DX-C200P Gebruiksaanwijzing Hardwarehandleiding 1 Overzicht van de printer 2 De printer en zijn opties installeren 3 De printer aansluiten 4 Configuratie 5 Papier en overige media 6 Verbruiksartikelen vervangen 7 De printer reinigen 8 Problemen oplossen 9 Vastgelopen papier verwijderen 10 Bijlage Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging.
Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde instructies en opmerkingen over de bediening en het gebruik van dit apparaat. Lees voor uw eigen veiligheid en ter informatie de handleiding aandachtig door voordat u gebruik gaat maken van het apparaat. Houd de handleiding binnen handbereik voor toekomstig gebruik. Kopieer of druk geen stukken af waarop een wettelijk afdrukverbod van kracht is.
INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?...........................................................................................................................4 Symbolen........................................................................................................................................................4 Opmerkingen..................................................................................................................................................
5. Papier en overige media Papier en andere media die door deze printer worden ondersteund.........................................................53 Aanbevolen papier..........................................................................................................................................57 Papier plaatsen............................................................................................................................................57 Papier opslaan................................
9. Vastgelopen papier verwijderen Wanneer er papier is vastgelopen..............................................................................................................145 Wanneer "Interne storing" verschijnt.......................................................................................................146 Wanneer "Storing:Pap.lade", "Storing: Lade 1" of "Storing: Lade 2" verschijnt..................................149 Wanneer "Storng:Dupl.eenh" verschijnt.....................................
Hoe werkt deze handleiding? Symbolen De handleiding gebruikt de volgende symbolen: Geeft punten aan waar u rekening mee moet houden wanneer u het apparaat gebruikt en een uitleg van mogelijke oorzaken voor het vastlopen van papier, schade aan originelen of gegevensverlies. Lees deze uitleg zorgvuldig door. Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen van fouten die door de gebruiker zijn gemaakt. Dit symbool vindt u aan het eind van iedere sectie.
Modelspecifieke informatie In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u de regio van uw apparaat kunt vaststellen. Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordt weergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd. Lees wat er op de sticker staat. CER068 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw apparaat.
Plaats van de stickers CAUTION WARNING en De printer is voorzien van stickers met de tekst WARNING en CAUTION op de plaatsen die hieronder worden getoond. Volg om veiligheidsredenen de instructies op en behandel de printer zoals aangegeven. 1 5 4 2 6 3 CER069 1 Verbrand gebruikte toner of tonercartridges niet. Tonerstof kan ontvlammen indien het wordt blootgesteld aan open vuur. Geef afval af bij een officiële dealer of inzamelplaats.
Verbrand gemorste of gebruikte toner niet. Tonerstof kan ontvlammen indien het wordt blootgesteld aan open vuur. Geef afval af bij een officiële dealer of inzamelplaats. Houd toner (nieuw of gebruikt), tonercartridges en onderdelen die in contact zijn geweest met toner, buiten het bereik van kinderen. 4 Wees voorzichtig. Zorg ervoor dat uw vingers bij het openen en sluiten van de bovenkant niet klem raken. 5 Verbrand gemorste of gebruikte toner niet.
De printer weegt ongeveer 23,8 kg (52,5 lb.). Als u de printer optilt, moet u deze bij de grepen aan beide zijden vastpakken.
Handleidingen voor deze printer Lees deze handleiding goed door voordat u deze printer gaat gebruiken. Raadpleeg de handleidingen die relevant zijn voor de handelingen die u op de printer wilt uitvoeren. • De media zijn afhankelijk van de handleiding. • De gedrukte en elektronische versies van een handleiding hebben dezelfde inhoud. • Adobe Acrobat Reader/Adobe Reader moet zijn geïnstalleerd om de handleidingen als PDFbestanden te kunnen bekijken.
Lijst met opties In dit deel staat een lijst met opties voor deze printer en hoe hiernaar in deze handleiding wordt verwezen. Optielijst Paper Feed Unit Verwezen naar als papierinvoereenheid • Zie "Specificaties" voor meer informatie over de specificaties van deze optie. • Pag.
1. Overzicht van de printer In dit hoofdstuk worden de namen en functies van onderdelen van de printer besproken. Buitenkant: Vooraanzicht CER020 1. Bovenklep Open deze klep wanneer u de inktcartridge wilt vervangen. 2. Bedieningspaneel Bevat plastic knoppen voor de bediening van de printer en indicatielampjes die de status van de printer weergegeven. 3. Voorpaneel Open dit paneel wanneer u een tonerafvalfles moet vervangen of vastgelopen papier moet verwijderen.
1. Overzicht van de printer 8. Standaard lade-verlengstuk Gebruik dit om vellen te ondersteunen die gekruld uit de printer komen. Klap het verlengstuk open door het uiteinde naar beneden te duwen dat zich tegen de achterkant van het apparaat bevindt. 9. Papierstopper Gebruik deze om te zorgen dat papier van het formaat legal en A4/letter niet achter het apparaat valt. Zet voor afdrukken op legal-formaat het achterste klepje omhoog. Zet voor afdrukken op A4-formaat het voorste klepje omhoog. 10.
Buitenkant: Achteraanzicht Buitenkant: Achteraanzicht CER021 1. Openingshendel voorpaneel 2. Klep voor kabels 3. Stroomaansluiting 4. Achterklep Verwijder deze klep wanneer u papier dat groter is dan A4 in de lade legt. 5. Ethernetpoort Gebruik een netwerkinterfacekabel om de printer op het netwerk aan te sluiten. 6. USB-hostinterface Gebruik een USB-kabel voor het aansluiten van een digitale camera op de printer.
1. Overzicht van de printer Binnenkant CER022 1. Printcartridge Wordt aan de achterkant van de printer geplaatst in de volgorde cyaan (C), magenta (M), geel (Y) en zwart (K). Als het volgende bericht op het display verschijnt, vervang dan de inktcartridge: "Vervang toner:" 2. Fuseereenheid Hecht (fuseert) toner op het papier. Mogelijk moet u deze eenheid controleren op vastgelopen papier en dit verwijderen.
Binnenkant • Voor meer informatie over de berichten die op het display verschijnen en aangeven dat u eenheden moet vervangen, zie Pag.123 "Fout- en statusmeldingen op het bedieningspaneel".
1. Overzicht van de printer Bedieningspaneel 1 2 10 9 3 4 8 5 7 6 CER019 1. [Stop/Start]-knop Als u op deze knop drukt, ontvangt de printer geen gegevens meer en is afdrukken niet mogelijk. 2. [Job Reset]-knop Druk op deze knop om een klus te annuleren die afgedrukt wordt. 3. [Menu]-knop Druk op deze knop om printerinstellingen te definiëren en te controleren. Druk nogmaals op de [Menu]-knop om terug te gaan naar de stand gereed. 4. Display Geeft de huidige printerstatus en foutmeldingen weer. 5.
2. De printer en zijn opties installeren In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de printer ingesteld en geconfigureerd moet worden voor gebruik en hoe de optionele papierinvoereenheid voor deze printer geïnstalleerd moet worden. De printer installeren Dit deel beschrijft hoe de printer geïnstalleerd moet worden en hoe instellingen uitgevoerd kunnen worden na de installatie.
2. De printer en zijn opties installeren • Plaats geen vazen, plantenpotten, kopjes, toiletartikelen, medicijnen, kleine metalen voorwerpen of voorwerpen gevuld met water of een andere vloeistof op of vlak bij het apparaat. Als er vloeistof of andere materie in het apparaat komt, kan dit brand of elektrische schokken tot gevolg hebben. • Houd het apparaat vocht- en stofvrij. Anders kan er brand ontstaan of kunnen zich elektrische schokken voordoen.
De printer installeren • Stel het apparaat niet bloot aan zoutige (zee)lucht en bijtende gassen. Plaats het apparaat ook niet in ruimtes waar chemische reacties plaatsvinden (zoals in laboratoria, etc.). Doet u dit wel, dan zal het apparaat niet naar behoren werken en mogelijk defect raken.
2.
De printer installeren • Als het apparaat rook of een vreemde geur afgeeft of als deze op onnatuurlijke wijze functioneert, dient u onmiddellijk de stroom uit te schakelen. Zodra het apparaat is uitgeschakeld, trekt u de stekker uit het stopcontact. Neem vervolgens contact op met uw servicevertegenwoordiger en meld het probleem. Gebruik het apparaat niet. Doet u dit wel, dan kan dit resulteren in brand of een elektrische schok.
2. De printer en zijn opties installeren • Houd toner (nieuw of gebruikt), tonercartridges en onderdelen die in contact zijn geweest met toner, buiten het bereik van kinderen. • Indien toner of gebruikte toner wordt ingeademd, gorgel dan met voldoende water en ga naar een omgeving met frisse lucht. Raadpleeg indien nodig een dokter. • Indien toner of gebruikte toner in uw ogen komt, spoel deze dan onmiddellijk uit met grote hoeveelheden water. Raadpleeg indien nodig een dokter.
