INSTRUCTIEHANDLEIDING Digitale Filmcamera VPC-HD1000EX VPC-HD1000 VPC-HD1000GX Belangrijke opmerking In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u veilig kunt werken met de VPC-HD1000EX, VPC-HD1000 en VPC-HD1000GX. Informatie die slechts betrekking heeft op een van deze producten wordt duidelijk als zodanig aangegeven. Lees deze aanwijzingen zorgvuldig voordat u de camera gebruikt. Lees het afzonderlijke boekje “VEILIGHEIDSHANDLEIDING” goed door en zorg ervoor dat u het begrijpt.
Waarschuwing VOORKOM BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN STEL DIT APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT. VOOR GEBRUIKERS IN DE V.S. i Uit testen is gebleken dat dit apparaat voldoet aan de eisen voor een digitaal apparaat klasse B conform sectie 15 van de voorschriften van de Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC). Deze eisen zijn opgesteld teneinde een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie door een toestel voor huishoudelijk gebruik.
VOOR GEBRUIKERS IN CANADA i Dit digitale apparaat van klasse B voldoet aan de Canadese norm ICES003. VOOR GEBRUIKERS IN DE EU Let op: iDit symbool en recyclesysteem gelden alleen voor EUlanden en niet voor landen in andere delen van de wereld. SANYO producten zijn ontwikkeld en gefabriceerd uit eerste kwaliteit materialen, de onderdelen kunnen worden gerecycled en weer worden gebruikt.
In deze handleiding gebruikte symbolen TIP Uitgebreidere instructies of speciale punten waar u op moet letten. OPGELET Zaken die speciale aandacht vereisen. (pagina xx) Verwijzing naar de pagina waarop u meer informatie vindt. Raadpleeg de hoofdstukken “VEELGESTELDE VRAGEN” (pagina 189) en “PROBLEMEN OPLOSSEN” (pagina 197) voor antwoorden bij vragen of problemen met betrekking tot de bediening van de camera.
OPNEMEN, WEERGEVEN EN OPSLAAN Voorbereiding van de camera 1 Steek de SD-geheugenkaart in de camera. h Er wordt geen SD-geheugenkaart meegeleverd met de camera. Losse kaarten zijn in de winkel verkrijgbaar. h In deze handleiding wordt naar de SD-geheugenkaart verwezen als de “kaart”. Afdekklepje van kaartsleuf Kaartsleuf SD-geheugenkaart 2 Sluit de netadapter aan op de camera.
OPNEMEN, WEERGEVEN EN OPSLAAN Voordat u die zo belangrijke foto’s gaat nemen, maakt u eerst een testopname om er zeker van te zijn dat uw camera ingesteld en gereed is i Sanyo wijst elke claim voor vergoeding voor opgenomen inhoud, enz. af bij storingen tijdens het fotograferen of opnemen vanwege een toevallige camera- of kaartfout. Opnamen maken 1 2 3 v Zet de schakelaar REC/ PLAY op REC. Houd de ON/OFF-knop ten minste 1 seconde ingedrukt om de camera in te schakelen.
Weergeven 1 2 Stel de schakelaar REC/ PLAY in op PLAY. h Op het display verschijnt het weergavescherm met het beeld dat zojuist is vastgelegd. Schakelaar REC/PLAY instellen op PLAY Druk de knop SET naar links of rechts om het beeld weer te geven dat u wilt bekijken. h Videoclips worden aangeduid met behulp van een patroon voor videoclips aan de linkeren rechterkant van het scherm. h Druk op de knop SET om het afspelen van de videoclip te starten.
OPNEMEN, WEERGEVEN EN OPSLAAN Opgenomen videoclips op dvd branden (Windows XP) Met gebruik van de meegeleverde DVD-ROM (Xacti Software DVD) kunt u beelden op een DVD opslaan. Gedetailleerde informatie over het Xacti Software DVD is te vinden op pagina 4 van de INSTRUCTIEHANDLEIDING voor het Xacti Software DVD. Toepassingsprogramma’s installeren 1 2 vii Plaats de meegeleverde dvd-rom (Xacti Software DVD) in het cdromstation van de computer. h Het installatievenster wordt geopend.
3 Klik in het installatievenster op [Finish (Voltooien)] en verwijder de dvd-rom uit het dvd-romstation van de computer. h Als het installatievenster wordt gesloten, wordt een dialoogvenster voor verbinding met de website weergegeven. Dit bevat informatie over de online service van Kodak. Selecteer het keuzerondje [No thanks! (Nee, bedankt!)] en klik vervolgens op [OK].
OPNEMEN, WEERGEVEN EN OPSLAAN 3 4 5 ix Selecteer [COMPUTER] en druk op de knop SET. h Het scherm voor het selecteren van de computerverbindingsmodus wordt weergegeven. Selecteer [KAARTLEZER] en druk op de knop SET. h Het bericht [Nieuwe hardware gevonden] wordt weergegeven in het systeemvak. Dit geeft aan dat de camera wordt herkend als station. h De kaart wordt herkend (gekoppeld) als schijf en het pictogram [XACTI (E:)] wordt weergegeven in het venster [Deze computer].
Videoclips op dvd branden 1 Klik op het pictogram [Ulead DVD MovieFactory 5 Launcher] op uw computer om MovieFactory te starten. h Het startprogramma voor MovieFactory wordt geopend. h Als het scherm voor productregistratie wordt weergegeven, selecteert u [Register Later (Later registreren)].
OPNEMEN, WEERGEVEN EN OPSLAAN 2 xi Klik op [New Project (Nieuw project)]. h Het [Create Video Disc (Videoschijf maken)] venster opent.
3 4 Kies ON voor de [DVD] optie en klik op de knop [OK]. h Het venster [Select source and import (Kies de bron en importeer)] wordt geopend. Klik op het pictogram [Add video files (Videobestanden toevoegen)]. Pictogram [Add video files (Videobestanden toevoegen)] h Het dialoogvenster [Open Video File (Videobestand openen)] wordt geopend. h Open de map met de videobestanden.
OPNEMEN, WEERGEVEN EN OPSLAAN 5 6 Selecteer de videoclipbestanden die u naar dvd wilt branden. h Klik op de bestanden die u op de DVD wilt branden. h U kunt meerdere bestanden selecteren door op de afzonderlijke bestanden te klikken terwijl u de toets [Ctrl] ingedrukt houdt. U kunt ook één bestand selecteren en vervolgens op een ander bestand in de lijst klikken terwijl u de toets [Shift] ingedrukt houdt om alle tussenliggende bestanden eveneens te selecteren. Klik op de knop [Open (Openen)].
7 8 9 Klik op de knop [Next (Volgende)]. h Het venster voor het bewerken van de titelpagina van uw dvd wordt weergegeven. Stel de gewenste titelpagina in en klik op de knop [Next (Volgende)]. h Het venster voor het bevestigen van de titelpagina wordt weergegeven. Klik op de knop [Next (Volgende)]. h Het venster [Press Burn button to create a DVD (Druk op de toets voor branden (“Burn”) om een DVD te maken)] wordt geopend. 10 Stel [Opnameformaat] op [DVD-Video].
OPNEMEN, WEERGEVEN EN OPSLAAN 12 Klik op de knop [OK]. h Het schrijven van de schijf wordt gestart. h Nadat de schijf is gebrand, wordt een dialoogvenster weergegeven waarin wordt vermeld dat het branden is voltooid. 13 Klik op de knop [OK]. h De lade van het dvd-station gaat open zodat u de schijf kunt verwijderen. h Nadat het branden van een schijf is voltooid, wordt een dialoogvenster voor het opslaan van het project weergegeven.
Hoe was dat? Met de handige accessoires kunt u niet alleen beelden die u hebt opgenomen met de camera direct bekijken, maar kunt u ook nog beelden uploaden naar de computer en uw eigen dvd’s maken. Lees de volgende informatie en ontdek hoe u optimaal plezier kunt beleven aan de digitale filmfunctie van uw camera.
INHOUDSOPGAVE SNEL ZOEKEN PER BEWERKING ....................................................... 6 DE MEEGELEVERDE ACCESSOIRES CONTROLEREN .................. 11 De accessoires gebruiken ............................................................ 13 Apart verkochte accessoires ......................................................... 15 Mediakaarten die met deze camera kunnen worden gebruikt ...... 16 OPTIMAAL GEBRUIKMAKEN VAN DE MOGELIJKHEDEN VAN UW CAMERA ...................................................
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL ...................................................47 Informatie over de modus SIMPLE en de modus NORMAL .........47 Overschakelen tussen de modi SIMPLE en NORMAL .................48 Het menuscherm voor de modus SIMPLE/NORMAL openen/sluiten ...........................................................................49 Overzicht van het instellingenscherm voor de modus SIMPLE .....55 Overzicht van het instellingenscherm voor de modus NORMAL ..59 MODUS VOLAUTOMATISCH .................
INHOUDSOPGAVE FILTERS ............................................................................................ 101 FLITSWERKING ................................................................................ 102 ZELFONTSPANNER ......................................................................... 103 BEWEGINGSCOMPENSATIE (BEELDSTABILISATIE) .................... 105 Compenseren voor trillen van camera tijdens opnemen van films ..........................................................................
OPTIE-INSTELLINGEN HET MENU OPTIE-INSTELLINGEN WEERGEVEN ..........................141 SCHERMDISPLAY .............................................................................142 HET OPENINGSSCHERM SELECTEREN ........................................143 BEDIENINGSGELUIDEN ...................................................................144 INSTELLING VOOR WEERGAVE ACHTERAF .................................146 EEN MAP OPGEVEN VOOR HET OPSLAAN VAN BESTANDEN ....147 FUNCTIES TOEWIJZEN AAN KNOP SET ......
INHOUDSOPGAVE Beelden afdrukken aan de hand van de afdrukinstructies (aangevraagde beelden) ........................................................ 184 De printerinstellingen wijzigen .................................................... 185 OVERIGE AANSLUITINGEN EEN MICROFOON/HOOFDTELEFOON AANSLUITEN ................... 187 SCHOENAANSLUITING .................................................................... 188 BIJLAGEN VEELGESTELDE VRAGEN ..............................................................
SNEL ZOEKEN PER BEWERKING Uw camera biedt een groot aantal verschillende voorzieningen en functies. In de volgende tabel vindt u de juiste bewerking voor wat u wilt doen, of het nu gaat om het maken van foto’s volgens uw heel eigen specificaties of om het bekijken van beelden met behulp van verschillende technieken.
SNEL ZOEKEN PER BEWERKING Basisbewerkingen Mensen fotograferen • • • • Opnamen maken/opnemen Handige functies Extra functies “SCÈNESELECTIE” (portretmodus/nachtzicht-portretmodus) op pagina 99 “FILTERS” (cosmetische filter) op pagina 101 “Gebruik van de flits” (rode-ogencorrectie) op pagina 77 “FLITSWERKING” (rode-ogencorrectie) op pagina 102 Scherpe opnamen van gezichten • “GEZICHTVOLGER” op pagina 117 Vereenvoudigde bediening voor het maken en weergeven van opnamen • “MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL” op pa
Weergeven Basisbewerkingen Beginnen met het bekijken van beelden • “VIDEOCLIPS EN STILSTAANDE BEELDEN AFSPELEN” op pagina 83 Handige functies Het luidsprekervolume aanpassen • “WEERGAVEVOLUME” op pagina 87 Extra functies De gezichtshoek wijzigen • “STILSTAAND BEELD DRAAIEN” op pagina 129 Zoeken naar beeld-/ geluidsbestanden • “Gelijktijdige weergave van 9 beelden” op pagina 90 • “De weergavemap selecteren” op pagina 91 Een beeld vergroten • “Vergroten (inzoomen) van het beeld” op pagina 92 • “Afspelen”
SNEL ZOEKEN PER BEWERKING Bestanden beheren/bewerken Basisbewerkingen Handige functies Extra functies Zoeken naar beeld-/geluidsbestanden • “Gelijktijdige weergave van 9 beelden” op pagina 90 • “De weergavemap selecteren” op pagina 91 Bestanden wissen • “BESTANDEN WISSEN” op pagina 88 Bestanden beschermen tegen onbedoeld wissen • “BEVEILIGEN” op pagina 122 Een kaart formatteren • “EEN KAART FORMATTEREN” op pagina 165 Een deel van een videoclip verwijderen en videoclips samenvoegen • “VIDEOCLIPS BEWER
Gebruiken met een computer Basisbewerkingen Handige functies Extra functies De camera gebruiken als kaartlezer • “CAMERA ALS KAARTLEZER GEBRUIKEN” op pagina 9 van de INSTRUCTIEHANDLEIDING op de Xacti Software DVD Bestanden kopiëren van de camera naar een computer • “De camera aansluiten op een computer” op pagina viii Gebruiken met Windows Vista • “AANSLUITEN IN DE MTP-MODUS” op pagina 14 van de INSTRUCTIEHANDLEIDING op de Xacti Software DVD Bestanden die zijn gekopieerd naar de computer branden op ee
DE MEEGELEVERDE ACCESSOIRES CONTROLEREN i Opberghoes (pagina 14): 1 i Handriem (pagina 13): 1 i Xacti Software DVD (DVD-ROM) (pagina 4 van de INSTRUCTIEHANDLEIDING op de Xacti Software DVD): 1 i Li-ion-batterij (pagina 34): 1 i Koppelstation (pagina’s 25 en 29): 1 i Speciale S-AV-interfacekabel (pagina’s 172 en 173): 1 i Speciale USB-interfacekabel (pagina 7 van de INSTRUCTIEHANDLEIDING op de Xacti Software DVD): 1 i Speciale Component-kabel (pagina 174): 1 i HDMI-kabel (pagina 175): 1 Meegeleverd m
i Afstandsbediening (pagina’s 26, 30 t/m 32 en 82): 1 i Specifieke USBconversiekabel: 1 h Voor gebruik met de functie Xacti Library i Lensdopje (pagina 13): 1 i Kernen: (6) i Aansluitkabel voor microfoon (pagina 187): 1 i “VEILIGHEIDSHANDLEIDING” (boekje met veiligheidsmaatregelen) Lees dit boekje zorgvuldig voordat u de digitale camera gebruikt. i Instructiehandleiding voor Xacti Library i Snelstartgids Meegeleverd met model VPCHD1000GX. Niet meegeleverd met andere modellen.
