Operation Manual
Table Of Contents
- Ook u kunt een bijdrage leveren aan een beter milieu!
- Opbouw van dit instructieboekje (toelichtingen)
- Voorwoord
- Inhoudsopgave
- Gebruikte afkortingen
- Bediening
- Bestuurdersruimte
- Instrumenten en controlelampjes
- Instrumentenpaneel
- Multifunctie-indicatie (boordcomputer)
- MAXI DOT (informatiedisplay)
- Controlelampjes
- Overzicht
- Handrem
- Remsysteem
- Gordelwaarschuwingslampje
- Dynamo
- Geopend portier
- Motorolie
- Koelvloeistoftemperatuur/koelvloeistofpeil
- Stuurbekrachtiging
- Stabiliseringscontrole (ESC)
- Aandrijfslipregeling (ASR)
- Antiblokkeersysteem (ABS)
- Mistachterlicht
- Defecte lamp
- Uitlaatgascontrolesysteem
- Voorgloeisysteem (dieselmotor)
- Controle van de motorelektronica (benzinemotor)
- Roetfilter (dieselmotor)
- Brandstofreserve
- Airbagsysteem
- Bandenspanningscontrole
- Ruitensproeiervloeistofpeil
- Knipperlichten
- Mistlampen
- Snelheidsregelsysteem
- Keuzehendelvergrendeling
- Grootlicht
- Openen en sluiten
- Licht en zicht
- Zitten en opbergen
- Verwarming en airconditioning
- Wegrijden en rijden
- Automatische versnellingsbak
- Communicatie
- Veiligheid
- Aanwijzingen voor het rijden
- Raadgevingen voor het gebruik
- Verzorging en reiniging van de wagen
- Verzorging van de wagen
- Inleiding voor het onderwerp
- Wagen wassen
- Automatische wasinstallaties
- Wassen met de hand
- Wassen met hogedrukreiniger
- Lak van de wagen conserveren en polijsten
- Verchroomde delen
- Lakbeschadigingen
- Kunststof onderdelen
- Ruiten en buitenspiegels
- Radio-ontvangst en antenne
- Koplampglazen
- Afdichtrubbers
- Portierslotcilinder
- Wielen
- Bodembescherming
- Conservering van de holle ruimtes
- Kunstleer en stoffen
- Stoffen bekleding van elektrisch verwarmde stoelen
- Nappaleer
- Veiligheidsgordels
- Verzorging van de wagen
- Controleren en bijvullen
- Velgen en banden
- Accessoires, wijzigingen en vervanging van onderdelen
- Verzorging en reiniging van de wagen
- Tips om het zelf te doen
- Tips om het zelf te doen
- Zekeringen en gloeilampjes
- Zekeringen
- Gloeilampjes
- Inleiding voor het onderwerp
- Koplamp
- Gloeilampje van dimlicht vervangen
- Gloeilampje van grootlicht, dagrijlicht en stadslicht vervangen
- Gloeilampje van knipperlicht voor vervangen
- Gloeilampje van mistlamp vervangen
- Gloeilampje van kentekenplaatverlichting vervangen
- Achterlicht
- Gloeilampjes in het achterlicht vervangen
- Technische gegevens
- Trefwoordenlijst
- ŠKODA werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle modellen en typen. Wij vragen u om begrip, dat om deze reden wijzigingen van de leveringsomvang in de vorm, uitvoering en techniek mogelijk zijn. De gegevens over leveringsomvang, uiterlijk, maten, gewichten, brandstofverbruik, normen en functies van de wagen komen overeen met de stand van de informatie op het moment van het ter perse gaan van dit instructieboekje. Sommige uitrustingen worden pas op een later tijdstip geïntroduceerd (informatie hierover is verkrijgbaar bij ŠKODA Servicepartners) of worden alleen in bepaalde markten aangeboden. Uit de gegevens, afbeeldingen en beschrijvingen in dit instructieboekje kunnen geen aanspraken worden afgeleid.

Velgen en banden
Wielen
ä
Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Levensduur van banden
140
Omgang met velgen en banden 141
Nieuwe banden resp. wielen 141
Draairichtinggebonden banden 141
Reservewiel 142
Wieldop 142
Afdekkappen van de wielbouten
143
Bandencontrole 143
Wielbouten
144
Winterbanden
144
Sneeuwkettingen 145
ATTENTIE
■
Nieuwe banden leveren ongeveer de eerste 500 km nog niet de optimale
grip, daarom voorzichtig rijden - gevaar voor ongevallen!
■
Nooit met beschadigde banden rijden - gevaar voor ongevallen!
■
Uitsluitend velgen of banden gebruiken, die door ŠKODA voor uw model
goedgekeurd zijn. Anders kan de verkeersveiligheid nadelig beïnvloed worden
- gevaar voor ongevallen!
■
De toegestane maximumsnelheid van de banden mag in geen geval worden
overschreden – gevaar voor een ongeval door een beschadigde band en ver-
lies van controle over de wagen.
■
Bij een te lage bandenspanning moet de band een hogere rolweerstand
overwinnen. Hierdoor loopt bij hogere snelheden de temperatuur van de band
sterk op. Dit kan leiden tot het loslaten van het loopvlak en tot een klapband.
■
Om veiligheidsredenen banden zo mogelijk niet afzonderlijk vervangen,
maar ten minste per as. De banden met de grotere profieldiepte moeten altijd
op de voorwielen gebruikt worden.
ATTENTIE (vervolg)
■
Nooit banden gebruiken waarvan de toestand en leeftijd niet bekend zijn.
■
Uiterlijk als de banden tot op de slijtage-indicatoren zijn versleten, moeten
ze direct worden vervangen.
■
Versleten banden beïnvloeden bij hogere snelheden op nat wegdek het ver-
eiste contact met het wegdek nadelig. Er kan "aquaplaning" optreden (onge-
controleerde bewegingen van de wagen - "glijden" op nat wegdek).
■
Beschadigde velgen of banden direct vervangen.
■
Geen zomer- resp. winterbanden gebruiken die ouder zijn dan 6 resp. 4 jaar.
■
Wielbouten moeten schoon zijn en licht draaien. Ze mogen echter nooit met
vet of olie behandeld worden.
■
Wanneer de wielbouten met een te laag aantrekmoment zijn aangetrokken,
kunnen de velgen tijdens het rijden losraken - gevaar voor ongevallen! Een te
hoog aantrekmoment kan de bouten en de schroefdraad beschadigen en kan
leiden tot een blijvende vervorming van de draagvlakken op de velg.
■
Bij verkeerde behandeling van de wielbouten kan het wiel tijdens het rijden
losraken - gevaar voor ongevallen!
■
De nationale wettelijke bepalingen betreffende het gebruik van banden en
sneeuwkettingen in acht nemen.
VOORZICHTIG
■
Bij gebruik van een reservewiel, dat niet identiek is aan de gemonteerde wielen,
rekening houden met » pagina 142.
■
Het voorgeschreven aantrekmoment van de wielbouten bedraagt bij stalen en
lichtmetalen velgen 120 Nm.
■
Uw banden niet met olie, vet en brandstof in aanraking laten komen.
■
Verloren ventieldoppen direct vervangen.
Milieu-aanwijzing
Een te lage bandenspanning verhoogt het brandstofverbruik.
Let op
■
Wij adviseren u om alle werkzaamheden aan de banden of wielen bij een ŠKODA
Servicepartner te laten uitvoeren.
■
Wij adviseren u velgen, banden, wieldoppen en sneeuwkettingen uit het origi-
nele ŠKODA accessoireprogramma te gebruiken.
Ð
139
Velgen en banden










