FC361FC361-xx Brandmeldcentrale Technische handleiding A6V10421795_en--_d Building Technologies
Juridische kennisgeving Juridische kennisgeving Technische specificaties en beschikbaarheid kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Het verzenden, verveelvoudigen, verspreiden en/of bewerken van dit document en het gebruik van de inhoud ervan en er mededeling daarvan doen aan anderen zonder uitdrukkelijke toestemming is verboden. Overtreders zullen gehouden zijn tot betaling van een schadevergoeding.
Inhoudsopgave 1 1.1 Over dit document ................................................................ ...................................................................................... ...................................................... 7 Toepasselijke documenten ............................................................................. 9 1.2 Downloadcentrum ......................................................................................... 10 1.3 Afkortingen ..........................
5.11.6 Gebeurtenissenprinter (optioneel) .................................................54 6 6.1 Functieoverzicht ................................................................ ........................................................................................ ........................................................55 Toegangsniveaus ..........................................................................................55 6.2 LED-indicatiepanelen ............................................
8.4.6.2 Elementen zoeken .......................................................... 93 8.4.6.3 Afhankelijkheid van type A weergeven .......................... 94 8.5 8.4.7 Detectiemodule terugstellen .......................................................... 95 Uitgangskaart (4M) kalibreren ....................................................................... 96 8.6 Alarmteller terugstellen ................................................................................. 97 8.
| 129 Building Technologies Brandveiligheid A6V10421795_nl--_d 2016-11-01
Over dit document Toepasselijke documenten 1 1 Over dit document ● Voor de installatie is specialistische kennis van de elektrotechniek vereist. ● Het installatiewerk mag uitsluitend door een deskundige worden uitgevoerd. Bij een onjuiste installatie kunnen beveiligingsinrichtingen, zonder dat een leek daar weet van heeft, buiten werking gesteld worden.
1 Over dit document Toepasselijke documenten Identificatie van het document De document-id is als volgt opgebouwd: A6Vxxxxxxxx_aaAA_vv A6Vxxxxxxxx_--AA_vv A6Vxxxxxxxx_aa--_vv A6Vxxxxxxxx_----_vv IdId-codering1 Omschrijving A6Vxxxxxxx x Door het STEP-systeem gegenereerde STEP-id _ Scheidingsteken aa Taalafkorting in overeenstemming met NEN-ISO 639-1 AA Landafkorting in overeenstemming met NEN-EN-ISO-3166-1 -- Meertalig of internationaal vv Documentversie, één of twee cijfers: a, b, …z; aa, ab
Over dit document 1 Toepasselijke documenten Conventies voor tekstmarkering Markeringen Speciale markeringen worden in dit document als volgt weergegeven: ⊳ Vereiste voor een gedragsinstructie 1. 2.
1 Over dit document Downloadcentrum 1.2 Downloadcentrum U kunt diverse soorten documenten downloaden, zoals gegevensbladen, montageaanwijzingen, en gebruiksrechtteksten via het volgende internetadres: http://siemens.com/bt/download Typ de document-id in het invoervak 'Op trefwoord zoeken'. U vindt ook informatie over zoekvarianten en koppelingen naar mobiele applicaties (apps) voor diverse systemen op de homepage. 1.
Over dit document Overzicht van wijzigingen 1 1.4 Overzicht van wijzigingen De versie van het referentiedocument is van toepassing op alle talen waarin het referentiedocument wordt vertaald. De eerste uitgave van een taalversie of een landvariant kan bijvoorbeeld versie 'd' zijn in plaats van 'a' als het referentiedocument al deze versie is.
1 Over dit document Overzicht van wijzigingen 12 | 129 Building Technologies Brandveiligheid Register van wijzigingen en_-en_-- de_-de_-- fr_-fr_-- it_-it_-- es_-es_-- d X - - X - c X - - - - b X - - - - a X - - - - X= gepubliceerd -= geen publicatie bij dit register van wijzigingen A6V10421795_nl--_d 2016-11-01
Veiligheid 2 Veiligheidsvoorschriften 2 Veiligheid 2.1 Veiligheidsvoorschriften De veiligheidsaanwijzingen moeten in acht genomen worden om personen en goederen te beschermen. De veiligheidsaanwijzingen in dit document bevatten de volgende elementen: ● Symbool voor gevaar ● Signaalwoord ● Aard en herkomst van het gevaar ● Gevolgen als het gevaar zich voordoet ● Maatregelen of verboden ter vermijding van het gevaar Symbool voor gevaar Dit is het symbool voor gevaar.
2 Veiligheid Veiligheidsvoorschriften Hoe gevaar voor letsel wordt weergegeven Informatie over het gevaar voor letsel wordt als volgt aangegeven: WAARSCHUWING Aard en herkomst van het gevaar Gevolgen als het gevaar zich voordoet ● Maatregelen / verboden ter vermijding van het gevaar Hoe mogelijke materiële schade wordt weergegeven Informatie over mogelijke materiële schade wordt als volgt aangegeven: ATTENTIE Aard en herkomst van het gevaar Gevolgen als het gevaar zich voordoet ● 14 | 129 Maatreg
Veiligheid 2 Veiligheidsvoorschriften voor de werkmethode 2.2 Veiligheidsvoorschriften voor de werkmethode Nationale normen en wetwet- en regelgeving Producten van Siemens zijn ontwikkeld en vervaardigd in overeenstemming met de relevante Europese en internationale veiligheidsnormen. Mochten er aanvullende nationale of lokale veiligheidsnormen of wetgeving gelden m.b.t.
2 Veiligheid Veiligheidsvoorschriften voor de werkmethode ● ● Zorg dat aan alle hieronder genoemde punten in de sectie 'De bedrijfsgereedheid van het product testen' is voldaan. U kunt sturingen alleen op hun normale functie instellen wanneer de bedrijfsgereedheid van het product volledig getest is en het systeem aan de klant is overgedragen. De bedrijfsgereedheid van het product testen ● ● ● ● ● ● Voorkom dat de doormelding abusievelijk geactiveerd wordt.
Veiligheid Vrijgave-informatie 2 2.3 VrijgaveVrijgave-informatie Beperkingen aan de configuratie of het gebruik van apparatuur in een brandmeldinstallatie met een bepaalde firmware-versie zijn mogelijk. WAARSCHUWING Beperkte of loze brandmelding Persoonlijk letsel en materiële schade in geval van brand. ● ● Lees de 'Vrijgave-informatie' voordat u een brandmeldinstallatie plant en/of configureert. Lees de 'Vrijgave-informatie' voordat u de firmware van een brandmeldinstallatie gaat bijwerken.
3 Beschrijving van het systeem Overzicht van het systeem 3 Beschrijving van het systeem 3.1 Overzicht van het systeem De centrale is een compacte centrale met een geïntegreerde bedieningseenheid voor de verwerking van de FD720 melderlusperifierie afkomstige signalen. Zie compatibiliteitslijst A6V10882301 in hoofdstuk 'Toepasselijke documenten [➙ 9]'. De centrale werkt als autonome brandmeldcentrale. De centrale ondersteunt de werking van de C-NET melderlus in een lus of steeklijn.
Beschrijving van het systeem Kenmerken 3 3.2 Kenmerken Systeem ● ● ● ● ● ● ● ● ● Building Technologies Brandveiligheid Bewaakt lussen van melders en alarmgevers Max. 126 adressen per lus LCD met 7 regels, max. 21 tekens per regel Er kunnen max. 2000 gebeurtenissen met datum- en tijdstempel in het geschiedenislogboek worden opgeslagen Alarmteller voor max.
