Operation Manual
ONDERHOUD
N-20
Schakel de airconditioner en de stroomonderbreker uit alvorens onderhoudswerk-
zaamheden uit te voeren.
ONDERHOUD NA
SEIZOENSGEBRUIK
1
Zet het toestel in de ZELFREINI-
GINGSFUNCTIE zodat het me-
chanisme volledig kan drogen.
2
Stop de bediening.
Als u een stroomonderbreker
alleen voor de airconditioner heeft,
kunt u die uitschakelen.
3
Reinig de filters en plaats ze terug.
ONDERHOUD VOOR
SEIZOENSGEBRUIK
1
Controleer of de luchtfilters
schoon zijn.
2
Controleer of er geen obstructies
in de luchtinlaat en luchtuitlaat
zitten.
3
Kijk regelmatig het montageframe
van de buitenunit na op slijtage
en controleer of het nog goed is
bevestigd.
1
SCHAKEL HET TOESTEL UIT
2
VERWIJDER DE FILTERS
1 Open het voorpaneel.
2 Druk de luchtfilters iets omhoog om ze te
ontgrendelen.
3 Trek de luchtfilters omlaag en verwijder ze.
3
VERWIJDER HET ONTGEURINGSFILTER
EN HET STOFOPVANGFILTER VAN DE
LUCHTFILTERS
4
REINIG DE FILTERS
Verwijder stof met behulp van een stofzuiger.
Als de filters vuil zijn, kunt u ze wassen met
warm water en een mild reinigingsmiddel.
Droog de filters in de schaduw voordat u ze
terugplaatst.
5
PLAATS HET ONTGEURINGSFILTER EN
HET STOFOPVANGFILTER TERUG
6
PLAATS DE FILTERS TERUG
1 Plaats de filters in de oorspronkelijke stand
terug.
2 Sluit het voorpaneel.
3 Druk het met de pijl aangegeven gedeelte
van het paneel stevig aan om het paneel
te vergrendelen.
DE FILTERS REINIGEN
De luchtfilters dienen elke twee weken te worden
gereinigd.
TOESTEL EN AFSTANDSBEDIENING REINIGEN
• Reinig het toestel en de afstandsbediening met een zachte doek.
• Giet of mors er geen water op. Dit kan schokgevaar opleveren en de apparatuur
beschadigen.
• Gebruik nooit heet water, verfverdunner, schuurmiddelen of agressieve oplosmiddelen.
(voor modellen AY-XPM7CR/AY-XPM9CR/AY-XPM12CR)
1
2
3
3
1
2