De printer installeren • Houd een onbedekte tonercartridge niet in direct zonlicht. • Raak de fotogeleider van de inktcartridge niet aan. CER088 Raak de ID-chip aan de zijkant van de printcartridge niet aan. CES032 1. Verwijder de plastic zak. 2. Til de printer met vier personen op aan de inkepingen (handgrepen) aan beide zijden van de printer.
2. De printer en zijn opties installeren 3. Trek aan het handvat op de voorklep en laat de voorklep vervolgens voorzichtig zakken. CER095 4. Trek beide stukken plakband voorzichtig omhoog en verwijder deze tegelijkertijd van het apparaat. ASH109S 5. Duw beide fuseereenheidhendels omhoog met allebei uw duimen.
De printer installeren 6. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CER099 7. Trek de hendel van de bovenklep op om de bovenklep te openen. CER100 8. Verwijder het beschermingsplakband. CER098 9. Til de printercartridges eruit en schudt ze heen en weer. De zwarte printercartridge heeft een beschermblad dat u voor het schudden moet verwijderen. Til de printercartridge er voorzichtig verticaal uit, terwijl u hem in het midden vasthoudt.
2. De printer en zijn opties installeren CER240 Plaats de zwarte printercartridge op een vlak oppervlak en verwijder het beschermblad voor het schudden. CES031 10. Houd de printcartridge vast en schud deze vijf of zes keer heen en weer.
De printer installeren 11. Controleer of de tonerkleur en plaats overeenkomen en plaats vervolgens de inktcartrigde voorzichtig in verticale richting. CER011 12. Sluit de bovenklep voorzichtig met beide handen. Let op dat uw vingers niet bekneld raken. CER012 13. Plak de sticker op het apparaat zoals aangegeven in de afbeelding hieronder. CER243 Het apparaat aanzetten Volg, voordat u het apparaat aanzet, de procedure hieronder.
2. De printer en zijn opties installeren • Gebruik geen andere stroombronnen dan degene die overeenkomen met de getoonde specificaties in deze handleiding. Doet u dit wel, dan kan dit resulteren in brand of een elektrische schok. • Gebruik geen frequenties anders dan degene die overeenkomen met de getoonde specificaties. Doet u dit wel, dan kan dit resulteren in brand of een elektrische schok. • Gebruik geen stekkerdozen met meerdere stopcontacten erin.
De printer installeren • Zorg ervoor dat de stekker van het snoer goed in het stopcontact zit. Gedeeltelijk ingestoken stekkers zorgen voor een instabiele aansluiting die kan leiden tot een onveilige ophoping van warmte. • Als dit apparaat enkele dagen of langer niet zal worden gebruikt, moet de stekker uit het stopcontact worden gehaald. • Wanneer u onderhoud aan de printer uitvoert, moet u altijd eerst de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen.
2. De printer en zijn opties installeren 3. Zet de aan-/uitschakelaar in de aan-stand. CER066 Het indicatielampje Stroom op het bedieningspaneel gaat branden. • Wacht tot het indicatielampje Stroom gaat branden. • Het apparaat maakt geluid bij het initialiseren. Dit geluid duidt niet op slecht functioneren. De taal van het display selecteren Selecteer een taal met behulp van de procedure die hier wordt beschreven. Op het display wordt een melding weergegeven voor de geselecteerde taal.
De printer installeren 3. Druk op [ ] of [ ] om de taal te selecteren en druk daarna op de [OK]-knop. Taal: Engels 4. Druk op de [Menu]-knop om naar het beginscherm terug te keren. Testpagina afdrukken Het volgende gedeelte geeft een uitleg over de procedure voor een testpagina. Druk een testpagina af om te verifiëren dat de printer naar behoren werkt. Met de testafdruk worden alleen de prestaties van de printer gecontroleerd. De verbinding met de computer wordt niet getest. 1. Druk op de [Menu]-knop. 2.
2. De printer en zijn opties installeren Opties installeren Dit gedeelte beschrijft hoe u opties kunt installeren. Door opties te installeren kunt u de werking van de printer verbeteren en beschikken over uitgebreidere opties. Zie voor de specificaties van iedere optie Pag.160 "Specificaties". Papierinvoereenheid bevestigen • Het aanraken van de punten van de stekker met een metalen voorwerp kan resulteren in brand en/of elektrische schokken.
Opties installeren 1. Controleer of het pakket de papierinvoereenheid bevat. CER004 2. Schakel de printer uit en haal de stekker uit het stopcontact. 3. Verwijder het plakband van de optionele papierinvoereenheid. CER023 4. Til de printer op aan de handgrepen aan beide zijden van het apparaat.
2. De printer en zijn opties installeren 5. Er bevinden zich drie staande pennen op de optionele papierinvoereenheid. Plaats deze in de openingen aan de onderzijde van de printer en laat de printer voorzichtig zakken. CER005 6. Nadat er een optie is geïnstalleerd, drukt u de configuratiepagina af om de installatie te bevestigen. • Verwijder de optionele papierinvoereenheid bij het verplaatsen van de printer.
3. De printer aansluiten In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de netwerk- en USB-kabels aansluit. Netwerkverbinding Hieronder wordt omschreven hoe u de printer via het netwerk op de computer aansluit. Bereid de hub, rechtstreekse ethernetkabel en andere benodigde netwerkapparatuur voor voordat u de 10BASE-Tkabel of de 100BASE-TX-kabel op de ethernetpoort van de printer aansluit. • Sluit alleen een goedgekeurde netwerkinterfacekaart aan op deze printer.
3. De printer aansluiten 2. Sluit de ethernetkabel aan op de ethernetpoort. CER048 3. Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op het netwerk van de printer, zoals op een hub. 4. Plaats de klep over de kabelaansluiting. CER081 • Raadpleeg de Softwarehandleiding voor meer informatie over instellingen voor de netwerkomgeving.
Netwerkverbinding 1. Geel: knippert als 100BASE-TX of 10BASE-T wordt gebruikt. 2. Groen: gaat branden wanneer de printer op de juiste wijze op het netwerk is aangesloten.
3. De printer aansluiten USB-aansluiting • Voor gebruikers buiten de Verenigde Staten van Amerika: goed afgeschermde en geaarde kabels en connectoren moeten voor aansluitingen met een host-computer (en/of randapparatuur) worden gebruikt om in overeenstemming te zijn met de stralingslimieten.
USB-aansluiting 2. Sluit de vierhoekige connector van de USB 2.0-kabel aan op de USB-poort. CER049 3. Sluit de platte connector aan het andere uiteinde aan op apparaten zoals de USBinterface van uw computer. 4. Plaats de klep over de kabelaansluiting. CER081 • Raadpleeg de Softwarehandleiding voor details over afdrukken via de USB-aansluiting.
3.
4. Configuratie Dit hoofdstuk beschrijft welke netwerkverbindingen worden ondersteund door de printer en hoe u de IPadressen moet instellen. Ethernetconfiguratie Bij het aansluiten van de printer met een ethernetkabel op een netwerk, moeten, afhankelijk van de netwerkomgeving, de benodigde instellingen op het bedieningspaneel gedaan worden. Web Image Monitor kan gebruikt worden voor de instellingen die te maken hebben met het IP-adres.
4. Configuratie Naam instelling Waarde • IPv6: Aan • IP-adres (DHCP): XXXX: XXXX: XXXX: XXXX: XXXX: XXXX: XXXX: XXXX *1 Als de DHCP-instelling is ingeschakeld, wordt het IPv6-adres dat is verkregen van een DHCP-server getoond. • Handm. adres: • Handm. adres: 0000:0000:0000 • Lengte prefix: (0-128) 0 • Gateway Adres: 0000:0000:0000: IPv6-config.
Ethernetconfiguratie Een IP-adres specificeren voor IPv4 (geen DHCP) Gebruik de volgende procedure om een specifiek IP-adres toe te wijzen aan een printer met een IPv4protocol. Deze procedure is alleen nodig wanneer u de printer gaat gebruiken op een netwerk zonder DHCP of als u wilt voorkomen dat het IP-adres van de printer verandert. Zorg, voor u aan deze procedure begint, dat u het IP-adres, subnetmasker en gateway-adres kent dat de printer gaat gebruiken. 1. Druk op de [Menu]-knop. CER408 2.
4. Configuratie 7. Druk op [ ] of [ ] om [IP-adres] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. IPv4-config.: IP-adres 8. Druk op [ ] of [ ] om het adres in te voeren en druk daarna op de [OK]-knop. IP-adres: 0.0.0.0 Druk op [ ] of [ ] om het meest linker invoerveld van het adres in te voeren. Nadat u het linkerveld heeft ingevoerd, drukt u op de [OK]-knop en kunt u het volgende veld invoeren. Nadat u alle velden heeft ingevuld, drukt u op de [OK]-knop. 9.