DE MEEGELEVERDE ACCESSOIRES CONTROLEREN De accessoires gebruiken k Handriem k Lensdopje 13 Nederlands
k Opbergtas Nederlands 14
DE MEEGELEVERDE ACCESSOIRES CONTROLEREN Apart verkochte accessoires i HDMI-kabel VCP-HDMI01 Kabel voor verbinding van HDMI-aansluiting met koppelstation. i Oplader voor lithium-ionbatterij VAR-L50 Batterijoplader voor de meegeleverde of apart verkochte lithium-ionbatterij (DB-L50A). i Lithium-ionbatterij DB-L50A Hetzelfde model als de meegeleverde lithium-ionbatterij. i Groothoekconversielens VCP-L07W Vergroot het groothoekbereik van uw camera.
Mediakaarten die met deze camera kunnen worden gebruikt U kunt het volgende type kaarten in deze camera plaatsen en gebruiken: i SD-geheugenkaart Nederlands 16
OPTIMAAL GEBRUIKMAKEN VAN DE MOGELIJKHEDEN VAN UW CAMERA Uw digitale filmcamera kan volledige High Definition-videoclips opnemen. Het biedt een bedieningsmodus waarmee zelfs beginners zonder moeite kunnen opnemen en afspelen, en software waarmee u op eenvoudige wijze originele dvd’s kunt maken. Bovendien wordt het apparaat geleverd met een “Xacti Library”-functie voor het opslaan van opgenomen gegevens naar vaste schijf en het beheren van bestanden zonder gebruik te maken van een computer.
Bevat de modus SIMPLE voor een snelle en eenvoudige bediening (pagina 47) Maak uw keuze uit twee opname-/weergavemodi: “SIMPLE modus” voor nieuwe gebruikers van de camera en “NORMAL modus” voor een volledig gebruik van alle functies en voorzieningen die de camera te bieden heeft.
OPTIMAAL GEBRUIKMAKEN VAN DE MOGELIJKHEDEN VAN UW CAMERA Scherpe opnamen van gezichten (pagina 117) Uw camera is uitgerust met een functie voor het herkennen van gezichten. Hierbij wordt zelfs bij weinig licht of in een donkere omgeving het gezicht van het onderwerp gedetecteerd en worden automatisch, ter compensatie, de scherpstelling en helderheid aangepast. Zo kan worden voorkomen dat foto’s mislukken door te donkere gezichten.
Heel veel accessoires voor een optimaal gebruik van uw vastgelegde beelden (pagina 21 en pagina 4 van de INSTRUCTIEHANDLEIDING op de Xacti Software DVD) Gebruik de als accessoire verkrijgbare kabels om beelden te bekijken op een televisie of computer. Of sluit de camera rechtstreeks op een printer aan om afdrukken van uw foto’s te maken. En met de software op de meegeleverde dvd-rom (Xacti Software DVD), kunt u uw eigen dvd’s en cd’s maken.
SYSTEEMOVERZICHT U kunt de camera aansluiten op diverse apparaten en op die manier de mogelijkheden aanzienlijk uitbreiden.
INSTELLEN INSTELLEN NAMEN VAN ONDERDELEN Camera Voorkant INSTELLEN Flits i Klapt uit wanneer de flitsknop [?] wordt ingedrukt.
NAMEN VAN ONDERDELEN 23 Nederlands
Achterkant Zoomknop Luidspreker Multi-lampje Scherm Knop FULL AUTO INSTELLEN Blauwe LED-indicator Schakelaar REC/PLAY Knop [ ] Knop [ ] Knop MENU Knop SET Afdekklepje van kaartsleuf Schakelaar SIMPLE/NORMAL Afdekklepje DC INaansluitpunt ON/OFF-knop Onderkant Aansluitpunt voor koppelstation Opening voor statief Nederlands 24
NAMEN VAN ONDERDELEN Koppelstation Voorkant Knop voor gebruiksmodus Achterkant Aansluitpunt voor koppelstation DC IN-aansluitpunt USB-aansluiting COMPONENT/AV-aansluiting HDMI-aansluiting 25 Nederlands
Afstandsbediening 2 3 5 4 8 6 9 7 ; A 1 Knop [ ] 2 Knop [ ] 3 Dezelfde functie als het in de richting van de [W] ([P]) duwen van de zoomknop. 4 Dezelfde functie als het in de richting van de [T] ([]]) duwen van de zoomknop.
DE KAART INSTALLEREN Een nieuwe kaart of een kaart die eerder in een ander apparaat is gebruikt, moet vóór gebruik in uw camera eerst worden geformatteerd (pagina 165). Als u een ongeformatteerde kaart gebruikt, kan de kaart onbruikbaar worden. 1 Open het klepje van de kaartsleuf en steek de kaart in de sleuf. Afdekklepje van kaartsleuf 2 3 27 De kaart moet helemaal naar binnen. h Druk de kaart stevig naar binnen totdat deze vastklikt. Sluit het afdekklepje van de sleuf.
h Verwijder de kaart door deze omlaag te duwen en vervolgens los te laten. De kaart steekt nu enigszins uit, waardoor u deze naar buiten kunt trekken. INSTELLEN OPGELET Probeer niet de kaart met kracht te verwijderen i U zou de kaart of de opgeslagen bestanden kunnen beschadigen. Als het rode multi-lampje knippert... i Zolang het rode multi-lampje knippert, mag u de kaart niet verwijderen. Als u dit wel doet, kunnen bestanden op de kaart verloren gaan.
HET KOPPELSTATION GEREEDMAKEN Via het meegeleverde koppelstation sluit u de camera aan op een computer, printer of televisie en laadt u de batterij op die in de camera is geïnstalleerd. 1 Sluit het koppelstation aan op het lichtnet. h Gebruik de meegeleverde netadapter en het netsnoer. Voor minder storing i Bevestig de kleine kern (bijgeleverd) aan de kabel. Koppelstation Voor minder storing i Bevestig de grote kern (bijgeleverd) aan de kabel.
DE AFSTANDSBEDIENING GEREEDMAKEN De afstandsbediening kan worden gebruikt om opnamen te maken en af te spelen met de camera. INSTELLEN De batterij voorbereiden Bij aanschaf is al een batterij in de afstandsbediening geplaatst. 1 Trek het isolatievel van de batterij naar buiten. h De afstandsbediening wordt bruikbaar zodra het isolatievel is verwijderd.
DE AFSTANDSBEDIENING GEREEDMAKEN De afstandsbediening gebruiken De afstandsbediening kan worden gebruikt onder een hoek van 15 graden horizontaal ten opzichte van de sensor voor de afstandsbediening aan de voorkant van de camera voor een afstand tot 7 meter. Zorg bij gebruik van de afstandsbediening dat er geen voorwerpen het pad tussen de afstandsbediening en de afstandsbedieningssensor blokkeren.
De code van de afstandsbediening wijzigen De afstandsbediening werkt ook met andere camera’s van Sanyo die kunnen worden bediend via een infrarood afstandsbediening. Als u over meerdere camera’s beschikt, wordt u geadviseerd de code voor de afstandsbediening te wijzigen, zodat alleen de bedoelde camera werkt bij gebruik van de afstandsbediening. De code voor de afstandsbediening is bij aankoop ingesteld op “RC CODE 1”.
DE VOEDING GEREEDMAKEN Laad de meegeleverde batterij vóór gebruik op. Als u het koppelstation of de netadapter gebruikt, kan de camera ook worden gevoed via het stopcontact. De batterij opladen 1 Verschuif de vergrendeling van de batterijklep (1) (ingedrukt houden). Trek de klep vervolgens in de richting van de onderkant van de camera (2). h De klep komt los.
2 Plaats de batterij. h Let op de juiste plaatsing. Batterij INSTELLEN 3 Plaats het klepje van het batterijvak terug. h Verwijder de batterij door de rand iets omhoog te tillen. 4 Maak het koppelstation gereed (pagina 29).
DE VOEDING GEREEDMAKEN 5 35 Sluit het schermgedeelte van de camera en plaats de camera in het koppelstation. h Zet de camera goed vast. Let erop dat de camera correct is geplaatst ten opzichte van de contacten in het koppelstation. h Het opladen begint zodra de camera in het koppelstation staat. h Tijdens het opladen brandt het multi-lampje rood. Het lampje dooft zodra het opladen voltooid is.
TIP Informatie over de interne reservebatterij i De interne reservebatterij van deze camera heeft tot doel de instellingen voor datum en tijd en de opname-instellingen te behouden. De reservebatterij is volledig geladen wanneer de batterijen circa 2 dagen lang in de camera blijven. In volledig geladen toestand behoudt de batterij de instellingen van de camera ongeveer 7 dagen.
DE VOEDING GEREEDMAKEN Een stopcontact gebruiken Als u het koppelstation of de netadapter gebruikt, kan de camera worden gevoed via het stopcontact. De netadapter gebruiken Voor minder storing i Bevestig de kleine kern (bijgeleverd) aan de kabel. Afdekklepje DC INaansluitpunt DC IN-aansluitpunt Voor minder storing i Bevestig de grote kern (bijgeleverd) aan de kabel.
Het koppelstation gebruiken Sluit het koppelstation met de meegeleverde netadapter en het meegeleverde netsnoer aan op een stopcontact en zet de camera in het koppelstation. Voor minder storing INSTELLEN i Bevestig de kleine kern (bijgeleverd) aan de kabel. Koppelstation Voor minder storing i Bevestig de grote kern (bijgeleverd) aan de kabel.
DE VOEDING GEREEDMAKEN Informatie over opladen Het opladen vindt alleen plaats als de camera is uitgeschakeld of als de stroombesparingsfunctie of de slaapstand actief is. Opladen vindt niet plaats als de camera zich in de opname- of weergavemodus bevindt.
DE CAMERA IN- EN UITSCHAKELEN De camera inschakelen 2 3 Stel de schakelaar REC/PLAY in. Opnamen maken: stel in op REC. Opnamen weergeven: stel in op PLAY. INSTELLEN 1 Schakelaar REC/PLAY Weergeven Opnemen Open het scherm. Druk gedurende ten minste 1 seconde op de ON/OFFknop. h De camera wordt ingeschakeld. h Als de datum en tijd niet zijn ingesteld, wordt het scherm voor het instellen van de datum en tijd weergegeven op de monitor.
DE CAMERA IN- EN UITSCHAKELEN De camera inschakelen als de stroombesparingsmodus (slaapstand) actief is De stroombesparingsfunctie (slaapstand) zorgt ervoor dat de batterij niet te snel leeg raakt. De camera wordt automatisch uitgeschakeld als deze tijdens het opnemen 1 minuut niet wordt gebruikt of tijdens het weergeven 5 minuten niet wordt gebruikt (fabrieksinstelling).
OPGELET Als het pictogram K wordt weergegeven... i Als een opname wordt gemaakt, worden tevens de datum en tijd van de opname vastgelegd. Als de datum en tijd niet zijn ingesteld (pagina 43), kunnen de datum en tijd ook niet bij de opname worden vastgelegd. Daarom wordt meteen na het inschakelen van de camera de boodschap “Datum en tijd instellen” weergegeven. Vervolgens ziet u het pictogram K in het opnamescherm.
DATUM EN TIJD De camera legt vast op welke datum en tijd een beeld of geluidsopname is opgenomen, zodat u deze gegevens tijdens het afspelen kunt weergeven. Zorg er dus voor dat de juiste datum en tijd zijn ingesteld voordat u begint met opnemen. Voorbeeld: de klok instellen op 19.30 uur op december 24, 2007. 1 2 43 Zet de camera aan (pagina 40) en druk op de knop SET. h Het scherm Klok instellen wordt weergegeven. h De huidige instellingen voor datum en tijd worden weergegeven.
3 Stel de volgorde in waarin de datum tijdens het afspelen moet worden weergegeven. 1 Selecteer “WEERGAVE”. 2 Druk op de knop SET. h Het scherm voor het instellen van de datumnotatie wordt weergegeven. 3 Druk de knop SET omhoog of omlaag. h Druk de knop SET omhoog om de datumnotatie als volgt te wijzigen: KLOK INSTELLEN TIJD 19:30 OK INSTELLEN 4 Stel de klok in. 1 Selecteer “TIJD”. 2 Druk op de knop SET. h Het scherm voor het instellen van de tijd wordt weergegeven. 3 Stel de tijd in op “19:30”.
DATUM EN TIJD 5 Druk op de knop MENU. h De datum en tijd zijn nu ingesteld. h Druk op de knop MENU om het opname- of weergavescherm weer te geven. TIP i Onder normale omstandigheden zorgt een interne batterij ervoor dat de datum- en tijdsinstellingen behouden blijven tijdens het vervangen van de batterij. Er bestaat echter een kleine kans dat de instellingen verloren gaan (de reservebatterij is voldoende voor ongeveer 7 dagen).
OVERSCHAKELEN TUSSEN DE OPNAMEMODUS EN DE WEERGAVEMODUS Schakel over tussen de opnamemodus (voor opnemen) en de weergavemodus (voor het bekijken van uw opgenomen beelden). 2 INSTELLEN 1 Schakel de camera in (pagina 40). Knop REC/PLAY Zet de schakelaar REC/PLAY in de gewenste modus. Voor opnemen: stel in op REC. Voor weergeven: stel in op PLAY. 362 Opnamemodus Weergavemodus 00:05:08 F1.8 1/30 AFSP. 2007.12.
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL Informatie over de modus SIMPLE en de modus NORMAL De “modus SIMPLE” bevat alleen de functies die het meest worden gebruik en die noodzakelijk zijn om de camera te kunnen bedienen, terwijl de “modus NORMAL” een volledig gebruik van de vele functies van de camera mogelijk maakt. Selecteer de weergave die geschikt is voor uw doeleinden.
Overschakelen tussen de modi SIMPLE en NORMAL Gebruik de schakelaar SIMPLE/NORMAL, die zich naast het scherm bevindt, om over te schakelen tussen de modi SIMPLE en NORMAL. 1 Schakelaar SIMPLE/NORMAL Modus SIMPLE Modus NORMAL Nederlands 48 INSTELLEN Gebruik de schakelaar SIMPLE/NORMAL om over te schakelen naar de gewenste modus. Modus SIMPLE: zet op SIMPLE. Modus NORMAL: zet op NORMAL.
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL Het menuscherm voor de modus SIMPLE/ NORMAL openen/sluiten 1 Stel de camera in op de opname- of weergavemodus. h Gebruik de schakelaar REC/PLAY om de opname- of weergavemodus te selecteren. Het opnamemenu openen: zet de hoofdschakelaar op REC. Het weergavemenu openen: zet de hoofdschakelaar op PLAY. Schakelaar REC/PLAY Opnamemodus 362 00:05:08 F1.8 1/30 AFSP. 2007.12.
