Operation Manual

N-14
1
2
3
1
2
3
ONDERHOUD
TOESTEL EN AFSTANDSBEDIENING REINIGEN
Reinig het toestel en de afstandsbediening met een zachte doek.
Giet of mors er geen water op. Dit kan schokgevaar opleveren en de apparatuur
beschadigen.
Gebruik nooit heet water, verfverdunner, schuurmiddelen of agressieve oplosmid-
delen.
Trek de stekker uit het stopcontact of verwijder de circuitonderbreker voordat u
enige onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
DE FILTERS REINIGEN De luchtfilters dienen elke twee weken gereinigd te worden.
1
SCHAKEL HET TOESTEL UIT
2
VERWIJDER DE FILTERS
1 Open het voorpaneel.
2 Druk de filters iets omhoog om ze te ontgrendelen.
3 Trek de filters omlaag en verwijder ze.
3
REINIG DE FILTERS
Verwijder stof met behulp van een stofzuiger. Als
de filters erg vuil zijn, kunt u ze wassen met warm
water en een mild reinigingsmiddel. Droog de fil-
ters in de schaduw voordat u ze terugplaatst.
4
PLAATS DE FILTERS TERUG
1 Plaats de filters in de oorspronkelijke stand
terug.
2 Sluit het voorpaneel.
3 Druk het midden van het voorpaneel stevig
aan om het paneel te vergrendelen.
ONDERHOUD NA
SEIZOENSGEBRUIK
ONDERHOUD VOOR
SEIZOENSGEBRUIK
1 Stel het toestel ongeveer een halve
dag in werking in de functie VENTI-
LEREN, zodat alle mechanismen goed
kunnen drogen.
2 Schakel het toestel uit en trek de stek-
ker uit het stopcontact. Als u een cir-
cuitonderbreker alleen voor de aircon-
ditioner heeft, kunt u die verwijderen.
3 Reinig de filters en plaats ze terug.
1 Controleer of de luchtfilters schoon
zijn.
2 Controleer of er geen obstructies in
de luchtinlaat en luchtuitlaat zitten.
3 Inspecteer af en toe de bevestiging
van de buiten-unit en controleer of hij
goed vast zit.