Operation Manual
1-32
VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT
Inhoudsopgave
PAPIER PLAATSEN IN PAPIERLADE 3
In papierlade 3 kan ongeveer 500 vel standaard papier (80
g/
m
2
(20 lbs.)) van A3- tot A5R-formaat (11" x 17" tot 5-1/2" x 8-1/2"R)
worden geplaatst. In deze lade kan ook speciaal papier worden geplaatst zoals tabbladen en transparanten. Zie "Papiertypen die in
elke lade kunnen worden gebruikt" (pagina 1-28) voor meer informatie over de speciale papiersoorten die kunnen worden gebruikt.
Zie "Tabbladen plaatsen" (pagina 1-34) of "Transparanten plaatsen" (pagina 1-35) voor het plaatsen van tabbladen of transparanten.
4
Herhaal stap 1 tot en met 3 om de verder
weg gelegen papiergeleider af te stellen
op het te gebruiken papierformaat.
Zorg ervoor dat u de verder weg gelegen papiergeleider afstelt
op hetzelfde formaat als de dichtbij gelegen papiergeleider.
• Let er bij het verwijderen en bevestigen van de verder weg gelegen papiergeleider op dat u niet tegen het deksel
aan de voorkant van het apparaat aanstoot.
• Stel de voorste en achterste geleider af. Als u slechts één geleider afstelt, dan kan het papier scheef worden
ingevoerd of vastlopen.
5
Stel de papiersoort en het papierformaat in.
Zie "Papierlade-Instellingen" (pagina 7-13) bij "7. SYSTEEMINSTELLINGEN" voor het configureren van deze instellingen.
Als u de papiersoort of het papierformaat niet goed instelt, kan automatisch een verkeerde papiersoort of papierformaat
worden geselecteerd waardoor het papier mogelijk scheef wordt ingevoerd of waardoor er niet kan worden afgedrukt.
1
Trek papierlade 3 naar buiten.
Trek rustig aan de lade totdat deze niet meer verder gaat.
2
Plaats papier in de lade.
De papierstapel mag niet hoger zijn dan de indicatorstreep (niet
meer dan 500 vel standaard papier van SHARP (80
g/
m
2
(20 lbs.)).
Zie "HET PAPIERFORMAAT WIJZIGEN IN PAPIERLADE 3"
(pagina 1-33) voor het wijzigen van het papierformaat.










