Operation Manual
ATTENTIE
■
De motorruimte van de wagen is een gevaarlijke omgeving. Bij werkzaamhe-
den in de motorruimte dienen de volgende waarschuwingsaanwijzingen be-
slist te worden opgevolgd » pagina 158.
■
Als onder de gegeven omstandigheden het bijvullen van koelvloeistof niet
mogelijk is, de rit niet voortzetten! De motor afzetten en de hulp van een
erkend reparateur inroepen.
VOORZICHTIG
■
Het percentage antivries in de koelvloeistof mag nooit lager zijn dan 40%.
■
Bij een percentage antivries van meer dan 60% neemt de bescherming tegen
bevriezing af evenals de koelende werking.
■
Koelvloeistofadditieven die niet voldoen aan de voorgeschreven specificatie
kunnen de bescherming tegen corrosie aanzienlijk verminderen.
■
De door corrosie ontstane storingen kunnen tot verlies van koelvloeistof en
aansluitend daarop tot ernstige motorschade leiden!
■
Geen koelvloeistof bijvullen tot boven de markering
A
» Afbeelding 136 op pa-
gina 165.
■
Bij een storing die tot oververhitting van de motor leidt, adviseren wij een er-
kend reparateur op te zoeken, anders kan ernstige schade aan de motor ont-
staan.
Koelvloeistof
Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 164 en volg deze op.
Koelvloeistofvulhoeveelheid (in l)
Benzinemotoren Vulhoeveelheid
1,2 l/55 kW MPI 4,2
1,2 l/63 kW TSI 7,0
1,2 l/77 kW TSI 7,0
1,4 l/90 kW TSI 7,0
Dieselmotor Vulhoeveelheid
1,6 l/77 kW TDI CR 6,5
Peil controleren
Afbeelding 136
Motorruimte: Koelvloeistofex-
pansiereservoir
Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 164 en volg deze op.
Het koelvloeistofexpansiereservoir bevindt zich in de motorruimte.
Koelvloeistofpeil controleren
›
De motor afzetten.
›
De motorkap openen.
›
Het koelvloeistofpeil op het koelvloeistofexpansiereservoir controleren » Af-
beelding 136.
Koelvloeistofpeil boven de markering
A
Er mag geen koelvloeistof worden bijgevuld.
Bij een warme motor kan dit ook iets boven de markering
A
liggen.
Koelvloeistofpeil tussen de markeringen
A
en
B
Er kan koelvloeistof worden bijgevuld.
Het koelvloeistofpeil moet bij koude motor tussen de markeringen
A
en
B
lig-
gen.
Koelvloeistofpeil onder de markering
B
Er moet koelvloeistof worden bijgevuld.
Bij koude motor koelvloeistof bijvullen tot tussen de markeringen
A
en
B
.
Als het koelvloeistofpeil in het expansiereservoir te laag is, wordt dit door het
branden van het controlelelampje
in het instrumentenpaneel aangege-
ven » pagina 15,
Koelvloeistof. Toch raden wij aan het koelvloeistofpeil re-
gelmatig via het reservoir te controleren.
165
Controleren en bijvullen










