User Manual

3-15
HOOFDSTUK3
5
Kies de plaatsing van de omslagen.
Kies “VOOROMSLAG”, “ACHTEROMSLAG” of
“VOOROMSLAG+ACHTEROMSLAG” op de interactieve
display.
6
Kies of op de vooromslagen gekopieerd moet worden of
niet.
Kies “JA” of “NEE” op de interactieve display. Wanneer “JA” is
gekozen, zal het eerste origineel op de voorzijde van het
vooromslag worden gekopieerd.
Wanneer “ACHTEROMSLAG” is gekozen in bedieningsstap 5,
is deze keuze niet noodzakelijk.
7
Druk op de bovenste “OK” toets.
8
Plaats de omslagen in de handinvoer en let erop dat de
omslagen van hetzelfde formaat zijn als het
kopieerpapier.
De mededeling “KIES HET PAPIER VOOR DE HANDINVOER.
zal worden afgebeeld als “60~105 g/m
2
” (“NORM.PAPIER”),
“106~130 g/m
2
” (“ZWAAR PAPIER1”) of “131~280 g/m
2
(“ZWAAR PAPIER2”) niet is gekozen.
9
Kies de papiersoort voor de handinvoer.
Transparanten kunnen niet worden gekozen als omslagen.
De START-indicators (
) lichten op.
10
Voer het gewenste aantal te maken kopieën in met
behulp van de cijfertoetsen en druk op de KLEURENKOPIE
START-toets (
) of op de ZWART-WITKOPIE START-
toets ( ).
Om de OMSLAGEN-functie te annuleren, kiest u nogmaals de
OMSLAGEN-functie en drukt u op de “STOPPEN” toets.
OMSLAGEN
SPECIALE FUNCTIES Omslagen
OMSLAGEN
VOOROMSLAG
ACHTEROMSLAG
VOOROMSLAG +
ACHTEROMSLAG
JA
NEE
AFDRUK OP VOORO
STOPPEN
O
O
N
MSLAG
ROMSLAG
MSLAG +
ROMSLAG
JA
NEE
AFDRUK OP VOOROMSLAG?
STOPPEN
OK
OK
UK OP VOOROMSLAG?
PPEN
OK
OK
C
CA
12
3
456
789
0
P
C
ACC.#