Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. WAARSCHUWINGEN BIJ GEBRUIK............................................. 104 WAARSCHUWINGEN VOOR DE VEILIGHEID ............................. 106 ZORG VOOR HET MILIEU ............................................................. 108 KEN UW TOESTEL ........................................................................ 109 BESCHIKBARE ACCESSOIRES.................................................... 112 GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT...............................
Algemene waarschuwingen 1. WAARSCHUWINGEN BIJ GEBRUIK Deze handleiding is een integrerend deel van het toestel. Ze moet integer en binnen handbereik worden bewaard voor de volledige gebruiksduur van het toestel. We raden aan om deze handleiding en alle aanwijzingen aandachtig door te lezen alvorens het toestel in gebruik wordt genomen. De installatie moet uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel, en door de van kracht zijnde normen te respecteren.
Algemene waarschuwingen Controleer na elk gebruik van het toestel of de bedieningsknoppen in de positie "nul" (uit) staan. Gebruik geen gesloten dozen of bakjes in het toestel. Tijdens de bereiding kan een overdruk in de bakjes gevaar op ontploffingen creëren. Bedek tijdens de bereiding de bodem van de oven niet met aluminiumfolie of dergelijk, en plaats hierop geen pannen of ovenschalen om beschadiging aan het email te vermijden.
Algemene waarschuwingen 2. WAARSCHUWINGEN VOOR DE VEILIGHEID Raadpleeg de aanwijzingen voor de installatie voor de veiligheidsnormen voor elektrische toestellen of toestellen op gas, en voor de ventilatiefuncties. In het belang van uw veiligheid werd bij wet bepaald dat de installatie en de assistentie van alle elektrische toestellen moet uitgevoerd worden door bevoegd personeel, met inachtneming van de van kracht zijnde normen. Onze erkende installateurs garanderen het beste resultaat.
Algemene waarschuwingen Het toestel mag enkel gebruikt worden door volwassenen. Sta niet toe dat kinderen in de buurt komen of er mee spelen.
Waarschuwingen voor de afvalverwerking 3. ZORG VOOR HET MILIEU 3.1 Onze zorg voor het milieu Aldus de Richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG in verband met de beperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische toestellen, en ook de verwerking van afval: Het symbool van de doorkruiste vuilbak, aangebracht op de apparatuur, duidt aan dat het product op het einde van zijn gebruiksduur gescheiden ingezameld moet worden.
Aanwijzingen voor de gebruiker 4.
Aanwijzingen voor de gebruiker 4.1 Beschrijving van de bedieningen van het frontpaneel Multi-funktionele modellen Pyrolytisch model 1 Klok programmeereenheid Met de klok van de programmeereenheid kan de actuele tijd weergegeven worden, en kan een kookwekker of een geprogrammeerde bereiding ingesteld worden. 2 Selectieknop temperatuur De keuze van de bereidingstemperatuur wordt verkregen door de knop in wijzerszin op de gewenste waarde te draaien, tussen het minimum en het maximum.
Aanwijzingen voor de gebruiker 3 Controlelamp thermostaat (enkel op multifunctionele modellen) Het oplichten van de controlelamp meldt dat de oven aan het opwarmen is. Wanneer deze controlelamp uitgaat, werd de ingestelde temperatuur bereikt. Het regelmatig knipperen duidt aan dat de temperatuur in de oven constant op het ingestelde niveau wordt gehouden.
Aanwijzingen voor de gebruiker 5. BESCHIKBARE ACCESSOIRES OPMERKING: Op sommige modellen zijn niet alle accessoires aanwezig. Reductie WOK: nuttig voor het gebruik van een “WOK” (Chinese pan). Brede rooster: nuttig voor het plaatsen van recipiënten met voedsel in bereiding. Kan op de ovenschaal gelegd worden voor het bereiden van voedsel dat kan lekken. Smalle rooster: nuttig voor het bereiden van klein voedsel (bijvoorbeeld vlees).
