Operation Manual

Speciale functies
NL-60
Gebruik van de extra voorzieningen
5 Schakel de projectors uit.
6 Verbind de INPUT 1 poort van projector 1 met behulp van een RGB kabel met de RGB poort van de
computer.
(Zie bladzijde
16
voor nadere bijzonderheden.)
7 Verbind de OUTPUT poort van projector 1 met behulp van een RGB kabel met de INPUT 1 poort van
projector 2.
(Zie bladzijde
21
voor nadere bijzonderheden.)
Wanneer de RGB kabel op projector 2 wordt aangesloten, moet de ingangspoort met hetzelfde nummer worden gebruikt
als bij projector 1. (INPUT 1 in dit geval)
8 Verbind de RS-232C OUT poort van projector 1 met behulp van een RS-232C kabel met de RS-232C IN
poort van projector 2.
(Zie bladzijde
20
voor nadere bijzonderheden.)
9 Schakel eerst de projectors in en daarna de computer.
Raadpleeg bij de invoer van meerdere beeldbronnen het onderstaande voorbeeld voor de instelling van de optie Input
instellen.
Computer 1
Computer 2
DVD videospeler
Verdeler
Projector 1
Projector 2
Stack Instelling
Master
Stack Instelling
Slave
RGB kable
RGB kable
RGB kable
Videokable
INGANG1
INGANG2
UITGANG
INGANG4
INGANG4
RS-232C kable
RS-232C OUT
RS-232C IN
INGANG1
Input instellen Input instellen
ON
ON
OFF
ON
OFF
INGANG1
INGANG2
INGANG3
INGANG4
INGANG5
ON
OFF
OFF
ON
OFF
INGANG1
INGANG2
INGANG3
INGANG4
INGANG5
Projector 1 (Master)
Projector 2 (Slave)
Toepassing