Ethernetconfiguratie 1. Druk op de [Menu]-knop. CER408 2. Druk op [ ] of [ ] om [Host-interface] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]knop. Menu: Host Interface 3. Druk op [ ] of [ ] om [Netwerkinstell.] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]knop. Host-interface: Netwerkinstell. 4. Druk op [ ] of [ ] om [IPv4-config.] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. Netwerkinstell.: IPv4-config. 5. Druk op [ ] of [ ] om [DHCP] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. IPv4-config.
4. Configuratie • Voor meer informatie over het afdrukken van de configuratiepagina met het bedieningspaneel, zie Pag.31 "Testpagina afdrukken". Een IP-adres voor IPv6 (geen DHCP) specificeren Gebruik de volgende procedure om een specifiek IP-adres toe te wijzen aan de printer met IPv6protocol. Deze procedure is alleen nodig wanneer u de printer gaat gebruiken op een netwerk zonder DHCP of als u wilt voorkomen dat het IP-adres van de printer verandert.
Ethernetconfiguratie 6. Druk op [ ] of [ ] om [Aan] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. IPv6 Aan 7. Druk op [ ] of [ ] om [DHCP] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. IPv6-config.: DHCP 8. Druk op [ ] of [ ] om [Uit] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. DHCP Uit 9. Druk op [ ] of [ ] om [Handm. adres] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]knop. IPv6-config.: Handm. adres 10. Druk op [ ] [ ] om [Lengte prefix] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop.
4. Configuratie 17. Druk een configuratiepagina af om de gemaakte instellingen te controleren. • Voor meer informatie over het afdrukken van de configuratiepagina met het bedieningspaneel, zie Pag.31 "Testpagina afdrukken". Automatisch een IP-adres ontvangen voor Ipv6 (DHCP) • Wanneer u deze printer in een DHCP-omgeving gebruikt met IPv6-protocol, selecteert u [DHCP] met behulp van de volgende procedure. • Raadpleeg uw netwerkbeheerder voor informatie over het maken van netwerkinstellingen. 1.
Ethernetconfiguratie 5. Druk op [ ] of [ ] om [IPv6] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. IPv6-config.: IPv6 6. Druk op [ ] of [ ] om [Aan] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. IPv6 Aan 7. Druk op [ ] of [ ] om [DHCP] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. IPv6-config.: DHCP 8. Druk op [ ] of [ ] om [Aan] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop. DHCP: Aan Het adres wordt door de printer herkend. 9. Druk op de [Menu]-knop. 10.
4. Configuratie Router/HUB Printer [10Mbps Half D.] [10Mbps Full D.] [100Mbps Half D.] [100Mbps Full D.] [Autom. select.] 10 Mbps Full Duplex 100Mbps Half Duplex 100 Mbps Full Duplex automatisch onderhandelen (automatisch selecteren) • De verbinding kan niet tot stand worden gebracht als de ethernetsnelheid niet overeenkomt met de overdrachtsnelheid van uw netwerk. • Het gebruik van deze functie wordt aanbevolen. Selecteer [Autom. select.] om dit te doen. 1. Druk op de [Menu]-knop. CER408 2.
Ethernetconfiguratie 3. Druk op [ ] of [ ] om [Netwerkinstell.] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]knop. Host-interface: Netwerkinstell. 4. Druk op [ ] of [ ] om [Ethernetsnelh.] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]knop. Netwerkinstell.: Ethernetsnelh. 5. Druk op [ ] of [ ] om de ethernetsnelheid te selecteren en druk vervolgens op de [OK]knop. 6. Druk op de [Menu]-knop. 7. Druk een configuratiepagina af om de gemaakte instellingen te controleren.
4.
5. Papier en overige media In dit gedeelte wordt uitgelegd welke papierformaten en -typen door de printer worden ondersteund en hoe u papier in de papierladen plaatst. Papier en andere media die door deze printer worden ondersteund Dit deel beschrijft de papiersoort, -formaat en -gewicht dat in elke lade geplaatst kan worden. Ook wordt de capaciteit van elke lade aangegeven. • Al het papier moet verticaal geplaatst worden, ongeacht het papierformaat.
5. Papier en overige media Lade 1 Type Formaat Capaciteit Dun papier A4 60 tot 160 g/m2 250 Normaal papier B5 JIS (16 tot 43 lb.) (80 g/m2, 20 lb.
Papier en andere media die door deze printer worden ondersteund Lade 2 (optie) Type Formaat Gewicht Capaciteit Dun papier A4 60 tot 105 g/m2 500 Normaal papier Letter (81/2"×11") (16 tot 28 lb.) (80 g/m2, 20 lb.
5. Papier en overige media Handinvoer Type Formaat Gewicht Dun papier A4 60 tot 160 g/m2 Normaal papier B5 JIS (16 tot 43 lb.
Aanbevolen papier Aanbevolen papier Papier plaatsen • Gebruik geen papier dat bestemd is voor een inkjetprinter; dit kan in de fuseereenheid vast blijven zitten en papierstoringen veroorzaken. • Gebruik geen OHP-transparanten. Gebruik alleen ondoorzichtige media.
5. Papier en overige media Papiersoorten Dit deel bevat informatie over het soort papier dat door deze printer ondersteund wordt en welke voorzorgsmaatregelen hiermee gepaard gaan. Papiersoort instellen Gebruik het printerstuurprogramma of bedieningspaneel om de papiersoort die u wilt gebruiken aan te geven. Printerstuurprogramma Op het scherm van het printerstuurprogramma, klikt u op het tabblad [Papier] en selecteer een papiersoort onder [Papiertype:].
Aanbevolen papier Item Formaat dubbelzijdig ondersteunt Beschrijving dat A4, B5 JIS, Legal (81/2 " × 14 "), Letter (81/2 " × 11 "), Executive (71/4 " × 101/2 "), 8 " × 13 ", 81/2 " × 13 ", Folio (81/4 " × 13 "), 16K (195 mm × 267 mm) Dik papier 1 Item Beschrijving Papierdikte 91 tot 105 g/m2 (24 tot 12,70 kg.) Ondersteunde papierlade Elke invoerlade kan worden gebruikt.
5. Papier en overige media Item Formaat dubbelzijdig ondersteunt Beschrijving dat A4, B5 JIS, Legal (81/2 " × 14 "), Letter (81/2 " × 11 "), Executive (71/4 " × 101/2 "), 8 " × 13 ", 81/2 " × 13 ", Folio (81/4 " × 13 "), 16K (195 mm × 267 mm) Normaal papier Item Beschrijving Papierdikte 66 tot 74 g/m2 (18 tot 20 lb.) Ondersteunde papierlade Elke invoerlade kan worden gebruikt.
Aanbevolen papier Item Opmerkingen Beschrijving Als de papierdikte buiten het aangegeven bereik valt, selecteert u [Dun papier], [Normaal papier], [Dik papier 1] of [Dik papier 2]. Voorbedrukt Item Beschrijving Papierdikte 75 tot 90 g/m2 (20 tot 24 lb.
5. Papier en overige media Item Formaat dubbelzijdig ondersteunt Opmerkingen Beschrijving dat A4, B5 JIS, Legal (81/2 " × 14 "), Letter (81/2 " × 11 "), Executive (71/4 " × 101/2 "), 8 " × 13 ", 81/2 " × 13 ", Folio (81/4 " × 13 "), 16K (195 mm × 267 mm) Papier met een dikte dat buiten het aangegeven bereik valt kan niet bedrukt worden. Bankpost Item Beschrijving Papierdikte 106 tot 160 g/m2 (28 tot 43 lb.
Aanbevolen papier Etikettenpapier Item Ondersteunde papierlade Formaat dubbelzijdig ondersteunt Opmerkingen Beschrijving Lade 1 en handinvoer dat Geen • Het aantal vellen dat afgedrukt kan worden binnen één minuut is ongeveer de helft van dat van medium dik papier. • Vermijd het gebruik van etikettenpapier waarop de lijm zichtbaar is.
5. Papier en overige media • Als enveloppen ernstig krullen na het bedrukken, maak ze dan plat door ze tegen de krul in op te rollen. • Na het afdrukken kunnen enveloppen soms vouwen aan de lange zijden hebben en kunnen de onbedrukte zijkanten met toner besmeurd zijn. De afdrukafbeelding kan ook verschoven zijn. Bij het afdrukken van grote, zwarte gebieden kunnen strepen voorkomen als de enveloppen elkaar overlappen.
Aanbevolen papier NL CER109 • Als de krul hardnekkig is, maak de enveloppen dan met uw vingers plat zoals getoond in de illustratie hieronder. CER110 • Dubbelzijdig afdrukken is wellicht niet mogelijk op 8 " × 13 ", 81/2 " × 13 ", Folio (81/4 " × 13 ") of 16K (195 mm × 267 mm) formaat papier in de volgende gevallen: • PCL-printerstuurprogramma Wanneer [Gradatie:] in [Afdrkwal.
