroevendraaier vervolgens een beetje omhoog om het bovenste gedeelte van de sokkel zelf van het meubel te bevrijden. Duw de sokkel een beetje naar voren en trek deze naar boven om hem volledig te verwijderen. 3.
NL 6.6 HET SCHOONMAKEN VAN DE FILTER VAN DE WATERTOEVOER De machine is voorzien van een filter om de watertoevoerkleppen te beschermen. Het filter bevindt zich in het verbindingsstuk van de toevoerslang, dat op de kraan aangesloten wordt. Het filter moet schoongemaakt worden als de wasautomaat geen water laadt, of als er te weinig water stroomt. Handel bij het schoonmaken als volgt: • Neem de stekker uit het stopcontact om de machine van het elektriciteitsnet los te koppelen. • Doe de kraan dicht.
NL 7. AANWIJZINGEN BIJ STORINGEN Dit product neemt de geldende veiligheidsvoorschriften betreffende elektrische apparatuur in acht. Eventuele technische controles en reparaties dienen uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend door gekwalificeerd personeel te worden verricht, om gevaar voor de gebruiker te voorkomen.
NL 11 De machine centrifugeert niet Het veiligheidssysteem dat voorkomt dat de machine uit zijn evenwicht gebracht wordt heeft ingegrepen, omdat het wasgoed niet gelijkmatig over de trommel verdeeld is. Als de was aan het einde van de cyclus nog nat is, wordt aangeraden deze handmatig binnenin de trommel te verdelen en alleen het centrifugeprogramma te herhalen.
NL 8.