Operation Manual

2-130
KOPIEERAPPARAATANDERE FUNCTIES
3
Stel een breedte in voor de
afbeeldingsverschuiving (tabbreedte).
Tik op de getalsweergave die de breedte voor de
afbeeldingsverschuiving weergeeft en voer een breedte in
met de cijfertoetsen.
Wanneer de instellingen voltooid zijn, tikt u tweemaal op
.
De instelling voor tabkopieën annuleren:
Tik op de toets [Off].
4
Laad het tabpapier.
De breedte van het tabpapier kan zo breed zijn als de breedte van A4 (210 mm) plus 20 mm (of 8-1/2" x 11" papier (8-1/
2") plus 5/8").
5
Plaats het origineel en tik op de toets [Voorbeeld- weergave].
Plaats het origineel in de documentinvoerlade van de automatische documentinvoereenheid of op de glasplaat.
AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOEREENHEID
(pagina 1-92)
GLASPLAAT (pagina 1-94)
Alle instellingen annuleren:
Tik op de toets [CA].
6
Tik op de toets [Kleur Start] of [Z/W Start] om het kopiëren te starten.
Z/W
A4
B4
A3
3
4
Start
Kleur
Start
Proefkopie
CA
Voorbeeld-
weergave
Overige
Vorige
Off
On
Origineel Kopieren
Tabkopie
Beeldverschuiving
Aanp. Formaat/Richting.
Origineel
(0—20) mm
10
Belichting
Type/belichting selecteren
Gegevens in map opslaan
Bestand
Kleurmodus