Operation Manual

2-43
KOPIEERAPPARAATBELANGRIJKSTE PROCEDURES VOOR HET MAKEN VAN KOPIEËN.
UITVOERBESTEMMING WIJZIGEN
Geef de bestemming van uitgevoerde kopieën op.
1
Tik op de toets [Details] om naar de normale modus te gaan.
Schakelen tussen modi vanuit een modus (pagina 2-5)
Tik op de toets [Origineel] en geef de stand van het origineel op, zodat de afdrukstand goed herkend wordt.
De afdrukstand van het origineel opgeven
(pagina 2-33)
2
Tik op de toets [Uitvoer].
3
Selecteer de uitvoerlade van
"Uitvoerlade".
Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen,
tikt u op .
Als een finisher (voor het nieten van 100 vellen) of nietfinisher (voor het nieten van 100 vellen) is geïnstalleerd,
selecteert u de toets [Bovenste lade], [Middelste lade] of [Onderste lade].
Als een finisher (voor het nieten van 50 vellen) of nietfinisher
(voor het nieten van 50 vellen) is geïnstalleerd,
selecteert u de toets [Bovenste lade] of [Onderste lade].
Z/W
A4
B4
A3
3
4
Proefkopie
CA
Start
Kleur
Start
1
Voorbeeld-
weergave
Overige
Bovenste lade
Middelste
lade
Sorteren
Groep
Onderste lade
Uitvoerlade
Uitvoer
Auto
Sorteren/groepen Nieten Perfor. Vouwen
Scheidingspagina
Aanp. Formaat/Richting.
Origineel
Meer pag. op een pag. plaatsen
N-Up
Pos. verschuiven voor marge
Margeverschv.
Randschaduw wissen
Wissen
Dubbelz. Kopie
Offset
Aantal exempl.