Gebruiksaanwijzing Wasautomaat
Wij danken u voor het vertrouwen dat u in ons heeft gesteld door de aankoop van onze wasmachine en feliciteren u met uw goede keuze. Uw nieuwe wasmachine voldoet aan de eisen van de moderne verzorging van het wasgoed en is zuinig in het gebruik van stroom, water en wasmiddelen. Onze producten zijn milieuvriendelijk omdat we sommige materialen opnieuw verwerken en andere op een beschermde bewaarplaats storten of vernietigen.
Beschrijving van de wasmachine 1. bedieningspaneel 2. doseerlade 3. deur 4. klepje van het pluizenfilter afmetingen van het apparaat (b x d x h): 600 mm x 600 mm x 850 mm diepte bij geopende deur: 106 cm gewicht van het apparaat (netto): 90 kg nominale spanning: 230 V, 50 Hz aansluitvermogen: 2000 W max. vulling: 6 kg aansluiting: stopcontact (230 V, 50 Hz, 10 A) waterdruk: min. 0,05 MPa, max. 0,8 MPa zekering: 10 A 150244 Technische gegevens 5. voetjes 6. waterafvoerslang 7. watertoevoerslang 8.
Waarschuwingen • Voor de ingebruikname van de wasmachine moet 150244 u de transportbeveiliging verwijderen, anders kunnen bij het inschakelen van de geblokkeerde machine ernstige beschadigingen ontstaan. De garantie geldt niet voor de reparatie van deze beschadigingen! • Gebruik bij de aansluiting van de wasmachine op het waterleidingsnet altijd de bijgeleverde nieuwe aanvoerslang en dichtingen.
oplosmiddelen bevatten. Hierdoor kunnen giftige gassen worden gevormd, beschadiging van de wasmachine optreden en bestaat ontstekings- en explosiegevaar. • Sluit de waterkraan na het wassen. • Blokkeer de machine voor het transport door er minstens één van de stangen in te plaatsen. Van te voren moet u de stroomtoevoer verbreken! • Het typeplaatje met de basisgegevens is boven de opening van de deur van de wasmachine aangebracht. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig alvorens het apparaat aan te sluiten.
Plaatsen en aansluiten Verwijderen van de verpakking Pas bij het verwijderen van de verpakking op, dat u het apparaat niet met een scherp voorwerp beschadigt. • Voor de verpakking van de artikelen gebruiken wij milieuvriendelijke materialen, die zonder gevaar voor het milieu opnieuw verwerkt (gerecycleerd), op een beschermde bewaarplaats gestort of vernietigd kunnen worden. • Dit staat ook op het verpakkingsmateriaal vermeld. Verwijderen van de transportstangen • Schuif de slang opzij.
Plaatsen • Stel de wasmachine in de lengte en dwars bij door aan de verstelbare voetjes te draaien. Hij kan met de voetjes +/- 1 cm worden bijgesteld. De vloer waarop de machine staat moet een betonnen ondergrond hebben en droog en schoon zijn, anders kan de machine gaan schuiven. • Als u een droger met de juiste afmetingen heeft, kunt u hem op de wasmachine plaatsen. Voor een goede werking van de machine moet de druk van het water in de waterleiding tussen de 0,05-0,8 MPa. bedragen.
Gedeeltelijke Aqua-stop (blokkering van de watertoevoer) Bij beschadiging van de slang in de wasmachine wordt het blokkeringssysteem geactiveerd en de watertoevoer naar de machine stopgezet. Het venstertje A kleurt in dit geval rood. De toevoerslang moet vervangen worden. Volledige Aqua-stop Bij beschadiging van de slang in de wasmachine wordt het blokkeringssysteem geactiveerd en de watertoevoer naar de machine stopgezet. Het veiligheidssysteem registreert ook een eventuele lekkage in de machine.
Het stopcontact in de wand moet bereikbaar en (overeenkomstig de geldende voorschriften) geaard zijn. Een vaste aansluiting moet door een vakman worden verricht. Een beschadigde aansluitkabel mag uitsluitend door de fabrikant of een vakman worden vervangen. 150244 Sluit het apparaat niet aan op een stopcontact voor een scheerapparaat of een wasdroger.
Werking ABCDEF- Programmakeuzeschakelaar Toets voor lager toerental Half programma Koud wassen Toets Spoelstop Toets START/PAUSE Programmakeuzeschakelaar Controlelampjes: - wasprogrammafases: • wassen • spoelen • centrifugeren - kinderbeveiliging Basisprogramma’s Katoen Voorwassen Intensief programma Kreukherstellend Spoelen Synthetisch (kreukherstellend) Voorwassen Wasverzachter Fijne was Pompen Wol Centrifugeren Handwas Koud wassen 150244 10 Gedeeltelijke programma’s
Het wasverloop • Open de deur van de wasmachine • Vul de trommel met wasgoed • Sluit de deur • Draai de waterkraan open • Schakel het apparaat in en kies het gewenste programma • Doseer het wasmiddel en de wasverzachter • Start het programma door op de START (F) toets te drukken - Open de deur van de wasmachine U opent de deur door de handgreep aan de rechterkant van de deur naar u toe te trekken. - Verdeel het wasgoed op weefselsoort.
draaien en het gewenste wasprogramma voor de weefselsoort en de wastemperatuur kiezen (zie de programmatabel). U kunt kiezen tussen de basis programma’s en de gedeeltelijke programma’s. Door op de bijbehorende toetsen te drukken kunt u ook extra functies kiezen. U kunt de keuze van het programma willekeurig veranderen voordat u op de toets START (F) drukt.