3 Beschrijving van het systeem Typen centrales 3.3 Typen centrales Overzicht van centrales en opties FC361FC361-ZZ FC361FC361-ZA Accu's max. 2x 12 Ah (kleine behuizing) Accu's max. 2x 25 Ah (grote behuizing) FC361FC361-YZ FC361FC361-YA Accu's max. 2x 12 Ah met LED-indicatiepaneel (16 groepen) Accu's max.
Beschrijving van het systeem Technische gegevens 3 3.4 Technische gegevens Informatie over goedkeuringen, CE-markering en de relevante EU-richtlijnen voor dit apparaat (deze apparaten) is beschikbaar in de volgende document(en); zie hoofdstuk 'Toepasselijke documenten': ● Document A6V10419665 3.4.1 Algemene gegevens Melderlus Aantal melderlussen Aantal adressen 1 lus of 2 steeklijnen Max.
3 Beschrijving van van het systeem Technische gegevens 3.4.2 Elektrische gegevens Nominale gegevens melderlus Bedrijfsspanning 12…33 VDC Bedrijfsstroom Max. 0,5 A Lusweerstand/-capaciteit Max. 240 Ω / max. 500 nF Bewaakt op aardsluiting Ja Bewaakt op open kring/kortsluiting Ja Alarmgevers larmgevers op hoofdprint Spanning/stroom 24 VDC / 0,5 A 1 Afsluitelement Weerstand 2,2 kΩ / 1 W / 0,5% AUX. uitgangsvermogen (max.
Beschrijving van het systeem Technische gegevens 3 1 Elke alarmgeveruitgang heeft een uitgangsstroom van max. 0,5 A. De totale uitgangsstroom van beide alarmgeverlussen is max. 0,5 A. 2 Elke programmeerbare IO op de hoofdprint heeft een uitgangsstroom van max. 0,1 A. De totale uitgangsstroom van programmeerbare IO's en aux. uitgangsvermogen is max. 0,2 A. 3 Elke uitgang op de uitgangskaart (4M) heeft een uitgangsstroom van max. 1,0 A. De totale uitgangsstroom van de uitgangskaart (4M) is max. 2,0 A.
3 Beschrijving van het systeem Opbouw 3.5 Opbouw In onderstaande figuur wordt de opbouw van de centrale getoond, met het frontdeksel geopend. 8 7 4 5 3 1 6 2 24 | 129 2 1 Energievoorziening 2 Accu's 3 Hoofdprint 4 Optionele uitgangskaart (4M) 5 RS232-module 6 Printplaat bedieningseenheid 7 Ruimte voor opties (bijv.
Opties met eisen 4 4 Opties met eisen De volgende opties met eisen zoals gedefinieerd in NEN-EN 54-2/A1 zijn beschikbaar. In onderstaande tabel staat hoe deze opties op de centrale gerealiseerd kunnen worden. De relevante secties volgens NEN-EN 54-2/A1 zijn gespecificeerd in de linker kolom van de tabel. NENNEN-EN 5454-2 Opties met eisen Functie in FC361FC361-xx Installatie Configuratie 1 / bediening Hoofdstuk 7.
5 Installatie Instructie 5 Installatie 5.1 Instructie WAARSCHUWING Spanning Elektrische schok ● Installatiewerkzaamheden mogen alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd en alleen wanneer het systeem stroomloos is. ATTENTIE Elektrostatica Schade aan elektronica ● Er moeten passende beschermingsmaatregelen worden genomen bij werken met elektronicamodules. ● Voor de installatie is specialistische kennis van de elektrotechniek vereist.
Installatie Instructie 1 Aanbevolen hoogte display circa 1,6 tot 1,7 m 2 Breedte centrale: 402 mm 3 Afstand vanaf deur van ten minste één deurvleugel in breedte 4 Hoogte centrale: 372 mm 5 27 | 129
5 Installatie Opbouwmontage 5.2 Opbouwmontage Stappen: 1. Bepaal de montageplaats. 2. Open de deur van de centrale met een schroevendraaier. 3. Breek de benodigde kabelinvoeren (A) uit. – – Draai kabelwartels (B) in alle open invoeren. De kabelwartels worden niet meegeleverd. De voedingskabel moet in de behuizing aan de rechterkant van bovenaf gezien worden ingevoerd. Signaal- en stuurskabels kunnen door de resterende invoeren in de behuizing worden ingevoerd. 4.
Installatie Opbouwmontage 5 A Kabelinvoeren B Kabelwartels C Toebehoren D Montagegaten Building Technologies Brandveiligheid 29 | 129 A6V10421795_nl--_d 2016-11-01
5 Installatie Energievoorziening - netspanning 5.3 Energievoorziening - netspanning netspanning Waarschuwing Elektrische spanning! Elektrische schok Vergewis u ervan, alvorens de netspanning aan te sluiten, dat de stroomvoorziening niet ingeschakeld is en dat die vergrendeld is om te voorkomen dat die ingeschakeld wordt. 1. Breng de voedingskabel (1) aan in de behuizing vanaf de rechterbovenkant. Gebruik voedingskabel met een dwarsdoorsnede van 3*1,5 mm2 tot max. 3*2,5 mm2. 2.
Installatie 5 Accu 5.4 Accu Wanneer de netwisselspanning uitvalt, zal de noodstroomvoorziening worden verzorgd door de aangesloten accu's zonder dat er een onderbreking optreedt. De overbruggingstijd voor de noodstroom is gebaseerd op zowel de rust- en alarmstroom van de brandmeldcentrale als de accucapaciteit. ATTENTIE Accu Accu Fout tijdens configuratiedetectie Extra inspanning voor storingzoeken ● Sluit de accu-aansluitkabels (1) pas aan wanneer alle installatiewerkzaamheden voltooid zijn.
5 Installatie Accu De brandmeldcentrale is goedgekeurd met de hierboven vermelde accu's, gebruik alleen door Siemens geleverde accu's.
Installatie 5 Aansluitingsoverzicht 5.5 Aansluitingsoverzicht Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de aansluiting van de centrale.
5 Installatie C-NET melderlus 5.6 C-NET melderlus Er kunnen max. 126 apparaten, zoals automatische brandmelders (bijv. rook- of warmtemelders), handbrandmelders, I/O-modules en andere C-NET componenten, op de C-NET melderlus worden aangesloten. De aansluiting voor de C-NET melderlus bevindt zich op de hoofdprint. De meeste lusapparatuur, zoals brandmelders, wordt rechtstreeks gevoed door C-NET met de benodigde bedrijfsspanning.
Installatie 5 C-NET melderlus 5.6.1 Aansluitbare C-NET apparatuur apparatuur Onderstaande tabel bevat een lijst met alle apparaten die op de C-NET melderlus kunnen worden aangesloten. Ook worden er de apparaten met een alarmindicator (AI) in aangegeven. Op de apparaten kan een externe alarmindicator (EAI) of een sokkel voor een alarmgever (DBS720) worden aangesloten.
5 Installatie C-NET melderlus Apparaattype Type Omschrijving AI EAI DBS720 FDCAI221 Adresseerbare alarmindicator – – – De volledige compatibiliteitslijst is beschikbaar in document A6V10882301. Zie hoofdstuk 'Toepasselijke documenten [➙ 9]'. ATTENTIE Beïnvloeden van de kortsluitingsbewaking ● Van apparaten op het C-NET met een afzonderlijke voeding moet de voeding elektrisch gescheiden worden.
Installatie C-NET melderlus 5 5.6.2 C-NET topologie Toegestane topologie voor het CC-NET Het C-NET kan volgens de hieronder weergegeven topologie worden bedraad. Ongeacht de topologie (lus, steeklijn of lus met substeeklijn), moeten de limieten van het C-NET systeem, zoals lengte, kabelweerstand enz., in acht worden genomen. Er kan ofwel één lus ofwel twee steeklijnen op de C-NET melderlus van de centrale worden aangesloten. Lus (1 lus, max. 126 elementen) C-NET Steeklijn (2 steeklijnen, max.
