Operation Manual

Alarmprocedure in de nachtmodus
7
77
7
66
|
12
9
Bediening
BedieningBediening
Bediening
7
77
7 Bediening
BedieningBediening
Bediening
In dit hoofdstuk wordt de bedieningswerkstroom m.b.t. de belangrijke functies van
het branddetectiesysteem in detail beschreven.
7.1
7.17.1
7.1 Alarmprocedure in de
Alarmprocedure in de Alarmprocedure in de
Alarmprocedure in de nacht
nachtnacht
nachtmodus
modusmodus
modus
Op het display wordt brandinformatie gegeven. Zie hoofdstuk 'Weergaven van
gebeurtenissen [➙ 64]'.
Bij onmiddellijke activering van de centrale wordt 'Elke brand' en 'Algemeen
alarm' weergegeven.
Indien geconfigureerd: DRM brand wordt door 'Algemeen alarm' geactiveerd.
Druk op <Bevestigen> om de inzet te
bevestigen.
(Toegangscode voor toegangsniveau 2 is verplicht.)
→ Zoemer staat uit.
Optioneel: Druk op <Geluid uit/aan> om alle
alarmgevers uit te zetten/weer aan te zetten.
Lees de informatie over de alarmmelding af op het
LCD en ga naar de aangegeven plaats van de brand
om het incident te controleren.
Onderzoek de plaats van de brand en beoordeel of het om een
ERNSTIG
INCIDENT of ONECHT ALARM gaat.
1/1 Alarmen
001 Auto. ALARM groep 3
Vergaderruimte 808
Verdieping 8
Sectie 1
12-09-2015 08:08:08
1:Adr. 003/004A08B0
L1
1/1 Alarmen
001 Auto. ALARM groep 3
Vergaderruimte 808
Verdieping 8
Sectie 1
12-09-2015 08:08:08
1:Adr. 003/004A08B0
L1
1/1 Alarmen
001 Auto. ALARM groep 3
Vergaderruimte 808
Verdieping 8
Sectie 1
12-09-2015 08:08:08
1:Adr. 003/004A08B0
L1