5. Papier en overige media • Vochtig papier • Papier dat droog genoeg is om statische elektriciteit te veroorzaken • Papier dat reeds bedrukt is, met uitzondering van een voorgedrukt briefhoofd. Storingen kunnen in het bijzonder worden verwacht, indien papier wordt gebruikt dat reeds door een andere dan een laserprinter is bedrukt (bijvoorbeeld door monochrome of kleurenkopieerapparaten, inkjetprinters, enz.
Aanbevolen papier Papier 2 4 4 3 1 3 CER001 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. Ongeveer 4,2 mm (0,17 inch) 4. Ongeveer 4,2 mm (0,17 inch) Envelop 4 3 3 1 2 3 CER117 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. Ongeveer 10 mm (0,39 inch) 4. Ongeveeer 15 mm (0,59 inch) • Het afdrukgebied kan variëren, afhankelijk van papierformaat, printertaal en printerinstellingen.
5. Papier en overige media Papier plaatsen Hier wordt uitgelegd hoe u papier plaatst in de papierlade of de handinvoerlade. • Trek de papierlade niet met geweld uit de printer. De lade kan dan namelijk vallen en letsel veroorzaken. • Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. Papier plaatsen in lade 1 In het volgende voorbeeld wordt uitgelegd hoe u papier in de standaardpapierlade (lade 1) plaatst.
Papier plaatsen 1. Trek lade 1 er voorzichtig met beide handen uit. CER030 Plaats de lade op een vlak oppervlak. 2. Druk de metalen plaat naar beneden totdat deze op zijn plaats vastklikt. CER031 3. Maak de klem aan de zijgeleiders vast en schuif deze tot het standaardformaat.
5. Papier en overige media CER082 Zet bij het plaatsen van een aangepast papierformaat de papiergeleider iets breder dan het werkelijke formaat. 4. Maak de voorste eindgeleider vast en schuif deze naar binnen tot het standaardformaat. CER034 CER113 Zet bij het plaatsen van een aangepast papierformaat de papiergeleider iets breder dan het werkelijke formaat. 5.
Papier plaatsen CER033 Schuif de geleiders naar binnen, totdat deze vlak tegen de zijkanten van het papier staan. Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de markering op de zijgeleiders. CER083 6. Controleer of er geen openingen tussen het papier en de papiergeleiders zijn; zowel bij de papiergeleiders aan de zijkant als aan de voorkant.
5. Papier en overige media CER077 7. Duw lade 1 voorzichtig recht in de printer. CER035 Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst. • De bovenste limiet verschilt afhankelijk van het soort papier; dun papier of dik papier. Controleer de sticker aan de binnenkant van de lade om de bovengrens te bevestigen. • Het indicatielampje voor overgebleven papier aan de rechter voorkant van de papierlade laat zien hoeveel papier er ongeveer over is.
Papier plaatsen • Geef, nadat u het papier in de lade hebt geplaatst, de papiersoort op via het bedieningspaneel om afdrukproblemen te vermijden. Dit apparaat herkent niet automatisch het papierformaat. • Plaats niet verschillende papiersoorten in één en dezelfde lade. • Forceer de zijgeleiders niet. Dat kan de lade beschadigen. • Forceer de eindgeleider niet. Dat kan de lade beschadigen. • Zorg er bij het plaatsen van de lade voor dat deze niet schuin wordt geplaatst.
5. Papier en overige media 3. Druk de metalen plaat naar beneden totdat deze op zijn plaats vastklikt. CER031 4. Maak het verlengstuk in de richting DUWEN vast en trek het verlengstuk uit totdat het stopt (u hoort een klik). CER084 Zorg er na het verlengen voor dat de pijlen op het verlengstuk en de lade met elkaar overeenkomen.
Papier plaatsen 5. Knijp in de klem aan de zijgeleiders en schuif deze tegen het papier aan. CER102 CER082 6. Maak de voorste eindgeleider vast en schuif deze tegen het Legalpapierformaat aan.
5. Papier en overige media CER235 7. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar boven ligt Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering (bovenste lijn) binnen in de lade. CER103 Schuif de geleiders naar binnen totdat ze vlak tegen de zijkant van het papier staan. Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de markering op de zijgeleiders.
Papier plaatsen 8. Controleer of er geen openingen tussen het papier en de papiergeleiders zijn; zowel bij de papiergeleiders aan de zijkant als aan de voorkant. CER105 Als er een opening is tussen het papier en de voorste papiergeleider, zoals in het voorbeeld hieronder, wordt het papier mogelijk niet goed ingevoerd. CER106 9. Duw lade 1 voorzichtig recht in de printer. CER035 Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst.
5. Papier en overige media • Het indicatielampje voor overgebleven papier aan de rechter voorkant van de papierlade laat zien hoeveel papier er ongeveer over is. • Voor details over papiersoorten die door de printer ondersteund worden, zie Pag.57 "Aanbevolen papier". • Raadpleeg de Softwarehandeleiding voor details over de papierinstellingen.
Papier plaatsen 5. Druk op [ ] of [ ] om het juiste papierformaat weer te geven. Druk vervolgens op de [OK]-knop. Pap.form lade 1: A4 Pap.form lade 1: 8 1/2 x 11 6. Druk op de [Menu]-knop. • Als de instelling [Autom. doorgaan] is ingeschakeld onder [Systeem], negeert de printer de instellingen voor papiersoort en -formaat en wordt er afgedrukt op het geplaatste papier.
5. Papier en overige media 2. Druk op [ ] of [ ] om [Papierinvoer] weer te geven en druk daarna op de [OK]-knop. Menu: Papierinvoer 3. Druk op [ ] of [ ] om [Papierformaat] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]knop. Papierinvoer: Papierformaat 4. Druk op [ ] of [ ] om [Lade 1] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]-knop. Papierformaat: Lade 1 In dit voorbeeld wordt [Lade 1] geselecteerd. 5. Druk op [ ] of [ ] om [Ang.fr] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop. Pap.form lade 1: Ang.
Papier plaatsen Een papiersoort voor Lade 1 en Lade 2 specificeren U kunt de prestaties van de printer verbeteren door de optimale papiertype te selecteren voor de lade. U kunt de volgende papiersoorten selecteren: • [Dun papier], [Normaal papier], [Medium dik], [Dik papier 1], [Gerecycled pap.], [Gekleurd papier], [Voorbedrukt], [Geperforeerd], [Briefpapier] 1. Druk op de [Menu]-knop. CER408 2. Druk op [ ] of [ ] om [Papierinvoer] weer te geven en druk daarna op de [OK]-knop. Menu: Papierinvoer 3.
5. Papier en overige media afdrukken wordt tijdelijk onderbroken wanneer een fout wordt gedetecteerd en begint automatisch weer tien seconden nadat de instellingen gedaan zijn op het bedieningspaneel. Papier plaatsen in de handinvoer • Zorg voor het afdrukken op al het papier behalve enveloppen dat de fuseereenheidshendels achter de voorklep omhoog staan. Als de hendels omlaag blijven, kan dit problemen veroorzaken met de adrukkwaliteit op ander papier dan enveloppen.
Papier plaatsen 2. Stel de zijgeleiders af op het papierformaat. CER053 3. Ondersteun het papier met uw handen en voer het voorzichtig in totdat het stopt. CER054 Wanneer het papier ingevoerd is totdat het stopt, wordt het papier een stukje automatisch in de printer ingevoerd. 4. Stel het printerstuurprogramma in en specificeer het papierformaat. • Voor details over het specificeren van papierformaten raadpleegt, u de helpfunctie van het printerstuurprogramma.
5. Papier en overige media • Als u [Prior. handinv.] instelt op [App.instelling] onder [Papierinvoer], moeten de instellingen voor papierformaat die zijn gemaakt met het printerstuurprogramma overeenkomen met de instellingen die zijn gemaakt op het bedieningspaneel. Als zij niet overeenkomen, verschijnt er een foutmelding en stopt het afdrukken als [Autom. doorgaan] niet is ingesteld op [Aan] onder [Systeem]. 1. Druk op de [Menu]-knop. CER408 2.
Papier plaatsen • Het aantal vellen dat in de handinvoer geplaatst kan worden is afhankelijk van de gebruikte papiersoort. Zorg ervoor dat het papier niet boven de papiergeleiders van de handinvoerlade uitkomt. Een aangepast papierformaat opgeven voor de handinvoer • Wanneer u een aangepast formaat papier en de handinvoer als invoerlade specificeert in het printerstuurprogramma en u gaat afdrukken met [Prior.
5. Papier en overige media 3. Druk op [ ] of [ ] om [Papierformaat] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]knop. Papierinvoer: Papierformaat 4. Druk op [ ] of [ ] om de [Handinvoer] weer te geven en druk vervolgens op de [OK]knop. Papierformaat: Handinvoer 5. Druk op [ ] of [ ] om [Ang.fr] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop. Pap.form handinv: Ang.fr 6. Druk op [ ] of [ ] om een eenheid te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop. Ang.fr: mm 7.