5 Installatie C-NET melderlus 5.6.3 Bedrading op CC-NET apparatuur De aansluitklemmen voor de lus (melderlus, C-NET) bevinden zich op de hoofdprint. Zie onderstaande afbeelding voor de positie. LOOP1 Ieder C-NET apparaat is voorzien van klemmen voor het rechtstreeks aansluiten van de C-NET draad.
Installatie 5 C-NET melderlus Steeklijnbedrading (A ) Bij gebruik van afgeschermde aansluitkabels: De kabelafscherming moet worden aangesloten op de aardklem van de centrale. Er kunnen max. 32 apparaten aangesloten worden op één enkele steeklijn volgens NEN-EN 54-2.
5 Installatie Alarmgever 5.7 Alarmgever larmgever De hoofdprint van de centrale heeft twee alarmgeverlussen. Ze worden bewaakt van de klem tot het afsluitelement op draadbreuk en kortsluiting. Toepassing: Sturing alarmgevers Technisch: ● Stroom van elke alarmgeverlus: max. 0,5 A @ 24 VDC ● Totaal beschikbare stroom van beide alarmgeverlussen: max. 0,5 A @ 24 VDC ● Elke lus moet met een afsluitelement (weerstand 2,2 kΩ) worden afgesloten.
Installatie 5 In-/uitgangen 5.8 InIn-/uitgangen De hoofdprint van de centrale heeft vier configureerbare in-/uitgangen. Elk ervan kan worden geconfigureerd als een ingang of uitgang. De standaardinstellingen zijn: ● IO1 / IO2: ingang ● IO3 / IO4: uitgang 1 Geconfigureerd als ingang (aansluiten op '0 V' en IO) 2 Geconfigureerd als uitgang (aansluiten op '24 V' en IO) Geconfigureerd als 'ingang' De ingangen kunnen door een potentiaalvrij contact worden getriggerd.
5 Installatie In-/uitgangen Modus Functionaliteit Schakelen tussen dag/nacht Hiermee wordt tussen 'Dag' / Nacht' geschakeld als het signaal aan de ingang verandert. Extra PSU-storing initiëren Hiermee wordt een storing van een externe PSU geactiveerd zo lang de ingang geactiveerd is. Storing automatische kiezer (DRM brandapparaat) Hiermee wordt een storing van een DRM brand-apparaat geactiveerd zo lang de ingang geactiveerd is. De LED ‘Storing DRM brand’ en de LED ‘Algemene storing’ zijn AAN.
Installatie Relais 5 5.9 Relais De hoofdprint van de centrale heeft drie relaisuitgangen voor sturing zonder lusbewaking. Ze kunnen vrij geconfigureerd worden als: ● DRM brand ● DRM storing ● Brandsturing De standaardinstellingen zijn: ● Relais 1: DRM brand ● Relais 2: DRM storing ● Relais 3: Brandsturing Technisch: Technisch Stroom van elk relais: max.
5 Installatie Aansluitklemmen en schakelaars 5.10 Aansluitklemmen en schakelaars in onderstaande afbeelding wordt de positie van aansluitklemmen en schakelaars getoond.
Installatie 5 Aansluitklemmen en schakelaars X22 pen toewijzing Pen Omschrijving 1 Signaal vanaf de energievoorziening: Storing in de accuvoeding 2 Signaal vanaf de voeding: Storing in de netvoeding 3 Signaal vanaf de voedingseenheid (+) 4 Signaal vanaf de voedingseenheid (+) 5 Signaal vanaf de voedingseenheid (–) 6 Signaal vanaf de voedingseenheid (–) S1: Terugsteltoets Terugsteltoets voor centrale Bediening Functie Eén keer drukken De centrale schakelt uit en start opnieuw.
5 Installatie Toebehoren 5.11 Toebehoren 5.11.1 Sleutelschakelaar (FCA3601(FCA3601-Z1) / Sleutelschakelaar (Noords) (FCA3603(FCA3603-Z1) FCA3603-Z1 FCA3601-Z1 Functie: De sleutelschakelaars geven rechtstreeks toegang tot bewerkingen op toegangsniveau 2. Installatie: Installatie Gedetailleerde informatie over de installatie is beschikbaar in document A6V10431013. Zie hoofdstuk 'Toepasselijke documenten [➙ 9]'. Programmeren: Programmeren Er hoeft niet geprogrammeerd te worden.
Installatie Toebehoren 5 5.11.2 Ontruimingsmodule (NL) (FTO3601(FTO3601-H1) FTO3601-H1 Functie: Functie De ontruimingsmodule (NL) biedt een speciale Nederlandse functie. Hiermee wordt de ONTRUIMING geactiveerd door tweemaal op de -knop te drukken en gedeactiveerd door tweemaal op de -knop te drukken. Installatie: Installatie Gedetailleerde informatie over de installatie is beschikbaar in document A6V10431009. Zie hoofdstuk 'Toepasselijke documenten [➙ 9]'.
5 Installatie Toebehoren De LED en knop 'Alarmgevers uit/aan' op de bedieningseenheid van de centrale worden gedeactiveerd als de ontruimingsmodule (NL) is geïnstalleerd en geprogrammeerd.
Installatie Toebehoren 5 5.11.3 LEDLED-indicatiepaneel (16 groepen) (FTO3602(FTO3602-Z1) FTO3602-Z1 Functie: Functie De LED-indicatiepaneel (16 groepen) toont de huidige alarmstatus van elke sectie (max. 16 secties van een centrale). ● Een knipperde LED geeft aan dat de eerste sectie in alarm staat. ● Een statische LED geeft aan dat er nog meer secties in alarm staan. Installatie: Installatie Gedetailleerde informatie over de installatie is beschikbaar in document A6V10431011.
5 Installatie Toebehoren 5.11.4 Uitgangskaart (4M) (FCA3602(FCA3602-Z1) FCA3602-Z1 Figuur 1: Installatie uitgangskaart (4M) Figuur 2: Overzicht van aansluitingen uitgangskaart (4M) Figuur 3: Interne stroomaansluiting Functie: De uitgangskaart (4M) heeft vier bewaakte uitgangen: OUT1…OUT4. De standaardinstellingen voor de uitgangen zijn: ● OUT1: DRM brand ● OUT2: DRM storing ● OUT3 / OUT4: Alarmgeverlus Er is een voeding van 24 VDC @ 2 A vereist.
Installatie 5 Toebehoren Installatie: WAARSCHUWING Elektrische spanning Vóór installatie met uitgangskaart (4M): ● Schakel de energievoorziening van de centrale uit. ● Koppel de voedingskabel bij de klem '20-30V' op de uitgangskaart (4M) los. Gedetailleerde informatie over de installatie is beschikbaar in document A6V10431015. Zie hoofdstuk 'Toepasselijke documenten [➙ 9]'. Technisch: ● ● ● Max. stroom van elke uitgang: 1,0 A @ 26 VDC Max.
5 Installatie Toebehoren Imax R lus [Ω]] Umin = 9 V Umin = 14,5 V Umin = 16 V 0,1 A 0…130,7 0…86,4 0…74,3 0,2 A 0…62,3 0…40,1 0…34,1 0,4 A 0…28 0…17 0…14 0,6 A 0…16,6 0…9,3 0…7,2 0,8 A 0…10,9 0…5,4 0…3,9 1A 0…7,5 0…3,1 0…1,9 Tegenmaatregelen: Vermindering van I belasting of R lus 52 | 129 Building Technologies Brandveiligheid A6V10421795_nl--_d 2016-11-01
Installatie Toebehoren 5 5.11.5 RS232RS232-module De RS232-module (FCA2001-A1) dient om een gebeurtenissenprinter aan te sluiten. Installatie: Installatie 1 RS232-module 2 X10, sleuf voor aansluiting van de modules 1. Steek de module in sleuf X10. 2. Zet de module vast op de hoofdprint met de twee schroeven. 3. Sluit de bedrading op de module aan overeenkomstig de pentoewijzing.