Aanwijzingen voor de gebruiker • De ovenaccessoires die in contact kunnen komen met het voedsel zijn gemaakt uit materialen die conform de voorschriften van richtlijn 89/109/ EEG van 21/12/88 en het Italiaanse wetsbesluit 108 van 25/01/92 zijn. • Verkrijgbare accessoires: Via de Erkende Assistentiecentra kunnen originele bijgeleverde of optionele accessoires besteld worden. Gebruik enkel de originele accessoires van de constructeur • 5.
Aanwijzingen voor de gebruiker 5.3 Het gebruik van het draaispit De ovendeur moet tijdens de bereiding gesloten blijven. Rijg daarna het voedsel op het draaispit door gebruik te maken van de bijgeleverde vorken. De vorken kunnen bevestigd worden met de bevestigingsschroeven. Positioneer de houders van het draaispit in de inzetstukken in de hoeken van de ovenschaal. De houders moeten gepositioneerd worden zoals wordt getoond op de afbeelding hiernaast. Leg de stok van het draaispit op de houders.
Aanwijzingen voor de gebruiker Plaats, nadat de stok van het draaispit is voorzien, de ovenschaal op het eerste vlak (raadpleeg 4. KEN UW TOESTEL). Plaats de punt van de stok in de zitting van de motor van het draaispit, op de linker zijwand van de oven, met behulp van een kantelende beweging van de houders van het draaispit. Om de stok na de bereiding gemakkelijk te kunnen verplaatsen, moet de bijgeleverde en daarvoor bestemde handgreep vastgedraaid worden.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6. GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT 6.1 Algemene waarschuwingen en advies Voordat de branders van de kookplaat aangeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers in hun zitten met de bijbehorende deksels geplaatst zijn, door op te letten dat de gaten 1 van de vlamverdelers overeenkomen met de vonkontstekers 3 en de thermokoppels 2. 6.2 Inschakeling van de branders van de kookplaat Alle bedieningen en schakelaars bevinden zich op het frontpaneel.
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.3 Praktisch advies voor het gebruik van de branders van de kookplaat Voor een beter rendement van de branders en voor een minimum gasverbruik moet het volgende uitgevoerd worden: gebruik recipiënten met een deksel die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt (raadpleeg de paragraaf “6.4 Diameter van de recipiënten”).
Aanwijzingen voor de gebruiker 6.4 Diameter van de recipiënten Brander 118 Ø min. (cm) Ø max.
Aanwijzingen voor de gebruiker 7. GEBRUIK VAN DE OVEN 7.1 Voordat het toestel gebruikt wordt • Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de schalen, lekbakken of uit de ovenruimte. • Verwijder eventuele beschermende folies van de buiten- en binnenkant van het toestel en van de accessoires, zoals schalen, lekbakken, de pizzaplaat of de bodembedekking.
Aanwijzingen voor de gebruiker 7.5 Algemene waarschuwingen en advies voor het gebruik De deur moet gesloten blijven tijdens de bereiding. De hitte kan gevaarlijk zijn. Bedek tijdens de bereiding de bodem van de oven niet met aluminiumfolie of dergelijk, en plaats hierop geen pannen of ovenschalen om beschadiging aan het email te vermijden. Bij gebruik van bakpapier moet u er voor zorgen dat de circulatie van de warme lucht in de oven er niet door wordt verhinderd.
Aanwijzingen voor de gebruiker 7.6 Analogische modellen) programmeereenheid (enkel op sommige A Knopje regeling B Venstertje symbool bereiding C Wijzer manuele bereiding of bereiding met tijdsinstelling 7.6.1 Instelling van het uur Om de juiste tijd in te stellen, moet het knopje A ingedrukt worden en rechtsom gedraaid worden. Vóór elke instelling van de programmeereenheid moeten de gewenste functie en de temperatuur geactiveerd worden. 7.6.
