Operation Manual
Installatie
21
• Zie blz. 18 voor “Projectie-afstand [L]” en “Afstand vanaf het midden van de lens tot de onderrand
van het beeld [H]”.
• In de waarden in de bovenstaande diagrammen moet u rekening houden met een kleine foutenmarge.
• Waarden met een (-) teken geven aan hoeveel het midden van de lens zich onder de onderrand van
het beeld bevindt.
Opmerking
Bij gebruik van een normaal scherm (4:3) en projecteren van een 16:9 beeld
300⬙ (762 cm)
270⬙ (686 cm)
250⬙ (635 cm)
200⬙ (508 cm)
150⬙ (381 cm)
100⬙ (254 cm)
80⬙ (203 cm)
70⬙ (178 cm)
60⬙ (152 cm)
40⬙ (102 cm)
240⬙ (610 cm)
216⬙ (549 cm)
200⬙ (508 cm)
160⬙ (406 cm)
120⬙ (305 cm)
80⬙ (203 cm)
64⬙ (163 cm)
56⬙ (142 cm)
48⬙ (122 cm)
32⬙ (81 cm)
ⳮ34
31
/32⬙ (ⳮ89 cm)
ⳮ31
15
/32⬙ (ⳮ80 cm)
ⳮ29
9
/64⬙ (ⳮ74 cm)
ⳮ23
5
/16⬙ (ⳮ59 cm)
ⳮ17
31
/64⬙ (ⳮ44 cm)
ⳮ11
21
/32⬙ (ⳮ30 cm)
ⳮ9
21
/64⬙ (ⳮ24 cm)
ⳮ8
5
/32⬙ (ⳮ21 cm)
ⳮ7⬙ (ⳮ18 cm)
ⳮ4
21
/32⬙ (ⳮ12 cm)
180⬙ (457 cm)
162⬙ (411 cm)
150⬙ (381 cm)
120⬙ (305 cm)
90⬙ (229 cm)
60⬙ (152 cm)
48⬙ (122 cm)
42⬙ (107 cm)
36⬙ (91 cm)
24⬙ (61 cm)
32
⬘
0⬙ (9,8 m)
28
⬘
9⬙ (8,8 m)
26
⬘
8⬙ (8,1 m)
21
⬘
4⬙ (6,5 m)
16
⬘
0⬙ (4,9 m)
10
⬘
8⬙ (3,3 m)
8
⬘
6⬙ (2,6 m)
7
⬘
6⬙ (2,3 m)
6
⬘
5⬙ (2,0 m)
4
⬘
3⬙ (1,3 m)
37
⬘
0⬙ (11,3 m)
33
⬘
4⬙ (10,2 m)
30
⬘
10⬙ (9,4 m)
24
⬘
8⬙ (7,5 m)
18
⬘
6⬙ (5,6 m)
12
⬘
4⬙ (3,8 m)
9
⬘
10⬙ (3,0 m)
8
⬘
8⬙ (2,6 m)
7
⬘
5⬙ (2,3 m)
4
⬘
11⬙ (1,5 m)
Beeldgrootte (schermgrootte) Projectie-afstand [L]
Diag. [
χ
] Breedte Hoogte Minimaal [L1] Maximaal [L2]
Afstand vanaf het midden van de lens
tot de onderrand van het beeld [H]
De formule voor beeldgrootte en projectie-afstand
[Voet/inch]
L1 (voet) = 0,0325
χ
/ 0,3048
L2 (voet) = 0,03761
χ
/ 0,3048
H (in) = - 0,29601
χ
/ 2,54
χ
: Beeldgrootte (diagonaal) (in/cm)
L: Projectie-afstand (voet/m)
L1: Minimale projectie-afstand (voet/m)
L2: Maximale projectie-afstand (voet/m)
H: Afstand vanaf het midden van de lens tot de onderrand van het
beeld (in/cm)
[m/cm]
L1 (m) = 0,0325
χ
L2 (m) = 0,03761
χ
H (cm) = - 0,29601
χ
XV-Z100_NL_f 05.8.25, 0:11 PM21