Papier plaatsen • Wanneer u de handinvoer specificeert als invoerlade in het printerstuurprogramma en iets afdrukt, als u [Prior. handinv] op [Elk form./type] onder [Papierinvoer] op het bedieningspaneel instelt, negeert de printer de instellingen voor papiersoort en -formaat op het bedieningspaneel. Het afdrukken wordt uitgevoerd aan de hand van de instellingen die zijn gemaakt met het printerstuurprogramma.
5. Papier en overige media 5. Druk op [ ] of [ ] om de papiersoort te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop. Handinvoer: Normaal papier 6. Druk op de [Menu]-knop. Papier plaatsen in lade 2 Het voglende voorbeeld geeft uitleg van de plaatsingsprocedure voor lade 2. • Zorg voor het afdrukken op al het papier behalve enveloppen dat de fuseereenheidshendels achter de voorklep omhoog staan.
Papier plaatsen 2. Druk op de bodemplaat tot de klik. CER071 3. Knijp in de klemmen aan de zijgeleiders en pas de geleider aan het papierformaat aan. CER072 4. Knijp in de klem aan de eindgeleider en lijn de pijl uit met het papierformaat. CER086 5. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar boven ligt Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering (bovenste lijn) binnen in de lade.
5. Papier en overige media CER073 6. Til de lade op, schuif en duw hem vervolgens helemaal naar binnen. CER074 Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst. • De bovenste limiet verschilt afhankelijk van het soort papier; dun papier of dik papier. Controleer de gegraveerde lijn binnenin de lade om de bovengrens te bevestigen. • Het indicatielampje voor overgebleven papier aan de rechter voorkant van de papierlade laat zien hoeveel papier er ongeveer over is.
Papier plaatsen • De binnenkant van de printer wordt heel heet. Raak geen onderdelen die de volgende waarschuwing bevatten " " (duidt op een heet oppervlak). • Zorg dat u voor het bedrukken van enveloppen de hendels van de fuseereenheid achter de voorklep laat zakken om te voorkomen dat de enveloppen verkreukeld naar buiten komen. Zet de hendels ook weer terug in hun oorspronkelijke positie na het afdrukken (omhoog).
5. Papier en overige media 3. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CER061 Enveloppen plaatsen in lade 1 • Vermijd het gebruik van zelfklevende enveloppen. Deze kunnen storingen aan het apparaat veroorzaken. • Controleer voordat u de enveloppen plaatst of er geen lucht in zit. • Plaats alleen enveloppen van hetzelfde formaat en soort. • Voordat u de enveloppen plaatst, dient u de voorzijde (de zijde die ingevoerd wordt in de printer) vlak te maken door er een potlood of liniaal langs te halen.
Papier plaatsen 3. Druk de metalen plaat naar beneden totdat deze op zijn plaats vastklikt. CER031 4. Knijp in de klem aan de zijgeleider en pas de geleiders aan de envelop aan. CER032 5. Knijp de klem aan de voorkant van de papiergeleider in om deze af te stellen op het formaat van de envelop. 6. Leg de enveloppen in Lade 1 met de afdrukzijde naar boven. CER111 Zorg dat de enveloppen niet hoger worden gestapeld dan de bovenste limietmarkering (onderste lijn) binnenin de lade.
5. Papier en overige media CER050 7. Duw lade 1 voorzichtig recht in het apparaat. CER051 Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst. • Zorg dat u de enveloppen zo plaatst dat de flappen aan de rechterkant of achterkant zitten. Als u dit niet doet, raken de enveloppen gekreukeld. • Als enveloppen tijdens het afdrukken verkreukelen, plaatst u de enveloppen in omgekeerde richting en draait u het afdrukobject 180 graden met behulp van het printerstuurprogramma voordat u afdrukt.
Papier plaatsen • Plaats alleen enveloppen van hetzelfde formaat en soort. • Voordat u de enveloppen plaatst, dient u de voorzijde (de zijde die ingevoerd wordt in de printer) vlak te maken door er een potlood of liniaal langs te halen. • Sommige envelopsoorten kunnen vastlopen of rimpelen, en kan de afdruk erop slecht zijn. • De afdrukkwaliteit van enveloppen kan onregelmatig zijn als delen van de enveloppen verschillende diktes hebben. Druk een of twee enveloppen af om de afdrukkwaliteit te controleren.
5. Papier en overige media 3. Pas de papiergeleider aan beide zijden van de envelop aan zodat hij past. CER239 • Zorg dat u de enveloppen zo plaatst dat de flappen aan de rechterkant of voorkant zitten. Als u dit niet doet, raken de enveloppen gekreukeld. • Als enveloppen tijdens het afdrukken verkreukelen, plaatst u de enveloppen in omgekeerde richting en draait u het afdrukobject 180 graden met behulp van het printerstuurprogramma voordat u afdrukt.
6. Verbruiksartikelen vervangen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de verbruiksartikelen vervangt. Printercartridges vervangen • Verbrand toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet. Doet u dit wel, dan riskeert u brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. • Sla toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet op in de buurt van open vuur. Doet u dit toch, dan onstaat er een risico op brand en/of brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur.
6. Verbruiksartikelen vervangen • Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw huid komt. Als uw huid in contact komt met toner, moet u het betreffende gedeelte van de huid grondig wassen met water en zeep. • Indien toner of gebruikte toner in uw ogen komt, spoel deze dan onmiddellijk uit met grote hoeveelheden water. Raadpleeg indien nodig een dokter.
Printercartridges vervangen • Stel de printcartridge zonder afdekking niet voor een langere tijd bloot aan direct zonlicht. • Raak de lichtgeleiding van de printcartridge niet aan. CER088 • Raak de ID-chip aan de zijkant van de printcartridge niet aan. CES032 • Zorg bij het verwijderen van de printcartridges ervoor dat u de laserscaneenheid aan de onderzijde van de bovenklep niet aanraakt.
6. Verbruiksartikelen vervangen 1. Trek de hendel van de bovenklep op om de bovenklep te openen. CER006 2. Houd de cartridge in het midden vast en trek hem voorzichtig omhoog en eruit. Beginnend vanaf achteraan worden de printcartridges in de volgorde cyaan (C), magenta (M), geel (Y) en zwart (K) geïnstalleerd. CER007 • Schud de verwijderde printcartridge niet. De resterende toner kan eruit lekken. • Plaats de oude printcartridge op papier of ander materiaal om uw werkruimte niet vuil te maken.
Printercartridges vervangen 4. Houd de printcartridge vast en schud deze vijf of zes keer heen en weer. CER236 Een gelijkmatige verspreiding van de toner in de cartridge verbetert de afdrukkwaliteit. 5. Verwijder de afdekking van de printcartridges. CER010 6. Controleer of de tonerkleur en plaats overeenkomen en plaats vervolgens de inktcartrigde voorzichtig in verticale richting.
6. Verbruiksartikelen vervangen 7. Houd met beide handen het midden van de bovenklep vast en sluit de klep voorzichtig. Let op dat uw vingers niet bekneld raken. CER012 Wacht totdat de toner is geladen. Schakel om storingen te voorkomen de printer niet uit voordat "Vervang toner:" op het display verschijnt. 8. Plaats de afdekking die u in stap 5 verwijderde op de oude printcartridge. Plaats de oude printcartridge vervolgens in de zak en in de verpakking.
De tonerafvalfles vervangen De tonerafvalfles vervangen • Verbrand gemorste of gebruikte toner niet. Tonerstof kan ontvlammen indien het wordt blootgesteld aan open vuur. • Wacht 30 minuten of langer nadat de stekker uit het stopcontact is gehaald voordat u de transfereenheid verwijdert. • Verbrand toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet. Doet u dit wel, dan riskeert u brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur. • Houd plastic materiaal (zakjes, handschoenen, enz.
6. Verbruiksartikelen vervangen • Doe mee met het recycleprogramma voor tonerafvalflessen, waarbij deze worden ingezameld voor recycling. Raadpleeg uw verkoop- of onderhoudsvertegenwoordiger voor meer informatie. • Leg voordat u de gebruikte tonerafvalfles uit het apparaat haalt, papier of een soortgelijk materiaal rond de printer neer om te voorkomen dat de toner uw vloer vies maakt. 1. Trek aan het handvat op de voorklep en laat de voorklep vervolgens voorzichtig zakken. CER013 2.
De tonerafvalfles vervangen 4. Houd het midden van de tonerafvalfles vast en haal hem voorzichtig en horizontaal eruit. CER036 5. Trek de tonerafvalfles er half uit, houd de fles vast en trek hem er dan recht uit. CER075 CER037 Til de tonerafvalfles niet op als u hem eruit trekt om te voorkomen dat de fles de tussenliggende transfereenheid aanraakt.