Aanwijzingen voor de gebruiker 7.7 Klok programmeereenheid Kookwekker Einde van de bereiding Regeling uur en reset Vermindering van de waarde Vermeerdering van de waarde Het alarmsignaal dat op het einde van elke programmering zal afgaan, bestaat uit 10 geluidssignalen die 3 maal met intervals van ongeveer 1 minuut worden herhaald. Het kan echter op elk moment worden onderbroken door een willekeurige toets in te drukken. 7.8 Functionering van de analogische klok 7.8.
Aanwijzingen voor de gebruiker 7.8.2 Kookwekker Deze functie zal de bereiding niet onderbreken, maar enkel het geluidssignaal activeren. • Wanneer u op de toets drukt, wordt het display verlicht zoals wordt aangeduid in afbeelding 1; • Druk binnen 5 seconden op de toetsen of om de timer van de kookwekker in te stellen. Bij elke druk zal een extern segment oplichten of uitgaan, overeenkomstig 1 minuut van bereiding (in afbeelding 2 wordt 1 uur en 10 minuten weergegeven).
Aanwijzingen voor de gebruiker 7.8.3 Programmering Duur van de bereiding: als op de 2° knop wordt gedrukt, kan de duur van de bereiding ingesteld worden. Vóór het instellen, moet u de thermostaat op de voor de bereiding gewenste temperatuur draaien en de keuzeschakelaar voor de functies in een willekeurige positie plaatsen. Om de duur van de bereiding in te stellen, moet u als volgt te werk gaan: • Druk op de toets ; de wijzer zal zich op positie 12 plaatsen en het symbool knipperen (Afb. 1).
Aanwijzingen voor de gebruiker Begin bereidingstijd: naast de duur van de bereiding kunt u ook de starttijd van de bereiding instellen (met een maximaal uitstel van 12 uur tegenover de actuele tijd). Om het begintijdstip/eindtijdstip van de bereiding in te stellen, moet u als volgt handelen. • Stel de bereidingsduur in zoals beschreven werd in de vorige paragraaf.
Aanwijzingen voor de gebruiker 8. FUNCTIES VAN DE OVEN STATISCH: De warmte wordt gelijktijdig bovenaan en onderaan afgegeven, en maakt dit systeem geschikt voor het bereiden van speciale types van voedsel. De traditionele bereiding, die ook statisch of warmtestraling wordt genoemd, is geschikt voor het klaarmaken van één gerecht per keer. Het is ideaal voor alle types van gebraden, brood en gevulde taarten, en het is vooral geschikt voor vet vlees zoals gans en eend.
Aanwijzingen voor de gebruiker CIRCULATIE: Met de combinatie van de ventilator en de circulatieweerstand (ingebouwd in de achterkant van de oven) kan verschillend voedsel op meerdere vlakken bereid worden waarvoor dezelfde temperatuur en hetzelfde type van bereiding nodig is. De warmeluchtcirculatie verzekert een onmiddellijke en uniforme verdeling van de warmte.
Aanwijzingen voor de gebruiker 8.1 Advies en handigheidjes voor de bereiding 8.1.1 Algemeen advies Er wordt aangeraden om het voedsel in de oven te plaatsen nadat de oven zelf werd opgewarmd. • • • Wanneer op meerdere niveaus wordt bereid, wordt aangeraden om een geventileerde functie te gebruiken om een uniforme bereiding te verkrijgen.
Aanwijzingen voor de gebruiker 8.1.4 Advies voor het ontdooien en het rijzen • • • • • • Er wordt aangeraden om het ingevrozen voedsel in een recipiënt zonder deksel te plaatsen, op het eerste vlak van de oven. Het voedsel moet uit de verpakking ontdooid worden. Plaats het te ontdooien voedsel op homogene wijze, en niet op elkaar. Wanneer u vlees ontdooit, wordt aangeraden om een rooster te gebruiken en om het voedsel op het tweede vlak te plaatsen, en om een ovenschaal op het eerste vlak te plaatsen.