5 Installatie Toebehoren 5.11.6 Gebeurtenissenprinter (optioneel) De RS232-module verbindt één externe printer Fujitsu DL3750+ met de centrale. Gedetailleerde informatie over de printer is beschikbaar op de met de printer meegeleverde cd. Verbinding: Verbinding Voorwaarde vooraf: RS232-module is geïnstalleerd. Zie hoofdstuk 'RS232-module [➙ 53]'. in onderstaande afbeelding wordt de verbinding tussen printer en centrale getoond.
Functieoverzicht Toegangsniveaus 6 6 Functieoverzicht 6.1 Toegangsniveaus De centrale is met toegangsniveaus tegen onbevoegd in werking stellen beveiligd. De machtigingstoegangscodes voor toegangsniveau 2, toegangsniveau 3 en toegangsniveau 3.1 kunnen ofwel direct op de centrale ofwel met ‘Online tool FC360' worden gewijzigd. ToegangsToegangsniveau Personeel Toegangscode (standaard) Functie 1 Iedereen Nee ● 2 Gemachtigde gebruiker 1234 of Het systeem bedienen, bijv.
6 Functieoverzicht LED-indicatiepanelen 6.2 LEDLED-indicatiepanel indicatiepanelen iepanelen FC360 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Nr. Omschrijving Kleur Status Functie 1 Alarmmelding Rood Aan De centrale bevindt zich in de 'Meldtoestand'. 2 Meer meldingen Rood Knipperend Er treden meer dan twee meldingen op. 3 Brandweer Rood Aan Is afhankelijk van de configuratie: Optie 1: Brandweer is gewaarschuwd. Optie 2: Uitgangsrelais van DRM brand is geactiveerd.
Functieoverzicht 6 Toetsen 6.3 Toetsen 11 12 10 FC360 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Nr. Omschrijving Functie 1 Meer meldingen Hiermee wordt de volgende 'brandmelding' aangegeven wanneer de LED 'Meer meldingen' knippert. 2 Dag / Nacht 1 3 Alarmvertraging Hiermee wordt de 'alarmvertragingstijd' gestopt. De centrale genereert direct een uit 1 algemene alarmmelding. 4 Geluid uit 1 Hiermee worden de alarmgevers uitgezet in geval van een alarmmelding.
6 Functieoverzicht Toetsen Nr. Omschrijving Functie 9 OK ● ● 10 Toetsenblok ● ● In de weergavemodus: Hiermee wordt naar het geselecteerde submenu gesprongen of wordt de selectie bevestigd. In de invoer-/bewerkingsmodus: Hiermee wordt de invoer bevestigd en naar een hoger niveau teruggekeerd. In de weergavemodus: Hiermee wordt rechtstreeks naar het geselecteerde submenu gesprongen. In de invoer-/bewerkingsmodus: Hiermee worden cijfers / letters ingevoerd.
Functieoverzicht LCD 6 6.4 LCD Het LCD is in 3 gedeeltes verdeeld. Hoofdmenu 2 - Bediening 3 - Gebeurtenisgeheugen 6 - Engineering 7 - Uitloggen 8 - Afvragenalarmteller 9 - Info 1: Titel Op deze regel wordt de titel van het weergavevenster weergegeven. 2: Weergavevenster Weergave In dit venster wordt de menulijst, gebeurtenissenlijst of de eigenschap ervan weergegeven. '▼': Hiermee wordt aangegeven dat er zich nog andere items onder het item onderaan bevinden.
6 Functieoverzicht Overzicht bedieningsmenu 6.5 Overzicht bedieningsmenu bedieningsmenu Toegangsniveau 1: Functie 'Activering lampentest mogelijk op toegangsniveau 1' kan via 'Online tool FC360' worden geconfigureerd. De standaardinstelling is niet-beschikbaar op toegangsniveau 1. Toegangsniveau 2: De gemarkeerde items verschillen van toegangsniveau 1. Zie toegangsniveau 1 voor andere items.
Functieoverzicht Overzicht bedieningsmenu 6 61 | 129
6 Functieoverzicht Overzicht bedieningsmenu Toegangsniveau 3: De gemarkeerde items verschillen van toegangsniveau 1 en toegangsniveau 2. Zie toegangsniveau 1 en toegangsniveau 2 voor de beschrijving van de andere items.
Functieoverzicht Invoer van cijfers en letters 6 6.6 Invoer van cijfers cijfers en letters Cijfers Druk op het gewenste cijfer om het in te voeren. Letters Gebruik de cijfertoetsen om letters in te voeren. Druk op de cijfertoets met de gewenste letter (in de linkerbenedenhoek van de toets), alle bijbehorende letters (hoofdletter en kleine letter) en het cijfer worden achtereenvolgens weergegeven. Laat de toets los zodra u bij de gewenste letter bent. Deze wordt nu ingevoerd.
6 Functieoverzicht Weergaven van gebeurtenissen 6.7 Weergaven van gebeurtenissen Op brandmeldcentrale FC361-xx worden verschillende weergaven van gebeurtenissen in verschillende opmaken weergegeven. In onderstaande afbeelding wordt de opmaak voor weergaven van gebeurtenissen getoond: Nr.
Functieoverzicht Weergaven van gebeurtenissen 6 6.7.2 Voorbeeld van storingenvenster 1/1 ① Storingen② 001 ④ Handmatige alarmmelding⑤ L3 ③ Groep 3 ⑥ Vergaderzaal 808 ⑦ 8e verdieping⑧ Sectie 1 ⑨ 12-09-2015 08:08:08 ⑩ 1: 003/ 004A08B0 ⑪ toevoegen 6.7.
7 Bediening Alarmprocedure in de nachtmodus 7 Bediening In dit hoofdstuk wordt de bedieningswerkstroom m.b.t. de belangrijke functies van het branddetectiesysteem in detail beschreven. 7.1 Alarmprocedure in de nachtmodus nachtmodus ● ● ● Op het display wordt brandinformatie gegeven. Zie hoofdstuk 'Weergaven van gebeurtenissen [➙ 64]'. Bij onmiddellijke activering van de centrale wordt 'Elke brand' en 'Algemeen alarm' weergegeven. Indien geconfigureerd: DRM brand wordt door 'Algemeen alarm' geactiveerd.
Bediening 7 Alarmprocedure in de nachtmodus ERNSTIG INCIDENT: Een echte noodsituatie door brand 1/1 Alarmen 001 Auto. ALARM groep 3 Vergaderruimte 808 Verdieping 8 Sectie 1 12-09-2015 08:08:08 1:Adr. 003/004A08B0 L1 Zorg dat de brandweer wordt gewaarschuwd. Waarschuw de brandweer als er geen doormelding aanwezig is! Als er een doormelding naar de brandweer is, dan geeft de LED ‘Brandweer’ de status 'DRM brand' aan. Zie hoofdstuk LED-indicatiepanelen [➙ 56].
