Manual
26
NL
• Delaadsterktekanwordenafgelezenopdeampèremeter(4).Alsdelaadsterkte
tehoogis,dekeuzeschakelaarvoordelaadsterkte(2)opdestand“MIN”
instellen.
• Voor het snel opladen van een gedeeltelijk leeggelopen accu, deze 5-10
minuten lang op de stand “BOOST” opladen.
• De laadsterkte neemt geleidelijk af naarmate de accu opgeladen wordt.
Wanneerdewaardeopdeampèremeter(5)“0”bereikt,isdeaccuvolledig
opgeladen.
LET OP!
• Bij het opladen van een zeer koude accu kan de laadsterkte oplopen naarmate
de accu opwarmt. Nooit proberen een bevroren accu op te laden.
• Inwendigbeschadigde(kortgesloten)accu'strekkenzeerveelstroomzonder
dat ze opgeladen worden. Als de accu 5-10 minuten aan te laden is en de
laadsterkte niet is afgenomen, is de accu wellicht beschadigd. Stop met laden
en laat de accu professioneel testen.
• De lader van de stroomvoeding afsluiten. Het aangesloten laten van de accu kan
overladen en blijvende accuschade veroorzaken.
• Deminklem(4)loskoppelen.
• Deplusklem(3)loskoppelen.
• De accupolen weer aansluiten, indien van toepassing.
Onderhoud
Reiniging
• De acculader schoon houden. Altijd stof of deeltjes wegvegen en nooit de
ventilatiegaten verstopt laten raken. Het apparaat met een zachte borstel of
droge doek afnemen en de eventueel de ventilatiegaten met schone, droge
perslucht doorblazen.
• De plus- en minklemmen bijzonder schoon houden. Vuile stroomcontacten
kunnen de werking van het product aanzienlijk verslechteren.
Uitpakken van de acculader
• De acculader voorzichtig uitpakken. Alle verpakkingsmaterialen verwijderen en
alle kenmerken en functies van het product volledig verkennen.
• Als er onderdelen ontbreken of beschadigd zijn, wacht dan tot deze onderdelen
vervangen zijn alvorens het apparaat in gebruik te nemen.
Bedieningsinstructies
WAARSCHUWING:Deladerpasopdenetvoedingaansluitenwanneerditinde
instructies opgedragen wordt.
Aansluiten op de accu (in voertuig)
• Deze lader is geschikt voor gebruik met elektrische systemen van 12V/24V met
negatieve aarde.
• Scheepsaccu'smoetenALTIJDnaardrooglandgebrachtwordenalvorens
ze opgeladen kunnen worden. Deze lader is niet bedoeld voor gebruik in een
zee-omgeving.
• Indien gepast, het accuvloeistofpeil controleren voor het laden. Eventueel
gedestilleerd water toevoegen. Het advies van de fabrikant raadplegen om vast
te stellen of de celdoppen verwijderd moeten worden voor het laden.
• Controlerenofdemotorgestoptisenalleelektrischeaccessoires(lichten,radio
etc)uitgeschakeldzijn.Demotorkap,achterklepoftoegangsluikenvanhet
voertuig open houden tijdens het laden.
• De accu en de accupolen identificeren. De pluspool is meestal met een “+”
symbool aangeduid en de minpool meestal met een “-“ symbool. Als je niet
zeker bent van de polen, roep dan professionele hulp in.
• Het handboek van de fabrikant raadplegen om te bepalen of de polen
losgekoppeld moeten worden voor het laden. Het advies van de fabrikant
volgen.
• Als de accupolen corrosie of vuil vertonen, deze met een geschikte draadborstel
schoonmaken.
• Deplusklem(3)aandepluspoolvandeaccubevestigen.
• Deminklem(4)aaneenschoondeelvanhetvoertuigchassisofeenander
stevig metalen onderdeel bevestigen. De klem nooit aan een onderdeel van het
voertuigsysteem van het voertuig bevestigen.
• Controleren of de klemmen stevig vastzitten en niet los kunnen raken tijdens
het laden.
Aansluiten op de accu (vrijstaand)
• Deze lader is geschikt voor gebruik op batterijen van 12V/24V.
• Indien gepast, het accuvloeistofpeil controleren voor het laden. Eventueel
gedestilleerd water toevoegen. Het advies van de fabrikant raadplegen om vast
te stellen of de celdoppen verwijderd moeten worden voor het laden.
• De accupolen identificeren. De pluspool is meestal met een “+” symbool
aangeduid en de minpool meestal met een “-“ symbool. Als je niet zeker bent
van de polen, roep dan professionele hulp in.
• Als de accupolen corrosie of vuil vertonen, deze met een geschikte draadborstel
schoonmaken.
• Een minstens 600mm lange, geïsoleerde accukabel aansluiten op de minpool
van de accu.
• Deplusklem(3)aandepluspoolvandeaccubevestigen.
• Deminklem(4)aandeminpoolvandeaccubevestigen.
• Controleren of de klemmen stevig vastzitten en niet los kunnen raken tijdens
het laden.
De accu verwisselen
• Controlerenofdekeuzeschakelaarvoordespanning(1)goedingesteldisvoor
de spanning van de accu die opgeladen moet worden.
• De lader aansluiten op de netvoeding.
• Dekeuzeschakelaarvoordelaadsterkte(2)opdejuistestandinstellenvoor
de accu die opgeladen moet worden. LET OP! Een accu mag slechts op een
stroomsterktegelijkaan1/10vanzijnAh-waardeopgeladenworden(bijv.een
batterij van 100Ah mag niet op een hogere stroomsterkte dan 10A opgeladen
worden).Alsdeaccudiepleeggelopenis,dezedannietboven1/20vanzijn
Ah-waarde opladen.
1
Keuzeschakelaar spanning
2
Keuzeschakelaar laadsterkte
3
Pluskabel en- klem
4
Minkabel en- klem
5
Ampèremeter
6
Handgreep
Productfamiliarisatie
268317 Instruction Manual.indd 26 21/09/2010 13:33