Wol Een bijzonder voorzichtig programma voor het wassen van wol en artikelen van mengweefsels van synthetische vezels en wol, waarvan op het wasetiket staat, dat ze in de wasmachine gewassen kunnen worden. Handwas Een bijzonder voorzichtig programma, dat wordt afgesloten met kort voorzichtig centrifugeren (max. 400 toeren/min). Geschikt voor het wassen van linnen, zijden, wollen of viscose weefsels, waarvan op het wasetiket staat, dat ze met de hand gewassen moeten worden.
hem ook tijdens de werking inschakelen, voor het laatste spoelen. Bij het inschakelen gaat het lampje boven toets E branden. • Het programma stopt bij het laatste spoelen voor het centrifugeren, Het wasgoed blijft in het water staan en kreukt daardoor minder, als u het niet direct na het wassen uit de machine kunt halen. • Het lampje boven toets E knippert • U eindigt het gekozen het wasprogramma door op de START (F) toets te drukken.
Programma Snelheid centrifug. - toeren/min. max. Verlaging van het toerental Katoen 800 500 Synthetisch (kreukherstellend), Koud wassen 800 600 Fijne was 700 0 Wol 600 0 Handwas 400 0 - Keuze van gedeeltelijke programma’s ( , , , ) Dit zijn zelfstandige programma’s, die u kunt gebruiken als u niet het hele wasprogramma nodig heeft.
pompen, zonder centrifugeren. Centrifugeren U kunt de toets voor het verlagen van het toerental van de centrifuge inschakelen. - Doseren van was- en verzorgingsmiddelen (zie hoofdstuk Tips voor het wassen en energiebesparing) • vakje voor de voorwas • vakje voor de hoofdwas • vakje voor wasverzachter en stijfsel Als u het programma met de voorwas niet gebruikt, kunt u het wasmiddel met behulp van het schepje ook direct in de trommel doseren.
Bij het uitschakelen worden ook de extra functies gewist, als u deze eerder heeft gekozen, daarom moet u deze opnieuw inschakelen. Als tijdens de werking de stroomtoevoer wordt onderbroken, zal na de herstelling van de stroomtoevoer het programma verder gaan waar het onderbroken werd. - Einde van het wassen • Het geluidssignaal maakt u erop attent, dat u de deur van de wasmachine kunt openen. • Neem het wasgoed uit de machine en verwijder eventuele voorwerpen uit de manchet van de deur.
het wasprogramma te beëindigen. PAUSE toets U kunt het programma altijd onderbreken door op de PAUSE toets (F) te drukken. Als er geen water in de trommel staat, kan de deur na enige tijd geopend worden, anders niet. U gaat verder met het programma door op de toets START (F) te drukken. • Storingen Het programma wordt onderbroken als er een storing ontstaat. Het knipperen van de controlelampjes maakt u hierop attent (zie hoofdstuk Storingen).
• Kinderbeveiliging - U schakelt de kinderbeveiliging in door tegelijkertijd minstens 3 seconden op de toets extra water en halve belading te drukken. De keuze wordt bevestigd door een geluidssignaal en het inschakelen van het controlelampje. Volgens dezelfde procedure kun tu de kinderbeveiliging weer uitschakelen. - Zolang de kinderbeveiliging is ingesteld, kunt u het programma of de extra functies niet wijzigen. U kunt de machine alleen uitschakelen, als u de programmakeuzeknop (A) op “0” draait.
Tips voor het wassen en een zuinig gebruik van de wasmachine • Soorteer voor het wassen het wasgoed op soort, vuilheidsgraad en kleurbestendigheid. • Let bij de keuze van het wasprogramma op de symbolen op de etiketten van de kledingstukken (zie de onderhoudstabel op de laatste bladzijde). • Was nieuwe gekleurde textielartikelen eerst apart van het overige wasgoed. • Was sterk vervuild wasgoed in kleinere hoeveelheden of doseer meer wasmiddel.