7 Bediening Alarmprocedure in de dagmodus 7.2 Alarmprocedure in de dagmodus dagmodus ● Op het display wordt brandinformatie gegeven. Zie hoofdstuk 'Weergaven van gebeurtenissen [➙ 64]'. ● Bij onmiddellijke activering van de centrale wordt 'Elke brand' weergegeven. In geval van een automatisch brandalarm in de dagmodus start het aftellen voor de reactietijd T1 als het AVC aan is. Het alarmverificatieconcept (AVC) voor automatische melders kan voor speciale toepassingen worden gedeactiveerd.
Bediening 7 Procedure in geval van storing ERNSTIG INCIDENT: Een echte noodsituatie door brand 1/1 Alarmen 001 Auto. ALARM groep 3 Vergaderruimte 808 Verdieping 8 Sectie 1 12-09-2015 08:08:08 1:Adr. 003/004A08B0 L1 Stel de dichtstbijzijnde handbrandmelder in werking. OF Druk op om de verkenningstijd te annuleren en de status ‘Algemeen alarm’ van de centrale onmiddellijk te activeren. (Toegangscode voor toegangsniveau 2 is verplicht.
7 Bediening Toegangsniveau 1 7.4 Toegangsniveau 1 Deze functies zijn zonder toegangscode beschikbaar. 7.4.1 Systeemstatus Het brandmeldsysteem beoordeelt de ontvangen signalen en duidt die als gebeurtenissen aan. De volgende gebeurteniscategorieën worden onderscheiden: ● Alarmmelding ● Storing ● Technisch ● Systeemdeel uit ● Test ● Informatie Met de functie 'Systeemstatus' worden alle wachtende gebeurtenissen weergegeven. op het toetsenblok. 1. Druk op Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2.
Bediening 7 Toegangsniveau 1 7.4.2 Inloggen De functie 'Inloggen' dient om toegang tot hogere niveaus te krijgen m.b.v. een toegangscode. Het toegangscode-invoervenster wordt automatisch weergegeven als u een hoger toegangsniveau nodig hebt om de centrale te bedienen. In onderstaande afbeelding wordt het toegangscode-invoervenster getoond. Log in L1 Toegangscode: (4 digits) 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Inloggen' en druk op .
7 Bediening Toegangsniveau 1 7.4.3 Aantal alarmmeldingen alarmmeldingen opvragen De centrale telt alle alarmmeldingen. Het totale aantal meldingen wordt weergegeven door het aantal meldingen op te vragen . 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Alarmteller opvragen' en druk op . Het totale aantal alarmmeldingen wordt aangegeven. In onderstaande afbeelding wordt de alarmteller getoond. Afvragen alarmteller L1 Alarmteller 10 7.4.
Bediening 7 Toegangsniveau 2 7.5 Toegangsniveau 2 Deze functies zijn beschikbaar met een toegangscode voor toegangsniveau 2. 7.5.1 Systeemdeel uit De functie 'Systeemdeel uit' dient om een sectie, groep, element, alarmgevers, DRM uitgang, stuuruitgang in of uit te schakelen. In bepaalde situaties, bijv. onderhoud of interieurdecoratie enz., kunt u delen van een gebouw afschakelen om ongewenste meldingen of storingsmeldingen te vermijden.
7 Bediening Toegangsniveau 2 3. Selecteer 'UItschakelen' en druk op Uitschakelen , het venster 'Uitschakelen' verschijnt. L2 1 - Detectie 2 - Alarmgevers 3 - Doormelding 4 - Brandstur. 5 - Stuurgroep 4. Selecteer 'Detectie' en druk op Uitschakelen - Detectie , het venster 'Detectie' verschijnt. L2 1 - Sectie 2 – Grp. 5. Selecteer ' Sectie ' en druk op Uitschakelen - Sectie , een lijst met alle secties wordt weergegeven. L2 01 Sectie 1 (AAN) 02 Sectie 2 (AAN) T1 Sectie T1 (AAN) 6.
Bediening Toegangsniveau 2 7 7.5.2 Test 7.5.2.1 Meldertest Meldertest Met deze functie wordt een sectie of een groep in de 'Test'-modus gezet. De centrale beschikt over twee soorten testmodi: ● Stil: Alle alarmgevers blijven stil tijdens het testen. De testgebeurtenis wordt alleen op het LCD-scherm weergegeven. ● Akoestisch: Alle alarmgevers klinken gedurende 10 seconden tijdens het testen. De testgebeurtenis wordt op het LCD-scherm weergegeven.
7 Bediening Toegangsniveau 2 4. Selecteer 'Meldertest' en druk op Test - Meldertest , het venster 'Meldertest' verschijnt. L2 1 - Stil 2 - Geluid 5. Selecteer één item, bijv. 'Stil' en druk op , er wordt nu een lijst met alle secties weergegeven. Meldertest - stil L2 01 Sectie 1 (UIT) 02 Sectie 2 (UIT) T1 Sectie T1 (UIT) 6. Selecteer de gewenste sectie en druk op , 'Gehele sectie '. Er wordt nu een lijst van alle groepen onder de sectie weergegeven.
Bediening Toegangsniveau 2 7 7.5.2.2 LEDED-test Met de LED-test worden de volgende functies gecontroleerd: ● LED's ● Zoemer ● LCD 1. Druk op op het toetsenblok, het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. Hoofdmenu L2 1 - Systeemstatus 2 - Bediening 3 - Gebeurtenisgeheugen 4 - Log in 7 - Uitloggen 8 - Afvragen alarmteller 2. Selecteer 'Bediening' en druk op Bediening , het venster 'Bediening' verschijnt. L2 1 - Uitschakelen 2 - Test 3. Selecteer 'Test' en druk op , het venster 'Test' verschijnt.
7 Bediening Toegangsniveau 2 7.5.3 Gebeurtenisgeheugen Gebeurtenisgeheugen 7.5.3.1 Gebeurtenislogboek Gebeurtenislogboek Alle gebeurtenissen die zich in het branddetectiesysteem hebben voorgedaan, worden in het gebeurtenisgeheugen opgeslagen. Er worden 8 gebeurteniscategorieën onderscheiden: ● Alarmmelding ● Storing ● Technisch ● Systeemdeel uit ● Test ● Activering ● Informatie ● Bediening De gebeurtenissenlijsten worden chronologisch geordend en ze kunnen op categorie en tijd gefilterd worden.
Bediening Toegangsniveau 2 3. Selecteer 'Gebeurtenislogboek' en druk op 7 , het venster 'Gebeurtenislogboek' verschijnt. Gebeurtenis Log L2 1 - Toon log 2 - Expert 4. Selecteer 'Toon log' en druk op , alle in het gebeurtenisgeheugen opgeslagen gebeurtenissen worden weergegeven. Scrol m.b.v. Rec. 001 van 008 / . L2 + Kortsluiting Bewaakte uitgang Uitgangskaart 4M Circuit 02 03-01-2015 18:08:08 Gefilterde Gefilterde gebeurtenissen weergeven 1.
7 Bediening Toegangsniveau 2 3. Selecteer 'Gebeurtenis Log' en druk op , het venster 'Gebeurtenis Log' verschijnt. Gebeurtenis Log L2 1 - Toon log 2 - Expert 4. Selecteer 'Geavanceerd' en druk op Expert , het venster 'Expert' verschijnt. L2 Type: Alles Starttijd: 08-01-2015 Eindtijd: 08-01-2015 Afdrukken: ✕ Afvragen 5. Selecteer 'Type:', voer 'Starttijd:' / 'Eindtijd:' in en selecteer 'Afvragen' en druk op , alle gefilterde gebeurtenissen worden nu weergegeven. Scrol m.b.v. Rec.
