Operation Manual
NL
│
BE
│
65 ■
SMPS 7 B2
■ Viltkegel
11
:
Voor het gladmaken en polijsten van de nagelrand na het vijlen,
en voor het reinigen van het nageloppervlak.
♦ Gebruik de viltkegel
11
om de nagelrand te polijsten en glad
te maken en om het nageloppervlak na het vijlen schoon te
maken. Polijst altijd in cirkelvormige bewegingen en laat de
viltkegel
11
nooit op één plaats rusten.
■ Safierschijf
12
/
13
:
Voor het vijlen en behandelen van de nagels.
Met de safierschijf
12
/
13
behandelt u de nagelranden. Omdat
alleen de inwendige schijf draait en de buitenrand niet beweegt,
kunt u de nagels nauwkeurig vijlen zonder de huid door de snel
roterende schijf te verwonden.
♦ Werk altijd vanuit de buitenkant van de nagel naar de top.
■ Vlammenfrees
14
:
Voor het afvijlen van verharde teennageloppervlakken en het
grof gladmaken van oppervlakken.
Met de Vlammenfrees
14
vijlt u verharde nageloppervlakken af.
♦ Houd de Vlammenfrees
14
altijd parallel ten opzichte van het
nageloppervlak en vijl met lichte druk en cirkelvormige bewe-
gingen het oppervlak af.
■ Cilinderfrees
15
:
Met de cilinderfrees
15
kunt u ingegroeide nagels losmaken.
♦ Breng de cilinderfrees
15
voorzichtig naar de te behandelen
plek en verwijder de betreffende nageldelen.