6. Verbruiksartikelen vervangen CER038 6. Doe de dop op de fles. CER039 CER089 7. Houd de nieuwe tonerafvalfles in het midden vast en plaats hem voorzichtig halverwege de printer. Laat de dop van de fles open.
De tonerafvalfles vervangen CER040 Til de tonerafvalfles niet op tijdens het plaatsen om te voorkomen dat de fles de tussenliggende transfereenheid aanraakt. CER041 8. Druk de tonerafvalfles naar beneden totdat deze vastklikt. Druk het middelste gedeelte er helemaal in.
6. Verbruiksartikelen vervangen 9. Plaats de transfereenheid op de voorklep. CER018 10. Schuif de transfereenheid over de geleiderrails in de printer. Als het stopt, drukt u op de markering PUSH totdat deze op zijn plaats klikt. CER017 11. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CER061 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan.
Tussenliggende transfereenheid vervangen Tussenliggende transfereenheid vervangen Als het waarschuwingsindicatielampje op het bedieningspaneel gaat branden en het bericht "Vervang tussenl. transf.riem" verschijnt op het display, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger.
6. Verbruiksartikelen vervangen De fuseereenheid en transferrol vervangen Als het waarschuwingsindicatielampje op het bedieningspaneel gaat branden en het bericht "Vervang de fuseereenheid" of "Vervang de transferrol" verschijnt op het display, neemt u contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger.
7. De printer reinigen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de printer schoonmaakt. Waar u op moet letten als u de printer gaat reinigen • Verwijder geen panelen of schroeven, behalve als dat uitdrukkelijk in deze handleiding staat aangegeven. Binnenin dit apparaat bevinden zich onderdelen die onder hoge spanning staan en die een risico op een elektrische schok vormen. Ook bevinden er zich laseronderdelen in het apparaat die blindheid kunnen veroorzaken.
7. De printer reinigen • U moet ten minste eenmaal per jaar de stekker uit het stopcontact verwijderen. Verwijder stof en aanslag van en rond de stekker en het stopcontact voordat u de printer weer aansluit. Opgehoopt stof en aanslag verhogen het risico op brand. • Pas op dat er geen paperclips, nietjes of andere metalen voorwerpen in het apparaat vallen.
De tonerdichtheidssensor reinigen De tonerdichtheidssensor reinigen Reinig de tonerdichtheidssensor wanneer de volgende boodschap op het bedieningspaneel verschijnt. "Reinig. dichth- sensor vereist" • De binnenkant van de printer wordt heel heet. Raak geen onderdelen aan die de volgende waarschuwing bevatten " " (duidt op een heet oppervlak). 1. Trek de hendel van de bovenklep op om de bovenklep te openen. CER006 2. Haal de printcartridge cyaan eruit.
7. De printer reinigen 3. Schuif de hendel van de tonerdichtheid-sensor een keer naar links. CER056 Schuif de hendel één keer. 4. Voer de printercartridge, die bij stap 2 verwijderd werd, voorzichtig verticaal in. CER057 5. Houd met beide handen het midden van de bovenklep vast en sluit de klep voorzichtig. Let op dat uw vingers niet bekneld raken.
De wrijvingsstrip en de papierinvoerrol reinigen De wrijvingsstrip en de papierinvoerrol reinigen Als de wrijvingsstrip of de papierinvoerrol vuil zijn, kunnen er verschillende vellen tegelijk of juist geen vellen worden gepakt. In dit geval moeten de wrijvingsstrip en de papierinvoerrol als volgt worden gereinigd: • Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat verplaatst. Pas op dat u het netsnoer onder het apparaat niet beschadigt wanneer u het apparaat verplaatst.
7. De printer reinigen 4. Veeg de wrijvingsstrip schoon met een vochtige doek. CER058 5. Veeg het rubberen deel van de rol schoon met een zachte, vochtige doek. Droog de wrijvingsstrip vervolgens met een droge doek. CER059 6. Druk de metalen plaat naar beneden totdat deze op zijn plaats vastklikt.
De wrijvingsstrip en de papierinvoerrol reinigen 7. Plaats het verwijderde papier terug in de lade en duw de lade voorzichtig in de printer totdat deze op zijn plaats klikt. CER035 8. Steek de stekker van het netsnoer goed in het stopcontact. Sluit alle voorheen verwijderde interfacekabels weer aan. 9. Zet de aan-/uitschakelaar aan. • Als er verschillende vellen tegelijk worden gepakt of er ontstaat een storing, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger.
7. De printer reinigen De registratierol en de papierlade reinigen De naastliggende registratierol of papierlade kan vuil worden van papierstof als er ander papier dan standaard wordt gebruikt. Als er witte stippen op de afdruk verschijnen door de papierstof, moeten de papierlade en de registratierol worden afgeveegd. • Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat verplaatst. Pas op dat u het netsnoer onder het apparaat niet beschadigt wanneer u het apparaat verplaatst.
De registratierol en de papierlade reinigen 3. Trek lade 1 er voorzichtig met beide handen uit. CER030 Plaats de lade op een vlak oppervlak. Als er papier in de lade ligt, moet u dit verwijderen. 4. Veeg de binnenkant van de papierlade schoon met een doek. CER217 5. Druk de metalen plaat naar beneden totdat deze op zijn plaats vastklikt.
7. De printer reinigen 6. Schuif lade 1 langs de rails en duw hem voorzichtig helemaal in de printer. CER035 7. Trek aan het handvat op de voorklep en laat de voorklep vervolgens voorzichtig zakken. CER013 Zorg dat u de registratierol op de plaats zet die in de illustratie hieronder met een pijltje getoond wordt. CER060 Reinig de registratierol als afdrukken besmeurd raken na het verhelpen van een papierstoring. 8.
De registratierol en de papierlade reinigen 9. Duw met beide handen het voorpaneel voorzichtig omhoog totdat deze sluit. CER061 10. Steek de stekker stevig in het stopcontact. Sluit alle voorheen verwijderde interfacekabels weer aan. 11. Zet de aan-/uitschakelaar aan. • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan.
7.
8. Problemen oplossen In dit hoofdstuk worden oplossingen voor veelvoorkomende problemen geboden en tevens uitgelegd hoe u slechte afdrukresultaten corrigeert. Fout- en statusmeldingen op het bedieningspaneel In dit gedeelte wordt uitgelegd wat de berichten betekenen die op het bedieningspaneel worden weergegeven en wat u moet doen wanneer een bepaald bericht wordt weergegeven. Statusmeldingen Meldingen Verklaring Aanbevolen handeling Offline Het apparaat staat offline.
8. Problemen oplossen Meldingen Meldingen Form.mism:# Strt/JobReset Verklaring De instellingen voor het papierformaat in lade # (1, 2, handinvoer) wijken af van het werkelijke papierformaat in de lade. Aanbevolen handeling Plaats papier van het geselecteerde formaat in de lade en druk vervolgens op de [Stop/Start]-knop om door te gaan met afdrukken. Druk op de [Job Reset]-knop om afdruktaken te annuleren.
Fout- en statusmeldingen op het bedieningspaneel Meldingen Verklaring Aanbevolen handeling Storng:Dupl.eenh Er is papier vastgelopen in de duplexeenheid. Verwijder het vastgelopen papier. Interne storing Er is papier vastgelopen in de fuseereenheid. Storing:Pap.lade Er is papier vastgelopen in lade 1 of lade 2. Storing: Lade 1 Er is een papierstoring in lade 1. Storing: Lade 2 Er is een papierstoring in lade 2. Storng:Stnd.lade Er is een papierstoring in het papieruitvoergedeelte.
8. Problemen oplossen Meldingen Vervang de tonerafvalfles Verklaring De tonerafvalfles moet worden vervangen. Aanbevolen handeling Vervang de tonerafvalfles door een nieuwe. Zie Pag.103 "De tonerafvalfles vervangen". Toner fout gepl: # De aangegeven printercartridge Stel de aangegeven is niet goed ingesteld of niet printercartridge goed in. goed geplaatst. De foutmelding verschijnt terwijl de printercartridge goed is ingesteld.
Indicatielampjes Indicatielampjes In de volgende tabel wordt de betekenis uitgelegd van de verschillende patronen van de indicatielampjes die door de printer worden gebruikt om een bepaalde toestand aan te geven. Patronen van indicatielampjes Oorzaak Het waarschuwingslampje brandt. De printer kan niet normaal gebruikt worden. Controleer de fout op het bedieningspaneel. Het waarschuwingslampje knippert geel. De toner is bijna op. Het indicatielampje Inkomende gegevens knippert.
8. Problemen oplossen De printer drukt niet af Mogelijke oorzaak Staat de printer aan? Oplossing Controleer of het netsnoer goed op het stopcontact en de printer is aangesloten. Zet de printer aan. Blijft de Waarschuwingsindicator rood branden? Als dit het geval is, leest u de foutmelding op het bedieningspaneel en voert u de vereiste handeling uit. Zit er papier in de lade? Plaats papier in de papierlade of in de handinvoer. Zie Pag.68 "Papier plaatsen".