2 Stel de camera in op de modus SIMPLE of NORMAL. h Gebruik de schakelaar SIMPLE/NORMAL om de gewenste modus te selecteren. De modus SIMPLE selecteren: zet de hoofdschakelaar op SIMPLE. De modus NORMAL selecteren: zet de hoofdschakelaar op NORMAL. INSTELLEN Schakelaar SIMPLE/NORMAL Modus SIMPLE 362 Modus NORMAL 00:05:08 F1.
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL 3 Druk op de knop MENU. h Het menuscherm voor de modus die u hebt geselecteerd in stap 1 en 2 wordt weergegeven op het scherm. Geef het instelmenu voor de modus SIMPLE weer → ga naar pagina 52, stap 4. Geef het instelmenu voor de modus NORMAL weer → ga naar pagina 53, stap 4. h Druk op de knop MENU om het menuscherm te annuleren.
Menuscherm voor instellen van modus SIMPLE weergeven 4 Een item selecteren dat u wilt wijzigen Beschrijving van geselecteerd item Film- en fotoformaat selecteren OK HDTV-formaat handhaven HDTV-formaat 3.5M [16:9] OK Nederlands 52 INSTELLEN Druk de knop SET omhoog of omlaag om het item te selecteren dat u wilt wijzigen en druk op de knop SET. h Het instellingenscherm voor het geselecteerde item wordt weergegeven.
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL Een instellingsmenu voor de modus NORMAL openen 4 Druk de knop SET omhoog of omlaag om een tabblad te selecteren. h Het menuscherm voor het geselecteerde tabblad wordt weergegeven. Tabblad MENU OPNAME 1 FILM FOTO SCÈNESELECTIE 1 FILTER 2 FLITS 3 ZELFONTSPANNER 1 2 3 5 Druk de knop SET naar rechts.
6 Druk de knop SET omhoog of omlaag om het item te selecteren dat u wilt wijzigen en druk op de knop SET. h Het instellingenscherm voor het geselecteerde item wordt weergegeven. h Druk op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm.
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL Overzicht van het instellingenscherm voor de modus SIMPLE Opnamemenu voor modus SIMPLE 1 Film- en fotoformaat selecteren 2 3 OK 55 Nederlands 4
1 Opnamegrootte (pagina 71) h Selecteer de grootte van de videoclip die u wilt opnemen. 4 5 : de grootte van de videoclip bedraagt 640 × 480 pixels en de grootte van de stilstaande beelden bedraagt 2288 × 1712 (4:3) pixels. 6 : de grootte van de videoclip bedraagt 320 × 240 pixels en de grootte van de stilstaande beelden bedraagt 640 × 480 (4:3) pixels.
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL Weergavemenu voor modus SIMPLE 1 2 3 Start diavoorstelling OK 57 Nederlands 4
3 Wissen (pagina 88) h Verwijder bestanden. 4 Aanduiding voor resterende batterijlading (pagina 170) INSTELLEN 1 Diavoorstelling (pagina 86) h Geef de instellingen voor de diavoorstelling op en speel de diavoorstelling af. 2 Volume bij weergave (pagina 87) h Pas het volume voor de weergave van videoclips en geluidsbestanden aan.
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL Overzicht van het instellingenscherm voor de modus NORMAL Opnamemenu voor modus NORMAL MENU OPNAME 1 FILM FOTO SCÈNESELECTIE 1 FILTER 2 FLITS 3 ZELFONTSPANNER 1 2 3 59 Nederlands 1 2 3 4 5 6 7
(: opnemen met 640 × 480 pixels, 60 fps. ): opnemen met 640 × 480 pixels, 30 fps. l: opnemen met 320 × 240 pixels, 30 fps. <: een geluidsopname maken. 2 Instellingen voor stilstaande beelden (pagina 94) J: beeldgrootte is 3264 × 2448 pixels. M: beeldgrootte is 2288 × 1712 pixels (lage compressie). L: beeldgrootte is 2288 × 1712 pixels (normale compressie). *: beeldgrootte is 2496 × 1408 pixels (beeldverhouding 16:9). +: beeldgrootte is 1920 × 1080 pixels (beeldverhouding 16:9).
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL MENU OPNAME 2 FILMSTABILISATOR FOTOSTABILISATOR SCHERPSTELLING 1 SCHERPSTELMODUS 2 LICHTMETING 3 ISO 1 2 3 61 Nederlands 1 2 3 4 5 6 7
1 Filmstabilisator (pagina 105) h Compenseert voor cameratrillingen tijdens opname van een videoclip. \: opnemen met beeldstabilisator aan. ]: opnemen zonder beeldstabilisator. 3 Brandpuntsafstand (pagina 107) h Selecteer de brandpuntsafstand die overeenkomt met de afstand tot het onderwerp. -: de camera stelt automatisch scherp op het onderwerp binnen een bereik van 10 cm tot oneindig (totale bereik).
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL MENU OPNAME 3 WITBALANS BELICHTING DIGITALE ZOOM 1 GEZICHTVOLGER 2 H.
3 Digitale zoom (pagina 116) Q: de digitale zoom inschakelen. B: de digitale zoom uitschakelen. 4 Gezichtvolger (pagina 117) -: de gezichtvolger inschakelen. .: de gezichtvolger uitschakelen. 5 Modus Hoge gevoeligheid (pagina 118) 1: extra hoge gevoeligheid 2: normale gevoeligheid 6 Aanduiding voor resterende batterijlading (pagina 170) 2 Belichting (pagina 114) @: de belichting wordt automatisch ingesteld. T: de sluitertijd handmatig instellen. g: de lensopening handmatig instellen.
MODUS SIMPLE/MODUS NORMAL Weergavemenu voor modus NORMAL 1 MENU AFSPELEN 1 DIAVOORSTELLING 2 AFSPEELVOLUME 1 BEVEILIGEN 2 WISSEN 3 AFDRUKINSTELLING DRAAIEN 1 Diavoorstelling (pagina 120) h Geef de instellingen voor de diavoorstelling op en speel de diavoorstelling af. 2 Volume bij weergave (pagina 87) h Pas het volume voor de weergave van videoclips en geluidsbestanden aan.
INSTELLEN 1 MENU AFSPELEN 2 FORMAAT AANPASSN 2 EXTRACTIE STILST 1 VIDEO BEWERKEN 2 SELECTEER MAP 3 KOPIEER 1 2 3 4 5 6 1 Formaat aanpassen (pagina 130) h Hiermee vermindert u de resolutie van een stilstaand beeld. 2 Extractie stilstaand beeld (pagina 131) h Hiermee extraheert u een stilstaand beeld uit een videoclip. 3 Videoclip bewerken (pagina 132) h Hiermee bewerkt u videoclips. 4 Selecteer map (pagina 91) h Selecteer een map om weer te geven.
MODUS VOLAUTOMATISCH In de volautomatische modus kunt u bestanden opnemen met de instellingen die golden op het moment van levering vanuit de fabriek. Zelfs als u de camera instelt op de volautomatische modus, blijven de instellingen die u hebt opgegeven in de modus SIMPLE en NORMAL echter behouden, zodat uw opgegeven instellingen worden hersteld zodra u de volautomatische modus verlaat. Knop FULL AUTO Normale modus i Niet gebruikt tijdens het weergeven.
SIMPLE OPNEMEN OPNEMEN IN MODUS SIMPLE VOORDAT U OPNAMEN MAAKT Juiste manier van vasthouden Verkeerde manier van vasthouden Er zit een vinger voor de lens of flits. Voorbeeld 1: houd de camera vast met uw vingers van uw rechterhand, vanaf uw pink tot middenvinger, rond de camera en haak uw wijsvinger boven de lens. Voorbeeld 2: houd de camera vast met uw vingers van uw rechterhand, vanaf uw pink tot middenvinger, rond de camera.
VOORDAT U OPNAMEN MAAKT Gebruik van de autofocus De autofocus werkt in bijna alle situaties, maar er zijn omstandigheden waarin de autofocusfunctie mogelijk niet goed werkt. Als de autofocusfunctie niet goed werkt, moet u de brandpuntsafstand instellen om beelden op te nemen (pagina 72). k Omstandigheden waarin de autofocusfunctie mogelijk niet goed werkt In de volgende voorbeelden worden omstandigheden beschreven waarbij de autofocusfunctie mogelijk niet werkt.
De volgende voorbeelden zijn enkele omstandigheden waarbij de autofocusfunctie wel werkt, maar niet naar behoren. OPNEMEN IN MODUS SIMPLE i Als er zich voorwerpen zowel op kleine als op grote afstand bevinden Gebruik de functie voor scherptevergrendeling om de scherpstelling op een voorwerp op dezelfde afstand als het gewenste voorwerp te vergrendelen en houd de camera daarna anders vast om het beeld samen te stellen.
VOORDAT U OPNAMEN MAAKT De opnamegrootte selecteren Hoe groter de opnamegrootte (aantal pixels), des te beter de beeldkwaliteit. Nadeel is echter dat met de beeldkwaliteit ook de bestandsgrootte toeneemt. Selecteer de beeldkwaliteit die geschikt is voor het beoogde doel. 1 Geef het opnamemenu voor de modus SIMPLE weer (pagina 49), selecteer de instelling voor de opnamegrootte en druk op de knop SET. HDTV-formaat handhaven HDTV-formaat 3.
De scherpstellingsmodus selecteren Stel de brandpuntsafstand in op de juiste afstand tussen camera en onderwerp. Geef het opnamemenu voor de modus SIMPLE weer (pagina 49), selecteer de instelling voor de scherpstelling en druk op de knop SET. Totale afstand Autofocus (mensen, landschap, enz.) OK 7: de camera stelt automatisch scherp op het onderwerp binnen een bereik van 80 cm tot oneindig (normaal). 8: de camera stelt scherp op het onderwerp binnen een bereik van 1 cm tot 1 m (supermacro).
VOORDAT U OPNAMEN MAAKT Tips voor het maken van foto’s De bedieningsgeluiden uitschakelen i De bedieningsgeluiden die bijvoorbeeld worden gegenereerd door het indrukken van de knop [ ], de knop MENU of de knop SET, kunnen net als de audiogids bij het veranderen van modus worden uitgeschakeld (pagina 144). Waar worden de beeld- en geluidsbestanden opgeslagen? i Alle beeld- en geluidsbestanden worden opgeslagen op de kaart die in de camera is geïnstalleerd. Een opname maken met achtergrondlicht...
VIDEOCLIPS OPNEMEN 2 3 Zet de camera aan (pagina 40) en stel deze in op de opnamemodus (pagina 46). Knop [ ] Druk op de knop [ ]. h De opname wordt gestart. h U hoeft de knop [ ] niet ingedrukt te houden tijdens het vastleggen van de beelden. h Als de beschikbare opnametijd voor de lopende clip bijna om is, wordt de resterende opnametijd afgeteld op het scherm. Stop de opname. h Druk nogmaals op de knop [ ] om het opnemen te beëindigen.
AFZONDERLIJKE OPNAMEN MAKEN Leg een stilstaand beeld vast (afzonderlijke opname). 1 2 Zet de camera aan (pagina 40) en stel deze in op de opnamemodus (pagina 46). Knop [ Druk op de knop [ ]. 1 Druk de knop [ ] half in. h De autofocus wordt actief en het beeld wordt scherpgesteld (scherptevergrendeling). 2 Druk de knop [ ] nu voorzichtig helemaal in. h De sluiter gaat open en de opname wordt gemaakt.
scherpstellen, bijvoorbeeld door de Lensopening opnamehoek te veranderen. i De grote zoeker wordt weergegeven als de camera scherpstelt op een groot gebied in het midden van het scherm. De scherpstelling kan worden vergrendeld i Door middel van de toewijzing van een shortcut aan de knop SET (pagina 148), kunt u de autofocus instellen op een vaste waarde. Het pictogram p verschijnt op het scherm wanneer autofocus is vergrendeld.
AFZONDERLIJKE OPNAMEN MAKEN Gebruik van de flits De flits wordt niet alleen gebruikt voor fotograferen bij weinig licht, maar is bijvoorbeeld ook handig als het onderwerp zich in de schaduw bevindt of van achter wordt verlicht. Uw camera is uitgerust met vier flitsmodi: Rodeogenreductie, Automatische flits, Altijd flitsen en Flits uit. Selecteer de geschikte flitsmodus voor de omgevingscondities. De flits is alleen beschikbaar als afzonderlijke stilstaande beelden worden opgenomen.
3 Druk op de knop [ ] om de opname te maken. OPGELET Raak de flitser niet aan tijdens het maken van opnamen i De flitser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Raak de flitser niet aan tijdens het maken van opnamen. TIP i De flitser kan niet worden gebruikt tijdens het opnemen van een videoclip. i Door middel van de toewijzing van een shortcut aan de knop SET (pagina 148), kunt u de flitsmodus wijzigen vanuit het opnamescherm (tijdens de NORMAL modus).
EEN OPNAME VAN EEN STILSTAAND BEELD MAKEN TIJDENS HET OPNEMEN VAN EEN VIDEOCLIP U kunt een opname van een stilstaand beeld (een afzonderlijke opname) maken terwijl u een videoclip opneemt. 1 2 3 4 Zet de camera aan (pagina 40) en stel deze in op de opnamemodus (pagina 46). Druk op de knop [ Knop [ Knop [ ] ] ]. Als u een scène ziet waarvan u een stilstaand beeld wilt maken, drukt u op de knop [ ]. Druk op de knop [ ] om het opnemen van een videoclip te beëindigen.
EEN OPNAME VAN EEN STILSTAAND BEELD MAKEN TIJDENS HET OPNEMEN VAN EEN VIDEOCLIP De opnamegrootte van stilstaande beelden i De grootte van een stilstaand beeld dat wordt vastgelegd tijdens het opnemen van een videoclip, hangt af van de opnamegrootte van de videoclip.
MACROFOTOGRAFIE (ZOOM) De camera heeft twee zoom functies: optische zoom en digitale zoom. 1 2 Richt de cameralens op het onderwerp. Druk op [T/]] of [W/P] op de zoomknop om het gewenste beeld samen te stellen. [T/]]: inzoomen op het onderwerp. [W/P]: uitzoomen. h Als u de zoomknop indrukt, wordt de zoombalk weergegeven. h Voor het veranderen van de optische zoom, moet u licht op de zoomknop drukken om langzaam in te zoomen of druk harder om snel in te zoomen.
