Operation Manual

49
Handige
voorzieningen
Menubediening n Blz. 46
3
Instellen van de
kleurtemperatuur
Beschikbare
instellingen
Beschrijving
–2
0
+2
Een lagere kleurtemperatuur voor warme,
roodachtige en gedempte beelden.
Een hogere kleurtemperatuur voor
koele, blauwachtige en heldere beelden
De waarden bij “Kleurtmp” zijn alleen voor
algemene toepassingen.
“Kleurtmp” kan niet worden ingesteld
wanneer “sRGB” geselecteerd is.
Opmerking
4
Instellen van de kleuren
U kunt de kleur van het geprojecteerde beeld selecteren
om dat te corrigeren en vervolgens de gewenste kleur
bijstellen met de instellingen “Kleurschakering”,
Verzadiging”, “Waarde”, en “Effect.
Voer voorbereidingen uit bij het beeld dat
bijgesteld dient te worden voordat u
daadwerkelijk met het bijstellen gaat beginnen.
U kunt deze instellingen gemakkelijker uitvoeren
bij een stilbeeld dan bij een bewegend beeld.
Opmerking
1
Selecteer “C.M.S.1” of “C.M.S.2
(C.M.S.: Color Management
System = kleurbeheersysteem)
en druk vervolgens op ENTER.
Als er geen data voor de opgeslagen gecorrigeerde
kleur is, worden het kleurselectiescherm en de
schermpen getoond. (Ga naar stap 2.)
Scherm-
pen
1
Als er wel data voor de opgeslagen
gecorrigeerde kleur is, wordt het C.M.S.
kleurbijstelscherm weergegeven. (Ga naar
stap 3.)
C.M.S.1
Kleur inst.
Kleurschakering
Verzadiging
Waarde
Effect
C.M.S.1 Aan
Reset
Ter u g
SEL/INS ENTER
END
0
0
0
0
Ter u g
2
Selecteer d.m.v. de schermpen
de kleur van het geprojecteerde
beeld dat gecorrigeerd dient te
worden. De schermpen kan
bediend worden door de
insteltoesten (P/R/O/Q) op de
afstandsbediening.
Door het geprojecteerde beeld te
vergroten d.m.v.
of MAGNIFY,
kunnen nog fi jnere bijstellingen worden
uitgevoerd.
Scherm-
pen
Door de insteltoesten (P/R/O/Q),
ingedrukt te houden, bweegt de
schermpen met hogere snelheid.
Na het selecteren van de te corrigeren
kleur van het geprojecteerde beeld image,
druk op ENTER. Het C.M.S.
kleurbijstelscherm wordt getoond. (Ga
naar stap 3.)
2