Operation Manual
Overige functies gebruiken
41
Stap voor stap
Functies voor een ander toestel
activeren
Als het systeem hiervoor is geprogrammeerd
(raadpleeg uw systeembeheerder), kunt u de volgende
functies voor andere toestellen in- of uitschakelen (func-
ties voor een ander):
• Niet storen:
functiecode
*
97 / #97 Æ pagina 13
• Oproepomleiding:
functiecode
*
11,
*
12,
*
13 / #1 Æ pagina 33
• Toestel afsluiten of vrijgeven (codeslot):
functiecode
*
66 / #66 Æ pagina 29
• Oproep bijschakelen, functiecode
*
81 / #81
Æ pagina 50
• In/uit groepsschakeling/groepsoproep:
functiecode
*
85 / #85 Æ pagina 49
• Diensten/functies resetten:
functiecode #0 Æ pagina 39
• Schakelaar in/uit:
functiecode
*
90 / #90 Æ pagina 45
• Nachtstand:
functiecode
*
44 / #44 Æ pagina 34
• Afspraken,
functiecode
*
65 Æ pagina 31
Hoorn opnemen.
Functiecode invoeren.
Intern toestelnummer invoeren van het toestel waar-
voor de functie moet worden geactiveerd.
Functiecode invoeren, bijv.
*
97 voor "Niet storen in",
en eventueel aanvullende stappen uitvoeren.










