Operation Manual

8-142
SYSTEEMINSTELLINGENSYSTEEMINSTELLINGEN
Perforator uitschakelen
Met deze instelling kunt u het gebruik van perforeren blokkeren, bijvoorbeeld wanneer de perforatiemodule van de
afwerkingseenheid of zadelsteek-afwerkingseenheid niet goed functioneert.
Uitschakelen vouw-unit
Deze instelling wordt gebruikt om de vouweenheid uit te schakelen.
Uitschakelen van snijmodule
Deze instelling wordt gebruikt om de snijmodule uit te schakelen.
Uitschakelen van kleurmodus
Wanneer zich een kleurgerelateerd probleem voordoet en afdrukken niet mogelijk is, wordt het gebruik van de
kleurmodus tijdelijk geblokkeerd.
Master-machinemodus uitschakelen
Hiermee schakelt u de Hoofdapparaatmodus uit voor tandemafdrukken.
(Normaalgesproken is het niet nodig deze instelling in te schakelen.)
Uitschakelen Client Machinemodus
Hiermee schakelt u de modus Clientmachine uit voor tandemafdrukken.
(Normaalgesproken is het niet nodig deze instelling in te schakelen.)
Beveiligings- instellingen
Deze instelling wordt gebruikt om de beveiligingsverbeteringsfuncties in te stellen.
Instelling Verborgen patroon afdrukken
Hiermee schakelt u de directe invoer van het achtergrondpatroon en dergelijke uit.
Instellingen Printeridentificatie
Voer een naam of code in om het apparaat te herkennen.