Operation Manual

42
43
In deze handleiding worden alleen de meest voorkomende situaties behandeld. Raadpleeg de volledige
gebruikershandleiding op de cd-rom voor meer gedetailleerde informatie
Vereisten
Kabelmodem of DSL/ADSL-modem.
Standaard 10/100BaseT (UTP) -netwerkkabels met RJ45-stekkers.
Pc’s met TCP/IP-netwerkprotocol.
De breedbandrouter instellen
1 Fysieke installatie
1 Voor de installatie van de breedbandrouter wordt ervan uitgegaan dat u over ten minste één pc met
een werkende breedband-Internetverbinding beschikt. Tevens wordt ervan uitgegaan dat de modem is
gecongureerd conform de vereisten van uw Internet Service Provider (ISP) en van de fabrikant van de
modem. Indien dat niet het geval is, raadpleeg dan de documentatie die u van uw ISP heeft gekregen.
2 Controleer alvorens u begint of de voedingskabel niet is aangesloten op de breedbandrouter of de
kabel- of DSL-modem. De kabel- of DSL-modem hoeft niet van de kabelingang of de telefoonlijn te worden
losgekoppeld.
3 Sluit de LAN-kabels aan: Gebruik standaard LAN-kabels om de pc’s aan te sluiten op de LAN-poorten
(hub) op de breedbandrouter.
4 Sluit de kabel- of DSL-modem aan op de WAN-poort op de breedbandrouter. Gebruik de kabel die bij de
kabel- of DSL-modem werd geleverd. Indien er geen kabel bij de modem werd geleverd, gebruikt u een
standaard netwerkkabel.
5 Zet de kabel- of DSL-modem aan.
6 Sluit de netspanningsadapter op de breedbandrouter aan. Gebruik alleen de adapter die bij de router
werd geleverd.
7 Controleer de LED-indicators:
Als het goed is gaat LED-indicator M1 branden en na enkele seconden KNIPPEREN
Als het goed is gaat LED-indicator M2 UIT. Indien M2 blijft branden wijst dat meestal op een
hardwareprobleem; neem in dat geval contact op met Sitecom voor ondersteuning.
De LED-indicator WAN moet BRANDEN.
Voor elke actieve LAN-verbinding, dient de corresponderde LED-indicator LAN Link/Act te BRANDEN.