OPNEMEN EN AFSPELEN MET DE AFSTANDSBEDIENING 1 2 3 4 Maak de afstandsbediening gereed (pagina 30). Schakel de camera in en druk de schakelaar REC/PLAY naar REC of PLAY. h Zet de schakelaar REC/PLAY op REC als u wilt opnemen en op PLAY als u wilt afspelen. Richt de afstandsbediening naar de afstandsbedieningssensor op de camera. h Open het scherm. Druk op de knoppen op de afstandsbediening om de camera te bedienen (pagina 26).
WEERGAVE WEERGAVE IN DE MODUS SIMPLE VIDEOCLIPS EN STILSTAANDE BEELDEN AFSPELEN 1 Stel de camera in op de weergavemodus (pagina 46). 2 Druk de knop SET naar links of rechts om het beeld weer te geven dat u wilt afspelen. h Videoclips worden aangeduid met behulp van een patroon voor videoclips aan de linker- en rechterkant van het scherm. 2007.12.24 AFSP. Pictogram voor videoclips Knop SET 2007.12.
Wanneer u klaar bent met de camera... i Druk op de ON/OFF-knop om de camera uit te schakelen. Nederlands 84 WEERGAVE IN DE MODUS SIMPLE Doel Actie Normale voorwaartse weergave Druk op de knop SET. Weergave stoppen Druk de knop SET omlaag tijdens de weergave. Druk tijdens weergave op de knop SET of druk de knop SET omhoog. Pauzeren Druk de knop SET tijdens versnelde weergave omhoog. Tijdens Druk de knop SET naar rechts nadat u de voorwaartse Eén beeld weergave hebt onderbroken.
VIDEOCLIPS EN STILSTAANDE BEELDEN AFSPELEN TIP Het bestand voor een videoclip is erg groot i Vergeet niet dat wanneer u een videoclip naar een computer voor weergave heeft verstuurd, dat de videoclip mogelijk te snel wordt afgespeeld waardoor het beeld trilt. (De videoclip wordt altijd goed op het scherm en een tv getoond.) i Afhankelijk van de kaart, kan de opname zelfs worden beëindigd voordat de aangegeven mogelijke opnametijd is verstreken.
DIAVOORSTELLING WEERGEVEN WEERGAVE IN DE MODUS SIMPLE U kunt bestanden na elkaar afspelen met de functie “Diavoorstelling weergeven”. 1 Geef het weergavemenu voor de modus SIMPLE weer (pagina 49), selecteer de instelling voor de diavoorstelling en druk op de knop SET. =: geef alle bestanden weer. 3: geef videoclips en geluidsbestanden weer. c: geef bestanden met stilstaande beelden weer.
WEERGAVEVOLUME Pas het weergavevolume voor videoclips en geluidsbestanden aan. 1 Geef het weergavemenu voor de modus SIMPLE weer (pagina 49), selecteer de instelling voor het weergavevolume en druk op de knop SET. h De volumeregelingsbalk wordt weergegeven. AFSPEELVOLUME 14 VOLUME-INSTEL. 2 Druk de knop SET naar links of naar rechts om het volume in te stellen en druk op de knop SET. h Het weergavevolume is ingesteld en het weergavemenu voor de modus SIMPLE wordt opnieuw weergegeven.
BESTANDEN WISSEN 1 2 Geef het weergavemenu voor de modus SIMPLE weer (pagina 49), selecteer het verwijderpictogram c en druk op de knop SET. ÉÉN WISSEN: hiermee wordt één bestand tegelijk gewist. ALLES WISSEN: hiermee worden alle bestanden gewist. WISSEN ÉÉN WISSEN ALLES WISSEN OK Selecteer de gewenste verwijderingsmodus en druk op de knop SET. h Het scherm ter bevestiging van het wissen verschijnt. <ÉÉN WISSEN> h Druk de knop SET naar links of naar rechts om het bestand te selecteren dat u wilt wissen.
BESTANDEN WISSEN 3 Selecteer “WISSEN” en druk op de knop SET. <ÉÉN WISSEN> h Het op dat moment weergegeven bestand wordt gewist. h Voor het wissen van andere bestanden, kiest u de bestanden en selecteert u “WISSEN”. Vervolgens drukt u op de knop SET. h Het scherm ter bevestiging van het wissen wordt opnieuw weergegeven. U kunt de bestanden wissen door “JA” te selecteren en op de knop SET te drukken. Als het wissen van bestanden is voltooid wordt “Geen beeld” weergegeven.
WEERGAVEMODI WEERGAVE IN DE MODUS SIMPLE Gelijktijdige weergave van 9 beelden 1 2 3 Geef het beeld weer dat u wilt afspelen. Zoomknop Duw de zoomknop in de richting van de [W/P]. h De gelijktijdige weergave voor 9 beelden verschijnt. Selecteer het beeld dat u wilt weergeven. h Druk de knop SET omhoog, omlaag, naar links of naar rechts om het oranje kader naar het gewenste beeld te verplaatsen en druk op de knop SET.
WEERGAVEMODI De weergavemap selecteren Als de kaart meerdere mappen bevat, kunt u selecteren vanuit welke map u wilt weergeven. 1 2 3 Open het weergavescherm. Duw de zoomknop tweemaal in de richting van de [W/P]. h Het scherm voor het selecteren van de weergavemap wordt weergegeven. h Als de zoomknop in de richting van [T/]] wordt gedrukt, schakelt de camera over op de modus voor weergave van 9 beelden (pagina 90).
Vergroten (inzoomen) van het beeld 2 Geef het beeld dat u wilt vergroten weer. h Bij een videoclip onderbreekt u het weergeven op het punt waar u het beeld wilt vergroten. Duw de zoomknop in de richting van de [T/]]. h Vergroting is ingeschakeld. h Het beeld wordt vergroot en het middelste deel van het beeld wordt weergegeven. h Druk op de knop SET om verschillende delen van het vergrote beeld te bekijken.
NORMAL OPNEMEN OPNEMEN IN MODUS NORMAL OPNAMEGROOTTE De beeldkwaliteit van videoclips en stilstaande beelden wordt bepaald door de opnamegrootte (aantal pixels). Hoe groter de opnamegrootte, des te beter de beeldkwaliteit. Een nadeel is echter dat met de beeldkwaliteit ook de bestandsgrootte toeneemt. Selecteer de opnamegrootte die geschikt is voor het beoogde doel. Films U kunt videoclips opnemen in de HD-modus (beeldverhouding 16:9 horizontaal/verticaal) of de SD-modus (beeldverhouding 4:3).
OPGELET Bij het bewerken van videoclips... i Videoclips kunnen alleen worden samengevoegd als deze zijn opgenomen in dezelfde modus. i Videoclips die in verschillende modi zijn gefotografeerd, kunnen niet worden samengevoegd. Stilstaande beelden 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “FOTO” en druk op de knop SET. J: M: L: *: +: G: ,: [: P: 2 beeldgrootte is 3264 × 2448 pixels. beeldgrootte is 2288 × 1712 pixels (lage compressie).
OPNAMEGROOTTE Opeenvolgende opnamen 1 2 3 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “FOTO” en druk op de knop SET. Selecteer P en druk op de knop SET. Druk op de knop [ ]. h De opname wordt gestart. Er wordt opgenomen zolang u de knop [ ] ingedrukt houdt. TIP i Bij het opnemen van opeenvolgende beelden kunnen maximaal 7 beelden in één keer worden vastgelegd.
Geluid opnemen Uw camera kan geluid opnemen en afspelen. Geluid opnemen 1 Selecteer < en druk op de knop SET. h De modus Geluid opnemen is geactiveerd. h De menuweergave wordt geannuleerd als u op de knop MENU drukt. OPNEMEN IN MODUS NORMAL 2 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “FILM” en druk op de knop SET. Resterende tijd 368 07:47:54 F1.
OPNAMEGROOTTE 3 4 Druk op de knop [ ]. h De geluidsopname start. Tijdens de opname wordt het < op het scherm getoond. U hoeft tijdens een opname de knop [ ] niet ingedrukt te houden. h De maximale opnameduur voor een continue audiomemo bedraagt ongeveer 13 uur. Stop de opname. h Druk nogmaals op de knop [ Duur van opname REC00:00:06 ] om het opnemen te beëindigen.
2 Speel de opname af. Doel Normale weergave Aanpassing van volume Druk op de knop SET. Pauzeren Druk op de knop SET. Druk de knop SET omhoog. Weergave stoppen Druk de knop SET omlaag. Versnelde weergave Druk de knop SET naar rechts tijdens de weergave. Bij iedere druk op de knop SET naar rechts neemt de snelheid toe. Als de knop SET naar links wordt gedrukt tijdens versnelde weergave neemt de snelheid af. Versnelde achterwaartse weergave Druk de knop SET naar links tijdens de weergave.
SCÈNESELECTIE U kunt verschillende vooraf ingestelde instellingen selecteren (lensopening, sluitertijd, enzovoort) voor specifieke opnameomstandigheden. 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “SCÈNESELECTIE” en druk op de knop SET. Instelling voor opnamemodus Scèneinstelling Functies Afzonderlijke opname Opeenvolgende opnamen Videoclip = Auto De camera voert de optimale instellingen uit.
2 Selecteer het gewenste pictogram en druk op de knop SET. h Hiermee is het instellen van de functie voor scèneselectie voltooid. h Selecteer = uit het menu voor scèneselectie en druk op de knop SET om terug te gaan naar normale fotografie. Nederlands 100 OPNEMEN IN MODUS NORMAL TIP i Als u beelden vastlegt met gebruik van de instelling voor lamplicht Q, vuurwerk + of nachtzicht-portret /, kunt u een statief of andere methode gebruiken om de camera stabiel te houden.
FILTERS Met de filterfunctie worden beeldkenmerken, zoals kleurtinten, gewijzigd om unieke effecten op het gefotografeerde beeld toe te passen. 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “FILTER” en druk op de knop SET. &: %: W: ,: 2 er wordt geen filter gebruikt (geen). huidtinten worden versterkt in close-ups (cosmetische filter). maak foto’s in zwart-wit (monochrome filter). maak een foto in sepiatinten (sepiafilter).
FLITSWERKING 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “FLITS” en druk op de knop SET. k: de digitale camera detecteert de helderheid van het voorwerp en gebruikt de flits alleen wanneer het nodig is. m: de flits werkt bij elk vastgelegd beeld, ongeacht de helderheid van het onderwerp. l: de flits werkt niet, zelfs niet bij donkere omstandigheden.
ZELFONTSPANNER 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “ZELFONTSPANNER” en druk op de knop SET. O: de functie van de zelfontspanner wordt uitgeschakeld. y: er wordt ongeveer 2 seconden nadat op de knop [ ] of de knop [ ] is gedrukt, een opname gemaakt. x: er wordt ongeveer 10 seconden nadat op de knop [ ] of de knop [ ] is gedrukt, een opname gemaakt. 2 3 Selecteer het gewenste pictogram en druk op de knop SET. h Hiermee is het instellen voor de zelfontspanner voltooid.
Als x is geselecteerd... i Als op de knop [ ] of de knop [ ] wordt gedrukt, knipperen het multilampje en het ladingslampje ongeveer 10 seconden lang en wordt vervolgens de opname gemaakt. Daarbij verschijnt de in de afbeelding getoonde aanduiding 4 seconden voordat de sluiter sluit op het scherm. Als u de monitor in de verste stand zet, wordt het beeld op het scherm omgekeerd.
BEWEGINGSCOMPENSATIE (BEELDSTABILISATIE) Uw camera kan het trillen van het beeld verminderen door te compenseren voor onbedoelde handbewegingen. Compenseren voor trillen van camera tijdens opnemen van films 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “FILMSTABILISATOR” en druk op de knop SET. \: bewegingscompensatie is ingeschakeld. ]: bewegingscompensatie is niet ingeschakeld. 2 Selecteer de gewenste instelling en druk op de knop SET.
Full-HD De filmstabilisator is actief. De fotostabilisator is actief. Zowel de filmstabilisator als de fotostabilisator is actief. Is de instelling voor de scènekeuze veranderd? i Wanneer de bewegingscompensatie op \ is gesteld met de scènekeuzemodus op /, + of Q gesteld, zal deze modus automatisch naar = veranderen. Nederlands 106 OPNEMEN IN MODUS NORMAL TIP Als de bewegingscompensatie niet lijkt te werken...
BRANDPUNTSAFSTAND 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “SCHERPSTELLING” en druk op de knop SET. h Als u opnamen maakt over middellange of lange afstand, kunt u het scherpstellen vergemakkelijken door de brandpuntsafstand in te stellen op *.
De handmatige focus gebruiken 1 2 Selecteer “HANDMATIG” en druk op de knop SET. h De instellingsbalk voor de brandpuntsafstand wordt weergegeven. Druk de knop SET naar links of naar rechts om de brandpuntsafstand aan te passen en druk op de knop SET. h De brandpuntsafstand wordt ingesteld en het opnamescherm wordt weer weergegeven. 362 00:05:07 2.0m TIP De brandpuntsafstand i De aanduiding voor de brandpuntsafstand geeft de afstand aan tussen het midden van de lens en het onderwerp.
SCHERPSTELMODUS U kunt kiezen uit de volgende 2 typen autofocus (uitsluitend bij opnemen van stilstaande beelden): 9-puntsfocus: de juiste scherpstelling wordt op basis van 9 verschillende scherpstelpunten in het op het scherm zichtbare opnameveld bepaald. Een doelmarkering & verschijnt wanneer het beeld scherp is. Puntfocus: de camera stelt scherp op het onderwerp dat in het midden van het scherm is.
INSTELLING VOOR LICHTMEETMODUS 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “LICHTMETING” en druk op de knop SET. n: lichtmeting van meerdere secties W: lichtmeting in middelpunt Y: lichtmeting op specifiek punt 2 Selecteer de gewenste lichtmeetmodus en druk op de knop SET. h Hiermee is het instellen van de lichtmeetmodus voltooid. h Indien u lichtmeting op basis van een punt kiest, verschijnt de markering voor puntlichtmeting in het midden van het scherm.
ISO-GEVOELIGHEID De ISO-gevoeligheid wordt met de begininstellingen automatisch ingesteld conform de helderheid van het onderwerp. De ISO-gevoeligheid kan echter ook op een vaste waarde worden ingesteld. 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “ISO” en druk op de knop SET. =: de ISO-gevoeligheid wordt automatisch ingesteld (opname van videoclip: ISO 50 tot 800; opname van stilstaand beeld: ISO 50 tot 200). *: hiermee wordt de gevoeligheid ingesteld op ISO 50.
