Operation Manual
-22
Opstellen van de projector
Voor een optimaal beeld moet de projector loodrecht ten opzichte van het scherm worden geplaatst met de
voetjes van de projector vlak en horizontaal. Er hoeft dan geen trapeziumvorm-correctie te worden uitgevoerd
en u kunt genieten van het beste beeld.
Opmerking
∑ De lens van de projector moet voor het midden van het scherm worden geplaatst. Als de horizontale lijn
die door het midden van de lens loopt, niet loodrecht staat ten opzichte van het scherm, zal het beeld
worden vervormd, wat het bekijken ervan bemoeilijkt.
∑
Voor een optimaal beeld plaatst u het scherm zo dat het zich niet in direct zonlicht of kamerverlichting bevindt.
Licht dat direct op het scherm valt, zal de kleuren doen verbleken, wat het bekijken van beelden bemoeilijkt.
Sluit de gordijnen en demp het licht wanneer de projector in een lichte of zonnige ruimte wordt opgesteld.
Standaardopstelling (frontprojectie)
■ Zet de projector op de juiste afstand van het scherm voor de door u gewenste schermgrootte. (Nadere
gegevens vindt u in de “INSTELGIDS” op de meegeleverde CD-ROM.)
Opstellen van de projector
Indicatie van de grootte van het projectiebeeld en de projectie-afstand
Nadere gegevens vindt u in de “INSTELGIDS” op de meegeleverde CD-ROM.
Voorbeeld: Stand NORMAAL (4:3) voor de standaardzoomlens (AN-PH31EZ)
300"
200"
100"
84"
60"
Beeldgrootte
240"×180"
160"
×
120"
80"
×
60"
67"
×
50"
48"
×
36"
Projectie-afstand
36'
–
44'
(11,0 m – 13,4 m)
24'
–
29'4
"
(7,3 m
–
8,9 m)
12'
–
14'8
"
(3,7 m
–
4,5 m)
10'1
"–
12'4
"
(3,1 m
–
3,8 m)
7'2
"–
8'10
"
(2,2 m – 2,7 m)










