Operation Manual

Basisfuncties
32
De camera op de juiste manier vasthouden
Controleer of er niets
voor de lens zit.
De ontspanknop half indrukken
Druk de [Ontspanknop] half in en pas de
scherpstelling aan. De scherpstelling en
belichting worden automatisch aangepast.
Diafragma en sluitertijd
worden ingesteld.
Scherpstelkader
Druk de [Ontspanknop] volledig in
om een foto te maken als het kader
groen is.
Pas de kadrering aan en druk de
[Ontspanknop] nogmaals half in
als het kader rood is.
00001
F2.4 1/60
Bewegingsonscherpte verminderen
Stel de OIS-optie (Optical Image Stabilisation)
in om de bewegingsonscherpte optisch te
reduceren. (pag. 30)
Selecteer de modus
d
om de
bewegingsonscherpte zowel optisch als digitaal
te reduceren. (pag. 45)
Als wordt weergegeven
00001
F2.4 1/60
Bewegingsonscherpte
Zorg dat bij opnamen in het donker de flitser niet op Langz sync of
Uit is ingesteld. Het diafragma blijft dan langer open, waardoor het
moeilijker is om de camera stil te houden.
Gebruik een statief of stel de flitser in op Invulflits. (pag. 59)
Pas de ISO-waarde aan. (pag. 61)
Tips om betere foto's te maken