Operation Manual

Lijnen, vormen en effecten
390
Zo wijzigt u de lijneigenschappen van een geselecteerd
object:
Gebruik het tabblad Stalen als u de lijnkleur en/of
schakering/tint van een kleur wilt wijzigen. U kunt ook
het tabblad Kleur gebruiken om een kleur op het
geselecteerde object toe te passen van een kleurmenger.
De lijn en de vulkleur van een object kan effen zijn of
een verloop hebben en kan ook bitmaps en
transparantie-effecten bevatten.
Gebruik het tabblad Lijn, de optiebalk voor lijnen
(beschikbaar wanneer er een lijn is geselecteerd) of het
dialoogvenster Lijnen en randen als u de lijndikte, het
lijntype of andere eigenschappen van de lijn wilt
wijzigen. Gebruik de vervolgkeuzelijsten om de
gewenste lijndikte en lijnstijl in te stellen.
Op het tabblad Lijn, op de optiebalk of in het dialoogvenster Lijnen
en randen bevat het vervolgkeuzemenu voor stijlen de volgende
stijlen: Geen, Enkel, Kalligrafie en verschillende lijnstijlen voor
Onderbroken en Dubbel zoals hieronder wordt getoond.
Verschillende lijnstijlen kunnen naar behoefte worden aangepast:
Bij stippellijnen en onderbroken lijnen kunt u
een van de vijf lijnstijlen selecteren (zie
hierboven).
- of
(alleen tabblad en dialoogvenster) Sleep de
schuifregelaar Streepjespatroon om de
algemene lengte van het patroon (het aantal
vakjes links van de schuifregelaar) in te stellen