Operation Manual
Windows Vista en Windows Server 2008
1. Klik op [Configuratiescherm] in het menu [Start] en klik vervolgens op [Printer] in
"Hardware en geluiden".
2. Klik op het pictogram van de printer. Klik vervolgens in het menu [Bestand] op
[Eigenschappen].
3. Klik op het tabblad [Poort].
4. Schakel het selectievakje [Afdrukken via volgende poort.] in om te bevestigen dat de
juiste poort is geselecteerd.
Als de poort (zoals LPT1) niet correct is, installeert u het stuurprogramma opnieuw.
• Raadpleeg de Softwarehandleiding voor meer informatie over de installatie en poortinstellingen.
Windows 7 en Windows Server 2008 R2
1. Klik op Windows [Start] en klik vervolgens op [Apparaten en printers].
2. Klik met de rechter muisknop op het printerpictogram van de gewenste printer en
klik vervolgens op [Printereigenschappen].
3. Klik op het tabblad [Poort].
4. Controleer of in de lijst [Afdrukken naar de volgende poort(en):] de juiste poort is
geselecteerd.
• Raadpleeg de Softwarehandleiding voor meer informatie over de installatie en poortinstellingen.
Mac OS X
Wanneer de printer is aangesloten aan een Mac OS X en het indicatielampje Inkomende gegevens
knippert of brandt niet, kunt u de volgende procedures proberen om de poortverbinding te controleren.
• Gebruik [About This Mac] om de USB-informatie te controleren.
• Gebruik de printerbrowser om te controleren of de printer wordt weergegeven.
[About This Mac] gebruiken
1. Klik op het Apple-menu en selecteer vervolgens [About This Mac].
2. Klik op [More Info...].
3. Selecteer [USB] onder [Contents] voor [Hardware].
Met behulp van de printer browser - Mac OS X 10.4 of eerder
1. Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram van de harde schijf.
2. Dubbelklik [Application] en dubbelklik vervolgens op de map [Utilities].
8. Problemen oplossen
130