De printer drukt niet af Start het afdrukken nog steeds niet, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. Neem contact op met de zaak waar de printer werd gekocht voor de contactgegevens van de verkoop- of servicevertegenwoordigers.
8. Problemen oplossen Windows Vista en Windows Server 2008 1. Klik op [Configuratiescherm] in het menu [Start] en klik vervolgens op [Printer] in "Hardware en geluiden". 2. Klik op het pictogram van de printer. Klik vervolgens in het menu [Bestand] op [Eigenschappen]. 3. Klik op het tabblad [Poort]. 4. Schakel het selectievakje [Afdrukken via volgende poort.] in om te bevestigen dat de juiste poort is geselecteerd. Als de poort (zoals LPT1) niet correct is, installeert u het stuurprogramma opnieuw.
De printer drukt niet af 3. Dubbelklik op [Printer Setup Utility]. 4. Klik op [Toevoegen]. Controleer of de printer in de browser verschijnt. Als dit niet zo is, installeer dan het stuurprogramma opnieuw. De printerbrowser gebruiken - Mac OS X 10.5 1. Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram van de harde schijf. 2. Dubbelklik op [Applications] en open vervolgens de map [System Preferences]. 3. Dubbelklik in de categorie [Hardware] op [Print & Fax]. 4. Klik op [+] en daarna op [Default]. 5.
8. Problemen oplossen Overige afdrukproblemen Status Er bevinden zich vegen toner op de afdrukzijde van de pagina. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen • Mogelijk is de papierinstelling niet juist. Misschien drukt u bijvoorbeeld af op dik papier, maar heeft u niet de instelling voor dik papier ingesteld. Controleer de papierinstellingen van het printerstuurprogramma. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor meer informatie. • Controleer of het papier niet gekruld of gebogen is.
Overige afdrukproblemen Status Het papier loopt vaak vast. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen • Het aantal vellen in de lade overschrijdt het maximum. Controleer of de stapel niet hoger is dan de limietmarkering aan de binnenzijde van de lade. Zie Pag.68 "Papier plaatsen". • Er is mogelijk ruimte tussen de voorste papiergeleider en het papier, of tussen de papiergeleiders aan beide zijkanten en het papier in de papierlade. Zorg dat er geen ruimte is. Zie Pag.68 "Papier plaatsen".
8. Problemen oplossen Status Afdrukken worden niet correct gestapeld. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen • Het papier is vochtig. Gebruik papier dat op de juiste wijze is bewaard. Zie Pag.53 "Papier en overige media". • Trek het verlengstuk uit. • Voer de volgende handeling uit. 1. Druk op de [Menu]-knop op het bedieningspaneel, selecteer [Onderhoud] en druk vervolgens op de [OK]knop. 2. Druk op [ ] of [ ] en selecteer [Anti-vocht.niv.]. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 3.
Overige afdrukproblemen Status Er worden meerdere vellen tegelijkertijd ingevoerd. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen • Er is mogelijk ruimte tussen de voorste papiergeleider en het papier, of tussen de papiergeleiders aan beide zijkanten en het papier in de papierlade. Zorg dat er geen ruimte is. Zie Pag.68 "Papier plaatsen". • Het papier is te dik of te dun. Zie Pag.53 "Papier en overige media". • Er is al op het papier afgedrukt. Zie Pag.53 "Papier en overige media".
8. Problemen oplossen Status Afbeeldingen worden niet afgedrukt op de juiste positie. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen • Stel de voorste en beide papiergeleiders aan de zijkant aan zodat deze overeenkomen met het papierformaat. Zie Pag.68 "Papier plaatsen". CER090 Afbeeldingen worden diagonaal ten opzichte van de pagina afgedrukt. Stel de voorste en beide papiergeleiders aan de zijkant aan zodat deze overeenkomen met het papierformaat. Zie Pag.68 "Papier plaatsen".
Overige afdrukproblemen Status Er verschijnen horizontale lijnen op het papier. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen • Schokken of stoten kunnen ervoor zorgen dat er lijnen op afdrukken of kopieën ontstaan en andere storingen veroorzaken. Bescherm de printer te allen tijde tegen schokken of stoten, vooral wanneer het apparaat aan het afdrukken is. • Indien er lijnen verschijnen op afdrukken, zet het apparaat dan uit, wacht een paar minuten en zet het apparaat vervolgens weer aan.
8. Problemen oplossen Status Het duurt te lang voor het afdrukken wordt voortgezet. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen • De gegevens zijn dermate groot of complex dat het tijd kost om deze te verwerken. Als het indicatielampje Inkomende gegevens knippert, worden de gegevens verwerkt. Wacht totdat dat voorbij is. • De printer stond in de energiespaarmodus. Om weer te starten vanuit de energiespaarmodus, moet de printer eerst opwarmen, en dit duurt enige tijd vorodat het afdrukken start.
Overige afdrukproblemen Status Afbeeldingen worden afgebroken, of er worden overtollige pagina's afgedrukt. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen Mogelijk gebruikt u papier dat kleiner is dan het formaat dat in de toepassing is geselecteerd.Gebruik hetzelfde formaat papier als dat u in de toepassing heeft geselecteerd. Als u geen papier van het juiste formaat kunt plaatsen, gebruikt u de verkleiningsfunctie om de afbeelding te verkleinen en drukt u deze vervolgens af.
8. Problemen oplossen Status Afgedrukte foto's zijn onscherp. Kleurendocumenten worden afgedrukt in zwart-wit. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen In sommige toepassingen moet de resolutie worden verlaagd bij afdrukken. • Het printerstuurprogramma is niet geconfigureerd voor kleurenafdrukken. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor meer informatie. • Bij sommige toepassingen worden kleurenbestanden in zwartwit afgedrukt. Er kan niet worden afgedrukt met fijn patroon.
Overige afdrukproblemen Status Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen Een kleur ontbreekt of is wazig. • Het papier is vochtig. Gebruik papier dat op de juiste wijze is bewaard. Zie Pag.53 "Papier en overige media". • De tonercartridge is bijna leeg. Als het volgende bericht op het bedieningspaneel verschijnt, vervang dan de inktcartridge: "Vervang toner:". Zie Pag.97 "Printercartridges vervangen". • Er heeft zich wellicht condens gevormd.
8. Problemen oplossen Status De gehele afdruk is vaag. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen • Het papier is vochtig. Gebruik papier dat op de juiste wijze is bewaard. Zie Pag.53 "Papier en overige media". • Voer de volgende handeling uit. 1. Druk op de [Menu]-knop op het bedieningspaneel, selecteer [Onderhoud] en druk vervolgens op de [OK]knop. 2. Druk op [ ] of [ ] en selecteer [Anti-vocht.niv.]. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 3. Druk op [ ] of [ ] en selecteer [Niveau 2] of [Niveau 3].
Overige afdrukproblemen Status Wanneer u er met uw vinger over wrijft smeert het uit. Mogelijke oorzaken, beschrijvingen en oplossingen Mogelijk zijn de papierinstellingen niet juist ingesteld. Misschien wordt bijvoorbeeld op dik papier afgedrukt, maar is de instelling voor dik papier niet opgegeven. • Controleer de papierinstellingen van de printer. Zie Pag.58 "Papiersoorten". • Controleer de papierinstellingen van het printerstuurprogramma.
8. Problemen oplossen Overige problemen oplossen Probleem Het apparaat maakt een vreemd geluid. Er wordt geen e-mail ontvangen wanneer een waarschuwing wordt gegeven en nadat de fout waarop de waarschuwing betrekking had, is opgelost. Oplossing Als onlangs een verbruiksartikel is vervangen of een optie is geïnstalleerd in het gedeelte waar het vreemde geluid vandaan komt, controleer dan of het verbruiksartikel of de optie goed geïnstalleerd is.
9. Vastgelopen papier verwijderen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u vastgelopen papier verwijdert. Wanneer er papier is vastgelopen Wanneer er papier is vastgelopen knippert een waarschuwingslampje op het bedieningspaneel en een van de volgende berichten verschijnt op het display: "Interne storing" "Storing:Pap.lade" "Storing: Lade 1" "Storing: Lade 2" "Storng:Dupl.eenh" "Storng:Stnd.lade" Open de voorklep en controleer de volgende plaatsen op een papierstoring.
9. Vastgelopen papier verwijderen 1,4 2 3 CER067 1. Interne storing Er is papier vastgelopen in de fuseereenheid. Zie Pag.146 "Wanneer "Interne storing" verschijnt". 2. Storing: Papierlade Er is papier vastgelopen in lade 1 of lade 2. Zie Pag.149 "Wanneer "Storing:Pap.lade", "Storing: Lade 1" of "Storing: Lade 2" verschijnt". 3. Papierstoring: Verwijder papier uit duplexeenheid Er is papier vastgelopen in de duplexeenheid. Zie Pag.151 "Wanneer "Storng:Dupl.eenh" verschijnt". 4.
