Operation Manual
Satellietsysteem (voor model TD310ES)
Satellietsysteem is beschikbaar wanneer Antenne is ingesteld op Satelliet. Stel voordat u Automatisch afstemmen
uitvoert de functie Satellietsysteem in. Daarna worden de kanalen op de normale wijze gescand.
• Satellietselectie: hiermee kunt u de satellieten voor deze tv selecteren.
• LNB in-/uitschakelen (Uit / Aan): hiermee schakelt u de stroomtoevoer voor de LNB in of uit.
• LNB-instellingen: hiermee configureert u de buitenapparatuur.
– Satelliet: hiermee selecteert u de satelliet voor het ontvangen van digitale uitzendingen.
– Transponder: hiermee selecteert u een transponder in de lijst of voegt u een nieuwe transponder toe.
– Modus DiSEqC: hiermee selecteert u de DiSEqC-modus voor de geselecteerde LNB.
– LNB-oscillators lager: hiermee stelt u de LNB-oscillators in op een lagere frequentie.
– LNB-oscillators hoger: hiermee stelt u de LNB-oscillators in op een hogere frequentie.
– 22 kHz toon (Uit / Aan / Auto): hiermee selecteert u de 22 kHz-toon, afhankelijk van het type LNB. Kies voor een
universele LNB de optie Automatisch.
– Kwaliteit signaal: hiermee geeft u de huidige status van een uitzendsignaal weer.
• Instellingen Positioner: hiermee configureert u de antennepositioner.
Positioner (Aan / Uit): hiermee schakelt u de besturing van de positioner in of uit.
Type positioner (USALS / DiSEqC 1.2): hiermee stelt u het type positioner in op DiSEqC 1.2 of USALS (Universal
Satellite Automatic Location System).
– Lengte: hiermee stelt u de lengtegraad voor uw locatie in.
– Breedte: hiermee stelt u de breedtegraad voor uw locatie in.
– Inst. lengtegraad satelliet: hiermee stelt u de lengtegraad in voor de satellieten die de gebruiker heeft
gedefinieerd.
Gebruikersmodus: hiermee stelt u de positie van de satellietschotel in op basis van elke satelliet. Als u de huidige
positie voor een satellietschotel instelt op basis van een bepaalde satelliet, kan de satellietschotel naar de vooraf
ingestelde positie verplaatsen wanneer u het signaal van de satelliet nodig hebt.
– Satelliet: hiermee selecteert u de satelliet waarvoor u de positie wilt instellen.
– Transponder: hiermee selecteert u een transponder in de lijst voor signaalontvangst.
– Bewegingsmodus: hiermee selecteert u de bewegingsmodus. Maak onderscheid tussen discrete en continue
beweging.
– hStapgrootte: hiermee stelt u het aantal graden in voor de stapgrootte van de schotelrotatie. Stapgrootte is
beschikbaar wanneer de bewegingsmodus is ingesteld op stapsgewijs.
– Naar opgeslagen positie: hiermee draait u de schotel naar de opgeslagen satellietpositie.
– Antennepositie: draai de antenne en sla de positie van deze satelliet op.
– Huidige positie opslaan: hiermee slaat u de actuele positie op als geselecteerde positioneringslimiet.
– Kwaliteit signaal: hiermee geeft u de huidige status van een uitzendsignaal weer.
Nederlands - 48 Nederlands - 49
Basisfuncties