OPGELET Lijkt het beeld te flikkeren tijdens het opnemen van een videoclip? i Mogelijk is tijdens het opnemen van een videoclip bij fluorescerend licht waarbij de ISO-gevoeligheid is ingesteld op w of hoger, een merkbaar flikkeren bespeurbaar in het beeld. Nederlands 112 OPNEMEN IN MODUS NORMAL TIP i Wanneer de ISO-gevoeligheid op z is gesteld, worden videoclips en tevens stilstaande beelden die tijdens opname van een videoclip worden gemaakt, met ISO - opgenomen.
WITBALANS Deze camera past de witbalans automatisch aan onder de meeste belichtingsomstandigheden. Als u echter zelf de belichtingsomstandigheden wilt opgeven of de gehele tint van het beeld wilt veranderen, kan de witbalans handmatig worden ingesteld. 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “WITBALANS” en druk op de knop SET. >: de camera voert de aanpassing van de witbalans automatisch door op basis van de natuurlijke en kunstmatige verlichtingsomstandigheden.
INSTELLING VAN DE BELICHTING De sluitertijd en lensopening kunnen afzonderlijk worden ingesteld door de gebruiker. 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “BELICHTING” en druk op de knop SET. T: hiermee kunt u een specifieke sluitertijd instellen. Op basis van deze instelling wordt vervolgens automatisch de juiste lensopening gekozen (sluitertijd heeft prioriteit).
INSTELLING VAN DE BELICHTING 2 3 Selecteer het gewenste pictogram uit het menu voor belichting en druk op de knop SET. 1 Druk de knop SET omhoog of omlaag om de waarde voor lensopening of sluitertijd te selecteren. 2 Druk de knop SET naar links of naar rechts om de instelling voor de geselecteerde parameter te wijzigen. F1.8 1/250 Sluitertijd Lensopening Druk op de knop SET. h Hiermee is het instellen van de belichting voltooid.
DIGITALE ZOOMINSTELLING Met deze instelling kunt u aangeven of de digitale zoom wel of niet is ingeschakeld tijdens het maken van opnamen met de zoom. 1 Q: de digitale zoom kan worden gebruikt. B: de digitale zoom kan niet worden gebruikt. 2 DIGITALE ZOOM AAN UIT OK Selecteer de gewenste instelling en druk op de knop SET. h Het instellen van de digitale zoom is nu voltooid. TIP i De digitale zoom werkt niet in de volgende situaties: Als de modus voor stilstaande beelden is ingesteld op J.
GEZICHTVOLGER Tijdens opname van een stilstaand beeld, detecteert de gezichtvolger het gezicht van het onderwerp en past de helderheid en scherpstelling zodanig aan dat een duidelijke en goed belichte foto wordt gemaakt van het gezicht van het onderwerp. 1 Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “GEZICHTVOLGER” en druk op de knop SET. -: de functie Gezichtvolger is ingeschakeld. .: de functie Gezichtvolger is niet ingeschakeld.
MODUS VOOR HOGE GEVOELIGHEID Als u opnamen maakt in de modus voor een hoge gevoeligheid, lijkt het vastgelegde beeld zelfs nog lichter dan is opgegeven door de instellingen voor de ISO-gevoeligheid en belichtingscompensatie. Geef het opnamemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “H. GEVOELIGHEID” en druk op de knop SET. 1: de modus voor hoge gevoeligheid is ingeschakeld. 2: de modus voor hoge gevoeligheid is niet ingeschakeld. 2 Selecteer de gewenste instelling en druk op de knop SET.
BELICHTINGSCOMPENSATIE Door middel van de toewijzing van een shortcut voor belichtingscompensatie aan de knop SET (pagina 148), kunt u het beeld lichter of donkerder maken bij opname. 1 2 3 Wijs de shortcut toe aan de knop SET (pagina 148). Druk de knop SET in de richting waarvoor de shortcut is toegewezen. h De belichtingscompensatiebalk verschijnt. Druk de knop SET naar links of naar rechts om de belichting aan te passen.
WEERGAVE WEERGAVE IN MODUS NORMAL DIAVOORSTELLING WEERGEVEN Geef de instellingen op voor het continu weergeven van bestanden in de vorm van een “diavoorstelling”. In een diavoorstelling van stilstaande beelden kunt u de overgangstijd, overgangseffecten en BGM instellen. Geef het weergavemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “DIAVOORSTELLING” en druk op de knop SET. MODUS: geef het type bestand op dat u wilt weergeven. ALLE: geef alle bestanden weer.
DIAVOORSTELLING WEERGEVEN 2 Selecteer “STARTEN” en druk op de knop SET. h Het weergeven van de diavoorstelling wordt gestart. h U kunt de weergave van de diavoorstelling stoppen door op de knop SET of op de knop MENU te drukken. TIP BGM voor videoclips? i Tijdens het afspelen van videoclips in een diavoorstelling, wordt de opgenomen audiotrack weergegeven. De BGM wordt niet weergegeven.
BEVEILIGEN Voorkom het per ongeluk wissen van beelden en audiobestanden. 1 3 Selecteer “BEVEILIGEN” en druk op de knop SET. h “VERGREND.” wordt weergegeven. h Als de beveiligingsmodus al is ingeschakeld voor het bestand, wordt “ONTGREND.” weergegeven. BEVEILIGEN VERGREND. AFSL OK Druk de knop SET omhoog of omlaag om “VERGREND.” te selecteren en druk op de knop SET. h De beveiligingsmodus wordt ingesteld voor het bestand. h De beveiligingsmarkering B geeft aan dat het bestand is vergrendeld.
AFDRUKINSTRUCTIES Met uw printer kunt u afdrukken maken van de foto’s die u met uw camera hebt gemaakt. Daarnaast kunt u net zoals bij een conventioneel filmrolletje afdrukken laten maken van uw foto’s bij winkels die digitale afdrukservice aanbieden. Bovendien is deze digitale camera DPOF-compatibel. Dit houdt in dat u de camera kunt gebruiken om informatie door te geven zoals het aantal afdrukken, of de datum op de afdruk moet worden weergegeven, en u kunt een indexafdruk laten maken.
Nederlands 124 WEERGAVE IN MODUS NORMAL TIP Eén frame van een videoclip afdrukken i Wanneer u een stilstaand beeld wilt afdrukken van een videoclip of dit wilt laten doen door een winkel met digitale afdrukservice, moet u het frame eerst opslaan (met extractie stilst) als een stilstaand beeld (pagina 131). De DPOF-indeling i DPOF (Digital Print Order Format) is een indeling voor afdrukopdrachten. U kunt de camera aansluiten op een printer die DPOF ondersteunt voor het maken van uw afdrukken.
AFDRUKINSTRUCTIES Datumweergave en afdrukhoeveelheden opgeven U kunt afdrukinstructies opgeven voor ieder afzonderlijk beeld (PER BEELD) of de afdrukinstructies toepassen op alle beelden (ALLE BLDN). 1 2 3 Het scherm Afdrukinstellingen weergeven (pagina 123). Selecteer “ALLE BLDN” of “PER BEELD”. ALLE BLDN: de afdrukinstructies worden toegepast op alle beelden. PER BEELD: hiermee worden de afdrukinstructies alleen toegepast op het beeld dat op dat moment wordt weergegeven. Druk op de knop SET.
4 Afdrukken met datum Aantal afdrukken ALLE BLDN :2007/12/24 :0 exemplaar EX. OK 1 DATUM Druk op de knop MENU. h De afdrukinstructies voor het gevraagde aantal afdrukken en de afdrukken met datumweergave worden opgeslagen. h Het scherm met afdrukinstructies wordt opnieuw weergegeven. TIP Als het bericht “Datum niet voor foto ingesteld” wordt weergegeven... i Afdrukken met datum is niet mogelijk voor foto’s die zijn gemaakt voordat de datum- en tijdinstelling van de camera werd uitgevoerd.
AFDRUKINSTRUCTIES Indexafdruk Wanneer meerdere kleine beelden op één vel worden afgedrukt, wordt dit een “indexafdruk” genoemd. Een indexafdruk is handig als overzicht van de beelden die u hebt vastgelegd. 1 Geef het scherm met afdrukinstructies weer (pagina 123). 2 Selecteer “INDEX”. 3 4 Druk op de knop SET. h Het scherm Indexafdruk wordt weergegeven. OK: een indexafdruk opgeven. AFSL: de instellingsprocedure wordt geannuleerd en u gaat terug naar het scherm met afdrukinstructies.
Alle afdrukinstructies wissen Wis de afdrukinstructies voor alle beelden. 1 Geef het scherm met afdrukinstructies weer (pagina 123). 2 Selecteer “ALLE WISSEN”. 4 Druk op de knop SET. h Het bevestigingsscherm voor het wissen van alle afdrukinstellingen verschijnt. ANNULEREN: hiermee wist u de afdrukinstructies voor alle beelden. AFSL: annuleer het wissen en ga terug naar het scherm met afdrukinstructies.
STILSTAAND BEELD DRAAIEN Vastgelegde stilstaande beelden kunnen worden gedraaid, zodat deze in de goede weergavestand staan. 1 2 3 Geef het stilstaande beeld dat u wilt draaien weer en open het weergavemenu voor de modus NORMAL (pagina 49). Selecteer “DRAAIEN” en druk op de knop SET. RECHTS: hiermee draait u het beeld 90 graden rechtsom. LINKS: hiermee draait het beeld 90 graden linksom. DRAAIEN RECHTS LINKS OK Selecteer “RECHTS” of “LINKS” en druk op de knop SET.
FORMAAT VAN STILSTAANDE BEELDEN WIJZIGEN (FORMAAT AANPASSEN) Een opgenomen beeld kan worden verkleind en als een afzonderlijk, nieuw beeld worden opgeslagen. 2 Geef het stilstaande beeld waarvan u het formaat wilt wijzigen weer en open het weergavemenu voor de modus NORMAL (pagina 49). Selecteer “FORMAAT AANPASSN” en druk op de knop SET. 2M (4:3): de beeldgrootte verandert in 1600 × 1200 pixels. 0.
ÉÉN FRAME EXTRAHEREN UIT EEN VIDEOCLIP U kunt één beeld (scène) selecteren uit een videoclip, deze kopiëren en vervolgens als stilstaand beeld opslaan (het oorspronkelijke bestand blijft ongewijzigd). 1 2 3 4 Speel een videoclip af en onderbreek de weergave op het punt dat u wilt kopiëren en opslaan. Geef het weergavemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “EXTRACTIE STILST” en druk op de knop SET.
VIDEOCLIPS BEWERKEN U kunt ongewenste gedeeltes van een videoclip verwijderen (extraheren) en deze als een nieuwe videoclip opslaan (videoclip verwijderen [extraheren]). U kunt tevens videoclips samenvoegen en deze als één gehele clip opslaan (“samenvoegen”). 1 Specificeer de beelden (1, 2) waar de videoclip moet worden bijgesneden. 2 A B C J Extraheer het gespecificeerde gedeelte. [Twee manieren om de videoclip bij te snijden] i Verwijder delen A en C en sla deel B op.
VIDEOCLIPS BEWERKEN Procedure voor het samenvoegen van videoclips Specificeer de videoclip die u als eerste wilt. J Specificeer de videoclip die u wilt toevoegen (samenvoegen). J Voeg de videoclips samen. i De videoclips worden samengevoegd. i De oorspronkelijke videoclips worden niet gewijzigd. (U kunt er ook voor kiezen de oorspronkelijke videoclips te wissen bij het opslaan van de nieuwe clip.
Een gedeelte van een videoclip verwijderen (extraheren) 1 2 Geef de videoclip waarvan u een gedeelte wilt extraheren. VIDEO BEWERKEN MONTEREN SAMENVOEGEN OK 3 Kies “MONTEREN” en druk op de knop SET. h Het scherm voor het bijsnijden (verwijderen) verschijnt. Startpunt MONTEREN 00:00:10 Ontspanner voor opslag Nederlands 134 WEERGAVE IN MODUS NORMAL Geef het weergavemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “VIDEO BEWERKEN” en druk op de knop SET.
VIDEOCLIPS BEWERKEN 4 5 Specificeer het startpunt voor het verwijderen. h Gebruik de volgende procedure voor het specificeren van het beeld vanaf waar u een gedeelte van de videoclip wilt verwijderen. h Geef de videoclip weer totdat het gewenste punt bijna is bereikt en pauzeer daar de weergave. Geef de videoclip vervolgens beeld voor beeld weer zodat u precies bij het gewenste startpunt kunt stoppen. Het eerste beeld voor het verwijderen is nu ingesteld.
6 MONTEREN NIEUW OPSLAAN OVERSCHRIJVEN BEKIJKEN CLIP OK Selecteer de gewenste optie en druk op de knop SET. h De bewerking begint. h Wanneer de bewerking is afgelopen, gaat u terug naar het weergavemenu voor de modus NORMAL. TIP i Als de oorspronkelijke videoclip is beveiligd, wordt deze niet gewist, zelfs niet als u “OVERSCHRIJVEN” selecteert in stap 7 en vervolgens op de knop SET drukt. Als u de oorspronkelijke videoclip wilt wissen, moet u eerst de beveiliging verwijderen (pagina 122).
VIDEOCLIPS BEWERKEN Twee videoclips samenvoegen OPGELET i Videoclips die in verschillende modi zijn gefotografeerd, kunnen niet worden samengevoegd. 1 Geef het weergavemenu voor de modus NORMAL weer (pagina 49), selecteer “VIDEO BEWERKEN” en druk op de knop SET. VIDEO BEWERKEN MONTEREN SAMENVOEGEN OK 2 Kies “SAMENVOEGEN” en druk op de knop SET. h Het 6-beelden display voor videoclips verschijnt.
3 Druk op de knop [O] . h Er verschijnt een scherm waarmee u kunt kiezen of u de samengevoegde videoclip als een nieuw (afzonderlijk) bestand wilt vastleggen of de oorspronkelijke videoclips wilt wissen en door de samengevoegde videoclip wilt vervangen. NIEUW OPSLAAN: de samengevoegde videoclip wordt als een nieuw bestand opgeslagen. De oorspronkelijke videoclips worden niet veranderd. OVERSCHRIJVEN: de oorspronkelijke videoclips worden gewist. Alleen de samengevoegde videoclip wordt opgeslagen.
