Operation Manual

-76
Gebruik van het menu “Opties (1)”
Instellen van het videosysteem
De standaardinstelling voor het videosysteem is
“Auto”; het is echter mogelijk dat u geen duidelijk
beeld kunt ontvangen van de aangesloten
audiovisuele apparatuur omwille van verschillen in
het signaal. In dat geval wijzigt u het videosignaal.
Menubediening Blz. 58
Voorbeeld: menuscherm “Opties (1)” voor
de INGANG 4 (video)-functie
Beschrijving van Videosysteem
Opmerking
Het videosignaal kan alleen in de INGANG 4-
of INGANG 5-functie worden ingesteld.
Wanneer “Auto” is ingesteld voor het “Video-
systeem”, is het mogelijk dat u geen duidelijk
beeld kunt ontvangen vanwege verschillen in
het signaal. In dat geval dient u handmatig over
te schakelen naar het videosysteem van het
bronsignaal.
Als “Videosysteem” is ingesteld op “Auto” en
het ingangssignaal een PAL-M of PAL-N-signaal
is, wordt het beeld van het PAL-signaal getoond.
Geprojecteerde beelden
vastleggen
Met deze projector kunt u geprojecteerde beelden
(RGB-signalen) vastleggen en ze instellen als
startbeeld of achtergrondbeeld wanneer er geen
signalen worden ontvangen.
Menubediening Blz. 58
Voorbeeld: menuscherm “Opties (1)” voor
de INGANG 1 (RGB)-functie
Opmerking
Alleen beelden van XGA (1024 x 768) non-inter-lace-
signalen in INGANG 1, INGANG 2 of INGANG 3
modus kunnen worden opgenomen.
Het opgeslagen beeld wordt herleid tot 256
kleuren.
Beelden van apparatuur die aangesloten is op
INPUT
4 of
INPUT
5 kunnen niet worden
vastgelegd.
Er kan enkel één beeld worden vastgelegd en
opgeslagen.
De kleur van beelden voor en na opslaan kan
verschillen als een beeld wordt opgenomen dat
niet is aangepast met de C.M.S.-functie.
U kunt een vastgelegd beeld wissen door
“Verwijderen” te selecteren en op
te
drukken.
Beschrijving
Bij aansluiting op PAL-videoapparatuur.
Bij aansluiting op SECAM-videoapparatuur.
Bij weergave van NTSC-signalen met
PAL-videoapparatuur.
Bij aansluiting op NTSC-videoapparatuur.
Beschikbare
instellingen
PAL (50/60 Hz)
SECAM
NTSC4.43
NTSC3.58