Bediening 7 Toegangsniveau 2 7.5.4 Uitloggen Met de functie 'Uitloggen' wordt van toegangsniveau 2 of 3 teruggekeerd naar toegangsniveau 1. 1. Druk op op het toetsenblok, het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. Hoofdmenu L2 1 - Systeemstatus 2 - Bediening 3 - Gebeurtenisgeheugen 4 - Log in 7 - Uitloggen 8 - Afvragen alarmteller 2. Selecteer 'Uitloggen' en druk op , er verschijnt nu een bevestigingsdialoogvenster. Uitloggen? Ja (OK) of Nee (C) 3.
7 Bediening Bediening Toegangsniveau 3 7.6 Toegangsniveau 3 Deze functie is beschikbaar met een toegangscode voor toegangsniveau 3. 7.6.1 Testlogboek Met de functie 'Testlogboek' worden alle testlogboeken op de centrale verwijderd. 1. Druk op op het toetsenblok, het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. Hoofdmenu L3 1 - Systeemstatus 2 - Bediening 3 - Gebeurtenisgeheugen 4 - Log in 7 - Uitloggen 8 - Afvragen alarmteller 2.
Engineering 8 Datum en tijd instellen 8 Engineering Voor alle 'Engineering'-functies is een toegangscode voor niveau 3 vereist. 8.1 Datum en tijd instellen Met de functie 'Stel datum en tijd in' kunnen de datum en de tijd aangepast worden. In landen met een Centraal-Europese zomertijd (CEST) schakelt de systeemklok automatisch tussen zomertijd en reguliere tijd. 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op .
8 Engineering Naam van groep en sectie bewerken 8.2 Naam van groep en sectie bewerken Met de functie 'Naam bewerken' kan de naam van een groep of een sectie bewerkt worden. De nieuwe naam wordt weergegeven wanneer de groep of de sectie opnieuw wordt geopend. 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'pas naam/code aan' en druk op . Het venster 'Naam & code ' verschijnt. 4.
Engineering Toegangscode wijzigen 8 8.3 Toegangscode wijzigen Met de functie 'Toegangscodes' kunnen de toegangscode voor toegangsniveau 2, toegangsniveau 3 en toegangsniveau 3.1 gewijzigd worden. op het toetsenblok. 1. Druk op Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'Pas naam/code aan' en druk op . Het venster 'Naam & code' verschijnt. 4. Selecteer 'Toegangscodes' en druk op .
8 Engineering Melderlus 8.4 Melderlus 8.4.1 Opnieuw opstarten De functie 'Opnieuw opstarten' dient om een melderlus opnieuw op te starten. 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'Melderlus' en druk op . Het venster 'Melderlus' verschijnt. 4. Selecteer 'herstart' en druk op . Het venster 'herstart' verschijnt. 5. Selecteer de gewenste melderlus en druk op .
Engineering 8 Melderlus 8.4.3 Inlezen De bewerking 'Inlezen' moet na het uitvoeren van één van de volgende acties worden uitgevoerd: ● De topologie van de melderlus wijzigen, bijv. twee steeklijnen tot één lus samenvoegen. ● Nieuwe apparaten toevoegen. 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'Melderlus' en druk op . Het venster 'Melderlus' verschijnt. 4.
8 Engineering Melderlus 8.4.4 Onderhoud 8.4.4.1 Een element verwijderen Verwijder het element met de sokkel (indien nodig) uit het systeem. Verbindt de draden van de melderlus door volg de handelingen zoals hieronder is aangegeven. Het element wordt uit het systeem verwijderd. Een element wordt verwijderd en er wordt een storing 'Element ontbreekt' in het storingenvenster gemeld. op het toetsenblok. 1. Druk op Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op .
Engineering Melderlus 8 8.4.4.2 Vervangen elementen elementen accepteren Als er verscheidene elementen van de melderlus vervangen moeten worden, schakel de lus dan eerst uit en de-installeer vervolgens de betreffende elementen. Vervang de elementen door nieuwe van hetzelfde type en handel zoals hieronder is aangegeven. De nieuwe elementen krijgen alle functies en parameterinstellingen mee van de oude elementen. Wijzig de topologie niet bij het vervangen van elementen. De melderlus wordt uitgeschakeld.
8 Engineering Melderlus 8.4.4.3 Een melder vervangen en testen Als er een melder vervangen moet worden door hetzelfde type, stel de melder dan in op de vervangingsmodus op de bedieningseenheid zoals hieronder is aangegeven. 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'Melderlus' en druk op . Het venster 'Melderlus' verschijnt. 4. Selecteer 'Onderhoud' en druk op .
Engineering 8 Melderlus 8.4.5 Autoconfiguratie De functie 'Autoconfiguratie' dient om een zojuist geïnstalleerde centrale onmiddellijk in bedrijf te stellen. ATTENTIE De oude configuratie overschrijven De oude configuratie wordt overschreven. ● Sla de oude configuratie op alvorens autoconfiguratie uit te voeren. De melderlus wordt uitgeschakeld. Zie hoofdstuk 'Uitschakelen [➙ 86]'. 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op .
8 Engineering Melderlus 8.4.6 Weergeven / zoeken 8.4.6.1 Sectie Secties / groepen weergeven Met de functie 'Sectie / groepen weergeven' kunnen alle secties, groepen en elementen die met de centrale verbonden zijn worden weergegeven. op het toetsenblok. 1. Druk op Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'Melderlus' en druk op . Het venster 'Melderlus' verschijnt. 4. Selecteer 'Toon / Locatie' en druk op .
Engineering 8 Melderlus 8.4.6.2 Elementen Elementen zoeken Met de functie 'Elementen zoeken' kan een element op de locatie worden gezocht. 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'Melderlus' en druk op . Het venster 'Melderlus' verschijnt. 4. Selecteer 'Toon / Locatie' en druk op . Het venster 'Toon / Locatie' verschijnt. 5. Selecteer 'Localiseer elementen' en druk op .
8 Engineering Melderlus 8.4.6.3 Afhankelijkheid van type A weergeven Met de functie 'Toon type A afhank.' kunnen alle apparaten waarvan de afhankelijkheid van type A geactiveerd is, worden weergegeven. 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'Melderlus' en druk op . Het venster 'Melderlus' verschijnt. 4. Selecteer 'Toon / Locatie' en druk op .
Engineering 8 Melderlus 8.4.7 Detectiemodule terugstellen Met de functie 'Stel det.module terug' kan de detectiemodule vanuit het menu worden teruggesteld wanneer de detectiemodule een fatale storing meldt. 1. Druk op op het toetsenblok. Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'Melderlus' en druk op . Het venster 'Melderlus' verschijnt. 4. Selecteer 'Stel det.module terug' en druk op .
8 Engineering Uitgangskaart (4M) kalibreren 8.5 Uitgangskaart (4M) kalibreren De transmissiewegen moeten volgens NEN-EN 54-13 worden gecalibreerd. De functie 'Calibreer 4M luskaart’ dient om de lus op de uitgangskaart (4M) te calibreren. Calibratie van de lus is nodig om supervisie te verzorgenen. De lusweerstand wordt aangegeven voor een uit de calibratie voortvloeiende berekening.
Engineering Alarmteller terugstellen 8 8.6 Alarmteller terugstellen Met de functie 'Alarmteller terugstellen' wordt de alarmteller weer op '0' gesteld. op het toetsenblok. 1. Druk op Het venster 'Hoofdmenu' verschijnt. 2. Selecteer 'Engineering' en druk op . Het venster 'Engineering' verschijnt. 3. Selecteer 'Alarmteller terugstellen' en druk op . Er verschijnt een toegangscode-invoervenster. . 4. Voer de toegangscode (66666666) in en druk op Er verschijnt nu een bevestigingsdialoogvenster. 5.
8 Engineering Configuratiehulpprogramma's 8.
Engineering Configuratiehulpprogramma's 8 Adobe Flash Player is vereist op de pc.