VIDEOCLIPS BEWERKEN 5 Selecteer de gewenste optie en druk op de knop SET. h De bewerking begint. h Wanneer de bewerking is afgelopen, gaat u terug naar het instellingenscherm voor weergeven. TIP i Als de oorspronkelijke videoclip is beveiligd, wordt deze niet gewist, zelfs niet als u “OVERSCHRIJVEN” selecteert in stap 5 en vervolgens op de knop SET drukt. Als u de oorspronkelijke videoclip wilt wissen, moet u eerst de beveiliging verwijderen (pagina 122).
BESTANDSEIGENSCHAPPEN WEERGEVEN (INFORMATIESCHERM) Op het informatiescherm kunt u controleren welke instellingen zijn gebruikt voor het opnemen van een bestand met uw camera. 2 Geef het gewenste bestand weer op het scherm van de camera. Druk ten minste 1 seconde lang op de knop MENU. h Het informatiescherm wordt weergegeven. h Als de knop MENU opnieuw wordt ingedrukt, wordt het informatiescherm gesloten.
OPTIE-INSTELLINGEN OPTIE-INSTELLINGEN HET MENU OPTIE-INSTELLINGEN WEERGEVEN De camera-instellingen worden uitgevoerd via het menu Optie-instellingen. 1 Zet de camera aan en druk op de knop MENU. MENU OPNAME 1 FILM FOTO SCÈNESELECTIE 1 FILTER 2 FLITS 3 ZELFONTSPANNER 1 2 3 Tabblad Optie 2 Selecteer een tabblad Optie (1, 2 of 3) en druk op de knop SET. h Het menu voor het instellen van opties wordt weergegeven.
SCHERMDISPLAY Specificeer welke informatie op het weergavescherm wordt getoond. 1 2 Selecteer “INFO-DISPLAY” en druk op de knop SET. TOON ALLES: voor het tonen van de datum van opname en weergavetijd (voor videoclips). DATUM & TIJD: voor het tonen van de datum van opname. TELLER: voor het tonen van de weergavetijd van videoclips. UIT: de datum van opname en weergavetijd worden niet getoond. INFO-DISPLAY TOON ALLES DATUM & TIJD TELLER UIT OK Selecteer de gewenste instelling en druk op de knop SET.
HET OPENINGSSCHERM SELECTEREN Het startdisplay verschijnt op de monitor wanneer de camera wordt ingeschakeld in de opnamemodus. 1 2 3 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). Selecteer “BEGINSCHERM” en druk op de knop SET. DATUM & TIJD: de ingestelde datum en tijd voor de camera worden getoond. Xacti: het Xacti-logo wordt weergegeven. UIT: geen openingsscherm. BEGINSCHERM DATUM & TIJD Xacti UIT OK Selecteer de gewenste instelling en druk op de knop SET.
BEDIENINGSGELUIDEN Via dit menu stelt u het geluidssignaal in dat u hoort wanneer de camera wordt in- en uitgeschakeld of wanneer op de bedieningsknoppen (knop [ ], knop SET, knop MENU, enzovoort) wordt gedrukt. Via dit menu wijzigt u ook het volume van dit geluid en schakelt u de audiogids in en uit. 1 2 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). BEDIENINGSTOON IN-/UITSCH.
BEDIENINGSGELUIDEN 3 4 Druk de knop SET omhoog of omlaag om de gewenste instelling te selecteren en druk op de knop SET. h Het scherm voor het selecteren van de bedieningsgeluiden wordt weergegeven. h Het respectievelijke scherm voor het in- of uitschakelen van het geluid wordt weergegeven. h Druk de knop SET omhoog of omlaag om de gewenste instelling te selecteren en druk op de knop SET. AAN: hiermee schakelt u het geluid in.
INSTELLING VOOR WEERGAVE ACHTERAF Specificeer hoe lang het vastgelegde beeld op het scherm moet worden getoond (bekijken na opname) na een druk op de knop [ ]. 1 2 Selecteer “WEERGAVE ACHTERAF” en druk op de knop SET. 1 seconden: het beeld achteraf wordt 1 seconde weergegeven. 2 seconden: het beeld achteraf wordt 2 seconden weergegeven. UIT: het beeld achteraf wordt niet weergegeven. WEERGAVE ACHTERAF 1 seconden 2 seconden UIT OK Selecteer de gewenste instelling en druk op de knop SET.
EEN MAP OPGEVEN VOOR HET OPSLAAN VAN BESTANDEN Maak of selecteer een opnamemap (een map waarin opgenomen bestanden worden opgeslagen). 1 2 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). Selecteer “MAP OPN.” en druk op de knop SET. h Selecteer “NEW”. h Selecteer het gewenste mapnummer. MAP OPN. NEW 100 OK 3 Druk op de knop SET. h Hiermee is het instellen van de functie voor het maken/selecteren van mappen voltooid.
FUNCTIES TOEWIJZEN AAN KNOP SET Wijs functies (bedieningsshortcuts) toe aan de knop SET als deze omhoog, omlaag, naar links of naar rechts wordt gedrukt terwijl het opnamescherm wordt weergegeven. 1 2 Selecteer “SHORTCUTS” en druk op de knop SET. : wijs de functie toe terwijl de knop SET omhoog is gedrukt. : wijs de functie toe terwijl de knop SET omlaag is gedrukt. : wijs de functie toe terwijl de knop SET naar links is gedrukt. : wijs de functie toe terwijl de knop SET naar rechts is gedrukt.
FUNCTIES TOEWIJZEN AAN KNOP SET 4 Druk de knop SET omhoog of omlaag. h Geef de functie weer die u wilt toewijzen aan de toets. SHORTCUTS AF VERGREND. OK 5 Druk op de knop SET. h De geselecteerde functie wordt toegewezen aan de toets en u gaat terug naar het scherm Shortcuts. h Als u functies wilt toewijzen aan de andere toetsen, herhaalt u stappen 3 t/m 5. SHORTCUTS AF VERGREND. SCHERPSTELLING FLITS BELICHT. COMP.
FUNCTIE VOOR RUISREDUCTIE Beeldruis tijdens het opnemen van videoclips of stilstaande beelden, alsmede audioruis, bijvoorbeeld door de wind, kunnen tot een minimum worden beperkt met de functie voor ruisreductie. 1 2 4 Selecteer “RUISREDUCTIE” en RUISREDUCTIE druk op de knop SET. RUISRED. FILM: RUISRED. FILM UIT stel de functie voor ruisreductie voor RUISRED. FOTO UIT het geluid in op AAN/UIT tijdens het opnemen van een videoclip. WINDRUISREDUC. UIT RUISRED.
DE BEELDKWALITEIT AANPASSEN De camera kan de beeldkwaliteit aanpassen bij het vastleggen van het beeld. 1 2 3 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). Selecteer “BEELDINSTELLING.” en druk op de knop SET. NORMAAL: opnamen maken met een normale beeldkwaliteit. LEVENDIG: meer verzadigde kleuren. ZACHT: de scherpte wordt verminderd voor een zachter beeld. ZACHT LEVENDIG: iets zachter dan bij NORMAAL en met meer verzadigde kleuren. BEELDINSTELLING.
TRILLINGSREDUCTIE De instelling voor trillingsreductie vermindert de trillingen die worden veroorzaakt door het opnemen van videoclips onder tl-verlichting en soortgelijke verlichting waarbij de achtergrondverlichting pulseert met de frequentie van de voeding. 1 2 Selecteer “TRILLINGSREDUCT.” en druk op de knop SET. AAN: hiermee wordt de instelling voor trillingsreductie ingeschakeld. UIT: de scherpte wordt zachter met meer kleurverzadiging. TRILLINGSREDUCT.
HELDERHEID VAN SCHERM Stel de helderheid van het scherm van de camera in. Stel in indien het beeld slecht zichtbaar is door de verlichting in de omgeving. 1 2 3 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). Selecteer “HELDERHEID” en druk op de knop SET. Druk de knop SET naar links of naar rechts om de helderheid in te stellen en druk op de knop SET. h De helderheid van het scherm is nu ingesteld.
VOLUME VAN EEN EXTERNE MICROFOON AANPASSEN U kunt het ingangsniveau wijzigen van een microfoon die op de camera is aangesloten. 1 2 3 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). Selecteer “EXT. MIC-VOLUME” en druk op de knop SET. 3 VOLUME-INSTEL. Nederlands 154 OPTIE-INSTELLINGEN Druk de knop SET naar links of naar rechts om het ingangsniveau aan te passen en druk op de knop SET. h Hiermee is het ingangsniveau van de externe microfoon ingesteld. EXT.
SCHERMTAAL U kunt een van de diverse talen voor mededelingen op het scherm kiezen. 1 2 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). Selecteer “TAAL” en druk op de knop SET. : Japans ENGLISH: Engels FRANCAIS: Frans DEUTSCH: Duits ESPAÑOL: Spaans ITALIANO: Italiaans NEDERLANDS: Nederlands : Russisch PORTUGUÊS: Portugees TÜRKÇE: Turks : Koreaans : Chinees (vereenvoudigd) : Chinees (traditioneel) 3 TAAL ENGLISH FRANCAIS DEUTSCH ESPAÑOL OK Selecteer de gewenste taal en druk op de knop SET.
UITVOERINSTELLING VOOR TV Specificeer het soort beeldsignaal dat via de USB/AV-aansluiting, COMPONENT/AV-aansluiting of HDMI-aansluiting van de camera wordt uitgevoerd. 1 2 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). UITVOERINST. TV TV-SYSTEEM TELEVISIE-TYPE COMPONENT/HDMI NTSC 4:3 720p OK OPTIE-INSTELLINGEN Selecteer “UITVOERINST. TV” en druk op de knop SET. TV-SYSTEEM: hiermee selecteert u het type televisiesignaal dat wordt afgegeven door de COMPONENT/ AV- uitgang.
UITVOERINSTELLING VOOR TV 3 Selecteer de gewenste instelling en druk op de knop SET. h Het scherm voor het wijzigen van de parameter voor de geselecteerde instelling wordt weergegeven. NTSC: er worden NTSC-videosignalen afgegeven. PAL: er worden PAL-videosignalen afgegeven. 4:3: gebruik deze instelling wanneer een televisietoestel met een beeldverhouding van 4:3 wordt aangesloten.
k Relatie tussen “TELEVISIE-TYPE” instelling en het TV-display De hieronder getoonde tabel toont het videosignaal dat wordt uitgevoerd wanneer de “TELEVISIE-TYPE” instelling is veranderd. Met bepaalde televisies die een functie voor het automatisch herkennen van het soort signaal hebben, is het signaal dat wordt uitgevoerd mogelijk niet als in de tabel aangegeven of verandert het TV-display helemaal niet.
UITVOERINSTELLING VOOR TV “TELEVISIE -TYPE” instelling Aan te sluiten TV-type Weer te geven beeldbestand TV-display Stilstaand beeld (4:3) 16:9 16:9 Videoclip met SD-modus Videoclip met HD-modus * De voorbeelden van stilstaande beelden zijn voor beelden die zijn opgenomen in een beeldverhouding voor stilstaande beelden van 16:9.
STROOMBESPARINGSFUNCTIE Uw camera beschikt over een “stroombesparingsfunctie”, waardoor de camera automatisch wordt uitgeschakeld wanneer deze gedurende een opgegeven periode niet is gebruikt. De stroombesparingsfunctie behoudt de batterijlading wanneer de camera niet wordt gebruikt, en zorgt ervoor dat de batterij niet leegloopt wanneer de camera per ongeluk aan is blijven staan. U kunt opgeven hoeveel tijd er moet verstrijken (stand-bytijd) voordat de stroombesparingsfunctie wordt geactiveerd.
STROOMBESPARINGSFUNCTIE 3 4 5 6 Selecteer de gewenste optie en druk op de knop SET. h Het scherm voor het instellen van de stand-bytijd wordt weergegeven. Druk de knop SET omhoog of omlaag om de stand-bytijd in te stellen. Omhoog: hiermee verlengt u de stand-bytijd. Omlaag: hiermee verkort u de stand-bytijd. AAN: de verlichting is aan. UIT: de verlichting is uit.
BEST.NR. GEHEUGEN Als een nieuw geformatteerde kaart wordt gebruikt, begint de bestandsnaam (het beeldnummer) automatisch bij 0001. Als de kaart vervolgens opnieuw wordt geformatteerd, of als een andere opnieuw geformatteerde kaart wordt gebruikt, beginnen de bestandsnamen opnieuw bij 0001. Dit komt doordat de geheugenfunctie voor het bestandsnummer is ingesteld op “UIT”, waardoor meerdere kaarten beelden met hetzelfde nummer bevatten.
BEST.NR. GEHEUGEN i Als kaart B reeds bestanden bevat wanneer deze kaart A vervangt, worden de bestandsnamen als volgt toegewezen. Indien het hoogste bestandsnummer op Kaart B (alvorens te vervangen) lager is dan het hoogste bestandsnummer op Kaart A: de bestandsnaam van het volgende opgenomen beeld volgt de laatste op Kaart A opgenomen bestandsnaam. Kaart A 0001, 0002 ..... 0012, 0013 Kaart vervangen Kaart B 0001, 0002, 0014, 0015 .....
1 2 3 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). Selecteer “BEST.NR. VERDER” en druk op de knop SET. AAN: de geheugenfunctie voor bestandsnummers is ingeschakeld. UIT: de geheugenfunctie voor bestandsnummers is uitgeschakeld. BEST.NR. VERDER AAN UIT OK Selecteer de gewenste instelling en druk op de knop SET. h De geheugenfunctie voor het geselecteerde bestandsnummers is ingesteld.
EEN KAART FORMATTEREN Een kaart moet met deze camera worden geformatteerd: i Na aanschaf, voor het eerste gebruik, of i Als de kaart is geformatteerd met een pc of een andere digitale camera. De kaart kan niet worden geformatteerd wanneer het vergrendelingsschuifje in de positie “LOCK (VERGREND.)” staat. Ga door met de procedure voor het formatteren nadat u de vergrendelingsknop hebt uitgeschakeld. 1 2 3 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141).
4 Selecteer “JA” en druk op de knop SET. h Het formatteren begint. h Tijdens het formatteren worden “Formatteren act.” en “niet uitschakelen” op het scherm getoond. TIP Formattering annuleren i Selecteer “NEE” in stap 4 en druk op de knop SET. Nederlands 166 OPTIE-INSTELLINGEN OPGELET Waarschuwing bij formatteren i Tijdens het formatteren mag de stroomtoevoer naar de camera niet worden uitgeschakeld en de kaart mag niet worden verwijderd.