Waterhardheid Hardheidsgraad °dH(°N) m mol/l °fH(°F) p.p.m. 0-7 0-1,3 0-12 0-120 2 - gemiddeld 7-14 1,3-2,5 12-25 120-250 3 - hard 14-21 2,5-3,8 25-37 250-370 >21 >3,8 >37 >370 1 - zacht 4 - zeer hard Doseer in het geval van hard water het wasmiddel volgens de tabel voor hardheidsgraad 1 en voeg voldoende waterverzachter toe (neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht). • U kunt het wasmiddel ook gewoon in de trommel doseren.
Reiniging en onderhoud Verbreek voor de reiniging de verbinding van de wasmachine met et elektriciteitnet. • Reinig de buitenkant van de machine met een zachte doek en een mild reinigingsmiddel. • Als u in de trommel en op het manchet van de deur vetbolletjes waarneemt, reinig de machine dan door te wassen op 60°C zonder wasgoed en met de halve hoeveelheid wasmiddel. • Reinig indien nodig de wasmiddeldoseerlade. U kunt de doseerlade er helemaal uittrekken door op het lipje te drukken (zie afbeelding).
• Reinig hem onder stromend water met een borsteltje en droog hem af. Verwijder tegelijkertijd ook eventuele wasmiddelresten van de bodem van het doseerladehuis. • Reinig het zeefje in de toevoerslang regelmatig onder heet water. • Droog na elke wasbeurt de rubber manchet af. Zo verlengt u de levensduur. • Open de dop van het filter met behulp van gereedschap (een platte schroevendraaier of een soortgelijk stuk gereedschap).
• Draai het filter met een ruk in de richting tegen de wijzers van de klok in, trek het uit de machine en reinig het onder stromend water. • Plaats het filter terug zoals op de tekening is aangegeven (pijltje en lipje) en draai het vast in de richting van de wijzers van de klok.
Storingen De wasmachine controleert zelf de werking van de afzonderlijke functies tijdens het wassen. Bij de vaststelling van onregelmatigheden wordt de fout gemeldt door beide signaallampjes, die in een bepaald ritme beginnen te knipperen. Het aantal knipperingen verschilt afhankelijk van de soort storing. Sommige storingen kunt u zelf verhelpen. Tel daarom het aantal knipperingen, die zich met tussenpauses herhalen.
Probleem Oorzaak Oplossing Het apparaat werkt Er staat geen stroom op het niet (het aan/uit lampje apparaat. brandt niet). Controleer of: • de stekker in het stopcontact zit, • er stroom op het stopcontact staat, • de zekering in orde is. Het wasprogramma begint niet (het aan/uit lampje knippert). De deur is niet goed gesloten. Druk hem tegen de machine. Er stroomt geen water in de machine (na ongeveer 8 min. wordt de fout gemeld - de lichtjes knipperen drie maal).
Oorzaak Oplossing Het water wordt niet goed uit de machine afgevoerd. (de machine meldt een storing - de lampjes knipperen zeven maal). De waterafvoer is verstopt. Controleer of: • het filter schoon is, • er geen knik in de afvoerslang zit, • de afvoer (sifon) niet verstopt is, • de afvoerslang hoger dan 1 m is geplaatst. Druk nogmaals op START. Het wasgoed is niet zoals normaal gecentrifugeerd. De machine meldt geen storing. De machine heeft de UKS* werking ingeschakeld.
Probleem Oorzaak Oplossing In de doseerlade blijven resten waspoeder achter. Een te geringe doorstroming van het water. Sommige waspoeders blijven sterk aan de lade plakken als deze vochtig is. • Reinig het zeefje in de watertoevoer. • Veeg voor het doseren van het waspoeder de doseerlade droog. De wasverzachter wordt niet volledig ingespoeld, er blijft water in het vakje staan. De zuighevel zit niet goed of is verstopt. Reinig de doseerlade en plaats de zuighevel terug, zodat hij stevig vastzit.
Tabellen Belading max. (kg) (afhankelijk van het type) Temp. (°C) Duur (min.) Waterverbruik (l/basiscyclus) Energieverbruik (kwh/basiscyclus) Programma Centrifugeren (max. toeren/min.
Spoelstop Koud wassen Half programma Programma Verlaging van het toerental van de centrifuge Programmatabel/ extra functies Katoen l l l l/l Katoen- met voorwas l l l/l Katoen- intensief l l l/l Katoen - licht strijken l l l/l Synthetisch (kreukherstellend) l l l/l Synthetisch (kreukherstellend) met voorwas l l l l/l Fijne was l l l/l Wol l l l/l Handwas l l Koud wassen l Basisprogramma’s l l l/l Gedeeltelijke programma’s Spoelen l/l Wasverzachter l/l Pom
Onderhoudstabel Gewoon wassen Max. wastemperatuur 95°C Max. wastemperatuur 60°C Max. wastemperatuur 40°C Max. wastemperatuur 30°C Fijne was Bleken Bleken in koud water Handwas Niet wassen Niet bleken Strijken Heet strijken max. 200°C Warm strijken max. 150°C Lauw strijken max.
PS PG2 OEM SMEG 150244/nl (02-06)