Operation Manual
58
DISPLAY MELDINGEN
Wanneer er een van de volgende meldingen in het display verschijnt, dient u onmiddellijk de activiteiten uit te voeren
die in de melding beschreven staan.
Melding Oorzaak en oplossing Pagina
VOER UW ACCOUNTNUMMER
IN.
De auditfunctie is ingeschakeld. Voer uw accountnummer in.
56
ER IS EEN PAPIERSTORING
OPGETREDEN.
Verhelp de papierstoring volgens de instructies in
"PAPIERSTORING VERHELPEN".
64
TWEEZIJDIGE KOPIEEN
KUNNEN NIET WORDEN
GEMAAKT OP DIT SOORT
PAPIER.
Deze melding verschijnt wanneer u probeert 2-zijdige kopieën te
maken op speciaal papier dat niet voor 2-zijdig kopiëren kan
worden gebruikt. Annuleer 2-zijdig kopiëren of verander het
papier.
27
VERWIJDER PAPIER UIT DE
<*>LADE.
De aangegeven uitvoerlade is vol. Verwijder de uitvoer uit de lade.
(<*> geeft aan dat de lade vol is.)
-
SLUIT HET <**> DEKSEL. Het aangegeven deksel is open. Sluit het deksel. (<**> geeft aan
dat het deksel open is.)
-
TREK HANDINVOERLADE UIT.
Wanneer u vanuit de handinvoerlade kopieert, dient u ervoor te
zorgen dat de ladeverlenging is uitgetrokken..
18
HET FORMAAT VAN DE OMSLA-
GEN EN HET KOPIEERPAPIER
MOET HETZELFDE ZIJN.
Wanneer u een dekblad toevoegt, dient u papier in de handinvoer
te laden met hetzelfde formaat als het papier in de lade die voor
het kopiëren werd gesorteerd.
48
TONERNIVEAU IS LAAG. De tonercartridge moet binnenkort worden vervangen 72
VERVANG DE TONERCARTRIDGE.
De tonercartridge is bijna leeg. Vervang de tonercartridge. 72
CONTROLEER DE TONER-
CARTRIDGE.
Verzeker u ervan of de tonercartridge correct geïnstalleerd is.
72
ORIGINEELINVOER IS
UITGESCHAKELD.
De RSPF werd uitgeschakeld in de key operator programma's.
Gebruik de glasplaat.
22
GESELECTEERDE LADE IS NIET
TOEGESTAAN.
SELECTEER EEN ANDERE
LADE.
Dit verschijnt wanneer er een lade is geselecteerd die niet werd
toegestaan in de "LADE-INSTELLINGEN" in de aangepaste
instellingen.
53
CONTROLEER DE INSTELLING
VAN HET PAPIERFORMAAT VAN
LADE <***>.
De papierformaat instelling van de lade verschilt van het actuele
papierformaat. Laad het correcte papierformaat. De lade wordt
aangeduid in <***>.
17
VUL NIETJES AAN. De afwerkingeenheid heeft geen nietjes meer. Vervang de
nietjescartridge volgens de instructies in "HET VERVANGEN VAN
DE NIETJESPATROON".
73
VERWIJDER PAPIER UIT NIET-
EENHEID-COMPILER.
Het papier blijft achter in de compiler van de nieteenheid.
Verwijder het papier.
70
HET GEHEUGEN IS VOL. DRUK
OP [START] OM TE BEGINNEN
MET KOPIEREN OF [CA] OM TE
ANNULEREN.
Het geheugen raakt vol tijdens het scannen van de originelen.
Druk op de [START] toets ( ) om de gescande originelen te
kopiëren of druk op de [ALLES WISSEN] toets ( ) om de
bewerking te annuleren.
-