Aanwijzingen voor de gebruiker 8.
Aanwijzingen voor de gebruiker POSITIE VAN DE GELEIDER VANAF ONDERAAN TEMPERATUUR °C TIJD IN MINUTEN 1 220 - 230 50 - 60 1 220 - 230 40 2 180 - 190 70 - 80 2 180 - 190 70 - 80 2 180 - 190 90 - 100 2 180 - 190 70 - 80 2 180 - 190 80 - 90 2 180 - 190 190 - 210 2 180 - 190 60 - 70 EERSTE ZIJDE TWEEDE ZIJDE 3 250 - 280 7-9 5-6 4 250 - 280 15 5 4 250 - 280 9 5 3 250 - 280 13 3 2 250 - 280 70 - 80 150 - 160 35 - 40 131
Aanwijzingen voor de gebruiker GERECHTEN GEWICHT FUNCTIE PIZZA 1 Kg Pizza BROOD 1 Kg Circulatie FOCACCIA 1 Kg Turbo DONUT 1 Kg Statisch geventileerd VLAAI 1 Kg Statisch geventileerd GEBAK ZANDDEEG 0,5 kg Bodemvlak geventileerd GEVULDE TORTELLINI 1,2 kg Turbo TAART "PARADISO" 1,2 kg Statisch geventileerd SOEZEN 0,8 kg Turbo BISCUIT 0,8 kg Circulatie RIJSTTAART BRIOCHES 1 Kg 0,6 kg Turbo Circulatie BRIOCHES (op meerdere vlakken) KRUIMELDEEGKOEKJES (op meerdere vlakken) De t
Aanwijzingen voor de gebruiker POSITIE VAN DE GELEIDER VANAF ONDERAAN TEMPERATUUR °C TIJD IN MINUTEN 1 250 - 280 6 -10 2 190 - 200 25 -30 2 180 - 190 15 -20 2 160 50 - 60 2 160 30 - 35 2 160 - 170 20 - 25 2 160 20 - 25 2 160 55 - 60 2 150 - 160 40 - 50 2 150 - 160 45 - 50 2 160 40 - 50 2 160 25 - 30 1 en 3 160 - 170 16 - 20 1 en 3 160 - 170 16 - 20 Voor bereidingen op meerdere vlakken wordt aanbevolen om enkel de volgende functies , , , en om het 1ste en 3de v
Aanwijzingen voor de gebruiker 9. REINIGING EN ONDERHOUD Gebruik geen stoomstraal om het toestel te reinigen. De stoom zou de elektrische delen kunnen bereiken, en ze beschadigen of kortsluiting kunnen veroorzaken. AANDACHT: Voor uw veiligheid wordt aanbevolen om beschermende handschoenen te dragen wanneer de reiniging of een buitengewone onderhoudshandeling moet uitgevoerd worden. Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv.
Aanwijzingen voor de gebruiker 9.4 Reiniging van de onderdelen van de kookplaat 9.4.1 Roosters Verwijder de roosters en reinig ze met lauw water en een niet-schurend reinigingsmiddel, en verwijder alle afzettingen. Droog ze zorgvuldig, en plaats ze weer op de kookplaat. Het rooster staat steeds in contact met de vlam, zodat de glans van de delen van het staal die het meest de warmte moeten verdragen mettertijd kan verdwijnen.
Aanwijzingen voor de gebruiker 9.5 Reiniging van de oven Pm de oven in goede staat te houden, moet hij na afkoeling regelmatig gereinigd worden. Eerwijder alle verwijderbare delen. • • Reinig de ovenroosters met warm water en niet-schurende reinigingsmiddelen; spoel en droog ze daarna. Om de reiniging van de oven te vergemakkelijken, kunt u de ovendeur verwijderen (raadpleeg de paragraaf "10.2 Demontage van de deur").