Wanneer er papier is vastgelopen • Bepaalde interne onderdelen van dit apparaat worden erg heet. Wees daarom voorzichtig wanneer u vastgelopen papier verwijdert. Als u de onderdelen wel aanraakt, kunt u brandwonden oplopen. • Omdat de omgevingstemperatuur hoog is rond de geleider, controleert u op vastgelopen papier als het is afgekoeld. 1. Trek aan het handvat op de voorklep en laat de voorklep vervolgens voorzichtig zakken. CER013 2.
9. Vastgelopen papier verwijderen ASH047S Trek het papier naar beneden om te verwijderen. Trek het niet omhoog. Als het moeilijk is het papier te vinden, controleer dan op vastgelopen papier door de geleider omlaag te trekken. ASH048S 3. Duw beide fuseereenheidhendels omhoog met allebei uw duimen.
Wanneer er papier is vastgelopen 4. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CER061 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de foutmelding is verdwenen wanneer u de klep hebt gesloten. Wanneer "Storing:Pap.lade", "Storing: Lade 1" of "Storing: Lade 2" verschijnt "Storing:Pap.lade", "Storing: Lade 1", of "Storing: Lade 2" verschijnt wanneer er papier is vastgelopen in lade 1 of lade 2. Open de voorklep en verwijder het papier. 1.
9. Vastgelopen papier verwijderen 2. Trek het vastgelopen papier er voorzichtig naar boven uit. CER062 Als het papier in de transfereenheid is vastgelopen, houdt u het papier met beide handen vast en trekt u het voorzichtig naar voren eruit. CER063 3. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CER061 • Trek de papierlade niet uit de printer (lade 1). • Als het papier in lade 2 is vastgelopen, maar het is moeilijk dit te traceren, trekt u lade 2 eruit.
Wanneer er papier is vastgelopen Wanneer "Storng:Dupl.eenh" verschijnt "Storng:Dupl.eenh" verschijnt wanneer er papier is vastgelopen in de duplexeenheid. Open de voorklep en verwijder het papier. 1. Trek aan het handvat op de voorklep en laat de voorklep vervolgens voorzichtig zakken. CER013 2. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig onder de transfereenheid vandaan. CER046 Als u het vastgelopen papier niet kunt vinden, kijkt u in de printer. 3. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen.
9. Vastgelopen papier verwijderen • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de foutmelding is verdwenen wanneer u de klep hebt gesloten. Wanneer "Storng:Stnd.lade" verschijnt "Storng:Stnd.lade" verschijnt wanneer er papier is vastgelopen in de fuseereenheid. Open de voorklep en verwijder het papier op dezelfde wijze als voor het interne pad. • Voor meer informatie over de procedure, zie Pag.146 "Wanneer "Interne storing" verschijnt".
10. Bijlage In dit gedeelte worden de onderhouds- en bedieningsprocedures voor deze printer uitgelegd. De specificaties van de printer en de opties komen tevens aan de orde in dit hoofdstuk. Als de printer voor langere tijd niet gebruikt wordt Als de printer lange tijd inactief zal zijn, volgt u de procedure die hier getoond wordt. • Het is gevaarlijk om de stekker van het netsnoer vast te pakken met natte handen. Als u het wel aanraakt, kunt u een elektrische schok krijgen.
10. Bijlage 3. Trek aan het handvat op de voorklep en laat de voorklep vervolgens voorzichtig zakken. CER013 4. Duw beide fuseereenheidhendels met allebei uw duimen omlaag. ASH046S 5. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CER234 • Deze stap is niet nodig als de printer aan staat, maar al lange tijd inactief is.
Als de printer voor langere tijd niet gebruikt wordt 1. Steek de stekker in het stopcontact. 2. Trek aan het handvat op de voorklep en laat de voorklep vervolgens voorzichtig zakken. CER013 3. Duw beide fuseereenheidhendels omhoog met allebei uw duimen. CER242 4. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CER234 5. Zet de aan-/uitschakelaar in de aan-stand.
10. Bijlage De printer verplaatsen en vervoeren • Als u het apparaat verplaatst terwijl de optionele papierlade-eenheid is aangesloten, mag u niet tegen het bovenste gedeelte van de hoofdeenheid duwen. Hierdoor kan de optionele papierlade-eenheid losraken, waardoor letsel kan ontstaan. • De printer weegt ongeveer 23,8 kg (52,5 lb.). Als u de printer optilt, moet u deze bij de grepen aan beide zijden vastpakken.
De printer verplaatsen en vervoeren De printer verplaatsen De printer over een kleine afstand verplaatsen • Verwijder de printercartridges niet tijdens het verplaatsen van de printer. 1. Controleer zorgvuldig het volgende: • De stroom is uitgeschakeld. • De stekker van de stroomkabel is uit het stopcontact gehaald. • De interfacekabel is uit de printer gehaald. 2. Als lade 2 geïnstalleerd is, haal deze er dan uit. 3.
10. Bijlage Verbruiksartikelen Onze producten worden ontworpen om te voldoen aan de hoogste eisen van kwaliteit en functionaliteit en wij raden u aan om de verbruiksartikelen uitsluitend te kopen van een officiële dealer. Inktcartridge Printcartridge Gemiddeld aantal af te drukken pagina's per cartridge *1 Zwart 6.
Verbruiksartikelen • Als de toner opgebruikt is, maar u moet dringend verder gaan met afdrukken, zie Pag.132 "Overige afdrukproblemen". Tonerafvalfles Name Tonerafvalfles Gemiddeld aantal afdrukbare pagina's *1 25.000 pagina's *1 A4/letter 5% testschema, 3 pagina's/taak, adrukken in 50% zwart-wit/kleur.
10. Bijlage Specificaties • Het meegeleverde netsnoer is uitsluitend bedoeld voor gebruik met deze apparatuur. Gebruik het niet met andere apparaten. Als u dit toch doet, kan dit leiden tot brand, elektrische schokken of letsel.
Specificaties Papieruitvoercapaciteit Standaard 150 vel (80 g/m2, 20 lb.) Papierinvoercapaciteit Standaard papierlade 250 vellen *1 Handinvoer 1 vel *1 Optionele papierinvoereenheden 500 vellen *1 *1 Papiergewicht: 80 g/m2 (20 lb. bankpost) Voeding • 220-240 V, 6A, 50/60 Hz • 120 V, 11 A, 60 Hz Stroomverbruik Afdrukken 1300 W Energiespaarstand 1 80 W Energiespaarstand 2 10 W Opwarmtijd Minder dan 30 seconden (23 °C, 71,6 F) *1 *1 Wanneer er geen fout optreedt.
10.
Specificaties Opties Papierinvoereenheid Papierformaat A4 en Letter (81/2 × 11 inch) Afmetingen (B x D x H) 400 × 450 × 127 mm (15,8 × 17,8 × 5 inch) Papiergewicht 60 - 105 g/m2, (16 - 28 lb.) Gewicht Minder dan 4 kg (8,8 lb.
10. Bijlage Handelsmerken Adobe, Acrobat, PostScript en Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Apple, Macintosh, Mac OS, TrueType en Safari zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en in andere landen. Microsoft®, Windows®, Windows Server®, Windows Vista® zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Handelsmerken • De productnamen van Windows Server 2003 R2 zijn als volgt: Microsoft® Windows Server® 2003 R2 Standard Edition Microsoft® Windows Server® 2003 R2 Enterprise Edition Microsoft® Windows Server® 2003 R2 Datacenter Edition • De productnamen van Windows Server 2008 zijn als volgt: Microsoft® Windows Server® 2008 Foundation Microsoft® Windows Server® 2008 Standard Microsoft® Windows Server® 2009 Enterprise Microsoft® Windows Server® 2008 Datacenter Microsoft® Windows Server® 2008 voor systemen op
10.
INDEX A E Aanbevolen papier...............................................57 Aangepast papierformaat opgeven (handinvoerlade)...................................................85 Aansluiten van de printer Een papierformaat instellen(lade 1)....................78 Een papierformaat instellen(lade 2)....................78 Envelop......................................................58, 92, 94 Enveloppen plaatsen.............................................90 Ethernet.........................................
LED-lampjes...........................................................36 Lijst met opties........................................................10 M Medium dik............................................................58 Modelspecifieke informatie....................................5 Modeltypes..............................................................5 N Netspanningsindicator..........................................16 Netwerk...........................................................
printer...............................................................................157 Voorbedrukt...........................................................58 W Waar moet ik de printer plaatsen?......................17 Waarschuwingsindicator......................................16 WARNING-stickers.................................................6 Wrijvingsstrip.......................................................
MEMO 170
MEMO 171
MEMO 172 M100-7715
© 2012
DX-C200P Gebruiksaanwijzing Hardwarehandleiding M100-7715