9 Inbedrijfstelling De melderlus installeren en controleren 9 Inbedrijfstelling In dit hoofdstuk wordt de eerste inbedrijfstelling van brandmeldcentrale FC361-xx beschreven. 9.1 De melderlus installeren en controleren Elementen installeren Breng het id-nummer op de plattegrond aan alvorens een element te plaatsen of aan te sluiten. De plakstrook met het id-nummer vindt u aan de onderkant van het element. De melderlus is niet aangesloten op de brandmeldcentrale.
Inbedrijfstelling De centrale installeren 9 9.2 De centrale installeren Brandmeldcentrale FC361-xx is gemonteerd. 1. Steek de kabels voor de melderlussen en de netvoeding in de centrale en sluit ze op de centrale aan. Zie hoofdstuk 'Energievoorziening - netspanning [➙ 30]'. 2. Plaats de accu's en sluit ze op de energievoorziening aan. Zie hoofdstuk 'Accu [➙ 31]'. 9.3 De centrale opstarten 1. Sluit de kabels voor de melderlussen aan. 2. Sluit de energievoorziening aan (stroomnet en accu's).
9 Inbedrijfstelling Algemene stappen voor inbedrijfstelling 9.4.2 Het systeem handmatig configureren Wijzigen m.b.v. 'Online 'Online tool FC360' FC360' 1. Sluit de pc op de centrale aan. Zie hoofdstuk 'Pc op de centrale aansluiten [➙ 98]'. 2. Open een webbrowser. 3. Voer het webadres 'fc360.siemens.com' in en druk op . 'Online tool FC360' verschijnt. 4. Geef de toegangscode voor toegangsniveau 3 op voor inloggen op niveau 3. 5. Wijzig de configuratie voor zover nodig.
Inbedrijfstelling 9 Algemene stappen voor inbedrijfstelling Wijzigen m.b.v. 'Offline 'Offline tool FC360' FC360' 1. Sluit de centrale aan op de pc waarop 'Offline tool FC360' is geïnstalleerd. 2. Maak eerst een back-up van de configuratie op de pc. Zie hoofdstuk 'Back-up van de configuratie op de pc maken [➙ 108]'. 3. Open 'Offline tool FC360'. 4. Selecteer een taal en klik op 'Enter'. 5. Klik op 'Een bestaande configuratie openen'. 6.
9 Inbedrijfstelling Algemene stappen voor inbedrijfstelling 9.4.3 Functionele test WAARSCHUWING Alarmering en DRMRM-transmissie worden tijdens het testen geactiveerd. U moet het volgende doen: ● ● Licht de brandweer in. Licht de eigenaar van het gebouw in. 1. Doe de LED-test. Zie hoofdstuk 'LED-test [➙ 77]'. 2. Test elk element (melder, handbrandmelder, enz.) afzonderlijk en controleer of het systeemgedrag juist is (bijv. activering alarmgever, DRM brand, DRM storing, brandsturingen, enz.).
Inbedrijfstelling 9 Windows Firewall instellen 9.5 Windows Firewall instellen Het wijzigen van de firewallinstellingen heeft tot doel een functionerende Ethernetverbinding tussen de configuratiehulpprogramma's op de pc en de brandmeldcentrale tot stand te brengen. De Windows Firewall kan verhinderen dat de pc verbinding krijgt met de centrale.
9 Inbedrijfstelling Windows Firewall instellen 4. Klik met de rechtermuisknop op 'Regels voor binnenkomende verbindingen' > 'Nieuwe regel...' Het venster 'Wizard Nieuwe regel voor binnenkomende verbindingen' verschijnt. 5. Selecteer 'Regeltype' en activeer 'Programma'. 6. Klik op 'Volgende >' ter bevestiging en geef het programmapad naar 'WebEngineeringServer.exe' op. – Voorbeeld: D:\Program Files\Siemens\Offline Web Tool\offline_server\api\thrift\WebEngineeringServer.exe 7.
Inbedrijfstelling 9 Firmware bijwerken 9.6 Firmware bijwerken WAARSCHUWING De brandmeldinstallatie is tijdens het bijwerken van de firmware gedeactiveerd. Een brand zou zich ongehinderd kunnen voortplanten. ● Persoonlijk toezicht is vereist. ● Activeer de brandmeldinstallatie zo spoedig mogelijk opnieuw. Wanneer de firmware van de centrale wordt bijgewerkt, worden de firmware van de uitgangskaart (4M) (indien geïnstalleerd) en de detectiemodule ook automatisch bijgewerkt.
9 Inbedrijfstelling Back-up van de configuratie op de pc maken 9.7 BackBack-up van de configuratie op de pc maken 1. Sluit de pc op de centrale aan. Zie hoofdstuk 'Pc op de centrale aansluiten [➙ 98]'. 2. Open een webbrowser. 3. Voer het webadres 'fc360.siemens.com' in en druk op . 'Online tool FC360' verschijnt. 4. Geef de toegangscode voor toegangsniveau 3 op voor inloggen op niveau 3 op de centrale. 5. Klik op 'Back-up maken'. 6. Geef een pad en bestandsnaam op en klik op 'OK'.
Inbedrijfstelling Een back-up van het testrapport op de pc zetten 9 9.10 Een backback-up van het testrapport op de pc zetten 1. Sluit de pc op de centrale aan. Zie hoofdstuk 'Pc op de centrale aansluiten [➙ 98]'. 2. Open een webbrowser. 3. Voer het webadres 'fc360.siemens.com' in en druk op . 'Online tool FC360' verschijnt. 4. Klik op het tabblad 'Beheer'. 5. Klik op 'Testrapport naar de pc uploaden'. 6. Geef een pad en bestandsnaam op en klik op 'OK'.
9 Inbedrijfstelling Uitgangskaart (4M) toevoegen 9.12 Uitgangskaart (4M) toevoegen Uitgangskaart (4M) is correct geïnstalleerd. Zie hoofdstuk 'Uitgangskaart (4M) (FCA3602-Z1) [➙ 50]'. 1. Sluit de pc op de centrale aan. 2. Open een webbrowser. 3. Voer het webadres 'fc360.siemens.com' in en druk op . 'Online tool FC360' verschijnt. 4. Geef de toegangscode voor toegangsniveau 3 op voor inloggen op niveau 3 op de centrale. 5. Configureer de uitgangskaart (4M). Raadpleeg document A6V10450595.
Onderhoud Algemeen 10 10 Onderhoud 10.1 Algemeen Regelmatig onderhoud van het systeem is noodzakelijk om een betrouwbare werking te waarborgen. De centrale heeft een herinneringsfunctie die u kan informeren over op handen zijnde onderhoud. Wanneer de herinnering voor onderhoud wordt weergegeven, is er regelmatig onderhoud door de onderhoudstechnicus vereist. Onderhoudsintervallen kunnen afwijken van de volgende onderhoudsaanbevelingen, afhankelijk van nationale voorschriften.
10 Onderhoud Functionele test 10.3 Functionele test Voor de functionele test wordt het volgende schema aanbevolen. Ter plaatse geldende voorschriften hebben echter voorrang. Functie Activiteit Interval (jaren) 1 Melderlus Activeer alle automatische melders en alle handbrandmelders. Activeer een melder of handbrandmelder per lus. X Controleer alle melders en handbrandmelders op vuil en controleer of het gebruik overeenkomstig de voorschriften is.
Onderhoud Meldertest 10 10.4 Meldertest Meldertest Rookmelder 1. 2. 3. 4. 5. Schakel de testmodus voor de lus in. Plaats meldertester RE6 op de melderkop. Laat wat testgas vrijkomen. Verwijder de meldertester. Controleer of het alarm werd getriggerd. De alarmindicator knippert. 6. Wacht tot de alarmindicator uit is. 7. Stel de lus in op bedrijf in de normale modus. Warmtemelder 1. Schakel de testmodus voor de lus in. 2. Plaats meldertester RE6T op de melderkop en schakel de verwarmingsinstallatie in. 3.