Aanwijzingen voor de gebruiker 9.7 Demontage van de pakking (behalve pyrolytische modellen) Voor een grondige reiniging van de oven kunt u de pakking van de deur verwijderen. Op de vier zijden zijn haken aanwezig die de pakking op de rand van de oven bevestigen. Trek de randen van de pakking naar buiten zodat de haken loskomen. De pakking moet vervangen worden wanneer ze niet meer elastisch is en hard wordt. 9.
Aanwijzingen voor de gebruiker 9.10 Pyrolyse: automatische reiniging van de oven De pyrolyse kan op elk moment van de dag of de nacht worden uitgevoerd (indien u gebruik wenst te maken van het nachttarief voor de elektrische energie). Tijdens de eerste automatische reinigingscyclus zouden onaangename geuren kunnen vrijkomen als gevolg van de normale verdamping van olieachtige stoffen van het fabricageproces. Dit is een normaal verschijnsel dat na de eerste reinigingscyclus zal verdwijnen.
Aanwijzingen voor de gebruiker Om de duur van de reinigingscyclus in te stellen, moet u het volgende schema raadplegen: DUUR VAN REINIGING DE WEINIG VUIL GEWOON VUIL ZEER VUIL 120 MIN. 165 MIN. 210 MIN. Tijdens de automatische reinigingscyclus produceren de ventilatoren meer lawaai als gevolg van de hogere draaisnelheid; dit is normaal, en helpt de warmte af te voeren.
Aanwijzingen voor de gebruiker 10.BUITENGEWOON ONDERHOUD De oven heeft regelmatig kleine onderhoudshandelingen of de vervanging van delen die onderhevig zijn aan slijtage nodig, zoals de pakkingen, de lampjes, enz. Vervolgens worden de specifieke aanwijzingen aangeduid voor elk type van deze handelingen. Vóór elke interventie waarbij delen onder spanning bereikt moeten worden, moet de stroomtoevoer naar het toestel uitgeschakeld worden.
Aanwijzingen voor de gebruiker 10.2 Demontage van de deur Open de deur volledig. Plaats de twee pinnetjes in de aangeduide gaten van de scharnieren van de twee tegenstaande scharnieren, en koppel ze vast. Neem de deur aan beide kanten en met beide handen vast, til ze naar boven in een hoek van ongeveer 30°, en verwijder ze. Om de deur weer te monteren, moeten de scharnieren in de daarvoor bestemde openingen in de oven geplaatst worden, zodat de gleuven C helemaal op de openingen steunen.
Aanwijzingen voor de installateur 11.DE INSTALLATIE VAN HET TOESTEL 11.1 Montage in meubels Fineerbewerkingen, kleefstoffen of plastic bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn (minstens 90°C). Zoniet zouden ze mettertijd kunnen vervormen. Het toestel moet geïnstalleerd worden door een bevoegde technicus, en volgens de van kracht zijnde normen. Dit toestel hoort afhankelijk van het installatietype tot klasse 2 - subklasse 1 (Afb. A - Afb. B) of tot klasse 1 (Afb. C).
Aanwijzingen voor de installateur 11.2 Verluchting van de lokalen en afvoer van de verbranding Het toestel mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de van kracht zijnde normen. In de ruimte waar het toestel geïnstalleerd is, moet een voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf.
Aanwijzingen voor de installateur 11.3 Gasaansluiting Na de installatie moet u eventuele zeepoplossing, maar nooit met een vlam. lekken opsporen met een Het aanhaalmoment tussen de verbindingen met pakking moet zich tussen 10 en 15 Nm bevinden. Na elke handeling op het toestel moet de correcte sluiting van de gasverbindingen gecontroleerd worden.
Aanwijzingen voor de installateur 11.3.1 Aansluiting met rubberleiding AANDACHT: De volgende aanwijzingen zijn enkel geldig voor installaties van Klasse 1. Raadpleeg afb. C in het hoofdstuk “11.1 Montage in meubels”. De aansluiting met rubberleiding conform de van kracht zijnde normen mag enkel uitgevoerd worden wanneer de leiding over de volledige lengte geïnspecteerd kan worden. De binnendiameter van de leiding moet 8 mm zijn voor VLOEIBAAR GAS en 13 mm voor METHAAN en STADSGAS.
