User Manual

1-12
HOOFDSTUK
1
ALVORENS TE KOPIËREN Kopiëren-modus en afdrukken-modus
KOPIËREN-MODUS EN AFDRUKKEN-MODUS
Algemene bedieningsstappen voor het bedienen van de scanner
Om documentbeelden met behulp van de scannermogelijkheden
van het apparaat te scannen, verwerken of bewerken hebt u het
softwareprogramma Adobe Photoshop
®
5.0 of hoger nodig.
1
Installeer het benodigde stuurprogramma in uw
computer overeenkomstig de instructies in de
gebruiksaanwijzing van de printer-regeleenheid.
2
Druk op de AFDRUKKEN-toets om het afdrukken-
modusscherm af te beelden.
3
Controleer het bedieningspaneel om te bevestigen dat
de ON LINE-toets is gekozen. Als dit niet het geval is,
drukt u op de "ONLINE/OFFLINE" toets op het
bedieningspaneel om de printer on line te zetten.
4
Plaats het origineel op de glasplaat of in de
origineelinvoer (los verkrijgbaar).
OPMERKING:
Zelfs als u meerdere originelen in de origineelinvoer plaatst,
moeten de beelden één voor één worden verwerkt.
5
Maak het beeld met behulp van het softwareprogramma.
Voor verdere informatie leest u de gebruiksaanwijzing
van het softwareprogramma.
6
Bewerk of bewaar het gescande beeld. Voor verdere
informatie leest u de gebruiksaanwijzing van het
softwareprogramma.
OPMERKING:
Voor nauwkeurige informatie over het gebruik van het apparaat als
een scanner, leest u de gebruiksaanwijzing van de printer-
regeleenheid.
Adobe en Photoshop zijn wettelijk gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems
Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.