11 Storingzoeken Indicatie van storingsmeldingen 11 Storingzoeken 11.1 Indicatie van storingsmeldingen Nr. Omschrijving Oorzaak Actie 1 Algemene storing Het systeem heeft een storing. Controleer of er nog een storings-LED knippert, zo niet: ● Controleer het display ● Controleer of de storingsstuuringang is geactiveerd. 2 Systeemstoring Uitval van de hoofdCPU Visuele controle van de kabelverbindingen ● Schakel de stroom uit en start opnieuw op.
Storingzoeken 11 Toebehoren 11.3 Toebehoren Omschrijving Oorzaak / actie 24 VDC te laag Controleer ingangsspanning van '24V' op uitgangskaart FCA3602-Z1. Uitgangen van Controleer de kabelverbinding en uitgangslus. uitgangskaart (4M) geven een storing aan ONTRUIMING-storing Controleer de kabelverbinding. Vervang het element als het nog steeds niet werkt. Sleutelschakelaar werkt niet Controleer de kabelverbinding. Vervang het element als het nog steeds niet werkt.
12 Onderdelen en reserveonderdelen 12 Onderdelen en reserveonderdelen Onderdelen Type Ond.nr. Benaming FC361-ZZ S54433-C112-A1 Brandmeldcentrale (1L, Compact) FC361-ZA S54433-C111-A1 Brandmeldcentrale grote behuizing (1L, Comfort) FC361-YZ S54433-C110-A1 Brandmeldcentrale (1L, Compact, LED) FC361-YA S54433-C109-A1 Brandmeldcentrale grote behuizing (1L, Comfort, LED) Toebehoren Type Ond.nr.
Milieubescherming en afvoer 13 13 Milieubescherming en afvoer Dit apparaat is vervaardigd met gebruikmaking van materialen en op een wijze die zo goed mogelijk voldoen aan de huidige milieubeschermingsnormen.
Bijlage A: Alarmverificatieconcept (AVC) 14 14 Bijlage A: Alarmverificatieconcept (AVC) Het 'Alarmverificatieconcept' dient voor het vertraagd doorzenden van alarmmeldingen waarbij rekening gehouden wordt met de interactie van het bedieningspersoneel in de alarmeringsvolgorde. Het bedieningspersoneel is in staat de aangegeven plaats van de brand te onderzoeken in geval van een brandmelding. Ingrijpen door de brandweer kan worden vermeden in geval van een vals alarm of onecht alarm. 1 mx m 2 T1..
Bijlage A: Alarmverificatieconcept Alarmverificatieconcept (AVC) 14 Alarmverificatie verloopt als volgt: ● Een alarmmelding activeert de lokale alarmering en start tijd T1 voor acceptatie. ● Het bedieningspersoneel bevestigt de alarmmelding op de centrale vóór het verstrijken van T1. Bij bevestiging wordt de lokale alarmering normaliter uitgezet. Als er geen bevestiging heeft plaatsgevonden, wordt de algemene alarmering geactiveerd na het verstrijken van T1. ● Na bevestiging start verkenningstijd T2.
15 Bijlage B: Groepstypelijst 15 Bijlage B: Groepstypelijst Er kunnen maximaal 200 groepen aan 1…17 secties worden toegewezen.
Bijlage C: Gedrag van FlashFlash-bestand 16 16 Bijlage C: Gedrag van FlashFlash-bestand Actie Uitwerking Alarmmel Configuratie-Alarmmeld eldingeningen- Configuratie teller bestand GebeurtenisGebeurtenisgeheugen Status bedieningsbedieningseenheid Toegangscode van 'Online Online tool FC360' FC360 Firmware bijwerken Ongewijzigd Ongewijzigd 1 Ongewijzigd Ongewijzigd Ongewijzigd Een bestaand configuratiebestand downloaden Ongewijzigd Gewijzigd Ongewijzigd Ongewijzigd Ongewijzigd Een nieuw gemaa
17 Bijlage D: Standaardinstelling voor centrale/elementen 17 Bijlage D: Standaardinstelling voor centrale/ centrale/elementen elementen Informatie m.b.t. locatie van centrale: centrale: Items Standaardinstellingen Naam Locatie Naam installateur Siemens Tel.
Bijlage D: Standaardinstelling voor centrale/elementen 17 Uitgangen op uitgangskaart (4M) Items Gebruik van uitgang Kruipende open stroomkring / kortsluiting bewaken Toon ActiveringsActiveringsconditie (oorzaak) Programmeerbare OUT1 DRM brand Nee - - Programmeerbare OUT2 DRM storing Nee - - Programmeerbare OUT3 Alarmgeverlus Nee Continu Elke brand aanhoudend Programmeerbare OUT4 Alarmgeverlus Nee Continu Elke brand aanhoudend Speciale instellingen op centrale Items Melding gebroken
17 Bijlage D: Standaardinstelling Standaardinstelling voor centrale/elementen Parameters melders melders Elementen Gevoeligheid DetectieDetectiemethode Parameterset AI toevoeg toevoegen evoegen OP720 01: Standaard - - Nee HI720 - 02: A2R - Nee HI722 - 01: A2S - Nee OH720 01: Robuust - - Nee OOH740 - - 04 (OOT): Gebalanceerd Nee OOHC740 (brandmelder) - 10 (OOT): Gebalanceerde CO Nee OOHC740 (CO-detector) - - - Nee FDF241-9 01: Robuust - - Nee FDL241-9 01: Standa
Bijlage D: Standaardinstelling voor centrale/elementen 17 Parameters van groepsmodules FDCI723 Items Standaardinstellingen Instelling reactietijd Alarm: 0 s / Storing: 10 s Lustype Belasting alarm met spanningsbegrenzing Afsluitelementtype 20V transzorb diobe GROEPSTYPE Doormeldgroep AVC-functie AAN Functie van type A UIT parameters van uitgangen van I/OI/O-modules Apparaten Uitgangs Uitgangsmodus gangsmodus Faalveilig Uitgangss Uitgangsstijl gangsstijl FDCIO221 Inactief: Uit / actief:
18 Bijlage E: Netvoeding omschakelen naar 115 VAC 18 Bijlage E: Netvoeding om omschakelen naar 115 VAC 1. Verwijder voeding FP2015-A1 uit de centrale en open die. 2. Zet de jumper van X12 op X11 op de printplaat. Jumper X12 for AC 230 V Jumper X11 for AC 115 V 3. Merk '115 V' met 'x' en '230 V' met '-------' op het hieronder weergegeven plaatje.
Index Index FW-versie ......................................................... 72 A Aansluitfactor Aansluitfactor ...................................................... ...................................................... 34 Aansluitklemmen en schakelaars ........................ 44 Aantal alarmmeldingen ....................................... ....................................... 72 Accu ................................................................ ..............................................
Index T Terugstellen......................................................... ......................................................... 97 Terugzetten ....................................................... ....................................................... 108 Testlogboek ......................................................... ......................................................... 82 Testrapport ........................................................ ...........................................
Een uitgave van Siemens Siemens Nederland N.V. Building Technologies Division Internationaal hoofdkantoor Beatrixlaan 800 2595 BN Den Haag +31 70 333 3333 www.siemens.com/buildingtechnologies Document-id: A6V10421795_nl--_d Uitgave: 2016-07-22 © Siemens Nederland N.V., 2016 Technische specificaties en beschikbaarheid kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.