Aanwijzingen voor de installateur 11.3.2 Aansluiting met een flexibele stalen buis AANDACHT: De volgende aanwijzingen gelden voor alle installatietypes, raadpleeg afb. A, B en C in het hoofdstuk “11.1 Montage in meubels”. Gebruik uitsluitend flexibele stalen leidingen op continue wanden conform de van kracht zijnde norm, met een maximum extensie van 2 meter. Dit installatietype kan zowel voor ingebouwde toestellen als voor vrijstaande toestellen gebruikt worden.
Aanwijzingen voor de installateur 11.4 Elektrische aansluiting Controleer of het voltage en de dimensionering van de stroomtoevoerlijn overeenstemmen met de kenmerken die worden aangeduid op het plaatje dat is aangebracht op het toestel. Dit plaatje mag nooit verwijderd worden. Een kopie van dit plaatje is voorzien in de handleiding. De elektrische aansluiting van het toestel moet uitgevoerd worden door een gekwalificeerde technicus.
Aanwijzingen voor de installateur MOGELIJKE TYPES VAN AANSLUITING 220 - 240 V 1N~ TYPE VAN KABEL (wanneer niet aanwezig) driepolig 3 x 1,5 mm² H05V2V2-F • Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90°C, van het type H05V2V2-F. • De bovenstaande waarden verwijzen naar de diameter van de interne geleider. • Het aanhaalmoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5 - 2 Nm bedragen.
Aanwijzingen voor de installateur 11.7 Aanwijzingen voor de bevestiging op de wand (enkel voor sommige markten) 1 Voorzie een plug met haak (niet bijgeleverd) in de wand op een hoogte (h) van 800 mm vanaf de vloer. De installateur moet de plug met haak leveren tijdens de fase van de installatie van het toestel. 2 Koppel de klem vast op de ketting. 3 Koppel het uiteinde van de ketting vast op de plug met haak die is bevestigd in de wand.
Aanwijzingen voor de installateur 12. AANPASSING AAN DE VERSCHILLENDE GASTYPES VÓÓR ELKE INGREEP MOET DE STROOMTOEVOER VAN HET TOESTEL UITGESCHAKELD WORDEN. Toestel afgesteld voor gas: METHAAN G20 (2H) druk 20 mbar (zie etiket op het product) Wanneer voor de werking andere gastypes moeten gebruikt worden, moeten de straalpijpen op de branders vervangen worden en moet de minimum vlam op de gaskranen geregeld worden.
Aanwijzingen voor de installateur Brander 1 2 3 4 5 Diameter straalpijp 1/100 mm Gereduceerd verbruik (W) Verbruik g/u G30 Verbruik g/u G31 1.05 50 400 76 75 Halfsnelle brander 1.8 65 500 131 129 Snelle brander 3.0 85 800 218 215 Ultra snelle brander 4.2 91 + 46 1900 305 300 Visketel 1.9 68 800 138 136 Nominaal warmte verbruik (kW) Methaan - G20/25 20/25mbar Diameter straalpijp 1/100 mm Gereduceerd verbruik (W) Hulpbrander 1.05 72 400 Halfsnelle brander 1.
Aanwijzingen voor de installateur 12.3 Afsluitende handelingen Nadat de vervanging van de straalpijpen uitgevoerd werd, moeten de vlamverdelers, de branderdeksels en de roosters weer geplaatst worden. Na de regeling met een ander gas dan dat van de fabrieksinstelling moet het etiket voor de regeling van het gas, dat werd aangebracht op het toestel, vervangen worden met hetgene voor het nieuwe gas. Het etiket is bij de straalpijpen gevoegd (indien aanwezig). 12.3.