Operation Manual

Productoverzicht
7
Overzicht van de aanduidingen
Na het inschakelen geeft de ontvanger de standaard aanduiding „Parameters van de
ontvanger” aan. Alternatieve weergaven staan vermeld op pagina 15.
In deze standaard aanduiding worden de bedrijfstoestanden van de ontvanger en de belang-
rijkste informatie van de ontvangen zender weergegeven – onder voorwaarde dat de aange-
sloten zender deze functie ondersteunt.
Weergave Zender/ontvanger Betekenis
Radiosignaalpiek
RF” (Radio
Frequency)
Ontvanger
Audiopiek „AF
(Audio Frequency,
zie pagina 23)
Zender
Kanaalbank
en kanaal
(zie pagina 22)
Ontvanger Ingestelde kanaalbank en kanaalnummer
Frequentie
(zie pagina 22)
Ingestelde ontvangstfrequentie
Naam
(zie pagina 22).
Individueel ingestelde naam
Pilot-toon „P
(zie pagina 25)
Ingeschakelde Pilot-toonanalyse
Equalizer-
instelling
(zie pagina 23)
Actuele equalizer-instelling
Uitgangs-
versterking
(zie pagina 23)
Ontvanger Actuele uitgangsversterking
806.125
B.Ch: 01.01
PEAK
MUTE
EQ:
+ 12dB
-10
040
30
20
10
-20
-30
-40
AF
RF
MHz
**2000**
SKM2000
P
40
30
20
10
RF
Diversity-tak:
Antenne-ingang I is actief.
Antenne-ingang II is actief.
Radiosignaalpiek: Sterkte van het
ontvangen signaal
Hoogte van de ruisfilterdrempel
PEAK
-10
0
-20
-30
-40
AF
Overmodulatie van de zender met
Peak-Hold-functie.
Wanneer een volledige uitslag wordt
weergegeven, is het audio-ingangs-
signaal te hoog. Wanneer de over-
modulatie vaker voorkomt of langer
duurt wordt de aanduiding „PEAK
geïnverteerd weergegeven.