Operation Manual

2-56
KOPIEERMACHINE
Inhoudsopgave
2
Plaats het origineel met de voorzijde
naar onderen op de glasplaat.
3
Speciale functies selecteren.
(1) Druk op de toets [Spec. Functies].
(2) Druk op de toets [Kaart Formaat].
Menu voor speciale functies (eerste scherm) (pagina 2-40)
4
Selecteer instellingen Kaart Formaat.
(1) Voer het formaat van het origineel in.
Terwijl de toets [X] is gemarkeerd, voert u de horizontale
afmeting (X) van het origineel in met de toetsen .
Druk op de toets [Y] en voer de verticale afmeting (Y) van
het origineel in met de toetsen .
Het is ook mogelijk om direct op een cijferweergavetoets
te drukken om een getal met de cijfertoetsen te wijzigen.
(A) Als u op basis van het opgegeven origineelformaat de
afbeeldingen wilt vergroten of verkleinen zodat ze op het
papier passen, drukt u op de toets [Passend maken].
(B) Door te drukken op de toets [Formaat Herstellen] kunt u de
horizontale en verticale afmetingen herstellen naar de
waarden die zijn ingesteld in "Kaart Formaat-Instellingen" in
de systeeminstellingen (beheerder).
(2) Druk op de toets [OK].
U keert terug naar het basisscherm van de kopieerfunctie. Controleer
of de opgegeven afmetingen verschijnen in de toets [Origineel].
B
A
A
B
A
B
B A
Resultaat
Originelen
Voorzijde
Achterzijde
Voorzijde
Achterzijde
Formaat
Herstellen
(25~210)
mm
(25~210)
mm
X
Y
86
54
Spec. Functies
OK
Kaart Formaat
OKAnnuleren
Passend
maken
(1) (2)
(A)
(B)