DE CAMERA-INSTELLINGEN RESETTEN Herstel de fabrieksinstellingen van de camera. 1 2 3 Geef het menu voor het instellen van opties weer (pagina 141). Selecteer “STANDAARDINST.” en druk op de knop SET. OPNIEUW INS.: hiermee herstelt u de fabrieksinstellingen. AFSL: laat de instellingen ongewijzigd en ga terug naar het menu voor het instellen van opties. STANDAARDINST. OPNIEUW INS. AFSL OK Kies “OPNIEUW INS.” en druk op de knop SET. h De camera-instellingen worden gereset naar de fabrieksinstellingen.
DE RESTERENDE GEHEUGENRUIMTE OP DE KAART CONTROLEREN U kunt controleren hoeveel beelden kunnen worden opgenomen en hoeveel opnametijd beschikbaar is op de kaart. Zie “Maximaal aantal beelden/ Maximale stilstaand beeldopnametijd/Maximale video-opnametijd” op pagina 216 voor een tabel met het maximale aantal beelden en de maximale opnameduur voor specifieke kaarten.
DE RESTERENDE GEHEUGENRUIMTE OP DE KAART CONTROLEREN TIP i Wanneer het resterende aantal beelden of de resterende video-opnametijd “0” is, kunt u geen beelden meer vastleggen. Als u meer beelden wilt vastleggen, moet u een nieuwe kaart installeren of de beelden op een computer opslaan en deze beelden vervolgens van de kaart wissen (pagina 88).
DE RESTERENDE BATTERIJLADING CONTROLEREN Tijdens gebruik van de batterij kunt u de resterende batterijlading op het scherm controleren. Controleer deze indicator voordat u een beeld vastlegt. Voor een indicatie van de mogelijke tijdsduur gedurende welke een batterij kan worden gebruikt, zie pagina 215.
DE RESTERENDE BATTERIJLADING CONTROLEREN TIP i Als er bestanden aanwezig zijn, kunt u de resterende batterijlading ook controleren op het informatiescherm (pagina 140). i De levensduur van de batterij kan verschillen tussen batterijen van hetzelfde type. i Het aantal beelden dat met een geheel opgeladen batterij kan worden opgeslagen, is sterk afhankelijk van het gebruik van de camera (bijvoorbeeld het aantal keer dat de flits wordt gebruikt, het gebruik van het scherm, etc.
OVERIGE APPARATEN EN AANSLUITINGEN AANSLUITEN OP EEN TELEVISIE AANSLUITEN OP EEN TELEVISIE AANSLUITEN OP EEN STANDAARD VIDEO-INGANG Uitvoer van beelden: de bestemming voor de uitvoer van beelden verschilt per aansluitkabel.
DE BEELDKWALITEIT VERBETEREN Verbinden met de S-VIDEO-aansluiting Speciale S-AV-interfacekabel Gele stekker: niet aangesloten* Naar netadapter COMPONENT/AV-aansluiting Stel de ingang in op “VIDEO”. i Steek de stekker met de [n] markering omhoog gericht in. S-ingang Witte stekker: naar audio-ingang (L) Rode stekker: naar audio-ingang (R) *Indien aangesloten, worden de beelden niet normaal op het televisiescherm weergegeven.
Verbinden met de 480p/720p/1080i-aansluiting Indien uw TV een 480p/720p/1080i-ingang heeft, kunt u kwalitatief hoogwaardige beelden via de Component-uitgang van de camera weergeven. Speciale interfacekabel Witte stekker: naar audio-ingang (L) Rode stekker: naar audio-ingang (R) Naar netadapter Stel de ingang in op “VIDEO”. i Steek de stekker met de [n] markering omhoog gericht in.
DE BEELDKWALITEIT VERBETEREN Verbinden met de HDMI-aansluiting HDMI-kabel (Aanbevolen accessoire) Naar netadapter HDMI-aansluiting Stel de ingang in op “HDMI”. Voor minder storing Naar HDMI-aansluiting i Bevestig de kernen (bijgeleverd) Kern (groot) Kern (klein) TIP i HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing, LLC.
WEERGEVEN OP EEN TELEVISIE i Nadat u de camera op de televisie hebt aangesloten, moet u de televisie op de ingang zetten waarop de camera is aangesloten. i Als de camera wordt aangesloten op een televisie, wordt geen beeld weergegeven op het scherm van de camera. i De weergavemethode is hetzelfde als bij het bekijken van beelden op het scherm van de camera. Weergave van audiobestanden: zie pagina 97 i De afstandsbediening kan worden gebruikt voor afspelen (pagina 82).
Xacti Library Met de Xacti Library-functie kunt u bestanden die zijn opgenomen met uw camera opslaan op een vaste schijf met grote capaciteit zonder gebruik te hoeven maken van een computer en deze af te spelen op uw televisie. Hier komt geen computer aan te pas. U kunt beelden in volledige High Definition rechtstreeks op uw televisiescherm bekijken. Bovendien kunt u bestandsbewerkingen uitvoeren, zoals kopiëren en wissen, alsmede bestandsbeheer via de kalender.
AANSLUITEN OP EEN PRINTER AANSLUITEN OP EEN PRINTER MODUS PictBridge Uw camera is geschikt voor de PictBridge-functie. Door de camera direct met een printer die PictBridge ondersteunt te verbinden, kunt u het scherm van de camera gebruiken voor het kiezen van beelden en het starten van het afdrukken (PictBridge afdrukken). 1 2 Plaats de kaart in de camera, open de schermeenheid om de camera aan te zetten en schakel de printer in.
MODUS PictBridge 3 4 Selecteer “PRINTER” en druk op de knop SET. De PictBridge-afdrukmodus wordt geactiveerd. h De camera schakelt naar de PictBridge afdrukmodus en het scherm voor de afdrukmodus verschijnt.
AFDRUKKEN Geselecteerde beelden afdrukken Procedure om één stilstaand beeld te selecteren en dit af te drukken. 1 2 Selecteer het pictogram voor het afdrukken van één beeld Y en druk op de knop SET. h Het scherm voor het selecteren van de af te drukken beelden wordt weergegeven. 1 BEELD AFDRUK 100-0022 : 1 exemplaar AFDRUK AFSL OK Druk de knop SET naar links of naar rechts om het beeld weer te geven dat u wilt afdrukken. h Geef het beeld op dat u wilt afdrukken.
AFDRUKKEN 4 5 Geef het aantal afdrukken op. 1 Druk de knop SET omhoog om “EX.” te selecteren en druk op de knop SET. 2 Druk de knop SET omhoog of omlaag om het aantal afdrukken op te geven. 3 Druk op de knop SET. h “AFDRUK” is geselecteerd. 1 BEELD AFDRUK 100-0022 : 1 exemplaar AFDRUK AFSL EX. Druk op de knop SET. h Het afdrukken begint. TIP Afdrukken annuleren 1 Druk de knop SET omlaag tijdens het afdrukken. h Het scherm om het annuleren van het afdrukken te bevestigen wordt weergegeven.
Alle beelden afdrukken Alle beelden op de kaart afdrukken. 1 2 3 Rond de voorbereidingen voor afdrukken af (pagina 178). Selecteer het pictogram voor het afdrukken van alle beelden u en druk op de knop SET. h Het scherm Alle beelden afdrukken wordt weergegeven. Selecteer “AFDRUK” en druk op de knop SET. h Het afdrukken begint.
AFDRUKKEN Een indexafdruk maken Maak een indexafdruk van alle beelden op de kaart. 1 2 3 Rond de voorbereidingen voor afdrukken af (pagina 178). Selecteer het pictogram voor indexafdruk [ en druk op de knop SET. h Het scherm Indexafdruk wordt weergegeven. Selecteer “AFDRUK” en druk op de knop SET. h Het afdrukken begint.
Beelden afdrukken aan de hand van de afdrukinstructies (aangevraagde beelden) Procedure voor het afdrukken van alle bestelde beelden. 1 2 3 Volg de afdrukinstructies (pagina 123) en voltooi de afdrukvoorbereidingen (pagina 178). Selecteer het DPOF-pictogram w en druk op de knop SET. h Het scherm voor gewenste, af te drukken beelden verschijnt. 100-0022 AFDRUK AFSL OK TIP i Als u in stap 2 de knop SET naar links of rechts drukt, kunt u elk beeld bekijken en de bijbehorende afdrukinstructies bevestigen.
AFDRUKKEN De printerinstellingen wijzigen Beelden worden afgedrukt volgens de instellingen die door de camera worden opgegeven, zoals het type papier, het formaat, de opmaak, de afdrukkwaliteit, enzovoort. 1 2 Rond de voorbereidingen voor afdrukken af (pagina 178). Selecteer het pictogram voor printerinstellingen v en druk op de knop SET. h Het scherm Printerinstellingen wordt weergegeven. PAPIERTYPE: geef het type papier op dat voor het afdrukken wordt gebruikt.
3 PRINTEROPTIES PAPIERTYPE PRINTERWAARD OK Druk op de knop MENU. h U gaat terug naar het scherm voor de afdrukmodus. TIP i De parameters voor de printerinstelling verschillen afhankelijk van de printer die is aangesloten. i Selecteer “PRINTERWAARD” als u printerfuncties wilt gebruiken die niet worden weergegeven op het scherm Printerinstellingen van uw camera.
OVERIGE AANSLUITINGEN OVERIGE AANSLUITINGEN EEN MICROFOON/ HOOFDTELEFOON AANSLUITEN U kunt een los verkrijgbare stereomicrofoon en een hoofdtelefoon met de camera verbinden. Voor minder storing i Bevestig de kleine kern (bijgeleverd) aan de kabel. MIC-aansluiting Meegeleverde aansluitkabel voor microfoon Hoofdtelefoon hier aansluiten Stereo-microfoon TIP i U kunt het ingangsniveau van de aangesloten microfoon wijzigen (pagina 154).
SCHOENAANSLUITING Verschillende apparaten, zoals een externe microfoon, een hulpflitser, een videolamp, enz. kunnen worden aangesloten op de schoenaansluiting boven op de camera. Gebruik de schoenaansluiting voor opnamen met een superieure beeldkwaliteit. OPGELET i Oefen niet te veel kracht uit wanneer u een apparaat op het schoentje plaatst. U zou de aansluiting op de adapter of het apparaat kunnen beschadigen.
BIJLAGEN BIJLAGEN VEELGESTELDE VRAGEN Als u een vraag hebt omtrent de werking van de camera, vindt u het antwoord op uw vraag mogelijk in deze verzameling veelgestelde vragen. Vraag Waarom gaat de camera niet aan? Voeding Waarom is de batterij zo snel leeg, zelfs nadat hij helemaal was opgeladen? Waarom stopt het opladen niet? Waarom wordt het pictogram Antwoord In verband met lage temperaturen kan de batterij tijdelijk niet voor de stroomvoorziening zorgen. De omgevingstemperatuur is erg laag.
Opnamen maken Vraag Blijven de instellingen ook behouden wanneer de camera wordt uitgezet? Antwoord — Welke resolutieinstelling moet ik gebruiken? — Actie Alle instellingen, behalve de zelfontspanner en belichtingscompensatie, blijven behouden, ook wanneer de camera wordt uitgeschakeld. Houd bij het instellen van de resolutie rekening met het uiteindelijke doel: J, M, L: geschikt voor het afdrukken op Letterformaat of groter, en voor het groot afdrukken van een deel van een foto (bijsnijden).
VEELGESTELDE VRAGEN Opnamen maken Vraag Wat is het verschil tussen de digitale zoom en de optische zoom? Antwoord — Hoe kan ik een beeld scherpstellen dat zich ver weg bevindt? — De videoclip die ik buiten heb opgenomen, is helemaal wit. — 191 Nederlands Actie Doordat bij opnamen met de optische zoom de optiek van een fysieke lens wordt gebruikt, kunt u opnamen maken zonder dat kleine details in het beeld verloren gaan.
Scherm Beelden weergeven Antwoord Wordt veroorzaakt door de karakteristieken van het scherm. Actie Dit is geen storing. Punten die op het scherm verschijnen ziet u uitsluitend op het scherm en verschijnen dus niet in de opgenomen beelden. Het onderwerp was te licht. Waarom is het beeld niet scherp? De scherpstelling is niet goed vergrendeld. Waarom ontbreekt er een deel van het beeld? Het beeld is van dichtbij vastgelegd.
VEELGESTELDE VRAGEN Vraag Waarom wordt er geen beeld weergegeven (z wordt weergegeven)? Waarom is het vergrote beeld onduidelijk? Beelden weergeven Waarom is het vastgelegde beeld onduidelijk? Kan ik beeld- en geluidsbestanden afspelen die ik met mijn computer heb bewerkt? Waarom klinkt er een motorachtig geluid tijdens het weergeven van videoclips? 193 Nederlands Antwoord Dit kan voorkomen wanneer u probeert beelden weer te geven die zijn opgeslagen op een kaart van een andere digitale camera.
Vraag Waarom is er geen geluid? Wat is het verschil tussen normale video-uitvoer (Compositevideo), S-videouitvoer en Component/HDMI-uitvoer? Antwoord Het volume van de televisie is te zacht ingesteld. — Verbinden met een televisie — Normale videouitvoer (Compositevideo): het Y-signaal (luminantie) en chrominantiesignaal worden gecombineerd uitgevoerd. S-video-uitgang: het Y-signaal en chrominantiesignaal worden gescheiden uitgevoerd.
VEELGESTELDE VRAGEN Afdrukken Diversen Vraag Waarom wordt er een mededeling weergegeven tijdens het afdrukken in de PictBridge-modus? Het bericht “Kan video niet bewerken” wordt weergegeven.
Diversen Vraag Er doet zich een probleem voor. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om op te nemen of af te spelen. Kan ik mijn camera in het buitenland gebruiken? Antwoord Er zijn bestanden op de kaart die met een ander toestel dan deze camera werden vastgelegd. — Waarom wordt het bericht “Systeemfout” weergegeven? Er is een probleem opgetreden met de camera of kaart. Actie Formatteer de kaart nadat u de bestanden op een ander medium heeft vastgelegd.
PROBLEMEN OPLOSSEN Raadpleeg voordat u de camera laat repareren de volgende tabel om te kijken of u het probleem eventueel zelf kunt oplossen. Camera Probleem Oorzaak Geen stroom. De batterij is leeg. Voeding De batterij is niet goed in de camera geplaatst. De camera gaat automatisch uit. Opnamen maken Er wordt geen opname gemaakt als op de knop [ ] of de knop [ ] wordt gedrukt. 197 Nederlands De stroombesparingsfunctie is ingeschakeld. De camera staat niet aan.
Probleem Oorzaak Actie Er wordt geen opname gemaakt als op de knop [ ] of de knop [ ] wordt gedrukt. Het maximale aantal beelden dat kan worden vastgelegd of de maximale opnametijd voor videoclips is bereikt. De modus Flits uit is geselecteerd. Installeer een nieuwe kaart. Wis de beelden die u niet nodig hebt. De flits werkt niet. De flitser is niet geopend. Opnamen maken De batterij is leeg. De digitale zoom werkt niet.
PROBLEMEN OPLOSSEN Probleem Opnamen maken Scherm Oorzaak Er klinkt een waarschuwingssignaal (piep-pieppiep) en er kan geen foto worden gemaakt met de zelfontspanner. De zoombeweging stopt een ogenblik bij het in- of uitzoomen. Het vastgelegde beeld heeft last van ruis. Het pictogram \ verschijnt en opname is niet mogelijk. De batterij is leeg. Er worden geen af te spelen beelden weergegeven. De schakelaar REC/PLAY is niet ingesteld op PLAY.
Probleem Het beeld is te donker. Oorzaak De flits werd geblokkeerd door een vinger of een ander object. Het onderwerp was te ver weg. Het onderwerp werd van achteren belicht. Beelden weergeven Er is onvoldoende licht. Het beeld van de videoclip trilt. Houd de camera goed vast en zorg ervoor dat de flits niet wordt geblokkeerd. Leg het beeld vast binnen het werkingsbereik van de flits. Gebruik de modus Altijd flitsen. Gebruik de functie voor belichtingscompensatie.
PROBLEMEN OPLOSSEN Probleem Oorzaak Actie Het beeld is te licht. De modus Altijd flitsen is geselecteerd. Het onderwerp was te licht. Selecteer een andere flitsmodus. Gebruik de functie voor belichtingscompensatie. Stel de ISOgevoeligheid in op =. Het beeld is niet scherp. Beelden weergeven 201 Nederlands De ISOgevoeligheid is onjuist ingesteld. Het onderwerp bevindt zich te dicht bij de camera. De scherpstelling is niet goed.
Probleem Oorzaak Actie De kleuren van de binnen vastgelegde beelden zijn niet goed. Dit heeft te maken met de omgevingsverlichting. De instelling voor de witbalans is onjuist. De lens werd geblokkeerd door de draagriem of door een vinger. Er bevindt zich geen bestand op de geplaatste kaart. Leg het beeld vast met de modus Altijd flitsen. Stel de witbalans goed in. Er ontbreekt een deel van het beeld. Beelden weergeven “Geen beeld” wordt weergegeven.
PROBLEMEN OPLOSSEN Probleem Het beeld bevat geen kleur. Het beeld is vervormd. Verbinden met een televisie Beelden bewerken Geen beeld of geluid. De rand van het beeld is afgesneden. U kunt een beeld niet bewerken of draaien. 203 Nederlands Oorzaak De instelling voor de TVuitvoer is onjuist. Zowel de speciale S-AVinterfacekabel als de speciale Componentkabel zijn aangesloten. De digitale camera is niet goed aangesloten op de televisie. De televisieingang is niet goed ingesteld.
Probleem Oorzaak Actie De camera is in het koppelstation geplaatst, maar de geïnstalleerde batterij wordt niet opgeladen. De netadapter is niet op het koppelstation aangesloten. Controleer of het netsnoer van de netadapter correct is aangesloten. Druk de camera goed vast als u deze in het koppelstation plaatst, zodat u zeker weet dat er een goede verbinding is tussen de camera en het koppelstation. Schakel de camera uit.
PROBLEMEN OPLOSSEN Diversen Probleem Oorzaak Actie De audiogids is niet hoorbaar. De instelling voor de audiogids is ingesteld op “UIT”. De opnamecapaciteit is minder dan de waarde die voor de kaart is opgegeven. Stel de instelling voor de audiogids in op “AAN”. De opnamecapaciteit is minder dan aangegeven in de paragraaf “Maximaal aantal beelden/ Maximale stilstaand beeldopnametijd/ Maximale video-opnametijd” (pagina 216). De batterij lijkt te zijn opgezwollen.
Koppelstation Afstandsbediening Probleem Oorzaak Actie De afstandsbediening lijkt niet te werken. De afstandsbediening is naar de televisie gericht (dus niet naar de afstandsbedieningssensor van de camera). Richt de afstandsbediening naar de afstandsbedieningssensor op de camera (binnen een straal van ongeveer 15 graden horizontaal naar links of rechts ten opzichte van de afstandsbedieningssensor). Verwijder of verplaats het voorwerp dat de blokkade veroorzaakt.
PROBLEMEN OPLOSSEN Probleem Oorzaak Actie De afstandsbediening lijkt niet te werken. De afstand tussen de afstandsbediening en de afstandsbedieningssensor van de camera is te groot. De afstandsbedieningscodes voor de afstandsbediening en het koppelstation zijn verschillend. Gebruik de afstandsbediening op een afstand van maximaal 7 meter van het koppelstation. Afstandsbediening 207 Nederlands Wijzig de code van de afstandsbediening.
Opmerkingen met betrekking tot de scèneselectiefunctie en filters Scèneselectie Instelling Opmerkingen Sport a Portret > Landschap + Brandpuntsafstand: + kan niet worden geselecteerd. Nachtzicht-portret / Sneeuw & strand k Vuurwerk + Lamp* Q Brandpuntsafstand: vast ingesteld op *. Flits: vast ingesteld op l. Brandpuntsafstand: + kan niet worden geselecteerd. Flits: vast ingesteld op l. Ruisreductie stilstaand beeld: vastgesteld op “UIT”.
PROBLEMEN OPLOSSEN Filter Instelling Cosmetisch % Monochroom W Sepia , Opmerkingen Brandpuntsafstand: + kan niet worden geselecteerd. Modus voor stilstaand beeld: J kan niet worden geselecteerd. Brandpuntsafstand: + kan niet worden geselecteerd. Info over de instellingen voor de scèneselectiefunctie en de brandpuntsafstand i De scèneselectiefunctie verandert in = als de brandpuntsafstand wordt ingesteld op +.
SPECIFICATIES Camera Type Bestandsindeling opgenomen beelden Nederlands 210 BIJLAGEN Digitale filmcamera (opnemen en weergeven) Stilstaande beelden: JPEG-indeling (DCF-, DPOF-, Exif 2.
SPECIFICATIES Modus voor opnemen van stilstaande beelden (opnameresolutie) Videoclipopnamemodus (opnameresolutie) Witbalans Lens Lensopening 211 Nederlands J: 3264 × 2448 pixels (ca. 8 miljoen pixels) M: 2288 × 1712 pixels (ca. 4 miljoen pixels) L: 2288 × 1712 pixels (ca. 4 miljoen pixels, normale compressie) *: 2496 × 1408 pixels (ca. 3,5 miljoen pixels, beeldverhouding 16:9) +: 1920 × 1080 pixels (ca. 2 miljoen pixels, beeldverhouding 16:9) G: 1600 × 1200 pixels (ca.
Type belichtingsregeling Lichtmeetmodus Bereik Digitale zoom Sluitertijd Gevoeligheid Nederlands 212 BIJLAGEN Programmeerbaar AE/Sluitertijd prioriteit AE/ Diafragma prioriteit AE/Handmatige belichtingsregeling Belichtingscompensatie beschikbaar vanuit het instellingenscherm voor opnemen (0 ±1,8 EV in stappen van 0,3 EV) Meting van meerdere secties, lichtmeting in middelpunt, lichtmeting op specifiek punt Totale modus: 10 cm tot oneindig (groothoek) 1 m tot oneindig (tele) Standaardmodus: 80 cm tot o
SPECIFICATIES 9 lux (1/30 sec. tijdens de AUTO scèneselectiemodus) 3 lux (1/15 sec. tjidens de modus HOGE GEVOELIGHEID of lampmodus) Functie voor Film: elektronisch beeldstabilisatie Stilstaand beeld: multi-berekening elektronisch Scherm 2,7" (6,9 cm) breed, lage-temperatuur polysiliconen TFT kleuren, kristal (transmissie), ongeveer 230.000 pixels Flitsbereik GN = 6,2 Ca. 20 cm tot 6,0 m (groothoek) Ca.
Camera-aansluitingen [COMPONENT/ AV] (480p/ 1080i/720puitgang) aansluiting* [HDMI] aansluiting* [USB] aansluiting* [MIC] (microfooningang) aansluiting DC IN-aansluitpunt (externe gelijkstroomingang) * ø2,5 mm stereo mini-aansluiting (omzetten naar een ø3,5 mm stereo mini-aansluiting met de bijgeleverde microfoonaansluitkabel), 2 kΩ.
SPECIFICATIES Levensduur batterij Opnamen maken Modus voor opnemen van stilstaande beelden Modus voor opnemen van videoclips Weergeven Circa 340 beelden: CIPA-standaard (bij gebruik van een Hagiwara Sys-Com 512 MB SDgeheugenkaart) Circa 120 minuten: opgenomen in !-modus Circa 275 minuten: scherm ingeschakeld, doorlopende weergave i Tot de batterij leeg is bij het gebruik van een volledig geladen batterij bij een omgevingstemperatuur van 25 °C.
Maximaal aantal beelden/Maximale stilstaand beeldopnametijd/Maximale video-opnametijd De tabel bevat het mogelijke aantal beelden en de mogelijke opnametijd voor in de handel verkrijgbare SD-geheugenkaarten (2 GB, 4 GB, 8 GB). Opnamemodus Modus voor stilstaande beelden Modus voor videoclips Audioopnamemodus Resolutieinstelling J M L * + t , [ P !" & ( ) l — SD-geheugenkaart 2 GB 4 GB 756 beelden 1.510 beelden 1.010 beelden 2.030 beelden 1.510 beelden 3.020 beelden 1.670 beelden 3.350 beelden 2.
SPECIFICATIES Koppelstation Onderdeelnummer Voedingsbron Nominale uitvoer Gebruiksomgeving Temperatuur Vochtigheid Afmetingen Gewicht PDS-HD1000 Gelijkstroom 5 V Gelijkstroom 5 V 0 tot 40 °C (opladen), –20 tot 60 °C (opslag) 20 tot 80% (geen condensvorming) 105,5 (B) × 44,4 (H) × 80,5 (D) mm Circa 86 g Afstandsbediening Onderdeelnummer Voedingsbron Afmetingen Gewicht 217 Nederlands BRC-C3 Lithiumbatterij (CR2025) 35 (B) × 56,6 (H) × 6,5 (D) mm Circa 11 g (inclusief batterij)
Meer over de multi-indicator en blauwe LEDindicator Multi-indicator Het multi-lampje van de camera gaat branden, knippert of is uit, afhankelijk van de verschillende bewerkingen met de camera.
SPECIFICATIES Meegeleverde netadapter Onderdeelnummer Voedingsbron Nominale uitvoer Gebruiksomgeving Temperatuur Vochtigheid Afmetingen Gewicht (zonder netsnoer) VPCHD1000 Nominale VPCwaarde HD1000EX netsnoer VPCHD1000GX VAR-G8 Wisselstroom 100 V tot 240 V, 50/60 Hz Gelijkstroom 5 V, 2,0 A 0 tot 40 °C (bediening), –20 tot 60 °C (opslag) 20 tot 80% (geen condensvorming) 49,5 (B) × 25,5 (H) × 68,3 (D) mm Circa 169 g Wisselstroom 125 V, 7 A Wisselstroom 250 V, 2,5 A Verschilt per land i Wanneer de meegelev
Overige Mac OS, QuickTime, iPod en iTunes zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. in de Verenigde Staten en andere landen. Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Intel en Pentium zijn gedeponeerde handelsmerken van Intel Corporation (VS). In deze handleiding wordt voor de besturingssystemen Microsoft® Windows® 2000, Microsoft® Windows® XP en Microsoft® Windows® Vista de algemene naam “Windows” gebruikt.
SPECIFICATIES Voordat u deze belangrijke opname gaat maken, voert u eerst een test uit om te controleren of uw camera werkelijk gereed is voor gebruik i Sanyo Electric is niet aansprakelijk voor problemen die voortvloeien uit het gebruik van deze camera.
TIPS VOOR HET MAKEN VAN FOTO’S Het maken van fantastische foto’s in moeilijke omgevingen is gemakkelijker dan u misschien denkt. Als u een paar punten onthoudt en de juiste instellingen kiest, kunt u foto’s maken die u vol trots aan anderen kunt laten zien en met anderen kunt delen. Als beelden onscherp zijn zelfs als de autofocus wordt gebruikt Uw camera maakt gebruik van een autofocusfunctie.
TIPS VOOR HET MAKEN VAN FOTO’S Bewegende objecten fotograferen Situatie: u wilt een actiefoto maken van een bewegend kind of huisdier. De autofocus is geactiveerd, maar het beeld kan wazig zijn omdat het onderwerp beweegt. Met name als de afstand tussen de camera en het onderwerp verandert, is het moeilijk om scherp te stellen op het onderwerp. Hier volgen enkele tips voor het succesvol vastleggen van beelden van bewegende onderwerpen.
Portretten maken (portretmodus >) Punten: i Kies een achtergrond die niet afleidt van het onderwerp. i Ga tot dicht bij het onderwerp. i Let op de belichting en hoe deze uw onderwerp beïnvloedt. LET OP i Als de achtergrond te veel afleidt, wordt uw onderwerp niet optimaal gepresenteerd. Ga dichter in de buurt van uw onderwerp staan of zoom in zodat de achtergrond niet afleidt van het onderwerp.
TIPS VOOR HET MAKEN VAN FOTO’S Nachtfotografie (nachtzicht-portretmodus /) Punten: i Voorkom dat de camera gaat trillen. i Verhoog de ISO-gevoeligheid. LET OP i Bij nachtfotografie ligt de sluitersnelheid van de camera aanzienlijk lager dan overdag, dus is de kans dat uw opnamen wazig zijn ook veel groter. Stabiliseer de camera bij het maken van opnamen. i U kunt met behulp van de flitser uw onderwerp fotograferen met de nachtscène als achtergrond.
SANYO Electric Co., Ltd.